Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Robeco verliest terrein aan de banken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Robeco verliest terrein aan de banken

5 minuten leestijd

De mogelijkheden om via een beleggingsfonds kapitaal uit te zetten zijn de laatste jaren fors uitgebreid. Er is volop keuze. De banken proberen met nieuwe produkten op dit gebied klanten aan zich te binden. Robeco, dat in het verleden over nagenoeg een monopoliepositie beschikte, verliest daardoor marktaandeel. Gemiddeld genomen scoorden de obligatiefondsen in de afgelopen tijd het best.

Begin deze maand bracht ABN Amro de vijfde editie uit van het naslagwerk "Beleggingsinstellingen". Deze publikatie bevat een schat aan wetenswaardigheden voor de mensen die hun vermogen toevertrouwen aan genoemde instituten en hopen te profiteren van de deskundigheid die zulke financiële bedrijven in huis hebben.

Naast algemene informatie over bij voorbeeld markten, wetgeving en fiscale aspecten, treffen we in het boek kerngegevens aan van 153 veel gevraagde fondsen. Het verschaft ten aanzien van elk van die inzicht in onder meer beleid, risico, kosten en resultaten. Voor de belegger die een keuze moet maken uit het brede aanbod vormt deze studie een prima leidraad. De prijs ervan is echter niet mis: 250 gulden (exclusief btw). We nemen een aantal cijfers en ontwikkelingen die in het rapport aan de orde komen onder de loep.

Veel nieuwkomers

Om te beginnen letten we in kort bestek op de historie van het fenomeen beleggingsinstellingen en op het waarom van hun bestaan. In 1774 richtte de Amsterdamse makelaar Abraham van Ketwich het eerste fonds op in deze sfeer. Het kreeg de naam "Eendragt maakt Magt". Niet lang daarna startte -ook weer een veelzeggende aanduiding- "Voordelig en Voorsigtig".

We gaan een heel stuk verder in de geschiedenis. De introductie van Robeco dateert van 1933. Pas in de jaren vijftig, toen de welvaart groeide, nam de belangstelling onder het publiek voor dit soort fondsen sterk toe. Een ware explosie van nieuwkomers beleefden we vanaf omstreeks 1986. Op dat moment werd in ons land gehandeld in 86 beleggingsinstellingen. Drie maanden geleden bedroeg het totaal 428, zo blijkt uit het overzicht van ABN Amro. Daaronder bevinden zich 35 buitenlandse en daarvan bezitten er 179 notering aan de Amsterdamse effectenbeurs.

"Eendragt maakt Magt"; die slogan geeft uitdrukking aan de bestaansgrond. Beleggen is een gecompliceerde aangelegenheid. Zij vereist veel tijd en kennis. De particulier met een spaarpotje achter de hand ontbreekt het veelal hieraan. Door in een beleggingsfonds te stappen participeert hij in een collectieve belegging. Professionele fundmanagers verrichten voor hem het werk. Zij zorgen voor beperking van het risico door spreiding aan te brengen bij de aanwending van het gezamenlijke kapitaal en spelen met aan- en verkopen van waardepapieren en- objecten onmiddellijk in op de actualiteit, op kansen en bedreigingen. Het individu neemt deze deskundigen in de arm om, binnen het geheel van zijn specifieke wensen en voorkeuren, zoveel mogelijk met zijn geld te verdienen.

Marktaandeel

De omvang van het via beleggingsinstellingen uitstaande vermogen is in 1990, vooral door het ongunstige khmaat tengevolge van de Golfcrisis, scherp gedaald. Na die inzinking trad een herstel op. Eind juni van dit jaar bedroeg de marktwaarde 65 miljard gulden. Daarmee waren we terug op het niveau van 1989.

Tien grote beheerders hebben samen zo'n 90 procent van het totaal in hun portefeuille. De lijst wordt met fUnke voorsprong aangevoerd door Robeco (46,3 procent). Hierna volgen ABN Amro (22,4 procent), ING Bank (5,1 procent). Bank Mees & Hope (3,3 procent) en de Postbank (2,5 procent). Het kapitaal dat deze financiële concerns beheren, is verdeeld over diverse fondsen. Zo onderscheiden we bij Robeco het gelijknamige aandelenfonds (dat met ruim 9 miljard gulden de grootste beleggingsinstelling van Nederland is), Rodamco, Rorento en Rolinco.

We signaleren enkele opvallende trends. De Robeco Groep heeft in de voorbije tijd veel terrein verloren. Het marktaandeel van de marktleider kromp van 56,3 procent in 1989 tot 46,3 procent thans. In de verhevigde concurrentieslag ging het de banken voor de wind. ABN Amro boekte een winst van 4,1 procentpunten. De Postbank introduceerde pas in 1990 haar eerste beleggingsfonds, maar bezet nu inmiddels al de vijfde plaats.

Verder zien we een duidelijk verschuiving in de voorkeur van de klant van risiconemende fondsen (aandelen, vastgoed, venture capital) naar risicomijdende fondsen (obligaties en liquiditeiten). Dit mogen we uiteraard toeschrijven aan de slechte gang van zaken in de sectoren van de aandelen en het onroerend goed alsmede aan de hoge rente. Deze factoren m^en de vastrentende waarden aantrekkelijker. Het marktaandeel van de gezamenlijke aandelenfondsen kelderde van 42,3 procent ultimo 1989 naar 33,8 procent eind juni van dit jaar, dat van de vastgoedfondsen van 25,9 naar 18,8. De fondsen die in obligaties zitten klommen daarentegen, van 23,6 naar 32,6 procent.

Prestaties

De prestaties (performances) van de beleggingsinstellingen zijn onderling moeilijk vergelijkbaar. Het rendement omvat het koersresultaat en eventuele dividenden en uitkeringen. Maar bij een beoordeling moeten we ook betrekken de risicograad. Die wordt gemeten aan de hand van vroegere schommelingen in het rendement. Het is een strikt individuele afweging van de belegger hoeveel risico hij wil aanvaarden en hoeveel verwachte opbrengst daar tegenover moet staan. Stel dat een fonds in een bepaalde periode een fantastisch resultaat boekt, maar dat het zich tegelijk kenmerkt door een erg hoog risico; de een zal dit een attractieve beleggingsmogelijkheid achten, terwijl een ander het veel te gewaagd vindt om zijn financiële middelen op zo'n wijze uit te zetten.

ABN Amro hanteert in de studie de zogenaamde Sharpe-maatstaf. Die koppelt rendement en risico en drukt beide uit in één getal. Daarbij vooronderstelt men overigens een zogeheten risico-avers beleggersgedrag. Uit de cijfers blijkt dat de obligatiefondsen in de drie jaren tussen november 1989 en ultimo oktober 1992 de beste performance wisten te realiseren. Het hoge rentepeil stond garant voor een hoog rendement en bovendien kent deze categorie fondsen nu eenmaal een beperkt risico. Voorts ging het met de aandelenkoersen minder voorspoedig en werd de sector van het vastgoed wereldwijd getroffen door malaise. In de top-10 die ABN Amro heeft opgesteld gaat het eigen Obligatie Groeifonds aan kop, vóór de Nederlandse Participatie Maatschappij (NPM), die vorig jaar eerste was.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 december 1992

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Robeco verliest terrein aan de banken

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 december 1992

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken