Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een nieuwe traditie voor het Concertgebouw?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een nieuwe traditie voor het Concertgebouw?

Concertorganisator Frits de Haen: Wij hebben tweeduizend stoelen, die staan er niet voor niets

8 minuten leestijd

Binnenkort herneemt het orgel van het Amsterdamse Concertgebouw zijn plaats in de rij van prominente Nederlandse orgels. Vele jaren was de schepping van Maarschalkerweerd een zwijgende sfinx, het firont een fraai plaatje op de achtergrond van het beroemde podium. Voor de concertpraktijk was het eigenlijk nauwelijks te gebruiken. De firma Flentrop heeft de restauratie van het orgel echter bijna voltooid, de intonatie vindt plaats en de oplevering staat gepland medio maart 1993. Voor dit jaar is er zelfs een orgelserie geprogrammeerd, waaronder twee solo-concerten.

Degenen die het orgel in zijn herstelde romantische luister willen horen, moeten van deze kans gebruik maken, want het ziet ernaar uit dat solo-concerten op dit instrument een zeldzaamheid zullen zijn. 

Binnen de organisatie van Het Concertgebouw NV is drs. Frits de Haen verantwoordelijk voor de orgelserie. Hij legt er de nadruk op dat het orgel in de Grote Zaal allereerst bedoeld is voor de symfonische praktijk. Zó heeft Maarschalkerweerd in 1891 zijn orgel gebouwd en daarvan is men ook bij de restauratie uitgegaan. Dat betekende dat men de bedoelingen van de bouwer volledig recht wilde doen, maar tegelijk een aantal aanpassingen wilde uitvoeren die het orgel ook voor de huidige concertpraktijk geschikt zouden maken.

Elektronica

Het orgel kreeg een iets hogere stemming en het aantal registers werd uitgebreid, om zo het totaalvolume meer in overeenstemming te brengen met de moderne orkesten. Een flinke hoeveelheid elektronica moet het registreren vergemakkelijken, hoewel ook de mechanische register- en toetstraktuur van Maarschalkerweerd volledig werd hersteld.

,Als het orgel eenmaal gereed is, moeten alle bespelers het instrument zoveel mogelijk inplannen", vindt De Haen. „Daarom hebben we alle zaalhuurders, zoals het Concertgebouworkest en de VARA-matinee, op de hoogte gesteld van de restauratie. En de eerste tekenen zijn gunstig. In onze eigen serie leggen wij ook de nadruk op het symfonische karakter: het openingsconcert vindt plaats met het Koninklijk Concertgebouworkest. We hebben een compositieopdracht voor een werk voor Orgel en Orkest gegeven aan Tristan Keuris, waarvan Leo van Doeselaar de première zal spelen. Keuris verdiept zich momenteel in de mogelijkheden van het orgel en hij heeft ook regelmatig contact met Leo van Doeselaar. Dat loopt prima".

Piet en Peter

Naast twee concerten met orgel en orkest staan er voor april en mei twee concerten voor orgel-solo op het programma. Uitvoerenden zijn de beide organisten binnen de commissie van adviseurs: Piet Kee en Peter Hurford. Die keus lag in dit verband voor de hand. Verder in de toekomst kijkend naar organisten die eventueel gevraagd kunnen worden voor een concert, zegt De Haen: „We mikken op de top. Op een klein orgel kun je eventueel nog eens een onbekende organist uitnodigen. Dat kunnen wij niet. Je denkt toch in de richting van de Marie-Claire Alains. En natuurlijk zijn er ook de organisten die we kennen vanuit de contacten tijdens de restauratieperiode. Overigens zijn wij bij onze programmering meer gericht op het uit te voeren werk dan op ope naam van de organist. Bij andere orgelconcerten in de stad zie je juist het tegenovergestelde: daar staat de organist voorop".

Los van de vraag wie er speelt, is er ook nog de vraag wat er op zo'n typisch romantisch orgel gespeeld moet worden. Piet Kee opent met Bach en vervolgt dan met Schumann, Mendelssohn, Franck. Hij brengt ook vier twintigste-eeuwers: Andriessen, Hindemith, Alain en Messiaen. Peter Hurford zoekt het voornamelijk in de voorgaande eeuwen, waarbij hij zelfs twee keer Bach speelt en een trio van Krebs. Is dat nu de meest juiste programmering op dit instrument?

Stromingen

Voor Frits de Haen is het in ieder geval geen probleem. „Aan de ene kant is er de stroming die muziek wil uitvoeren op instrumenten uit de tijd van ontstaan. Wij als Concertgebouw ondersteunen die stroming regelmatig, bij voorbeeld bij de Barokorkesten. Maar aan de andere kant moet er ook meer kunnen. We hebben hier ook Russische orkesten gehad die Bach speelden. Wat dat betreft zijn we vrij liberaal, waarom ook niet? En heel reëel: als een instrument zó uitgebreid gerestaureerd is, moet je het ook in een breed programma kunnen gebruiken. Dan mag je niet op voorhand zeggen: dat kan niet. We moeten natuurlijk afwachten hoe het klinkend resultaat zal zijn, maar ik heb daar alle vertrouwen in. We hebben er alles aan gedaan om dat resultaat goed te laten zijn". 

Hoewel er voor dit jaar een orgelserie op het programma staat, is het niet de bedoeling dat dit een jaarlijks terugkerende traditie wordt. „Onze eigen plannen beperken zich tot een enkel concert in de zomerserie, in de vorm van een recital of een concert met orkest. We moeten heel reëel zijn: orgelconcerten zijn gericht op een kleiner publiek, maar wij hebben hier wel tweeduizend plaatsen. Dat heeft niet alleen financiële consequertties. Je zou kunnen zeggen: met achthonderd mensen —ik noem maar een fictief getal- kun je financieel rond komen. Maar is het een goede koers concerten te programmeren voor een relatief lege zaal? Het is niet leuk om voor een zaal met grote gaten te spelen. Die tweeduizend stoelen staan er niet voor niks. Daarom zullen we bij orgelrecitals toch altijd zoeken naar de combinatie met een solo-instrument, cello of fluit bij voorbeeld. Dan interesseer je hopelijk ook een ander publiek. Overigens is het heel erg speculeren, want we hebben hier nu eenmaal geen traditie op dat gebied".

Schiphol

Uit het verhaal van De Haen blijkt dat Het Concertgebouw NV betrekkelijk weinig ruimte heeft voor eigen programmering. Het is allereerst een facilitair bedrijf. De Haen citeert Martijn Sanders, directeur van het Concertgebouw: „Wij zijn als Schiphol. Bedrijven opereren van hier uit en soms vullen wij wat aan als anderen niet naar een bepaalde bestemming vliegen".

De eigen programmering is dus aanvullend bedoeld, waarbij zich nog als extra probleem voordoet dat het Concertgebouw voor die eigen programmering geen subsidie ontvangt. Andere concertzalen in het land kennen veelal een andere organisatievorm, en ontvangen ook voor de eigen programmering subsidie. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de prijsstelling. Voor de concerten van Kee en Hurford moet veertig gulden worden neergeteld, en dat is een groot verschil met wat orgelliefhebbers elders gewend zijn. Maar je moet er natuurlijk wat voor over hebben om dit orgel in déze zaal te kunnen beluisteren. 

In de marge 

Voor de orgelliefhebbers die vinden dat er meer solo-concerten in het Concertgebouw moeten plaatsvinden, blijft er maar één weg over: de Grote Zaal te huren. Volgens Frits de Haen geen probleem: „Ten aanzien van de verhuring van de zalen zijn we zeer liberaal. Artistiek houden we ons verre van wat er gebeurt. We hebben wel een adviserende functie en vooral bij nieuwe huurders overleggen we natuurlijk heel goed". 

Volgende week vrijdag in deze serie interviews met concertorganisatoren: Arie van Duijn van de Amsterdamse Orgelstichting.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1993

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Een nieuwe traditie voor het Concertgebouw?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1993

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken