Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Spanje wordt steeds meer een federatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Spanje wordt steeds meer een federatie

Tien jaar PSOE, maar aan haar alleenheerschappij wordt getornd

6 minuten leestijd

APELDOORN - Spaanse politici plegen nog wel eens een besmuikte grap te lanceren over wat dan wel het verschil tussen de leiders van Baskenland en Catalonië is. Het antwoord luidt ongeveer zo: die van Baskenland wil slechts president van Baskenland zijn, maar die van Catalonië ambieert het premierschap van Spanje. In het geval van de Catalaanse president Jordi Pujol gaat de grap in ieder geval op.

Jordi Pujol i Soley, een gezette 62-jarige ex-bankier, staat erom bekend dat hij hard werkt, wat hij ook van de Spaanse deelstaat Catalonië verwacht. Elke steuntrekker boven de dertig is een fraudeur, pleegt de 'koning van Catalonië' te zeggen. Met onnavolgbare ijver stootte hij Catalonië op in de vaart der volkeren. Inmiddels neemt Catalonië met zijn 15,5 miljoen inwoners bijna 20 procent van het bruto nationaal produkt voor zijn rekening. Pujol promootte zijn land in China, Amerika en afgelopen september ook in Amsterdam. Met veel bombarie overigens.

Pujol is gematigd nationalistisch. Hij vertegenwoordigt de Catalaanse Convergencia i Unió. Dit is een zeer heterogene partij van liberaal-burgerlijke snit, die probleemloos door de Catalaanse identiteit wordt bijeengehouden. Verder presenteert Pujol zich als staatshoofd van de Generaliteit van Catalonië, niet de allures van een staatshoofd die een eigen buitenlands beleid voert en die vanzelfsprekend een warm voorstander is van het Europa der regio's.

Bevoegdheden

Op zich is het geen vreemd verschijnsel dat de regionale leiders van Spanje zich profileren zoals Pujol in Catalonië. Nee, dan maakt Manuel Fraga Iribame (PP) het in Galicië beslist bonter. Die spreekt nog uitsluitend Galicisch en reisde op eigen houtje naar Cuba om er de in het isolement geraakte Fidel Castro, van origine een "gallego", politiek asiel aan te bieden.

Het Spaanse nationalisme ofte wel regionalisme, dat soms bijna provocerend aandoet, is het gevolg van een decentralisatieproces dat na de dood van Franco in 1975 begon. Nu, met de viering van 500 jaar van een algemeen ongetwijfeld eensgezind Spanje bijna achter de rug, staat een herziening van de grondwet voor de deur die het land moet omvormen tot een federatie van zeventien provincies.

Begin februari werd conform de afspraak het autonomiestatuut herzien met een nieuwe stap in de richting van autonomie. Met ingang van 1995 krijgen de zeventien historische gemeenschappen op 33 terreinen vergaande bevoegdheden (inning van belasting en btw, onderwijs, infrastructuur, ordehandhaving, sociale voorzieningen). Daarmee wordt Spanje steeds meer een federatie van zeventien provincies.

Het regionaal nationalisme is in Spanje allesbehalve nieuw. Nadat er decennia lang een taboe had gerust op het regionale nationalisme, haalden de respectievelijke "historische gemeenschappen" in de jaren zeventig de eigen vlaggen weer van stal. Talen, identiteiten en culturele expressievormen werden openlijk geëtaleerd. Men eiste erkenning. In de meest extreme vorm werd die afgedwongen door afscheidingsbewegingen als de Baskische ETA en de Catalaanse Terra Lliure. Voor hen, ze noemden zich bevrijdingsbewegingen, sloeg de roep om zelfbestuur over in een gewapende onafhankelijkheidsstrijd. In Andalusië bestaat geen echte separatistische beweging. Er is alleen een kleine nationalistische partij de Partido Andalucista.

Cohesie

De koorts van de drang naar autonomie liep zo hoog op dat de samenstellers van de nieuwe grondwet van 1978 dit niet konden negeren. De constitutie garandeerde dan ook niet alleen burgerlijke vrijheden, maar verleende eveneens de regio's autonomie. Onder de toenmalige premier, Suarez, kwam daarna in 1979-1980 een autonomiestatuut tot stand. De autonomie kon op twee manieren worden verkregen, via artikel 143 en 151. Of men kon zelf belasting innen en afdragen aan Madrid. Of Madrid inde het geld en droeg het af aan de provincie, hetgeen met de nodige strubbelingen gepaard ging.

De aanhang van het regionaal nationalisme groeide van 6,6 in 1977 tot 10,6 procent in 1989 in Madrid. Was er geen kiesdrempel geweest, dan was dit percentage ongetwijfeld hoger uitgevallen. Het aantal partijtjes van regionaal nationalistische inslag groeide explosief, vorig jaar liefst met 189.

Inmiddels hebben de Basken en Catalanen als eersten de grootst mogelijke vorm van autonomie bereikt. Andalusië en Galicië volgen op de voet. Op grotere afstand komen de Canarische Eilanden, Valencia en Navarra. Helemaal achteraan volgen de tien andere. Het is niet toevallig dat de tien andere 'periferisch' zijn: agrarisch, nauwelijks geïndustrialiseerd, minder dicht bevolkt en met een hoge werkloosheid op een geringe bevolking.

In de EG legt Spanje nadruk op de handhaving van de zogenoemde cohesie-fondsen voor de armere zuidelijke partners. Met goed fatsoen zou de Spaanse regering ook intern een cohesiebeleid kunnen voeren ten aanzien van de achtergebleven regio's. Dat is niettemin tegen het zere been van de vooruitstrevende rijkere nationalisten. Die zijn best bereid om een soort ontwikkelingshulp te blijven bieden aan hun minder bedeelde Iberische broeders, maar niet minder dan aan soortgelijke broeders elders op deze globe.

In het defensief

Daar waar het regionaal bewustzijn het sterkst is, is de regerende socialistische PSOE zich in het defensief gedrongen. Ze heeft er coalities moeten aangaan. Zoals in Baskenland, waar de regionale PSOE met de gematigd nationalistische PNV regeert. Niet ondenkbaar is dat premier Gonzalez bij (vervroegde) parlementsverkiezingen volgend jaar verlies lijdt. De talloze corruptieschandalen over vriendjespolitiek, grondspeculaties, aandelentransacties en partij sponsoring hebben de aanvankelijke integriteit van de partij die het land zorgvuldig de NAVO en de EG binnenloodste, doen verbleken.

Zeker in Gonzalez' thuisbasis Andalusië (Sevilla), waar de broer van de inmiddels afgetreden vice-premier Alfonso Guerra misbruik maakte van de familiebetrekkingen, zonk het aanzien van de PSOE. Honend heeft de groeiende oppositie gereageerd op een stripverhaal dat het publiek moest attenderen op de prestaties van tien jaar socialistisch bewind.

Gonzalez' geschipper tussen de vakbonden enerzijds en de ondernemers anderzijds is zijn populariteit ook bepaald niet ten goede gekomen. Zelfs in de kolommen van het tot dusver regeringsgezinde dagblad El Pais werd bijtende kritiek op zijn socialisten geuit. Spanje zou zich volgens deze krant „op de rand van een instorting" bevinden. Kortom, het gevoel van misnoegen (desencanto) is in Spanje wijdverbreid. Toenemende criminaliteit, een drugs- en een asielzoekersprobleem maken dat gevoel alleen maar sterker.

Onlangs werd de Catalaanse leider Pujol door de oppositiepartij Partido Popular getipt als mogelijke opvolger van premier Felipe Gonzalez. Door contact te zoeken met Pujol, als de voorman van een regionale partij met 17 zetels in het nationale parlement, zette de conservatieve Partido Popular (107 van de 350 parlementszetels) oude centralistische principe overboord om koste wat kost een eind te maken aan de alleenheerschappij van de PSOE.

Intussen ziet 30 tot 40 procent van de Basken en Catalanen iets in een afscheiding. Maar de meerderheid wil liever een lossere band met Madrid. Pujol wil in Spanje blijven „maar met de grootst mogelijke autonomie". Als dit in de stembusuitslagen van 1993 zal worden vertaald, kan de PSOE zijn borst nat maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 december 1992

Reformatorisch Dagblad | 66 Pagina's

Spanje wordt steeds meer een federatie

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 december 1992

Reformatorisch Dagblad | 66 Pagina's

PDF Bekijken