Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Luther en Kohlbrugge kunnen elkaar volgens Mönnich in SoW-kerk vinden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Luther en Kohlbrugge kunnen elkaar volgens Mönnich in SoW-kerk vinden

4 minuten leestijd

AMSTERDAM - In de toekomstige Samen-op-Wegkerk zullen lutheranen en kohlbruggianen, die vooral in de Hervormde Kerk aanwezig zijn, elkaar mogelijk herkennen. Dat hoopt de lutherse prof. dr. C. W. Mönnich, die aanstaande zondag een halve eeuw geleden in het ambt van predikant werd bevestigd. Lutheranen in Nederland zijn dogmatisch niet zo gevoelig, zo constateert hij. „Het lutheranisme is momenteel aan slijtage onderhevig. Voor mijn kleinkinderen wordt de lutherse kerk zoiets als de Waalse Kerk, een kerk grappig om te onderhouden".

Prof. Mönnich erkent dat het niet bepaald gemakkelijk is om de lutherse identiteit over te dragen naar een volgende generatie. Van dat eigen lutherse zal weinig overblijven nu de Evangelisch-Lutherse Kerk officieel in het Samen-op-Wegproces participeert. „Alleen mijn generatie wordt er zo nu en dan zenuwachtig over, maar dogmatisch staan we toch niet ver af van de andere kerken. Want wat is eigenlijk typisch luthers, missie of diaconaat? Maar dat kun je net zo effectief en voordelig samen met de andere kerken doen".

Eigen aan het lutheranisme is zijns inziens de openheid en het gebrek aan besef van het kerkrechtelijke. „Je moet juristen in de gaten houden, zij zijn geen goed christen", zo luidt volgens prof. Mönnich een spreekwoord in lutherse kringen.

Collega van Kooiman

Prof. Mönnich werd in 1915 in Amsterdam geboren uit lutherse ouders. Op 14 februari 1943 werd hij in Maastricht in het ambt bevestigd. Zijn predikantschap verwisselde hij in 1946 met het hoogleraarschap aan de faculteit der godgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Eerst was hij buitengewoon hoogleraar, vanaf 1952 (tot aan zijn emeritaat in 1981) gewoon (staats)hoogleraar, met als leeropdracht de geschiedenis van het christendom en van de christelijke leerinstellingen in de oudheid en de Middeleeuwen en in de nieuwere tijd. 

In de begintijd was hij collega van de befaamde Lutherkenner prof. dr. W. J. Kooiman, die zelf overigens uit hervormde kring afkomstig was. „Kooiman legde grote nadruk op Luther, met name op het onderzoek van Luther, meer nog dan op de geschiedenis van het lutheranisme. Hij had nooit, in tegenstelling tot mij, bedenkingen tegen Luther. In diens strijd tegen Erasmus bij voorbeeld had Luther zeker theologisch gelijk, maar bij de manier waarop hij streed, vroeg ik me af: Moet je dat zó doen?"

Kohlbrugge

Volgens Mönnich klopt de stelling niet dat Luther zich sterk tegen de Middeleeuwen afzette. „De Reformatie is begonnen vanuit Luthers theologie in plaats van dat hij vanuit de misstanden in de kerk tot zijn kritiek gekomen is. De humanisten hebben zich veel feller verzet tegen de Middeleeuwen dan Luther, die ook minder radicaal met de kerk gebroken heeft. Luther was juist conservatief, zoals in de handhaving van de mis, hoewel hij onacceptabele stukken daaruit schrapte. Calvijn was veel radicaler, maar hij kwam ook uit een veel humanistischer nest. Luther heeft ook nooit een nieuwe kerkorde geschreven".

Het essentiële van Luther ziet prof. Mönnich verwoord in „de rechtvaardiging door het geloof alleen, en dan vooral uitgelegd in de richting van Kohlbrugge", zo voegt hij eraan toe. Christus is aanwezig in het Woord èn in de sacramenten. „De nadruk op de Heilige Geest wordt op deze manier dan zwakker, omdat het Woord zélf het moet doen. Ook de nadruk op de hemelvaart is zwakker dan in het calvinisme. Christus is er, niet alleen aan de rechterhand Gods. De afstand tussen zitten en komen van Christus is veel minder. Luther is altijd leraar gebleven, doctor van de Heilige Schrift, zoals hij zich graag noemde. In de Augsburgse Confessie staat: „Bij ons wordt geleerd"; niet: „Wij geloven". In de officiële traditie gold Luther als de man van het onderwijs".

Volgens Mönnich is mede door de theologie van Karl Barth de theologische kern van Luther en het lutheranisme blootgelegd. Met name het Duitse lutheranisme, dat lange tijd de rol van rijksreligie speelde, is in een zware crisis geraakt. De theologische kern is de rechtvaardiging door het geloof alleen, al is het nu de opdracht om die kern uit te leggen voor de mens van nu. Een 'aanpassing' van Gods Woord (onder andere door een vlotte vertaling, in de „taal van de krant") verfoeit Mönnich. De eigenlijke taak van de kerk is wel om dit Woord te „bewaren".

In zaken als Godsverduistering gelooft de emeritus hoogleraar niet, niet alleen omdat dit een verschijnsel is van alle tijden, maar ook omdat het Woord nooit verloren kan gaan. Een "extreem lutheranisme" komt hij tegen bij de kohlbruggiaanse richting, zij die geloven in de vastheid van het Woord. „De weg van Bunyans Christenreis is niet zo typisch luthers".

„Wel dit: „Ik ben verworpen en daarom leef ik. Ik ben bekeerd op Golgotha". Dat is nou typisch luthers".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 februari 1993

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Luther en Kohlbrugge kunnen elkaar volgens Mönnich in SoW-kerk vinden

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 februari 1993

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken