Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rijke adventstekst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rijke adventstekst

6 minuten leestijd

„Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefde steen, een kostelijke hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten". Jesaja 28:16

Wat een droeve dingen staan er toch beschreven in de verzen die aan het zestiende vers van Jesaja 28 voorafgaan. Wat erg als er gespot wordt met 's Heeren Woord en inzettingen. Dat deden ook de oversten van het volk van Juda. Ze spraken ervan dat ze een verbond met de dood gemaakt hadden en een voorzichtig verdrag met de hel. In vers 22 zegt de profeet zo ernstig: Nu dan, drijft de spot niet, opdat uw banden niet vaster gemaakt worden. Wie voortgaan Gods Woord te verachten, en op leugen en bedrog te bouwen, zullen beschaamd worden, ja, die zullen Gods toorn ondervinden.

Maar nu klinkt er in ons teksthoofdstuk te midden van de aankondigingen van Gods oordelen nog een wonderlijk woord, een wonderlijk Evangelie. De Heere wijst daarin de enige en ware grond aan waar wel op te bouwen is. Neen, niet op leugen en bedrog. Niet op iets van de zondige mens. De Heere wijst ons heen naar dat wat Hij In de volheid des tijds in Christus zou bereiden. In Hem zou God een waar en vast fundament geven, en wie daarop rust, die zal niet beschaamd uitkomen.

Welk een rijke dingen zou God doen voor Zijn Sion, voor Zijn volk. In Christus zou God een grondsteen geven, waarvan geldt dat wie daarop rust, waarlijk behouden wordt Zij die in de weg des Heeren gaan, leren het hoe onmogelijk zijzelf een grondsteen kunnen leggen waarop rustend zij behouden worden. Hoe worden ze er toch aan ontdekt dat zij alles verloren en verdorven hebben door hun zonde en niets kunnen aanbrengen tot hun behoud. Van nature willen we er niet aan, dat er uit ons niets Is dat ons leven doet voor God. Maar wanneer we in Gods weg gaan, dan houden we in onszelf niets over om ons mee staande te houden. Dan moeten we ziende op wie wijzelf zijn, het uitroepen: Hoe zal ik toch voor God leven en rechtvaardig zijn.

Maar hoor toch van Wie onze tekst spreekt. Onze tekst spreekt van Hem Die God zou zenden op deze aarde, opdat Hij waarlijk een grond tot behoud zou aanbrengen. En God hééft Hem in de volheid des tijds gezonden. Er is geen andere grond tot behoud dan alleen de Heere Jezus Christus. Bouw niet op zondige en bedrieglijke gedachten. Zoek niet uzelf met het uwe te handhaven en te rechtvaardigen, maar zoek in Hem, Die God in Sion als een grondsteen gelegd heeft, uw behoud en uw leven. Begeer toch, als een allesmissende en allesonwaardige in uzelf, dat Hij u als een levende steen bouwt op dat fundament, dat Hij door Zijn lijden en sterven heeft aangebracht. Het zij uw bede: Heere, red Gij mij, ongerechtige en onreine, door Uw gerechtigheid.

God noemt Hem in onze tekst ook een beproefde steen. Door beproeving kan in het gewone leven al blijken of Iets kostbaar en duurzaam is. En hoe bleek nu Christus door alles heen waarlijk de grondsteen van Gods Kerk te kunnen zijn, ja, te zijn. Hoe is in de volheid des tijds de Heere Jezus toch door diepe wegen heen gegaan. Hoe is de macht van de boze toch op Hem aangevallen. Maar hoe bleef Christus toch staande in de verzoekingen van de boze. Wat moest hij toch lijden vanwege de toorn van God tegen de zonde. Maar Hij bleef getrouw aan Zijn Vader. Hij overwon de macht van de duisternis. En de rechtvaardige God kon niet anders dan Zijn goedkeuring over 't werk van Zijn zoon schenken. Hoe bleek dat In Zijn opstanding uit de doden.

Ja waarlijk, een beproefde steen. En die in oprechtheid met hun onreinheid en onheiligheid tot Hem vluchten en in Hem alleen de reiniging van hun zonden en hun zaligheid zoeken, die leren het dat er bij Hem waarlijk verlossing en uitkomst is.

De tekst noemt Christus ook een kostelijke hoeksteen. De hoeksteen was een grote steen, die op de hoek van het huls diende om de muren met elkaar te verenigen en zo aan het gebouw meerdere vastigheid te geven. De hoeksteen betekende dus eigenlijk de hechte samenvoeging van het huls. En welk een kostelijke hoeksteen heeft God toch in Christus voor Zijn Kerk gegeven.

In zich zelf is het volk des Heeren zonder heerlijkheid. Wat is het toch in zich zelf een zwak en onmachtig volk. Als het toch van dat volk zelf moet komen, dat het voor God zou leven, dan is het een hopeloze zaak. Hoe leert het toch van zich zelf belijden onbekwaam te zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Maar hoe groot is het toch voor Gods Kerk, dat de Heere Jezus die kostelijke hoeksteen is. Door Hem heeft Gods volk heerlijkheid, door Hem heeft Gods volk vastheid. Door Hem is het, dat zij die Hem toebehoren, door de machten der duisternis niet overweldigd worden. Zalig wanneer we Hem hebben leren nodig krijgen en, door Hem gereinigd van onze zonde, voor God mogen leven. Zalig wanneer we op Hem gebouwd worden en uit Hem leven. Dan mogen we het weten: Hij is het, Die ons draagt en kracht geeft. Hij, de kostelijke Hoeksteen, Die wel en vast gegrondvest is.

En nu komt het er op aan, dat we door een oprecht geloof op Hem rusten en op Hem bouwen. Wat zijn we toch te beklagen, wanneer we weer het wonder van de geboorte van Christus gaan herdenken en van Hem spreken en zingen, maar we gaan door in onze zondige wegen, bouwend op het onze. Hoe droevig Is het, dat zo velen bulten Hem voortkunnen. Wat wens ik toch dat u door de leiding van Gods Geest en Woord voor de Heere u verootmoedigt vanwege uw zonden en in een levend geloof, voor het eerst of opnieuw, in Hem alleen uw behoud en uw leven zoekt Wie gelooft, wie door een oprecht geloof op Hem bouwt, zal niet haasten, of anders: die zal niet vluchten. Wie oprecht in Hem gelooft, zal niet beschaamd uitkomen. De oprechte gelovige leert ondervinden dat God een wonderdoend God is, Die om Christus' wil hem genadig is.

Zalig zij die in een levend geloof het alleen van de Heere Jezus verwachten en op Hem betrouwen en Hem bidden om Zijn genade en ontferming, met het pleiten op de verdiensten van Zijn lijden en sterven. Zij zullen eenmaal, volkomen verlost van alle zonde en nood, die hier nog zo kan benauwen. Hem In volkomenheid grootmaken en zich erover verwonderen dat Hij om hen te behouden Zich heeft willen vernederen tot in de dood des kruises toe.

Ds. J. Vroegindeweij, Katwijk aan Zee

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1992

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Rijke adventstekst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1992

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken