Bekijk het origineel

De Italiaanse orde der vrijmetselaren, mafiosi, ondernemers en politici

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Italiaanse orde der vrijmetselaren, mafiosi, ondernemers en politici

11 minuten leestijd

In de storm van onthullingen die Italië overspoelt, duikt de naam op van de omstreden vrijmetselaarsloge Propaganda Due (P2). Nog in augustus had de republikeinse senaatspresident Giovanni Spadolini tegenover de Milanese krant Corriere della Sera gewaarschuwd dat een groep van de in 1981 opgerolde P2 het misschien had overleefd. De toevoeging dat zij banden had gesmeed met de mafia was zowel vanzelfsprekend als veelbetekenend voor een natie die langzamerhand aanspraak kan maken op het predikaat belangensociëteit.

Spadolini's profetie werd in die zin bewaarheid, dat de Italiaanse justitie begin deze maand een onderzoek startte naar honderden vermeende vrijmetselaars die worden verdacht van overtreding van het sinds 1981 verbod op „criminele verenigingen" en het opzetten van „mafiose" organisaties. Volgens Justitie zijn er irreguliere vrijmetselaarsloges verwikkeld in politieke corruptie en proberen zij „invloed op de staat en de grondwettelijke organen" uit te oefenen.

Italië kent een vruchtbare vrijmetselaarstraditie, die kan bogen op een glorieus verleden. De vrijmetselarij gaf de aanzet voor de totstandkoming van het moderne Italië op een moment dat het land nog een onzelfstandig samenraapsel was van (vaak buitenlandse) hertogdommen, koninkrijken, markiezaten en de pauselijke staat. In de 20e eeuw werd de vrijmetselarij minder belangrijk; onder het fascisme rustte er een taboe op, maar dat kan rancune zijn geweest van Mussolini, die als jongeman drie keer tevergeefs probeerde bij de vrijmetselarij te komen.

Traditie

Op Groot-Brittannië en Ierland na bezit Italië, waar de beweging na 1945 werd toegestaan, de meeste vrijmetselaars van Europa. De officiële vrijmetselaarsbeweging Grande Oriente d'Italia is door de Britse moederloge erkend en staat met haar 18.000 leden onder leiding van grootmeester professor Giuliano di Bernardo.

Er is ook een niet-erkende loge actief, die verwarrend genoeg de naam Grande Oriente Italiano draagt, over wie de 69jarige advocaat Pietro Maria Muscolo de scepter zwaait. Bij deze grootloge zouden zich ongeveer 70 loges hebben aangesloten met in totaal 3000 leden.

Tussen de reguliere en de irreguliere vrijmetselaars heerst animositeit in de zin van wij-negeren-elkaar. Zo beziet de erkende Loge van het Grootoosten van Italië de leider van de Loge van het Italiaanse Grootoosten, Muscolo, als een renegaat die uit de officiële vrijmetselarij is gegooid. Verder bestaan er loges die met hun eige» Grande Oriente een separatistisch bestaan leiden.

De geschiedenis van de P2 gaat terug tot de vorige eeuw. Er werd in 1877 een loge Propaganda 2 -de nummering is van ondergeschikt belang en diende om de respectievelijke loges te onderscheiden opgericht, die tot taak had propaganda te bedrijven voor de vrijmetselarij, mede in die landen waar vrijheid van meningsuiting moeilijk was. De P2-loge was niet gedekt, dat wil zeggen: zij bestond en werkte; ze maakte zich echter niet openbaar.

Die geheimhouderij heeft overigens alles van doen met het Italiaanse sociologische verschijnsel van racomandazione (gunstenverlening). Om te vermijden dat ze werden lastiggevallen door mensen die om gunsten vroegen, werden politici, logischerwijs, lid van een geheime loge.

Van de oorspronkelijke P2-doelstelling om propaganda te bedrijven, is nooit iets terechtgekomen. Een tijdlang deed de P2 niets van zich horen, wellicht omdat zij stillag. Aan het einde van de negentiende eeuw zag je sporadisch beroemde namen verschijnen bij de P2. De republikeinse dichter Giosuè Carducci en de eveneens republikeinse Siciliaanse parlementariër Francesco Crispi traden bij voorbeeld toe tot de loge.

Relatie met de kerk

In 1905 werd er in de verslagen van de vergaderingen van de vrijmetselarij genoteerd dat de bekende componist RiJggiero Leoncavallo een verzoek om lidmaatschap had ingediend. Die vraag werd doorgestuurd naar de loge Propaganda. Een week later had het bestuur ontdekt dat Leoncavallo in verbinding stond met de paus. Daarom werd hem de toegang tot de loge geweigerd.

Vroeger stonden de Rooms-Katholieke Kerk en de vrijmetselarij in Italië op gespannen voet met elkaar. Niet zelden veroordeelden de pausen in hun bullen en encyclieken de vrijmetselarij. Dat verergerde toen de vrijmetselaar Garibaldi de kerkelijke staat veroverde. Nu is de situatie veranderd. Officiële vrijmetselarij mag, zij het dat in Italië de relatie op hoog niveau tussen Rome en de vrijdenkende gezindte verre van innig is. Met name kardinaal Ratzinger, het hoofd van de Congregatie voor de geloofsleer, staat bekend als een aartsvijand van de vrijmetselarij.

Met zeker argwaan ziet de RK-Kerk de vrijmetselaarsbeweging als een concurrerende pseudo-religie. Officieel mogen Italiaanse rooms-katholieken geen deel uitmaken van de vrijmetselarij, maar dat gebod wordt massaal overtreden. Veel kerkelijke geleerden, rekenen vrijmetselaars tot hun persoonlijke vrienden en in de informele zin bijten ze elkaar niet meer.

Licio Gelli

Intussen leidde de P2 vanaf haar oprichting een nagenoeg slapend bestaan, totdat Licio Gelli (72) voorzitter-meester werd van de P2. Van de ene op de andere dag veranderde alles radicaal. Gelli was in de oorlog fascist geweest. Hij maakte deel uit van de Zwarte-Pijlbrigade van Mussolini. Nadien ontwikkelde hij zich van matrassenfabrikant tot sluw zakenman en financier. In 1965 trad Gelli toe tot een orde der vrijmetselaren. Spoedig erna werd hij eruitgehaald en werd hij tot secretaris van de P2 gebombardeerd.

Onder zijn beheer werd de indolente P2 plots een actieve geheime loge. Gelli trok alle registers open en nam honderden mensen aan voor zijn loge. Zijn toelatingsbeleid was buitengewoon coulant en ruimhartig. De orde was niet langer een selecte club voor weigestelden: ook variétéclowns mochten van „die handige knaap" toetreden.

Plechtige inwijdingsrituelen, die bij de officiële vrijmetselarij beperkt blijven tot een persoon per keer, ontaardden bij de P2 in massale inwijdingen van honderden tegelijk. Deze sessies hadden plaats in een zaal in een bekend Romeins hotel en werden geleid door een inmiddels geroyeerde grootmeester.

Gelli hield er zijn eigen lijsten en lidmaatschapskaarten op na, waar niemand behalve hijzelf wat van afwist. Toen in een later stadium de politie huiszoeking deed bij Gelli, vond ze in een koffer een lijst met 953 namen. Hieruit kwam aan het licht dat het illustere P2-gezelschap bestond uit ministers, journalisten, uitgevers, industriëlen, militairen en bijna de volledige leiding van de geheime dienst.

Corona

De grootmeesters die in het tijdperk-Gelli het bevel voerden over de P2, lieten hun oren hangen naar Gelli. Als secretaris werd hij zo invloedrijk, dat men uiteindelijk werd gedwongen Gelli voorzitter-meester te maken. Daarmee werd ruim baan gemaakt voor het ontsporen van de P2.

De eerste problemen deden zich in 1970 voor onder grootmeester Salvini. Salvini vreesde Gelli en diens machtige achterban. Hij werd in 1978 opgevolgd door generaal buiten dienst Battelli, grootmeester van 1978 tot 1981. In 1981 werd Armando Corona grootmeester. Corona was een vrijzinnig democraat (Partito Republicano), gepensioneerd arts en ex-president van Sardinië. Hij had een groot menselijk gevoel en beschikte over een uitstekend organisatietalent. „Bovendien kon hij goed èn juist praten", zo weten welingelichte bronnen.

Corona was de man die de duistere praktijken van de P2 ten slotte ontrafelde. Propaganda Due bleek een mysterieuze schaduwregering, die besluitvorming door democratische organen probeerde te omzeilen of te dwarsbomen. „Hoewel de precieze doelstellingen van de loge wazig zijn, lijdt het geen twijfel dat P2-leider Licio Gelli een anticommunistisch netwerk wilde oprichten binnen de hoogste echelons van de Italiaanse staat", schrijft Italiëdeskundige Paul Ginsborg.

De loge van Gelli werd van talloze misdrijven verdacht: politieke spionage, criminele samenzwering, afpersing en fraude. Zo zou ze de aanstichter zijn geweest van de aanslag die rechtse extremisten in 1980 op het station van Bologna pleegden, waarbij 85 mensen het leven verloren. Soms heiligde het doel de middelen, want de P2 had bovendien via kardinaal Marcincus een dubieuze vinger in de pap bij de bank lOR van het Vaticaan.

Corona maakte een lijvig verslag voor het parlement over de activiteiten van de P2. Nadien hield een parlementaire commissie onder leiding van Tina Anselmi zich met de loge bezig. Dit resulteerde in een metersdik verhaal van ettelijke volumes, zonder dat er iets definitiefs uit kwam dat leidde tot een fundamentele aanklacht tegen de P2.

De P2 werd geacht opgehouden te hebben te bestaan. Maar niet dan nadat wegens de betrokkenheid van hoge politici en officieren van de geheime diensten bij de P2 Arnaldo Forlani in mei 1981 als premier moest aftreden.

Kogelvrij

Intussen was Gelli de dans ontsprongen. Hij werd in augustus 1982 gearresteerd tijdens een poging om bij een Geneefse bank enige tientallen miljoenen dollars op te nemen van een geheime rekening, die daar waren gestort door de Zuidamerikaanse filialen van de in moeilijkheden verkerende Banco Ambrosiano.

Aldaar belandde de inmiddels meest gezochte man van Italië in een cel van de strafgevangenis Champ Dolion, waaruit hij in augustus 1983 met de hulp van een omgekochte bewaker op miraculeuze wijze verdween. Hij nam de wijk naar het hem bekende Argentinië. Het was expremier Andreotti geweest die Gelli eerder, in de jaren zestig, in Buenos Aires ontmoette ten huize van Perón. Nog altijd intrigeert het velen mateloos hoe een matrassenfabrikant als Gelli er toen in slaagde op somptueuze Argentijnse staatsbanketten te verschijnen.

Uiteindelijk heeft Gelli het op een akkoordje gegooid met de Zwitserse autoriteiten. Hij meldde zich bij hen. Zwitserland wees de man uit naar Italië, op voorwaarde dat Gelli niet kon worden gedagvaard wegens het tegen hem ten laste gelegde hoogverraad en samenspanning tegen de staat.

Waarschijnlijk berust de uitlevering op een deal tussen Zwitserse en Italiaanse autoriteiten. Sindsdien zit Gelli in zijn vaderland een bizarre vorm van huisarrest uit. Hij is vrij man, wordt door zes lijfwachten beschermd, rijdt rond in een kogelvrije auto en heeft zich geworpen op het schrijven van belletrie, waarvoor hij nota bene prijzen in ontvangst mocht nemen.

Ook publiceerde hij enkele boeken -een ervan draagt de titel De Waarheiden valt hij te bespeuren in de actualiteitenkolommen van bekende tijdschriften. Vorig jaar werd Gelli door een niet erkende vrijmetselaarsloge voorgedragen als kandidaat voor het Italiaanse parlement.

Dit alles doet niets af aan het feit dat deze bevoorrechte staatsgevangene naast enkele recente aanklachten wegens drugs- en wapensmokkel, een van de meest beruchte aangeklaagden is in het al tien jaar zich moeizaam voortslepende proces tegen de P2, terwijl schrijnend genoeg hoofdverdachte Gelli zwijgplicht heeft over de P2. Als de Italiaanse justitie ooit de illusie heeft gehad in Gelli een dankbare getuige te bezitten voor het P2proces, moet ze daarin hevig zijn teleurgesteld.

Hoewel het mogelijk is dat de P2 na 1981 onder een andere naam haar activiteiten heeft voortgezet, wordt dit in brede kring onwaarschijnlijk geacht. Wel ligt het voor de hand te veronderstellen dat irreguliere loges banden onderhouden met de mafia.

Banden met mafia

„De moeilijkheid in Italië is dat er onregelmatige vrijmetselaarsloges zijn", veronderstellen degenen die het betreuren dat de reguliere vrijmetselarij recentelijk in een kwaad daglicht is komen te staan. Politieacties en huiszoeking in het hoofdkwartier van de grootloge van de erkende Grande Oriente d'Italia in Rome leverden geen tastbaar resultaat op. De minister van binnenlandse zaken heeft officieel bekendgemaakt dat „er niets ontdekt is dat tegen de reguliere vrijmetselarij pleit".

Vrijmetselaars hebben de plicht hun broeders ter zijde te staan en het is duidelijk dat dit, als het ook nog in het geheim gebeurt, aanleiding kan geven tot gekonkel. In enkele gevallen is zonneklaar bewezen dat geheime loges contactpunten zijn tussen ondernemers en politici die de verdeling van de openbare aanbestedingen bedisselen. Als er dan -zoals in delen van Italië- mafiosi lid zijn van zo'n belangensociëteit, is de cirkel rond.

Dit was het geval in Calabrië, waar de voortvarende rechter van instructie Agostino Cordova uit Palmi drie kleine loges ontdekte die fungeerden als bemiddelende instantie tussen politici, ondernemers en mafiosi. Deze drie loges maken op hun beurt deel uit van de grootloge die in Genua is gevestigd, de onofficiële Grande Oriente Italiano. Het schijnt dat het om een grootschalige affaire gaat, omdat Cordova begin november al tussen de 250 en 350 mensen in staat van beschuldiging heeft gesteld.

Buiten de wet

Een andere poot van het onderzoek van Cordova richt zich op een enorme handel in wapens en drugs in Calabrië, waar politici bij waren betrokken, die dienst deden als dekmantel. In een paar gevallen zijn er telefoongesprekken afgeluisterd waarin leden van de Calabrische mafia 'nDrangheta elkaar zeiden dat er contact moest worden opgenomen met Licio Gelli, omdat hij er voor kon zorgen dat een kameraad die in de gevangenis zat, niet kon worden veroordeeld. Waarmee gezegd wil zijn dat Gelli vrienden moet hebben bij zowel de mafia als de rechtbank.

Een anonieme ingewijde: „Er kunnen banden zijn tussen de irreguliere vrijmetselarij en de mafia. Op dit moment kan men nog niets bewijzen, maar het zou me niet verbazen. Ik ken Italië en zijn omstandigheden. Voor mafiosi is het ideaal een 'loge' te vormen, waar ze denken dat ze buiten de wet staan". Dat iemand met zo'n uitsmijter het risico loopt op „een bom in de auto", toont aan dat de mafia lange vingers heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 november 1992

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

De Italiaanse orde der vrijmetselaren, mafiosi, ondernemers en politici

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 november 1992

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken