Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Misleidende mafia

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Misleidende mafia

Commentaar

5 minuten leestijd

„Goed nieuws is geen nieuws". Van dit gevleugelde gezegde uit de perswereld trekken de Italiaanse media zich dezer dagen niets aan. Begrijpelijk ook. Rome heeft staatsvijand nummer één, de mafia, een geduchte slag weten toe te brengen. De arrestatie op vrijdagmorgen in Palermo van „het beest" Salvatore Riina (62), de „baas der bazen", de ongekroonde koning van de Siciliaanse mafia, bracht onder 's lands autoriteiten een ware overwinningsroes teweeg.

De mafia is eindelijk onthoofd, jubelden de Italiaanse kranten. De „dictator" van het misdaadkartel met die lugubere naam "Cosa Nostra" (Onze Zaak) zat inmiddels veilig achter Romeinse tralies. Ondertussen circuleerde de eerste foto van Salvatore Riina-voor zijn kornuiten-in-het-kwaad "korte Totò- onder het opgewonden publiek via de dagbladen.

Nee, dat portret doet geen meedogenloze mafioso vermoeden aan wiens handen het bloed zou kleven van talloze medeburgers. De schattingen over het aantal van Riina's directe slachtoffers variëren van 50 tot 200, onder wie zulke prominenten als de vermoorde Siciliaanse rechters van onderzoek, Falcone en Borsellino. De politiefoto wekt trouwens evenmin de suggestie van een man die aan het hoofd stond van een economisch imperium waarin miljarden omgingen.

Aannemelijker komt op het eerste gezicht Toto's persoonlijke achtergrond over: zoon van een boer, geboren in het beruchte mafia-nest Corleone (circa 60 km ten zuiden van Palermo), een halve analfabeet met slechts vier klassen lagere school. 

Even onopvallend als zijn boerse uiterlijk (een schitterende camouflage) verliep trouwens Riina's leven sinds het moment van zijn onderduiken in 1969. Hij leidde al die tijd een ogenschijnlijk normaal burgerlijk leven in Palermo, trouwde er in 1974 met zijn jeugdliefde, de lerares Antonietta Bagarella, bij wie hij vier kinderen kreeg. Vanzelfsprekend werd hun huwelijk kerkelijk ingezegend. Daarvoor zorgde padre Coppolo, de huiskapelaan van de mafia. Zelfs het moment van Totò's ontmaskering leverde geen spectaculaire taferelen op. In een doorsnee wagen, ongewapend, zonder schietgrage lijfwachten, ja min of meer verrast dat hem dit in 'zijn' Palermo overkwam, kon deze mafia-boeman worden ingerekend.

Opvallend is daarentegen wel de verklaring die Riina's naaste verwanten voor de gevangenneming van deze „goede huisvader" geven: „Ze hebben hem verkocht". Tegen persberichten in dat een gewezen chauffeur van Totò als "pentito" (verklikker) zou zijn opgetreden, houdt de Italiaanse veiligheidsdienst bij monde van generaal Antonio Viesti staande de succesvcolle operatie eigenhandig te hebben opgeknapt.

Onloochenbaar is intussen het feit dat het doorslaan van mafiosi, met "superpentito" Tomasso Buscetta voorop, voor het Italiaanse opsporingsapparaat door de jaren heen van onschatbare waarde is geweest. Verraad speelt sowieso een essentiële rol in de strijd tegen het veelkoppige monster van de mafia. Geheel in deze lijn reageerde dan ook minister van binnenlandse zaken, Mancino, prompt op de vangst van de Siciliaanse mafialeider met de wens: „Ik hoop dat Riina besluit de andere kant, de zijde van de staat, te kiezen".

Maar terwijl politiechef Parisi zich al in het openbaar verkneukelde over de waardevolle mafia-informant Totò, zetten kenners van het Siciliaanse misdaadcircuit een stevige demper op de fanferes, relativeren zij de betekenis van Riina's arrestatie in sterke mate. In hun voetspoor repten wij zoëven dan ook over de mafia als een veelkoppige misstand.

Het is een kardinale misvatting te menen dat met de uitschakeling van Toto, „de baas der bazen" toch, de mafia op Sicilië rijp voor de totale ontmanteling zou zijn. Niets is minder waar! De lokale mafia bestaat in werkelijkheid uit economisch onafhankelijk opererende families of 'eerbiedwaardige' personen. Zij is, kortom, geen geheim genootschap, noch staat zij onder het straffe bewind van een bestuur. Van tijd tot tijd moeten er wel 'zaken' gezamenlijk worden 'opgelost'.

Welnu, op grond van het beschikbare bronnenmateriaal, fungeerde Totò als de voltrekker van de moord opdrachten van de mafia-groepen. Dit treurig stemmende inzicht onderstreept ook de brandende vraag van een mafia-jager: „En nu, wil ik wel eens weten wie hem al die tijd heeft beschermd".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 januari 1993

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Misleidende mafia

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 januari 1993

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken