Bekijk het origineel

Bouw van meisjes-ashrama in Irian Jaya kan dank zij gift toch doorgaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bouw van meisjes-ashrama in Irian Jaya kan dank zij gift toch doorgaan

„Gevolgen Indonesische maatregel voor jongensinternaat kunnen we zelf opvangen"

6 minuten leestijd

Een gift deze maand van 200.000 gulden vanuit het Nederlandse bedrijfsleven, maakt de bouw van een meisjes-ashrama (internaat) in Sentani, aan de noordkust van Irian Jaya, weer mogelijk. De mede-financieringsorganisatie ICCO drong enkele jaren geleden bij de zending van de Gereformeerde Gemeenten aan op de bouw van een dergelijk internaat en zou zelf ook meebetalen. Nadat de Indonesische regering besloot geen ontwikkelingsgeld meer aan te nemen uit Nederland werd de bouw van het internaat onzeker.

Voor andere diaconale projecten in Irian die in de knel dreigden te komen lijken ook oplossingen gevonden te worden, aldus drs. G. Nieuwenhuis, algemeen secretaris van de zending van de Gereformeerde Gemeenten. Samen met zendingssecretaris C. Janse en de deputaten ds. L. Blok en ds. P. van Ruitenburg brengt hij momenteel een werkbezoek aan de zendingsgebieden in Indonesië.

Dagelijkse leiding

„De gevolgen van de Indonesische maatregelen voor ons jongensintemaat in Wamena hopen we zelf op te kunnen vangen. Maar voor het meisjesintemaat moesten we andere bronnen aanboren. Die zijn nu gevonden in Nederland. Daar zijn we dankbaar voor". Dat zegt Simson Awom, die samen met Er Dabi de dagelijkse leiding heeft van het jongens-ashrama in Wamena van de Gereja Jemaat Protestan di Irian Jaya (GJPI), voortgekomen uit de zending van de Gereformeerde Gemeenten. Het is een redelijk modern gebouwencomplex waar inmiddels zo'n negentig jongens, allemaal uit de GJPI, onderdak gevonden hebben.

De meesten komen als ze ongeveer twaalf tot veertien jaar zijn. „Maar dat moet je niet al te serieus nemen. Van veel jongens weten we de werkelijke geboortedatum niet eens. De jongens, afkomstig uit het binnenland van Irian (Pass Valley, Landikma, Nipsan, Langda, Bommela, Sumtamon en Ilukwa) volgen voortgezet onderwijs in Wamena. De meesten zitten op de SLTP, de onderbouw van het middelbaar onderwijs, 28 volgen de SLTA, de bovenbouw (waaronder ook de technische school, de verpleegopleiding en de pabo vallen) en één student volgt de opleiding voor godsdienstleraar.

Internaatsregels

Het internaatsreglement is zonneklaar en wordt strikt gehanteerd. Melden voor binnenkomst, afmelden voor vertrek. Te laat binnenkomen: geen eten. Dezelfde straf geldt als niet met de algemene activiteiten wordt meegedaan of wanneer de dagsluiting wordt verzuimd. Driemaal het reglement overtreden betekent verwijdering uit het internaat. En dat gebeurt volgens Awom zo'n keer of drie per jaar. Maar het moet. Men heeft geleerd van het verleden.

Eerder besloot de zending een jongensintemaat te starten in Sentani, vlak bij de hoofdstad van Irian Jaya, Jayapura. De jongens die op de scholen in het binnenland hoog scoorden, mochten, grotendeels op kosten van de kerk, aan de kust verder studeren. „Het toezicht op de jongens bleek echter te gering, de overgang van het zeer eenvoudige dorpsleven naar het stadsleven te groot. Na schooltijd zwierven jongens door de stad, vielen in zonden en er onttrokken zich zelfs aan het toezicht van de kerk", zo vertelt Dabi. „Vervolgens is het internaat in Sentani gesloten en hebben we in Wamena wat hutten gebouwd om de jongens hier bij elkaar te krijgen. In 1984 startten we met een eigen nieuw gebouw en zo'n veertig 'kostgangers'". De naam van het internaat lag voor de hand, vond men. Ashrama Pendeta G. Kuijt staat ook nu nog op een groot bord bij de ingang.

Het bezoek vorig jaar van de vrouw van de vice-president Ibu (mevrouw) E. N. Sudharmono was een hoogtepunt voor het ashrama. Zij verklaarde publiekelijk dat het internaat een voorbeeldfunctie vervult voor Wamena.

Wekker

De kamer(tje)s van het internaat wordt door een zestal jongens bevolkt. De leeftijden zijn op elkaar afgestemd, met de afkomst wat betreft stam is geen rekening gehouden. De kameroudste is medeverantwoordelijk voor de jongens.

Rondom een middenterrein liggen de internaatsgebouwen, de centrale ruimte en de woningen van Dabi en Awom. De klok op het grasveld, een geschenk van een Nederlandse gemeente, wordt niet alleen gebruikt voor stichtelijke doelen als kerkdiensten en wijdingen, hij dient 's ochtends om 05.30 uur ook als wekker. De dag is ingebed tussen ochtendwijding en avondsluiting. Naast schoolgaan en huiswerk maken, worden alle jongens ingezet bij corveediensten, tuinarbeid en marktinkopen doen.

Financieel moet het internaat zichzelf bedruipen. De Yakpesmi, de diaconale stichting van de GJPI, beschouwt de ashrama als een eigen bedrijfje. De meeste jongens ontvangen een studiebeurs van bij voorbeeld het Nederlandse deputaatschap Bijzondere Noden van de Gereformeerde Gemeenten, het ICCO of de Indonesische overheid. Per jaar moet daarvan ongeveer 350 gulden etensgeld en zo'n 80 gulden kamerhuur worden afgedragen. Met deze inkomsten moet de exploitatie van het ashrama plaatsvinden.

Geen uitbreiding

Valt ook hier het ICCO-geld weg dan wordt het heel moeilijk, aldus pendeta Enos Wandik, de voorzitter van de Raad van Toezicht van het internaat. Hij wijst er echter op dat in de stad Wamena ook andere jongens wonen, die naast hun studie zelf een inkomen bijeen kunnen vergaren en zo in hun onderhoud voorzien. „Waarom zou dat voor de jongens hier, die nu nog ICCO-geld ontvangen, onmogelijk zijn?"

Ds. Wandik verwacht in de toekomst geen uitbreiding van het internaat. „Ook in Pass Valley wordt een school gebouwd voor (de onderbouw van) het middelbaar onderwijs. Jongens en meisjes uit Pass Valley en Landikma kunnen dan daarheen gaan en hoeven niet naar Wamena of Sentani te verhuizen. Dan komt hier weer voldoende capaciteit voor de jongens uit andere plaatsen".

Tellen

 „Ein, toewee, deri, vieg". Ze hébben het onthouden. Nederlands tellen, maar dan wel op z'n Indonesisch. Vier van de acht meisjes die aan de kust mogen studeren, verblijven in een klein internaat in Sentani. We brengen het viertal naar het nieuwe kerkelijke kantoor van de GJPI. Het gebouw is inmiddels opgeleverd en moet worden schoongemaakt. Nog voor Jayapura kunnen ze tot tien tellen in het Nederlands. Ze beloven het te zullen onthouden.

De acht meisjes verblijven in een woonhuis aan de Pos Tuju, de straat waaraan ook de internationale school gevestigd is, een Amerikaanse instelling voor kinderen van (zendings)werkers in Irian.

Dit kleine meisjesinternaat wordt beheerd door Malchus Nekweg en zijn vrouw. Malchus studeert theologie en hoopt binnen enkele jaren een gemeente te dienen. Voor het zover is zal, zoals het er nu uitziet, een eigen internaat zijn gebouwd waar veertig meisjes uit het binnenland van Irian Jaya een onderkomen kunnen vinden.

Dat geeft dan tegelijk een groter aantal meisjes de mogelijkheid om, na de lagere school, verder te studeren. Ds. Wandik is daar erg blij mee. „Want onderwijs blijft een bittere noodzaak. Wij moeten kader hebben, op theologisch gebied, maar ook op technische, medische en andere terreinen. Zolang dat er onvoldoende is, kan de GJPI nog niet écht zelfstandig functioneren en moet de Nederlandse zending blijven ondersteunen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 december 1992

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Bouw van meisjes-ashrama in Irian Jaya kan dank zij gift toch doorgaan

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 december 1992

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken