Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Laat de begraafylaatsen met rust''

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Laat de begraafylaatsen met rust''

Orthodoxe joden verzetten zich tegen opgravingen in Jeruzalem

6 minuten leestijd

een plaats die nu bekend staat als French Hill, met het doel te blijven rusten tot de dag van de opstanding der doden".

De harediem kregen echter niet hun zin. Op 20 november werden de eerste ossuaria (kleine stenen kisten met beenderen) opgegraven en snel herbegraven op een andere begraafplaats in Jeruzalem. Dit zette evenwel kwaad bloed onder de archeologen, die geen kans kregen de ossuaria aan een wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen. In een van de stenen kisten zou zelfs de naam "Saul" gegraveerd zijn. Tenzij de ossuaria opnieuw opgegraven mogen worden, gaat er een stuk wetenschappelijke kennis verloren.

Andere religies

Het incident toont een van de problemen aan waarmee de Israëlische archeologen hebben te worstelen. De orthodoxen in Israël willen dat oude begraafplaatsen te allen tijde met rust gelaten worden. Dit kan het wetenschappelijk werk verhinderen bij de zogeheten "bergings-opgravingen", die ontstaan bij de aanleg van nieuwe huizen of wegen.

Aannemers moeten namelijk, zodra ze stuiten op overblijfselen uit vroegere eeuwen, de oudheidkundige dienst waarschuwen. Deze zendt een archeoloog, die bepaalt of de betrokken plek van waarde is en of er een wetenschappelijke opgraving moet plaatsvinden of niet.

Behalve met de harediem, hebben de Israëlische archeologen ook rekening te houden met de aanhangers van de andere godsdiensten. Zo werd eerder, eveneens bij de aanleg van deze weg, die ook wel "Route Eén" wordt genoemd, een begraafplaats gevonden van Grieks-orthodoxen en Armeniërs. De kerken protesteerden tegen wat zij zagen als een ontwijding. De beenderen werden aan deze kerken gegeven voor herbegrafenis. Hieronder zouden zich ook de beenderen van Stefanus hebben bevonden.

Tempelberg

Ook dienen de Israëliërs rekening houden met de moslims. Toen in de jaren tachtig onderzoek werd gedaan bij de Stad van David, uitten die de beschuldiging dat de Israëliërs de Al Aqsa-moskee (op de Tempelberg) wilden ondermijnen. Ook hebben de moslims nooit toegestaan dat Israëlische archeologen onderzoek verrichtten op de Tempelberg zelf. Zo blijven interessante onderaardse gangen onder de Tempelberg gesloten. Als hier onderzoek kan worden verricht, zal vast komen te staan waar precies het Heilige der Heilige heeft gestaan.

De moslims zijn natuurlijk ook bang dat archeologisch opgravingen op deze plek de joodse claims op de Tempelberg zullen herbevestigen. Op het ogenblik bestaat er onder de grote meerderheid van de Israëliërs geen belangstelling voor de herbouw van de tempel, maar dat kan in de toekomst veranderen.

Relatie

Over de band tussen enerzijds archeologie en anderzijds politiek en nationalisme heeft Neil Silberman enkele jaren geleden het "Between Past and Present" ("Tussen Verleden en Heden") geschreven. Na een archeologische zwerf- en speurtocht langs diverse opgravingen in het Midden-Oosten kwam hij tot de conclusie dat „archeologische denkFoto A. Muller beelden niet alleen de basis vormen voor ons verstaan van de opkomst van de westerse beschaving, maar dat zij ook de officiële nationale symbolen van de moderne volken vormen".

De moderne staten in het MiddenOosten trekken de lijn door van de oude beschavingen die in de negentiende en twintigste eeuw aan het licht kwamen, naar de tegenwoordige tijd. Op deze wijze versterken de oude beschavingen de huidige volksidentiteit. Oude ruïnes worden omgebouwd tot nationale heiligdommen en populaire toeristische attracties. Nationale parades, feesten, postzegels, afbeeldingen op bankbiljetten, kranteartikelen en politieke leuzen herinneren aan de vroegere gouden eeuwen. Zelfs moderne economische programma's, buitenlandse betrekkingen -en natuurlijk landsgrenzen- vinden hun bevestiging in wat er ontdekt is in de oude, stoffige puinhopen.

Golan
Tja hebben bij voorbeeld Israëliërs, die ertegen zijn dat de GolanHoogvlakte aan Syrië wordt teruggegeven, erop gewezen dat in dit gebied de overblijfselen van oude synagoges zijn gevonden. Volgens Silberman ontstond er aan het begin van deze eeuw in de joodse gemeenschap in Palestina een actieve belangstelling voor de opgravingen vanwege nationalistische redenen.

Elke ontdekking van joodse of Israëlitische ruïnes werd gezien als een fysieke bevestiging van de moderne joodse rechten op het land. In de jaren zestig werd de deelname aan opgravingen een ritueel voor Israëlische schoolkinderen, soldaten en buitenlandse bezoekers.

Silberman: „Nergens anders in het Midden-Oosten werd de boodschap van de nationale renaissance zo succesvol overgebracht - door de opgravingen bij Hazor, Megiddo en Masada, en door de vondsten als de Bar-Kochbah-brieven en de DodeZeerollen".

Invloed

Toch is het niet zo dat het archeologisch onderzoek onder invloed staat van de politiek of nationalistische groepen, zo vertelt desgevraagd de archeologe Tikwa Levin van de Israëlische Oudheidkundige Dienst. Volgens haar is de dienst niet méér geïnteresseerd in de Israëlitische perioden uit de geschiedenis dan in andere perioden. „Neem nu eens de joodse wijk in de Oude Stad van Jeruzalem", zegt zij.

„Die is direct na de Zesdaagse Oorlog van 1967 opgegraven, in de hoop dat daar de joodse wortels aan het licht zouden komen. Maar tegelijkertijd vonden we daar overblijfselen uit de Byzantijnse periode. De Cardo, de belangrijkste straat van het Jeruzalem van de Byzantijnen, is nu helemaal opgegraven en te bezichtigen".

„Ook werd er tijdens het bestuderen van de joodse wijk een kruisvaarderskerk gevonden. Deze werd intact gelaten en veranderd in een archeologisch parkje. Met andere woorden: alles waarvan we denken dat het interessant zal zijn, laten we ongemoeid voor de belangstellende bezoekers. We hebben in Jeruzalem dus overblijfselen van de Eerste Tempelperiode, de Tweede Tempelperiode, het Romeinse Jeruzalem en het Byzantijnse Jeruzalem. Verder hebben we overblijfselen uit de tijden van de moslims en kruisvaarders. Wij willen een eerlijk beeld geven van de diverse lagen die ge vonden zijn".

Oplossing

Volgens haar kunnen de problemen met de harediem ook worden opgelost. „Er zijn bepaalde talmoedbronnen die zeggen dat als een stad groeit, je de graven mag heiligen en van de beenderen mag ontdoen. Op een andere manier is de groei van Jeruzalem in de oudheid ook niet uit te leggen. Want het Jeruzalem van de Eerste Tempelperiode was omgeven met graven. De latere groei van Jeruzalem vereiste de heiliging van de graven. Het betrof geen grote begraafplaatsen, maar een of twee grafkelders die in de weg lagen".

„De belangrijkste opgravingen van dit moment zijn Beth Shean, Sepphoris, Caesarea en Tel Maresa. Geen van deze plaatsen -met uitzondering van het lage gedeelte in Bet Shean- heeft te maken met de Israëlitische periode".

Levin zegt ook dat er over honderd jaar nog veel te onderzoeken zal zijn. Bij een opgraving van bij voorbeeld een tel (een archeologische heuvel) krijgen de wetenschappers slechts kans een deel aan een onderzoek te onderwerpen. Een ander deel moet blijven liggen voor toekomstige wetenschappers. „De middelen die de archeologen in de toekomst ter beschikking zullen staan, zullen beter zijn dan die van nu", zegt zij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1993

Reformatorisch Dagblad | 25 Pagina's

„Laat de begraafylaatsen met rust''

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1993

Reformatorisch Dagblad | 25 Pagina's

PDF Bekijken