Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

't Waarschuwend voorbeeld van Demas

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

't Waarschuwend voorbeeld van Demas

7 minuten leestijd

Het is een aantal jaren geleden. Het was op een zondagavond. In de lijdensweken. Een aantal mensen zat na de preek bij elkaar. In gesprek over de wegen die God met Zijn kinderen gaat. Ineens viel de naam van Judas, de verrader. En ik zag van een afstand hoe een van de aanwezigen met schrikogen huiverde. „Ben ik het?" Je bespeurt die huiver niet zoveel meer. Het kan ook zijn, dat zij zich eenvoudig aan mijn waarneming onttrekt. Hoe het ook zij, het gaat bij Judas, en Gehazi en Lot, om waarschuwende voorbeelden. En bij Demas, niet te vergeten. Hoewel bij hem ook de hoop niet ontbreekt.

Wie was Demas? Zijn naam wordt slechts op drie plaatsen in de Bijbel genoemd. In zijn brief aan de Kolossenzen schrijft de apostel Paulus in hoofdstuk 4:14: „U groet Lukas, de medicijnmeester, de geliefde, en Demas". In Paulus' brief aan Filémon:24 zegt hij: „U groeten Demas, Lukas, mijn medearbeiders". Dus de apostel brengt aan de gemeente in Kolosse en aan Filémon mede de groeten over van Lukas en Demas. Hij stelt de auteur van het derde Evangelie en Demas op één lijn als zijn medearbeiders. Demas was dus een zeer vooraanstaand medewerker van de heidenapostel. Maar de derde bijbelplaats vernietigt al onze goede gedachten. In 2 Timotheüs 4:10 schrijft de apostel Paulus: „Want Demas heeft mij verlaten, hebbende de tegenwoordige wereld liefgekregen, en is naar Thessalonica gereisd".

Demas heeft de tegenwoordige wereld liefgekregen. „Hoe ver kan het gaan", zeggen we dan tegen elkaar. „Hoe blijkt iemand, die ogenschijnlijk genade kent, toch nog als bedrieger openbaar te kunnen komen". Onze conclusie is: 't Is niet best afgelopen met Demas. Of maken wij deze slotsom te snel? Te zeer op de klank af? Dat zou wel eens kunnen. Wie was Demas? Paulus' medearbeider was wellicht ook geboortig uit Thessalonica. Hij heeft aan Paulus vastgehouden tot in diens gevangenschap. En dat is niet niks. Ze zouden tegenwoordig zeggen: Hij is tot het uiterste solidair geweest met de apostel. De beide eerst genoemde brieven van Paulus, waarin hij Demas' groeten overbrengt -die aan Kolosse en die aan Filémon- zijn namelijk geschreven vanuit Paulus' eerste gevangenschap in Rome. De tweede brief aan Timotheüs echter is later geschreven. Vlak voor Paulus' dood. Tijdens zijn veel zwaardere, tweede gevangenschap onder keizer Nero. De apostel schrijft daarvan: „Want ik word nu tot een drankoffer geofferd, en de tijd mijner ontbinding is aanstaande".

In de steek gelaten

Ook in die tweede gevangenschap moet Demas aanvankelijk nog Paulus' verdrukking gedeeld hebben. Maar in deze tijd is het, dat de apostel schrijft: Hij heeft mij verlaten. En naar het Grieks moeten wij eigenlijk lezen het beschuldigende „in de steek gelaten". Sommigen beweren zelfs dat Demas heidens afgodspriester geworden is in Thessalonica. Maar daarvan meldt Gods Woord niets.

In elk geval neemt Paulus Demas zijn vertrek kwalijk. Ook van Titus en Crescens schrijft hij dat ze zijn weggereisd. Titus naar Dalmatië. Crescens naar Galatië. Volgens sommigen in die tijd voor wat betreft de verkondiging van het Evangelie nog een braakliggende akker, een nooit ontgonnen gebied, waar ook Paulus zélf nimmer het Evangelie predikte. Daar zou de apostel zelfs blij over kunnen zijn. Dat ondanks zijn gevangenschap de verkondiging van het Evangelie toch voortgang had. Dat wat op het eerste gezicht óók ontmoedigend is, was juist hoopgevend. Maar alleen van Demas geldt, dat Paulus er het motief van zijn vertrek bijvoegt. Bij wijze van uitzondering. Hij heeft „de tegenwoordige wereld liefgekregen". De gevangen apostel neemt het hem kwalijk. Neen, 't liep niet best af met Demas.

Tot waarschuwing

De afkeurende en blamerende woorden lijken dan ook voor Demas soms niet groot genoeg. Demas heet een deserteur. Volgens anderen „heeft hij gecapituleerd". John Bunyan gebruikt hem in zijn Christenreis als model van de grote afvallige. Christen zegt: „Gehazi was uw overgrootvader en uw vader heette Judas, en gij zijt in hun voetstappen getreden... uw vader is als een verrader opgehangen, en gij hebt niet beter verdiend". En je hoort ook wel eens spreken over een „met Demas in de hel" verkeren.

Dat kan allemaal waar zijn. En het moet ons in een tijd van grote oppervlakkigheid en gemakkelijk 'geloof' tot waarschuwing zijn. „Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet de wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is". Het voorbeeld van Demas moet ons tot waarschuwing zijn, in een tijd waarin we nog wel de woorden en klanken kennen, maar zo weinig meer zien van de vreze des Heeren in de praktijk van alledag.

Je ziet in de affaire van Demas, dat het zelfs niet baat om medearbeider te zijn van Paulus. Ook het ambt -predikant, ouderling, diaken is geen waarborg voor een zekere doortocht naar het nieuwe Jeruzalem; geeft geen afdoende verzekering voor het staande blijven in een Godloze wereld.

Kanttekening

Toch is dat oordeel over Demas wel erg snel geveld. Onze slotsom te spoedig gemaakt. Laten wij de kanttekening op de Statenvertaling er eens op naslaan. De kanttekening op Kolossenzen 4:14 zegt: „Deze is wel een medearbeider van Paulus in zijn gevangenschap voor een tijd geweest, Filémon:24, maar heeft hem daarna schandelijk verlaten, 2 Timotheüs 4:10". De kanttekening op 2 Timotheüs 4:10 geeft echter een heel andere visie op de zaak. Demas heeft Paulus dus verlaten: „Dat is, van hier vertrokken, scheidende uit de dienst, die hij hier met mij deed in het prediken". En dan over „de tegenwoordige wereld": „Grieks, eeuw: Dat is, het gemak dezes levens zoekende, om arbeid en gevaar te ontgaan, of om zijn tijdelijke zaken te verzorgen, waaruit dan niet volgt, dat hij geheel en al van het geloof zou afgevallen zijn".

Hier is een andere dan de getrokken, negatieve, conclusie op zijn plaats. Er is sprake van een hoopgevend voorbeeld. Van deze slotsom, dat het dus ver kan gaan met een mens zonder dat hij van de genade vervalt. Zoals ook van Salomo geschreven staat: „En de Heere had hem lief". Een slotsom overigens die niet misbruikt mag worden als dekmantel om te zondigen. Die niet gebruikt mag worden om daarmee antinomiaanse dwalingen te koesteren.

Hoopgevend voorbeeld

Men zou in de afval en het vertrek van Demas Gods zorg kunnen zien voor Zijn kerk. In die zin, dat Hij ervoor zorgt dat rotte leden, het geloofsleven in gevaar brengende leraars -want daar zou Demas volgens sommigen bij gehoord hebben- zich vanzelf verwijderen. Ze hoeven er niet eens uit geworpen te worden. En dat God voor Zijn kerk zorgt is zeker. Maar als wij hierover een hoopgevend voorbeeld spreken, ligt dat anders. Dan ligt het zo: Het kan ver gaan met een christen zonder dat hij door God afgeschreven wordt.

Wij vinden voor het niet volledig afschrijven van Demas steun bij Calvijn. In zijn commentaar op 2 Timotheüs 4 zegt hij, dat „het voorwaar een zeer schandelijke daad van zulk een persoon is geweest, de liefde dezer wereld voor Jezus Christus te stellen. Nochtans moet men niet denken, dat hij Christus ganselijk verloochend heeft en zich wederom tot alle goddeloosheid heeft begeven, of tot de ijdelheid en de aanlokselen dezer wereld. Maar hij had alleen zijn eigen gemak en rust liever dan het leven van Paulus".

Calvijn moet zelfs aangevoerd hebben dat Paulus nadrukkelijk niet schreef: Demas heeft de Heere verlaten. Maar: Demas heeft mij, Paulus, verlaten. En dat hij alleen maar daarom uit Rome gegaan is, omdat het gezelschap van de gevangen Paulus hem al te gevaarlijk werd.

Bij dit alles sluit dr. C. Bouma aan als hij zegt dat „de uitdrukking „de tegenwoordige wereld" nooit hetzelfde betekent als de uitdrukking „deze wereld", die in de Evangeliën en bij Paulus vaker voorkomt en dan aanduidt een vijandige, van God afgekeerde houding".

Datering van de brieven

Bij dit hele verhaal is wél de datering van de drie genoemde brieven van Paulus heel belangrijk. Als inderdaad Kolossenzen en Filémon tijdens Paulus' eerste gevangenschap geschreven zijn en 2 Timotheüs in zijn tweede gevangenschap, dan krijgen we een heel ander beeld dan wanneer Kolossenzen na 2 Timotheüs geschreven zou zijn. Als dat laatste het geval is -en er zijn mensen geweest die dat beweerden- zou Demas bij vernieuwing weer onder Paulus' medearbeiders gerekend worden. Dan zou het weer goed gekomen zijn. Deze redenering en deze datering voldoen mij echter niet. Ze zijn onwaarschijnlijk.

Eén ding is zeker. De figuur van Demas preekt ons het gevaar van de afval, het hoopgevende van Gods genade, en daarom de noodzaak van zelfonderzoek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 november 1992

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

't Waarschuwend voorbeeld van Demas

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 november 1992

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken