Bekijk het origineel

Thee uit een zakje is geen thee

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Thee uit een zakje is geen thee

Engeland, de natie van theeliefhebbers, drinkt nu eindelijk ook koffie

7 minuten leestijd

Wat een Engelsman drinkt? Thee natuurlijk. En de Hollander? Koffie vanzelfsprekend. Maar wist u dat wij Nederlanders al dertig jaar thee dronken toen de meeste Engelsen er nog niet eens van gehoord hadden? En dat diezelfde Engelsen hun thee aan ons te danken hebben? En dat het de Engelsen waren die óns aan koffie hielpen? Niet? Edward Bramah weet het wel. Daar is hij dan ook de eigenaar van 's werelds eerste koffie- en theemuseum voor.

Op een regenachtige middag rennen zes bezoekers achter Mr. Bramah aan door zijn museum aan de voet van de Towerbridge in Londen. Van vitrine naar vitrine, van theepot naar theepot. De lange Engelsman heeft haast. De potten en potjes achter het glas zijn door hem al tot vervelens toe bekeken. Over thee praten doet hij liever.

Theepottentour

Maar van vliegende Hollanders is dit keer geen sprake. Nee, eerst even kijken. Zulke grappige, gekke, originele theepotten kun je niet voorbijrennen. Wat dacht je van een skiend mannetje als theepot? De aanblik van de winterse sjaal, handschoenen, muts en skibril nodigt in ieder geval uit tot het drinken van een warme slok. Van de dikke groene kikker kan dat niet gezegd worden. van de IJzeren Dame als stenen pot op tafel.

De race gaat verder. Bramah zelf, nog steeds niet onder de indruk, wacht een beetje ongeduldig tot de bezoekers weer een nieuwe kast vol citroenen, peren, eenden en varkens hebben bewonderd. Een theepotje dat innig omhelsd wordt door een stenen aap. Een eierdop-met-ei als theepot. Een tandarts-met-slachtoffer-en-al, een moeder-met-kinderwagen, auto's, huizen... Vitrines vol. Aan het einde van de theepottentour valt het gezelschap neer in de "tea-room" van het museum, om daar uit een flinterdun porseleinen kopje... théé te drinken. „De enige echte", aldus Mr. Bramah. „Afschuwelijk sterk", volgens de Hollanders.

Zonder melk

Even verderop staat een theepot in de vorm van het hoofd van Mrs. Thatcher. Eigenaardig: dat hoofd

„En hoe moet je thee nu drinken?" waagt een dappere inwoner van de lage landen op te merken. Skiërs en kikkers met thee in hun buik. „Met of zonder melk?" Even lijken een misprijzende blik en een paar fronsende wenkbrauwen het enige antwoord te zijn op zo'n domme vraag. Dan besluit Mr. Bramah er Joch twee woorden aan vuil te maken: „Mét natuurlijk".

Waardoor werden de Engelsen bekend als een theedrinkend volkje? Dat hebben ze in de eerste plaats aan de Nederlanders te danken, volgens Mr. Bramah. „Jullie dronken al thee rn het jaar 1610. Dertig jaar later bracht de Oost-Indische Compagnie de eerste thee naar Engeland. (Ja, we hebben wel meer goede ideeën van jullie...) Ons landje was met zijn regen, sneeuw en kou buitengewoon geschikt voor de warme drank. Het klimaat maakte ons een natie van theedrinkers. Bovendien hadden we koeien voor de melk". Dat het ook zónder kan, waagt niemand meer op te merken.

Vanaf 1750 tot 1950 dronk Engeland thee. De "clippers", de schepen die bekend waren om de snelheid waarmee zij tussen Engeland en het overzeese heen en weer voeren, sleepten de voorraden aan. In WestIhdië begonnen de Engelsen met hun plantages. „We dachten dat het altijd zo zou blijven", zegt Mr. Bramah, „maar helaas..."

Koffie
In 1952 werd Londens eerste koffiebar geopend. De Italiaanse espresso-koffie deed zijn intrede in Engeland. „Dat is wat jullie van ons kregen; espresso-koffie", vertelt Bramah, „Koffie werd er inmiddels al over de hele wereld gedronken. Alleen wij, Engelsen, deden niet mee. Niemand weet waarom, maar hier dronk slechts 2 procent van de bevolking koffie, de rest gaf de voorkeur aan thee".

In 1956 kwamen de eerste tv-reclames voor oploskoffie en sinds die tijd nam de belangstelling toe, zodat er nu in Engeland zelfs bijna evenveel koffie als thee gedronken wordt. De theehandelaren begonnen thee te maken die sneller zou aftrekken. Bramah: „Het imago van de thee werd daarmee naar beneden gehaald. Men was slechts één stap verwijderd van het theezakje. Nu is het inmiddels zo ver dat 75 procent van de thee die gedronken wordt, uit een zakje komt". De Engelsman steekt zijn afgrijzen niet onder stoelen of banken.

„Wat er mis is met een theezakje? Heb je ooit een kopje gezien waarin thee uit een zakje had gezeten? Dan heb je ook de vieze rand gezien die daarin achterbleef. Dat bewijst al wat een bocht het is. Afschuwelijk. Thee uit een zakje wordt door de kenners „dode thee" genoemd. Het leeft niet. Theezakjes geven de thee een abnormaal rode kleur en zinken. Van 1900 tot 1950 dronken wij hier in Engeland de allerbeste, verrukkelijkste thee. Dat was nog eens thee".

Tragedie

Het gaat Mr. Bramah aan zijn hart dat de echte thee plaats moest maken voor een zakje en -„even vreselijk"- oploskoffie. De komst van de zakjes kruidenthee noemt hij een „ware tragedie". „Aardbeienthee, kersenthee, bosvruchtenthee... Als je een maagzweer wilt hebben, moet je dat drinken. En als je ervan af wilt komen, moet je de echte thee drinken", aldus Bramah.

Theezakjes worden dan ook noch in de tea room, noch in de museumwinkel gevonden. „Dat wil niet zeggen dat het onmogelijk is theezakjes van een goede kwaliteit te maken.

Mr. Bramah is eigenaar van het eerste thee- en kojfiemuseum ter wereld. Het zóu mogelijk zijn als er een beter en kleiner blad gebruikt zou worden en als ze op de ouderwetse manier gemaakt werden. De produktie van theezakjes gebeurt tegenwoordig echter op grote schaal en dat gaat mijns inziens ten koste van de kwaliteit; het lot van de meeste massaprodukten''.

In de jaren vijftig kwam de eigenaar van het Tea and Coffee Museum zelf op een theeplantage in Malawi terecht. „Als je twee jaar in het koude, gure Noord-Ierland hebt gewoond, wil je vanzelf wel naar de tropen", verklaart hij, „Bovendien... mijn vader, Joseph Bramah, een achttiende-eeuwse uitvinder, maakte als jongen theebusjes rond omstreeks het jaar 1760, en een ver familielid. Sir Joseph Banks, beval in 1778 het telen van thee in Noordoost-Indië aan. Ik zal dus wel iets van hun theeliefde meegekregen hebben. In 1956 kocht ik mijn eerste antieke theepot en in 1970 mijn eerste koffiemaker". MuSeUttl

De collectie groeide en groeide, zodat Bramah vorig jaar zijn museum kon openen, op de zuidelijke oever van de Thames, in een buurt die tot aan de jaren vijftig het centrum van Engelands bloeiende theehandel was.

Onder de meer dan duizend theepotten die te bezichtigen zijn, bevindt zich ook de grootste theepot ter wereld. „Er was een theefabrikant die telkens tegen me zei dat hij de grootste pot had", vertelt Bramah, „dat werd ik zo zat, dat ik een grotere liet maken, vandaar...".

In het museumwinkeltje is een verkleinde uitgave van de theepot te koop. Verder is er in het museum een uitgebreide verzameling koffiepotten, suikerschepjes, theelepels en beeldjes en tekeningen van theedrinkende mensen te zien.

Als aan het einde van de middag de theevisite over is, stappen de bezoekers weer aan boord van de "River Bus" en zoeven even later over de Thames onder de Tower Bridge door, in een nog sneller tempo dan dat waarmee hun gastheer met hen langs zijn collectie rende.

Op de tafel in het museum zijn eenzaam zeven flinterdunne porseleinen theekopjes achtergebleven. Zes zitten er nog halfvol. Het zevende is tot de laatste druppel leeggedronken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1993

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Thee uit een zakje is geen thee

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1993

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken