Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het bestaansrecht van partijen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het bestaansrecht van partijen

Ook plaats en functie kleine christelijke partijen niet vanzelfsprekend

10 minuten leestijd

Hebben politieke partijen in deze tijd nog bestaansrecht? Beantwoording van deze prangende vraag is niet zo gemakkelijk. In ons land zijn politieke partijen ontstaan in een tijd van emancipatie via verzuiling. Maar hebben ze in deze tijd van individualisering en ontzuiling nog een functie?

In de afgelopen maanden is nogal wat discussie ontstaan over het nut van pohtieke partijen, over hun macht en tegelijk over hun onmacht. Politieke partijen hebben macht, vooral als via deze partijen mensen geroepen worden tot het ambt van bewindspersoon. Maar dan gaat het in feite niet om de politieke partij, maar om de mensen, die via deze partij voor het voetlicht treden. Hiermee is het bestaan van een partij nog niet gelegitimeerd.

De RPF presenteerde deze week haar conceptverkiezingsprogramma. De nieuwe RPF-lijsttrekker Van Dijke rekent op zetelwinst voor zijn partij. Hij denkt in mei 1994 drie zetels in de Tweede Kamer te kunnen bezetten. Van Dijke wil in de komende campagne de kiezers vooral met het programma van zijn RPF overtuigen.

Desinteresse

Het is opvallend dat de RPF geen appel op de kiezers doet op basis van haar grondslag, maar op grond van haar doel: christelijke sociale politiek. Daarmee doet de RPF volop mee in de moderne manier van partijvorming en verschilt ze niet van de meeste andere politieke partijen. Daartoe is deze partij wel gedwongen, want op een andere manier zijn kiezers nauwelijks meer te vangen. Er is onder de kiezers een benauwende desinteresse te bespeuren voor de grondslagen van politiek en politieke partijen.

Leden, laat staan kiezers, zijn nog nauwelijks te interesseren voor het bezoeken van partijvergaderingen, of er moeten spektakelstukken van gemaakt worden. Als kiezers al geïnteresseerd zijn dan komt dat omdat zij denken dat zij hun eigen belang door hun aanwezigheid op een partijvergadering kunnen dienen.

In de afgelopen jaren is mede door de voortschrijdende emancipatie, die tegelijk een enorme ontzuiling te zien gaf, de aandacht voor de programmatische uitgangspunten van politieke partijen drastisch verminderd. Mensen zijn nauwelijks meer warm te krijgen voor beginselen. Op grond van die beginselen wil men zich ook niet meer organiseren. De Leidse politicoloog R. Koole adviseert in zijn studie "De opkomst van de moderne kaderpartij" (1990) niet voor niets het partijwezen fundamenteel te veranderen.

Machtspositie

De moderne buiger kijkt veel meer of het doel en de actie van een politieke partij hem in zijn belang kan dienen. Moderne politieke partijen spelen hierop in, zij het soms verhuld. Aan dat doel worden beginselen ondergeschikt gemaakt. Het CDA is hiervan een sprekend voorbeeld. Deze partij is vooral gericht op het behouden van de centrum- of machtspositie in de politiek. De christelijke identiteit moet dit doel dienen. Waar de grondslag in conflict komt met de doelstelling, krijgt het doel prioriteit.

Dit is bij voorbeeld op te maken uit de gapende kloof tussen de CDA-theorie, die in het nieuwe Program van Uitgangspunten is vastgelegd, enerzijds en de christen-democratische praxis anderzijds. Vorige week stelde het CDA een nieuw Program van Uitgangspunten vast. Dat program oogt behoorlijk principieel. De Bijbel wordt genoemd als politieke toetsingsnorm.

Tegelijk zijn hindoes en moslims welkom als leden en functioneren ze als CDA-vertegenwoordigers in raden, staten en Staten-Generaal. Hoe of men het ook wendt of keert, voor deze leden is het echt onmogelijk om de Bijbel als uitgangspunt voor hun politiek handelen te gebruiken, of ze moeten deze Bijbel los maken van de God van de Bijbel.

Compromissen

Ook in het sluiten van compromissen gaat het CDA verder dan volgens de eigen uitgangspunten mogelijk is. Dat blijkt uit de voorstellen van wetten voor euthanasie en gelijke behandeling. Overigens is het de vraag wat er zou gebeuren als het CDA zich van deze ontwikkelingen, die een grote meerderheid onder de bevolking wil, zou distantiëren. Zouden deze wetsvoorstellen er dan beter op zijn geworden?

De SGP neemt door alle verandering bij de andere politieke partijen van lieverlee een uitzonderingspositie in, in zoverre dat deze partij zegt haar leden en kiezers op basis van de grondslag of het beginsel te willen binden. Gelet op de trend bij andere partijen moet de SGP zich serieus de vraag stellen hoe lang men dit kan volhouden.

Dat is niet omdat die grondslag verkeerd is. Hoe zou dat kunnen? Een beginsel dat 75 jaar geleden als Schriftuuriijk gold, is niet tijdgebonden en kan dus niets aan waarde hebben ingeboet. Maar het is de vraag of dit beginsel in de toekomst ook als bindmiddel kan blijven fungeren. Bij andere partijen is dat bindmiddel in elk geval verdwenen.

Fundamenteel

Het is ook de vraag of alle SGP'ers het echt met elkaar eens zijn over de grondslag van de partij, waarvan artikel 36 NGB het centrum vormt. De RPF-senator Schuurman zei in 1990 in een vraaggesprek in onze krant van zeven SGP'ers artikelen in z'n bezit te hebben, die artikel 36 op zeven verschillende manieren interpreteerden. In de SGP is er dus volgens Schuurman geen overeenstemming over het bedrijven van politiek vanuit een theocratisch ideaal en met dit ideaal als perspectief.

Als nagenoeg alle andere partijen van een samenwerking op basis van de grondslag zijn „omgebouwd" tot een doel- of actie-samenwerking, hoe moet de SGP zich dan in de toekomst gedragen? Die vraag zal ongetwijfeld in de nabije toekomst de discussie in deze partij, al of niet bewust, beheersen. Ten diepste is de positie van de vrouw in de politiek een onderdeel van deze discussie.

Concessie?

Wellicht zijn er dan SGP'ers die vinden dat deze partij een ongeoorloofde concessie doet aan de geest van deze ontzuilde tijd, als de partij zich omvormt tot een doel- of actie-partij, waarbij de nadruk aanzienlijk sterker op het politiek program dan op de grondslag of het beginsel wordt gelegd. Maar bezinning op haar plaats en functie in deze ontzuilde samenleving kan ook de SGP niet uit de weg gaan, op straffe van vervreemding van een deel van haar leden en kiezers.

De uitkomst van deze bezinning zal nooit iedereen bevredigen, maar dat kan en mag geen reden zijn om die achterwege te laten. De Leidse hoogleraar en PvdA-senator J. Th. J. van den Berg schreef in de jubileum-Banier, dat hij de SGP, als laatste tot voor kort stabiele politieke burcht, zag wankelen. Van den Berg schreef deze wankeling toe aan de worsteling over de plaats van de vrouw. Maar de oorzaak zit dieper, ze gaat om het wezen van de partij in een veranderde samenleving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 mei 1993

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Het bestaansrecht van partijen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 mei 1993

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken