Bekijk het origineel

Natuurbeheer moet bossen vitaliseren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Natuurbeheer moet bossen vitaliseren

Ederveense tuinder en boomkweker Konijn: „Invloed zure regen op kwaliteit bossen wordt sterk overschat"

6 minuten leestijd

EDE - Regelmatig duikt de gezondheid van de Nederlandse bossen op in de media. Deskundigen zijn het erover eens dat de kwaliteit van de bossen de afgelopen tien, twaalf jaar achteruit is gegaan. Steeds vaker wordt het woord "vitaliteit" gehoord. Waterhuishouding, zorgvuldige aanplanting en uitdunning, maar ook bestrijding van ziekten en kwalen verdient meer aandacht als het gaat om het revitaliseren van de bossen, aldus mensen uit de praktijk. „De neerslag zal vast wel zuur zijn, maar dit wordt zwaar overtrokken. Er zijn meer oorzaken waarom bossen er slecht bij staan, bij voorbeeld het falende aanplantsysteem en niet te vergeten de grondwaterstand", meent tuinder en boomkweker L. Konijn uit Ederveen.

Konijn, eigenaar van tuincentrum een boomkwekerij Konijn en Co. in Ederveen, heeft er zo zijn eigen gedachten over. „Het begrip zure regen ligt tegenwoordig te makkelijk in de volksmond, zonder dat men er goed van op de hoogte is. Vaak worden zure verhalen gebruikt als motief om maatschappelijke regels ingevoerd te krijgen", aldus Konijn. „Wij zitten in het buitengebied van de gemeente Ede. Rondom ons bedrijf is relatief veel intensieve veehouderij aanwezig. En volgens de tegenwoordig geldende normen zou het aan onze aanplant zeker te zien moeten zijn".

Economisch

„Maar ja, het tegendeel kunt u hier zien. Zelfs de langzaam groeiende dennen die er al 10 tot 15 jaar staan, doen het prima. Het grote verschil met het bos is dat wij het economisch bekijken. Wij onderhouden en verzorgen het bomenbestand. Daarom pleit een vermindering van de vitaliteit van de bossen voor een ander beheer. Waterhuishouding, plantdichtheid, ziekten, voedingsbodem en de keus van de boomsoorten voor de verschillende grondsoorten verdienen nu eenmaal alle aandacht.

 Wanneer de groeiomstandigheden goed voor elkaar zijn, kan het bos best een stootje hebben. Echter, een dergelijk verantwoord beheer van bossen zal veel geld kosten. De samenleving moet dit voor de bossen overhebben. Maar Gabor wil niet meer geld uittrekken voor het bosbeleid", beweert de boomkweker. „De staatssecretaris zag geen mogelijkheden om actie te ondernemen, las ik in de krant. De voorzitter van de Nederlandse Bond van Boomkwekers, G. Van Gelderen, heeft opgemerkt: „Staatssecretaris Gabor heeft gezegd geen behoefte te hebben aan nieuw onderzoek. Daarin ben ik het met hem eens. We weten heus wel waar de schoen wringt. Een goed beheer kost meer geld".

Ondanks de sterke verhalen wil Konijn niet een hetze beginnen tegen de zure regen. „De neerslag zal vast wel zuur zijn, maar het wordt zwaar overtrokken. Er zijn, zoals gezegd, meer oorzaken waarom bossen er slecht bij staan, bij voorbeeld het falende aanplantsysteem en niet te vergeten de grondwaterstand.

Na de Tweede Wereldoorlog is veel snelgroeiend bos ingeplant voor de houtproduktie. Er werd toen niet gekeken of de soorten wel geschikt waren voor Nederlandse omstandigheden. Ik ben er niet op uit met de beschuldigende vinger te wijzen; het gebeurde toen immers uit onwetendheid. Sinds 1985 letten wij juist op de herkomst van ons zaaigoed. De spullen die bewezen hebben het goed te doen, vermeerderen wij verder. Er wordt bij ons een strenge selectie toegepast. Iets wat in de kweek afwijkingen vertoont, moet eruit, om later een zo gezond mogelijk gewas te creëren".

Over de verzuring als oorzaak van de slechte gezondheid van de bossen rezen bij Konijn ook twijfels toen hij een recent verschenen boekje van Karel Beekman las, getiteld: "Het broeikaseffect bestaat niet". „Amerikaanse en Europese onderzoekers trekken interessante conclusies", aldus Konijn. „In het boek komt ook het verzuringsonderzoek van het RIVM (rapport 200-09) aan bod. Dit onderzoek werd alleen uitgevoerd bij Douglassparren op goed doorlatende, arme zandgrond en op heide. Maar, meldt hetzelfde RIVM-rapport, vergeleken met het totale bosbestand is van de Douglassparren een ruim drie keer zo groot gedeelte nauwelijks of niet vitaal".

Volgens het pas verschenen vitaliteitsonderzoek liggen die percentages als volgt: van het totale bos is 34,6 procent weinig tot niet vitaal, van de Douglassparren is dat 77,3 procent.

Bosbedrijf Ede

„Schade aan bossen door droogte en stormen is onvermijdelijk. Bovendien is er de bezorgdheid over de luchtverontreiniging, die de vitaliteit van onze bossen bedreigt. Maar geïntegreerd beheer leidt op den duur tot bos dat minder ontvankelijk is voor storingen", zegt G. J. Denekamp, bosbouwkundig medewerker van het gemeentelijk bosbedrijf in Ede. Het gemeentelijke bosbezit is zo'n 1800 hectare groot. Het bos kan in vier delen onderscheiden worden: het Edese bos. Westerode, Peppelenburg en de Ginkel/Hindekamp. Het merendeel van die bossen heeft de kenmerken van ontginningsbos. Dit betekent dat in de crisisjaren op die arme gronden overwegend grove den geplant werd. Op de wat betere gronden staan vooral lariks en douglas, geplant na de oorlog.

Vergeleken met het totale Nederlandse bos heeft Ede vooral meer grove den, terwijl het eikenbestand ongeveer vier keer zo klein is. Denekamp: „Houtproduktie was bepalend voor het beheer, terwijl eisen als afwisseling en geschiktheid voor die gronden minder op de voorgrond gesteld werden. Grote stukken naaldbos werden op relatief jonge leeftijd weer kunstmatig verjongd".

De laatste jaren is er in het gemeentelijk bosbeleid een kentering gaande. De verjongingsoppervlaktes worden kleiner, oude loofbomen worden gespaard en er wordt meer loofbos ingeplant, vertelt de boswerker. „Juist loof hout doet het onder Edese omstandigheden prima. Een verstandig beheer van de bossen vraagt geld, maar die kostenpost lijkt in de politiek steeds meer het onderspit te moeten delven.

Bij een goed beheer horen gerichte dunningen. Alleen vakbekwaam personeel kan veilig selecteren, het zogenaamde blessen. Dit zal moeten leiden tot een ecologische stabiliteit en minder stormgevoeligheid. Wij zijn uit op een groter aandeel inheemse boomsoorten en een open structuur van ons bos, dat bereikt kan worden met een wat lagere bezetting".

Spanningsvelden

Volgens de boomspecialist leidt overbezetting tot meer uitval en een kortere levensduur. „We hebben voortdurend rekening te houden met de wensen van de politiek. In het structuurplan van de gemeente Ede staat voor het bosbeleid een aantal wensen op een rijtje. Het beleid moet met name gericht zijn op het in stand houden en ontwikkelen van natuurwaarden en het moet een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het landschap. Daarnaast dient het bos geschikt te zijn voor recreatie en ten slotte blijft eigenlijk ook de houtproduktie nog belangrijk. Vooral omdat we nu strenger selecteren, zal de totale houtoogst voorlopig wat toenemen".

Denekamp is onzeker over de toekomstige ontwikkeling van de bosvitaliteit. „Voorlopig zijn wij zuinig met gezonde bomen en leggen we bij de dunningen de nadruk op het bevorderen van vitale exemplaren".

Zowel de boomkweker als de bosbouwkundige brengt het agrarische aandeel in de aantasting van de vitaliteit van de bossen zelf ter sprake. Denekamp: „Het is onjuist om te stellen dat alléén het agrarische gebeuren de oorzaak zou zijn, ook het verkeer en de industrie zijn verantwoordelijk voor zure regen. Eigenlijk is het een maatschappelijk probleem. We zullen allemaal iets van onze welvaart moeten inleveren, als we het milieu willen verbeteren".

Intussen werkt de gemeente Ede aan diverse bestemmingsplannen voor het buitengebied. Onder meer voor het gebied De Driesprong, een landbouwenclave van 450 hectare, waar volgens de meest recente normen de mestproduktie vijf maal te groot is, aldus een projectplan. Daarnaast dient de hoeveelheid neerslag van ammoniak in het gebied drie tot twintig maal kleiner te worden. Zo wordt de landbouw in het plan van bureau Nieuwland niet meer inpasbaar geacht in De Driesprong, maar elders nog wel.

Onderzoek

Het onderzoek naar de vitaliteit van het bos heeft veel reacties losgemaakt. Het Informatie en KennisCentrum (IKC) Natuur, Bos, Landschap en Fauna in Utrecht deed verslag van de inventarisatie 1992. Deze onderzoeken worden sinds 1984 uitgevoerd. Duidelijk komt naar voren dat landelijk gezien de vitaliteit ten opzichte van vorig jaar is verslechterd.

Het onderzoek werd uitgevoerd op zo'n 1500 meetpunten in de periode van 20 juli tot en met 4 september. Gekeken werd naar het naald- en bladverlies en de naald- en bladkleur. „Opgemerkt zij", aldus ir. T. F. C. Smits in de publikatie, „dat de weersomstandigheden in 1991/1992 uitzonderlijk waren".

Het groeiseizoen van 1991 eindigde met een extreem droge en zeer warme periode; augustus 1991 was de droogste augustusmaand van de eeuw. Het groeiseizoen 1992 begon met de warmste meimaand van de eeuw. Op het moment dat eind augustus van dit jaar de regen overvloedig viel, waren de vitaliteitsonderzoeken vrijwel afgerond. Voor het vierde achtereenvolgende jaar is er sprake van een droog en warm groeiseizoen.

Ten aanzien van luchtverontreiniging wil het rapport geen conclusies trekken over de mate waarin de vitaliteit hierdoor is bepaald.

Een andere factor die in de publikatie naar voren komt, is de verdroging ofwel de verlaging van de grondwaterspiegel. Dit wordt veroorzaakt door de waterwinning en de versnelde bovengrondse afvoer van water, aldus het rapport.

Valleicommissie

Ook de EG invenXariseert het bos. In dat onderzoek blijkt eveneens dat de toestand in 1990 ten opzichte van 1989 is verslechterd. Voorzover Nederland (14 van de in totaal 2005 opnamepunten) apart vergeleken kan worden met de andere lidstaten kan aleen gezegd worden dat het Nederlandse bos zich in 1990 aan de „gezonde kant" bevond.

Dat de cijfers over de luchtverontreiniging niet altijd even nauwkeurig kunnen zijn, bewijst wel de brochure "Ammoniak in de Vallei", een uitgave van de Valleicomraissie, onder redactie van A. Ekelenkamp van de Regionale Inspectie Milieuhygiëne Gelderland. „Bij berekeningen wordt altijd gebruik gemaakt van bepaalde rekenmodellen, aannames, invoergegevens, gemiddelde situaties en dergelijke. Dit brengt een bepaalde onnauwkeurigheid met zich mee.

De grootste onzekerheid wordt geleverd door schattingen in de berekeningen van de ammoniakuitstoot. Op dit moment is de onnauwkeurigheid van de berekeningen voor de gemiddelde totale zure neerslag 15 tot 50 procent voor berekeningen voor Nederland als geheel".

Hoewel een belangrijk deel van het onderzoek naar de relatie tussen luchtverontreiniging en bosvitaliteit van douglassparren op arme gronden door het RIVM is uitgevoerd, wordt dit niet in de brochure van de Valleicommissie aangehaald.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 december 1992

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Natuurbeheer moet bossen vitaliseren

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 december 1992

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken