Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lubbers: Meer dan een super probleemoplosser

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Lubbers: Meer dan een super probleemoplosser

7 minuten leestijd

Op 4 november 1982 trad drs. R. F. M. Lubbers -voor partijgenoten en intimi: Ruud- aan als de minister-president van een nononsense-kabinet, gesteund door een CDA/VVD-coalitie. Vanaf die datum heeft hij leiding gegeven aan de Nederlandse politiek. Hij wordt alom in ons land, en ook binnen de Europese Gemeenschap, gewaardeerd om zijn daadkracht. De vraag of hij ook visie heeft, levert meer uiteenlopende meningen op. Uit de analyse van tien jaar premierschap komt een man naar voren die wel degelijk een bepaalde kijk op de zaken heeft. Het is een visie die gericht is op het oplossen van problemen.

Met een tot dan toe ongekende voort1982 varendheid en slagvaardigheid toog Lubbers op 4 november 1982 aan het werk. Verbazing beving politiek Den Haag. Het leek wel alsof de CDA-voorman een gedaantewisseling had ondergaan. Hij was indertijd de landspolitiek binnengekomen als minister van economische zaken in het kabinet-Den Uyl (1973-1977). Alras stond hij bekend als een driftig baasje, dat nogal eens met deuren smeet als een meerderheid in het kabinet iets anders wilde dan hij prefereerde. Dat smijten was niet zozeer bedoeld als een dreiging met aftreden, maar louter als een onderdeel van zijn onderhandelingstactiek. Dat vertelde zijn toenmalige collega, dr. W. Duisenberg, tenminste eens.

(Vice-)fractievoorzitter

In 1977 werd Lubbers beëdigd als lid van de Tweede Kamer. Hij werd onder mr. W. Aantjes vice-fractievoorzitter van de CDA-fractie. Na diens aftreden kreeg de Rotterdamse rooms-katholiek Lubbers als fractievoorzitter te maken met de niet geringe problemen van het al of niet plaatsen van kruisraketten, olieboycot van Zuid-Afrika en de eerste poging in de laatste decennia tot bezuinigingen: Bestek '81. Daarbij had hij de taak om de eensgezindheid in zijn fractie èn de loyaliteit aan het kabinet-Van Agt/Wiegel te bewaren. Een niet geringe klus, te meer omdat de fractie een aantal loyalisten telde, die het regeerakkoord niet hadden onderschreven.

Vanuit die tijd stamt het imago van Lubbers als zou hij een man zijn die zijn werkelijke ideeën verpakt in dikke wolken van woorden. Maar ook die tactiek was ingegeven door zijn wil om problemen op te lossen. Ter wille van de loyalisten moest hij enige afstand bewaren tot het kabinet-Van Agt. Hij verenigde onverenigbare standpunten van kabinet en CDA-loyalisten in een woordenbrij waar de luisteraars op het laatst niets meer van begrepen. Hij móest dat wel doen om een crisis binnen zijn fractie of in het kabinet te voorkomen.

Levensloop

Toen Lubbers tot het premierschap was geroepen, werd hij in verschillende artikelen afgeschilderd als een zondagskind. Hij zou geen tegenslagen hebben gekend. Ruud was op 7 mei 1939 geboren als de zesde van de negen kinderen van een Rotterdamse industrieel, de grondlegger van het huidige concern Hollandia-Kloos. Ruud volgde zijn gymnasium- opleiding in Nijmegen aan het Canisius-college. Daarna keerde hij terug naar Rotterdam om aan de voorloper van de Erasmus-universiteit, de Economische Hogeschool, z'n doctoraal te halen. De toen al hard werkende Lubbers haalde op 22-jarige leeftijd -cum laude- zijn bul. Kort daarna (10 oktober 1962) trouwde hij met zijn buurtgenote, de advocaatsdochter Ria van Hoogeweegen. Zij kregen drie kinderen.

Nadat zijn vader was overleden, trad Lubbers in 1963 toe tot het familiebedrijf en hij werd in 1965 mede-directeur. Vanaf dat moment kwam hij ook in het bestuurlijke circuit terecht, zoals de Nederlandse Christelijke Werkgevers (NCW), de KVP en de Programma Adviesraad van de KRO.

Zijn primaire politieke scholing deed de jonge econoom op tussen 1970 en 1973. Hij was toen lid van de Rijnmondraad. Hij was in die raad KVP-woordvoerder voor economische kwesties. Dat duurde tot de sociaal-democratische voorman dr. J. M. den Uyl hem in mei 1973 vroeg de portefeuille van economische zaken in zijn kabinet op zich te nemen. Toen deed Lubbers zijn intrede in de nationale politiek.

Volgende week woensdag is het dus precies tien jaar geleden dat Lubbers werd beëdigd als minister-president. Als dit kabinet het nog vijf maanden uithoudt -en daar ziet het wel naar uit- zal hij het record van langstzittende naoorlogse premier overnemen. Tot nu toe was dat dr. W. Drees. Deze sociaal-democraat kreeg na een aantal jaren ministerschap op 7 augustus 1948 de leiding over zijn eerste kabinet. Op 22 december 1958 eindigde zijn vierde en laatste kabinet.

Als premier vertoont Lubbers enige overeenkomsten met Drees. Ook Lubbers is wars van opsmuk en uitbundigheid. Ook Lubbers is een harde werker en een sober en matig mens. Die manier van regeren kreeg onder Lubbers zelfs een eigen typering: no-nonsense-stijl. Deze typering is van de premier zelf. Hij karakteriseerde daarmee zijn manier van werken. Er was geen tijd voor beschouwingen en borreltafelpraatjes, er moest gewerkt worden.

Op 14 juli 1986 begon hij aan zijn tweede kabinet, gebaseerd op dezelfde coalitie. Maar dat kabinet sneuvelde halverwege de rit. Dat was ook wel verklaarbaar. Mede door het eerste kabinetLubbers won het CDA niet minder dan negen zetels, terwijl de coalitiegenoot VVD een zelfde hoeveelheid verloor. Vanaf die tijd kregen Lubbers en zijn CDA de naam van „opvreters" en „uitzuigers" van coalitiepartners. Het machtige CDA laat nauwelijks kruimels van eer over voor de coalitiepartner, zo was de klacht van menig VVD'er. (Die klacht was tot voor kort ook binnen de PvdA-fractie in de Tweede Kamer te beluisteren.)

De door de VVD geforceerde breuk liet op dat moment geen andere mogelijkheid dan een coalitie tussen CDA en PvdA. Dit was voor de premier een uitdaging. En Lubbers heeft uitdagingen nodig om intellectueel op een hoog niveau te kunnen opereren. Bij het welslagen van het huidige kabinet kan hij erop bogen twee coalities van geheel verschillende aard te hebben geleid. Tegelijk heeft de tot nu toe onbetwiste leider van de christen-democraten zijn partij met de verschillende coalitie-ervaringen muurvast in het centrum van de Nederlandse politiek geplaatst. Dat centrum had en heeft dan wel betrekking op de sociaaleconomische sector en op het gebied van de internationale vrede en veiligheid. De premier beseft zeer wel dat er van een centrumpositie geen sprake is zodra andere speerpunten het politieke strijdtoneel gaan beheersen. Dan zijn er ook andere coalities mogelijk.

Politiek leider

Lubbers' derde kabinet startte op 7 november 1989, met de sociaal-democraat Kok als vice-premier. Uiteraard was het wennen aan de nieuwe verhouding tussen CDA en PvdA en daarom waren er de eerste tijd ook spanningen in de coalitie.

De PvdA moest na bijna tien jaar oppositie er weer aan wennen regeringsverantwoordelijkheid te dragen. Het CDA moest vertrouwd raken met de gedachte nu niet links uit de boot te moeten hangen om het regeringsschip stabiel te houden, maar juist rechts. Intussen doet Lubbers zijn werk. Al vroeg in de morgen brandt het licht in zijn werkkamer in het torentje aan de Hofvijver en niet zelden gaat het licht 's avonds laat pas uit.

Lubbers heeft inmiddels ook zo'n tien jaar het CDA als politiek leider gediend. Op een feilloze manier wist hij dat leiderschap met staatmanschap te combineren. Geen ogenblik was Lubbers als premier 'partijloos', maar ook geen ogenbhk was hij in zijn ambt alleen maar de CDAvoorman. Dat is een niet geringe prestatie.

Hij was en is nog steeds in zijn partij mateloos populair. Vriend en vijand -want die zijn er ook binnen het CDAbewonderen hem als de man die het CDA na het wat emotioneel geladen ethisch reveil van zijn voorganger Van Agt, zelfvertrouwen heeft gegeven. Hij deed dat op basis van een nuchtere benadering van de problemen waarmee het land worstelde. Zijn traditionele slotwoorden op de vergaderingen van de CDA-partijraad waren zelden sprankelend. Toch slaagde hij er telkens weer in leden èn kiezers te enthousiasmeren.

Oplossingenmachine "?

Die gave komt voort uit het feilloos gevoel van de premier voor de tijdgeest. Als geen ander in de Nederlandse politiek heeft hij antennes voor wat er op komst is, of voor wat 'men' zoal denkt in ons land. En daarop speelt hij in. Maar om dit te doen moet een mens méér zijn dan een „oplossingenmachine" of "robot", zoals hij wel is afgeschilderd in de vele, vele artikelen die over hem zijn verschenen in dag- en weekbladen en in tijdschriften.

Hij is wel getypeerd als de man die alles heeft behalve visie. Hij zou veel meer een doener, een manager in de politiek en een pragmaticus zijn. Alsof deze typeringen per definitie visie uitsluiten. In 1991 verscheen een dik boek onder de titel: "Ruud Lubbers, Samen onderweg". In dit boek, samengesteld door de journalisten Arendo Joustra en Erik van Venetië, zijn toespraken van de premier gebundeld. Daaruit komt zeker iets van een visie naar voren, over democratie, over christendom en samenleving, over economie en over internationale vraagstukken.

Natuurlijk heeft de premier visie. Maar de discussie over het al of niet hebben daarvan wordt voor een groot deel veroorzaakt door de strikte scheiding die Lubbers aanbrengt tussen zijn ambtelijk en zijn persoonlijk leven. Bij de laatste algemene beschouwingen in de Tweede Kamer bleek dit overduidelijk, toen hij ter accentuering van een onderdeel van zijn betoog zei dat hij dit niet alleen als politicus maar ook als mens, als persoon, zo vond.

Onderdelen van zijn visie op de samenleving en op de sociale verzorgingsstaat treffen we aan in befaamde redevoeringen als „De overbelaste democratie" (1987), „De agenda van de toekomst" (1989), „Rechtsstaat en samenleving: opnieuw een sociale kwestie" (1990), waarin hij het heeft gehad over de „verfloddering" van de samenleving. Lubbers deed toen de beruchte uitspraak: „Nederland is ziek". Deze redes hebben stuk voor stuk tot heftige discussies in het land geleid.

Lubbers laat in zijn werk als politicus weinig zien van zijn persoon, met zijn emoties en zijn ideeën. Heel zijn openbaar optreden straalt zijn ambtelijke verantwoordelijkheid uit, waarachter de persoon Lubbers meestal grondig verborgen blijft. Daardoor komt het probleemoplossend vermogen van de premier zo sterk naar voren. Dat behoort voluit tot zijn ambt van minister-president. Zijn persoonlijke twijfels zijn op het moment van beraad en beslissing schijnbaar afwezig.

In die context benadert hij ook ethische kwesties, zoals abortus provocatus, euthanasie en anti-discriminatie. „Het land moet worden geregeerd", is zijn steevaste mening. En dat doe je, zo meent Lubbers, niet met luchtbespiegelingen, wijdlopige beschouwingen of het star vasthouden aan principes. Dat doe je door stapje voor stapje te zetten op de weg naar het -van tevoren vastgesteldedoel. Mensen die dat doel niet zien, zullen wellicht denken dat zo'n manier van werken pragmatisme pur sang is.

De premier heeft natuurlijk een visie op de samenleving zoals die er naar zijn inzicht idealiter zou moeten uitzien. Maar vanuit zijn methode van besturen, gericht op het oplossen van problemen, voelt hij er niets voor om dat ideaal telkens maar weer in het openbaar af te schilderen. Want daarmee zou hij (mogelijke) coalitiepartners kopschuw maken. Intussen is die scheiding tussen ambt en persoon wellicht de reden waarom Lubbers in het openbaar niet zoveel loslaat over zijn levensbeschouwing. Ook voor de meesten van zijn partijgenoten is de premier op het gebied van identiteit een gesloten boek.

Enige nederlaag

Volgens dr. S. Faber, sinds 1985 burgemeester van Hoogeveen en daarvoor een van de CDA-loyalisten, stelde Lubbers toen hij pas fractievoorzitter was geworden, in zijn fractie voor om aan het begin van de fractievergaderingen bij toerbeurt uit de Bijbel te laten voorlezen. Volgens Faber vonden vooral de katholieken dat heel raar. Dus ging het niet door. „Voor zover ik het me kan herinneren, is dat de enige echte nederlaag die Lubbers ooit in de fractie heeft geleden". Faber zegt dit in het boek: "Ruud Lubbers, manager in de politiek" (Baarn, 1989).

Als politiek leider heeft hij in oktober 1990, op de feestelijke bijeenkomst ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het CDA, zijn politieke credo afgegeven. Dat credo ademde een uiterst modem soort rooms-katholicisme, in de lijn van de progressieve theoloog prof. Schillebeeckx. Voor het eerst sinds jaren noemt Lubbers in het openbaar de namen van God en Jezus. Overigens hanteert de premier de Bijbel naar eigen normen en maatstaven.

SGP-fractievoorzitter Van der Vlies zei het tijdens de laatstgehouden algemene beschouwingen ongeveer zo: „De premier laat de Bijbel wat zeggen, maar wij (de SGP) laten ons door de Bijbel gezeggen". Als overtuigd rooms-katholiek heeft de premier nauwelijks tot geen invoelingsvermogen voor de diepere principiële motieven die SGP, GPV en RPF bewegen. Als politicus bewondert Lubbers de AR-voorman dr. A. Kuyper, maar diens principiële vertrekpunt heeft hij niet doorgrond.

Populariteit

Intussen kan niet ontkend worden dat de populariteit van Lubbers ook in eigen partij wat afbladdert. Zijn interview in Elsevier van 23 december 1989 zal hieraan zeker hebben bijgedragen. In dat vraaggesprek etaleerde de premier CDA-fractievoorzitter Brinkman als zijn opvolger. Tegelijk maakte hij duidelijk dat deze kabinetsperiode zijn laatste zou zijn. Het is ook onvermijdelijk dat zelfs een premier na ongeveer tien jaar het allemaal al eens een keer heeft gezien. En ondanks zijn werkijver heeft Lubbers dat gevoel van vervreemding de laatste tijd niet kunnen verbloemen.

Tegelijk is ook duidelijk waarnaar zijn interesse uitgaat: Europa. Zijn visitekaartje op dit gebied is een belangwekkende rede, door hem op 15 januari 1990 uitgesproken op de Katholieke Unversiteit Brabant in Tilburg, onder de titel "Welk Europa staat ons voor ogen?" Deze rede was niets minder dan de weergave van een ambitieus program, zoals dat voorkwam op de continentale agenda van Lubbers. In het opstel "Europa's akkers liggen open" in NRC van 2 augustus 1990 geeft de premier een geactualiseerd vervolg van dit program.

De naam van Lubbers wordt in Europa dan ook frequent genoemd als het gaat om de opvolging van de Fransman Jacques Delors als voorzitter van de Europese Commissie, begin 1994. Dat zou voor Lubbers een nieuwe uitdaging zijn, waarin hij zijn visie kan richten op het oplossen van problemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 31 October 1992

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Lubbers: Meer dan een super probleemoplosser

Bekijk de hele uitgave van Saturday 31 October 1992

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken