Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over de spreekwoordelijke Nederlandse achterlijkheid in de Nieuwe Wereld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over de spreekwoordelijke Nederlandse achterlijkheid in de Nieuwe Wereld

11 minuten leestijd

Gaspard de Coligny, schoonvader van Willem van Oranje, zond een kleine vloot naar Brazilië met het tweeledige doel zowel met Spanje als met Portugal de concurrentie aan te gaan en een protestantse kolonie te stichten. Een franciscaner monnik, André Thevet, die meevoer, bericht er later over in een boek dat in 1558 in Antwerpen verschijnt. Hij is een van de velen die zijn bevindingen over de Nieuwe Wereld op schrift stelden en die in dit jaar, 1992, opnieuw in de belangstelling staan.

Overigens zou het nog wel enige tijd duren voordat er op de Braziliaanse oostkust een kolonie werd gesticht. Pas in 1630 slaagde de West Indische Compagnie erin hier voet aan grond te krijgen en die protestanten heten dan voor een deel contra-remonstranten; alhoewel er geen reden is aan te nemen dat de WIC „louter een instrument was vaa rancuneuze, calvinistische réfugiés uit Zuid-Nederland", als we P. C. Emmer, een autoriteit op het gebied van de Nederlandse slavenhandel en slavernij in de Nieuwe Wereld, mogen geloven.

In twee recente publikaties die ter gelegenheid van het Columbusjaar verschijnen, wordt ingegaan op de verhouding tussen Nederland en Latijns Amerika. De hispanist J. Lechner geeft een overzicht van de vroege Nederlandse drukken en vertalingen van werken over de Nieuwe Wereld. Vaak betrof het teksten waaraan de tijdgenoot om veelal ideologische redenen belang hechtte. Méér dan gewone belangstelling viel de Nederlandse vertaling van het werk van Las Casas ten deel. Deze Spaanse geestelijke stelde in felle bewoordingen de misstanden S'an de Spaanse conquista aan de kaak. In zijn oeuvre geeft echter hij een vertekend beeld van de Spanjaarden, dat tot in lengte van dagen de opvattingen over 'de Spanjaard' in veel Europese landen van lange spookschaduwen zou voorzien.

Slechte waarnemers

Ook Nederland ontkwam niet aan generalisaties over de Spanjaard. Dat blijkt tenminste uit het betoog van R. Th. J. Buve over Nederlandse opinies over Mexico in de negentiende eeuw. De Nederlandse ideeën van 1820 tot 1920 aangaande Mexico komen niet uit boven het niveau van een neerbuigendheid tegenover een land waarvan men de cultuur amper kent. Bijna alle schrijvers bekeken het land door een Europese bril en maken zich schuldig aan flinke vertekeningen, waardoor alle lagen van de Mexicaanse bevolking meestal een onvoldoende kregen voor gedrag en vlijt, aldus Buve.

De Spaanse kolonisator met zijn verderfelijke inslag kreeg de schuld dat de toestand van de inboorlingen het karakter droeg van „half wilde paria's", terwijl de halfbloeden en mestiezen „in een staat van jammerlijke zedenverbastering" verkeerden.

Beschamend is dat Nederlandse passanten in Mexico zich als slechte waarnemers manifesteerden. De Nederlandse auteurs hadden nogal een hoge dunk van dictators als Porfirio Díaz en vervielen in ware hagiografieën over dit brute heerschap, dat niet schroomde zelf het moordwapen ter hand te nemen. Maar „een weinig bloed moest vloeien om veel bloed te sparen", klinkt het vergoelijkend. Buve voert deze bewondering voor een sterke figuur terug op de politieke situatie in het toenmalige Nederland, waar persoonlijkheden als Abraham Kuyper de eerste viool speelden.

Plancius

Het wekt geen bevreemding dat de maritieme traditie van de Nederlanden bijdroeg aan een grote cartografische kennis van het nieuwe werelddeel. De bloei van de Nederlandse cartografie ligt in de eerste, oorlogszuchtige periode van de West Indische Compagnie (16211674), toen de vaart op de kraal, het Caraïbische gebied, groot was en de behoefte aan navigatie navenant. De ons welbekende Petrus Plancius was de vader van de Nederlandse cartografie. Hij was -en dat wordt wel eens vergeten- zeer afhankelijk van hooggekwalificeerde Iberische bronnen.

Nadat de WIC in 1674 failliet ging en in 1734 werd opgeheven, bekoelde de belangstelling van maritiem Nederland voor de Nieuwe Wereld. Na de napoleontische tijd (1815) nam ze weer toe. Van de weeromstuit bleek het Nederlandse opstand tegen het Spanje in de 16e en 17e eeuw als inspirerend voorbeeld te werken voor Latijnsamerikaanse onafhankelijkheidsstrijders. De details van de vrijheidsstrijd van Willem van Oranje sloegen bepaald aan in Latijns Amerika, dat zich wilde losworstelen van het Spaanse juk.

Nederland manifesteerde zich bovendien als een gretige wapenleverancier op het andere continent. In 1825 stuurde de Nederlandse Handel Maatschappij een schip met een lading, van 6000 geweren naar Mexico in de veronderstelling „...dat ze in deze woelige streken bijzonderen aftrek zouden vinden, doch het viel tegen en de Koning der Nederlanden was gedwongen van haven tot haven met zijn geweren te leuren".

De marine kwam alleen in actie, als er bescherming moest worden geboden aan Nederlandse belangen en onderdanen. Pas tijdens en na de WO II werd het handelsverkeer met Zuid-Amerika relatief groter. Veel Latijnsamerikanen zouden nogal onder de indruk zijn van het fraaie uiterlijk van Nederlandse marineschepen, hetgeen erin resulteerde dat de marine een flink deel van haar verouderde vloot sleet aan Peru en Argentinië. En zo zijn deze boten hedentendage een „drijvend gedenkteken ter herinnering aan de oude maritieme relatie tussen Nederland en de voormalige Spaanse en Portugese koloniën", stelt H. Ph. Vogel.

Slaven

In het oog springend zijn de bijdragen van P. C. Emmer over de Nederlandse expansie in het Aüantische gebied. Aan de hand van degelijk uitgewerkte vraagstellingen komt hij tot de conclusie dat de Republiek in kwantitatief opzicht daartoe weinig heeft bijgedragen, maar in kwalitatief opzicht des te meer. Alleen over het Nederlandse aandeel in de Atlantische slavenhandel zijn exacte gegevens bekend. Die bedroeg 5 procent van het totaal. Voor wat betreft handel en zeevaart weten we dat de Republiek een cruciale rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de Atlantische economie.

Nederland probeerde bij voorbeeld als eerste het Iberische monopolie in het Atlantische gebied te doorbreken. Verder was Nederland doorslaggevend bij de ontwikkeling van de plantage-economie. De Nederlanders introduceerden de techniek van de suikerverwerking, voorzagen de planters van slaven en brachten de koffie van Java naar het Caraïbische gebied.

De Europese kolonisators gingen over tot gedwongen migratie van Afrikanen naar Amerika, nadat eerst miljoenen Indianen door werkomstandigheden het leven hadden gelaten. Nieuw onderzoek heeft echter boven water gebracht dat Indianen ook door hun ziekten stierven, waartegen ze niet resistent waren, hetgeen overigens J. H. Elliott eerder poneerde in zijn essay "The world after Columbus" (New York Review, 10-10-1991).

Ethiek

Medio negentiende eeuw werd slavenhandel en slavernij afgeschaft. Emmer betoogt dat dat niet gebeurde uit economische motieven. Hij toont op grond van recent historisch onderzoek aan dat afschaffing van de slavernij in economisch opzicht juist desastreus is geweest. Het inhuren van vrije arbeiders of van contractarbeiders was namelijk veel duurder. Anderzijds had het leven van de ex-slaven weinig in petto. De conclusie dringt zich op dat in economisch opzicht voor de afschaffing van de slavernij geen noodzaak aanwezig was. Alleen op morele en ethische argumenten hebben de voortrekkers van de afschaffingsbeweging hun doel bereikt, betoogt Emmer.

Een eeuw na de abolitie (1863 in Nederland) drukt het plantage- en slavernijverleden nog steeds op de huidige nakomelingen van de slaven. Zonder suiker en katoen hadden de plantages weinig perspectief en was er geen werk meer voor de ex-Afrikaanse bevolking. „Het gevolg was een massale emigratie uit het Caraïbisch gebied naar Europa en Noord-Amerika: Afrika uit Amerika". Thans woont een derde van de Surinaamse bevolking en de Nederlandse Antillen in Nederland. Zodoende is de geschiedenis van Afrika in Amerika nog lang geen verleden tijd, besluit Emmer en dat is, ook wat Nederland betreft, een waarheid als een koe.

Koe met gouden horens

De Nederlandse zoete droom over West-Indië eindigde in een bittere ironie, schrijft G. J. Oostindie, die Nederland de twijfelachtige eer laat toekomen de plantagerevolutie te hebben gestart. Het polderstelsel moest de "swampige" bovenlanden van Suriname geschikt maken voor plantagelandbouw.

Maar de bescheiden betekenis van 'Suriname voor de Nederlandse economie stond in sterk contrast met de oorspronkelijke verwachtingen. Goud was er nauwelijks te vinden en naar mate de tijd vorderde werden generaties slaven afgewerkt zonder dat de eigenaars er beter van werden. „Daarmee wordt aan het achteraf zo gemakkelijk vast te stellen morele failliet van de slavernij een opmerkelijke economische dimensie toegevoegd", meent Oostindie.

„Ter verklaring van het late tijdstip van de "Emancipatie" in Suriname is wel gerefereerd aan een spreekwoordelijke Nederlandse achterlijkheid. Ook wordt wel gezegd dat men de koe met de gouden horens zo laat mogelijk wilde slachten. In feite echter weerspiegelt de Nederlandse laksheid vooral het chronische gebrek aan belangstelling voor Suriname".

Nederlands-Indië en de opbrengsten van het cultuurstelsel zorgden er nota bene voor dat Nederland de kosten voor bestuur en verdediging van zijn kolonies in de West kon blijven betalen. Zonder die inkomsten zou Den Haag niet ongenegen zijn geweest de koloniën in de Nieuwe Wereld te verkopen.

Moederland

Oostindie werpt de vraag op hoe immigranten tot Surinamers werden „gemaakt" en hoe ze zich verhielden tot het moederland. Dan blijkt hoe Nederland onmacht en onwil toonde om een beschavingsmissie uit te dragen. In vergelijking tot de Spanjaarden en Portugezen werden de onderdanen van de Nederlandse koloniën niet of nauwelijks gekerstend. Zodoende ontwikkelde de slavenbevolking zijn eigen Afro-Caraïbische cultuur. De situatie in Suriname was in die zin extreem dat de Nederlanders er zelfs niet in slaagden hun eigen taal ingang in Suriname te doen vinden.

Pas na de afschaffing van de slavernij en vooral in de 20e eeuw richtte het Nederlandse beleid zich meer op assimilatie. Na de WO II koos men unaniem voor individuele en nationale vooruitgang. Maar dit kwam Nederland in die mate slecht uit, dat Suriname zich steeds meer op het moederland ging oriënteren. Suriname is het sluitstuk van de dekolonisatiegolf. In 1975 werd het zelfstandig, zonder dat dit op een breed draagvlak van de bevolking kon steunen. Dit resulteerde er ten slotte in dat een groot deel van de Surinamers koos voor voortzetting van de band met Nederland, of ze nu bleven of emigreerden.

Waar Suriname zich liet verlokken tot de onafhankelijkheid die op 8 december met de 10-jarige herdenking van de decembermoorden in een schrijnend daglicht kwam te staan, prefereren de Nederlandse Antillen tot op de dag van vandaag de leiband. Aarzelend aanvaardden ze het feit dat zelfstandigheid niet kan. Waarom werd niet veel eerder een punt gezet achter dit Westindische Nederlandse koloniale avontuur? „Voor een deel moet de verklaring gezocht worden in het feit dat vele kolonisten en zaakwaarnemers wél de beoogde fortuinen wisten binnen te slepen. Mede hierdoor behielden de koloniën iets van hun imago van Eldorado's, en vandaar een geschiedenis van steeds weer te hoog gestelde en dus noodzakelijk teleurgestelde verwachtingen", aldus Oostindie.

Oostindie besluit: „De balans van het Nederlandse kolonialisme in de West is zinsbegoochelend. Men 'maakte' een wereld om eraan te verdienen, boekte echter in toenemende mate verliezen, liet een erfenis na van niet-levensvatbare landen, en kan zich hiervan niet losmaken. Een absurd scenario, lo real maravilloso op zijn Hollands".

Medeland

"Nederland en de Nieuwe Wereld" geeft in het eerste deel een totaal overzicht van de Nederlandse activiteiten in de Nieuwe Wereld in de 16e, 17e en 18e eeuw. Ondanks de economische invalshoek is het allerminst een saai verslag. In het tweede deel komen de betrekkingen tussen Nederland en Latijns Amerika in de 19e en 20e eeuw aan de orde, waarbij hoofdstuk 8 een bijzondere aanbeveling verdient, omdat het op onderkoelde toon een schets geeft van de tamelijk ongenuanceerde "verlatijnsamerikanisering" van Nederland in de jaren zeventig en tachtig. Het derde deel gaat in op de relaties tussen Nederland en Noord-Amerika in de 19e en 20e eeuw. In zijn geheel is het, voor de liefhebber, een grondige, informatieve en beslist ook smeuïge studie.

De bundel "De Nieuwe Wereld en de Lage Landen" (de titel lijkt verwarrend veel op eerdergenoemd boek) levert doorwrochte stof over onbekende aspecten van de Nederlandse aanraking met Latijns Amerika. In enkele gevallen blijken vastgeroeste ideeën achterhaald te zijn door nieuw onderzoek. Vooral de bijdragen die actuele situaties in historisch perspectief plaatsen, zijn de moeite waard. Te denken valt in dit verband aan de minderheidsproblematiek in Nederland inzake de "medelanders". Zo is de 500-jarige geschiedenis van Amerika ook voor Nederland nog allesbehalve verleden tijd.

N.a.v. "De Nieuwe Wereld en de Lage Landen. Onbekende aspecten van vyfhonderd jaar ontmoetingen tussen Latijns-Amerika en Nederland", door J. Lechner, H. Ph. Vogel e.a.; uitg. Meulenhoff, Amsterdam, 1992. 199 blz.; prijs 34,50 gulden. "Nederland en de Nieuwe Wereld. Een intrigerende studie van de betrekkingen tussen Nederland en de Amerika's, vanaf de ontdekking van de Nieuwe Wereld tot heden", door H. W. van den Doel, P, C. Emmer, H. Ph. Vogel; uitg. Spectrum/- Aula, Utrecht, 1992; 348 blz.; prys 49,90 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 december 1992

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Over de spreekwoordelijke Nederlandse achterlijkheid in de Nieuwe Wereld

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 december 1992

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken