Bekijk het origineel

Wagner en Semper moesten stad uit

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wagner en Semper moesten stad uit

De "Altstadt" van Dresden is nu één indrukwekkende herbouwput

5 minuten leestijd

Praag doen in een paar dagen is geen doen. Maar Dresden, de niet zo ver vandaar gelegen hoofdstad van de Oostduitse deelstaat Saksen, 'erleben' in enkele uren, dat is dwaasheid. Na zo'n eerste kennismaking met deze Elbestad moet je wèl terugkomen om de barokke Zwinger en de architectuur van de Semperoper te bekijken en te wandelen over de Brühlse Terrasse. Ook om de herbouw mee te maken van het door de Britten platgebombardeerde centrum met de Frauenkirche en het Taschenberg Palais, dat nu Grand Hotel Kempinski wordt.

"Florence aan de Elbe" heette de stad vroeger wel, en niet ten onrechte. Van die oude glorie is na jaren marxistisch bewind nog voldoende bewaard gebleven om een indruk te geven van het rijke verleden. De stad wil in 2006 haar 800e verjaardag vieren en ook daarom is er een immens herbouwprogramma aan de gang. In die geruïneerde binnenstad is de 18eeeuwse lutherse Frauenkirche met een groot standbeeld van Maarten Luther ervóór, onder Ulbricht en Honecker bewust niet herbouwd. Wellicht hadden ze er ook het geld niet voor (over), maar deze puinhoop aan de Neumarkt werd gepresenteerd als de waanzin van de oorlog.

'Bomber' Harris

Dat juist de Geallieerden, aangevoerd door de Britse bevelhebber Arthur 'Bomber' Harris, op 13 en 14 februari 1945 een bommentapijt op de stad legden, ligt nog altijd zeer gevoelig in Saksen. Harris werd juist vorig jaar in Londen met een gedenkteken geëerd. Toen de Britse koningin Elizabeth II in oktober '92 de exDDR bezocht en te kennen gaf ook naar Dresden te willen, gaf dat veel spanningen. Bij die luchtaanval en vuurstorm kwamen wel zo'n 35.000 mensen om, vooral burgers, vrouwen en kinderen. Want militair-strategische betekenis had Dresden in nazi-Duitsland nauwelijks. Van herbouw kwam onder de Sowjet-bezetting ook niet veel: Barokkunst is geen primaire levensbehoefte.

Het Zwingercomplex werd al wèl eerder aangevat „volgens besluit van het nieuwe democratische stadsbestuur in samenwerking met het Sowjet-commando". Maar nu hoort men in de stad alom de schal van de hamer. De protestantse Frauenkirche krijgt het aanzien terug, dat bouwmeester George Bahr haar schonk in de jaren vanaf 1726: een gaaf meesterwerk van de Saksische late Barok.

Gouden Ruiter

Wie Dresden bezoekt, moet keuzes maken: wil men de stad van de kerken, zoals de Hofkirche, nu een rk-kathedraal? Of die van paleizen en kastelen, zoals het Residentieslot? Of van de vele musea? (Daaronder het pas geopende eerste DDR-Museum, waarin studenten typische DDR-spullen, die verloren gaan, verzamelen: speldjes der Freie Deutsche Jugend, boekjes en halsdoekjes van Jonge Pioniers, slechte kleurenfoto's van Honecker en Ulbricht, grauw pakpapier etc). Herlcan allemaal. Alleen: gezellig winkelen in de i binnenstad en achter een pint van terrasvertier genieten is er nog niet zo bij. Maar vóór 2006 komt dat wel.

Hoewel het oudste stadshart op de linker Elbe-oever klopt, mag men de jongere Neustadt aan de overkant, met het grote vergulde ruiterstandbeeld van Friedrich August I, „hertog van Saksen, keurvorst van het keizerrijk, koning van Polen" niet overslaan. Centraal in die Nieuwstad ligt het Plein van de Eenheid, maar die naam is niet pas bedacht na de recente samenvoering. Trouwens, heel wat 'rode' namen verdwijnen: Friedrich Engels, Togliatti en andere bonzen van het nu verworpen marxisme maken plaats voor oudere nationale en culturele helden.

Moerasbewoners

De stadshistorie begon op 31 maart 1206: dan vermeldt een oorkonde voor het eerst deze naam, verbasterd naar het Slavische "Drqzjdzjany": bewoners van een moerasbos. AJ in de tiende eeuw drongen Duitse kooplui en handwerkers door in dit toen Slavische stammen bewoonde gebied. De late 17e en de 18e eeuw zijn als Gouden Eeuw van deze stad te typeren, vooral door August de Sterke, de genoemde Gouden Ruiter Friedrich August uit het Huis Wettin. Hij maakte veel naam: als bouwheer van de residentie Dresden èn als 'bezitter' van vele maitresses, bij wie hij volgens de overlevering in totaal 354 kinderen zou hebben verwekt. Zijn zozeer begeerde Poolse koningskroon raakte hij in de Noordse Oorlog weer kwijt.

Ook voor en na deze keurvorst was "Florence aan de Elbe" centrum van cultuur. Dat bewijzen fraaie gebouwen, maar ook klinkende met Dresden verbonden namen. Zoals kerkmusicus Heinrich Schütz, die hier als hofkapelmeester werkte en de muziekcultuur tot bloei bracht. Hij schreef de eerste opera in het Duits, "Dafne", en werd „een onsterfelijk sieraad voor geheel Duitsland" genoemd.

Wehër, Wagner, Semper

Ook andere musici van formaat werkten in Dresden. Carl Maria von Weber was er ook Hofkapelmeester en later werd hij hier, op aandringen van Richard Wagner, bijgezet hoewel hij in Londen was overleden. Ook Wagner werkte hier als koninklijk kapelmeester. Maar door zijn vriendschap met Bakoenin en banden met de revolutionaire beweging moest hij in 1849 Dresden ontvluchten. Met de muziek was ook de architect Gottfried Semper verbonden. Naar hem heet de operatempel. Ook Semper moest in 1849 in ballingschap vanwege z'n politieke ideeën. 

Die Semperoper bouwde hij rond 1840. Het gebouw brandde in 1869 af, maar zijn zoon Manfred herbouwde het tweede hoftheater naar plannen van zijn vader. Het werd een 'totaalkunstwerk' in de neo-stijl der Italiaanse Renaissance. Dat bouwwerk werd in 1945 door 'Bomber' Harris getroffen. Maar precies veertig jaar later verrees de 'derde Semperoper'. Ook wie niet van opera houdt, komt onder de iadruk van deze gave architectuur. Dresden bezoeken betekent dus die Oper bekijken. Maar er is méér: de Kruiskerk, het Duitse Hygiëne-Museum, de kunstcollecties in het Albertinum, concerten van de Dresdner Philharmoniker.

Vorsten en Trabi's

En dan de "Fürstenzug", een 70 meter lange wand van de Stalhof. Op die wand werd in 1876 in sgrafitto-techniek heel de geschiedenis van het Dresdener vorstenhuis Wettin vastgelegd, naar een idee van Wilhelm Walther. Na 1900 werd deze fries, waarop in historische volgorde de landsheren staan afgebeeld, uitgevoerd op tegels van porselein uit het nabij Dresden gelegen MeiSen. In het Johanneum, waarvan deze Fürstenzug een buitenmuur is, vinden we nu een Verkeersmuseum. Maar in de tijd van Goethe was het een schilderijen-galerij. 

Voor meer informatie over Dresden: Duits Verkeersburo, Hoogoorddreef76,1101 BG Amsterdam-ZO, tel. 020-6978066.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1993

Reformatorisch Dagblad | 38 Pagina's

Wagner en Semper moesten stad uit

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1993

Reformatorisch Dagblad | 38 Pagina's

PDF Bekijken