Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gemeenlijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gemeenlijk

4 minuten leestijd

Van je politieke vrienden moetje 't maar hebben. De vorige week dramatisch door haar partijgenoten uitgebonjourde staatssecretaris van sociale zaken Ter Veld weet daar alles van. Ze vroeg haar ontslag aan omdat, zoals premier Lubbers het formuleerde, gebleken was „dat de fractie van de Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer niet langer voldoende vertrouwen heeft in haar politieke functioneren". Zo zijn onze politieke manieren, anno 1993.

Ter Veld was niet het eerste slachtoffer van de nog vrij verse staatsrechtelijke regel dat een minister of staatssecretaris die het vertrouwen heeft verloren van zijn of haar geestverwanten in de Kamer behoort op te stappen. Lieden die om dezelfde redenen hun biezen moesten pakken, luisteren naar noemenswaardige namen als Van Eekelen, Van der Linden en Brokx. Pikant detail bij het vertrek van Elske ter Veld is dat haar directe baas, minister van sociale zaken De Vries, de man was die de zoeven vermelde staatsrechtelijke regel populariseerde.

Dat deed hij door in 1986 een politieke bombrief op de post te doen. Het slachtoffer was de toenmalige staatssecretaris van volkshuisvesting Gerrit Brokx. Deze was tijdens een parlementaire enquête (kijk, kijk, frappante parallel) onder vuur komen te liggen vanwege vermeende fraude (kijk, kijk) met subsidies (kijk, kijk). De Vries, bang voor een slechte pers (kijk, kijk), wilde Brokx zo snel mogelijk droppen en concipieerde daartoe een brief aan premier Lubbers. Daarin kwam deze passage voor: „...alles overwegende meen ik dat Gerrit ér-zowel politiek als persoonlijk— wijs aan zou doen de weg vrij te maken voor een ander persoon op deze post". Toen deze vertrouwelijke brief werd gelekt, was het lot van Gerrit bezegeld.

Twee jaar later sneuvelden Van Eekelen en Van der Linden. Zij kregen een brevet van onvermogen van hun eigen fracties (WD respectievelijk CDA) als gevolg van hun betrokkenheid bij de paspoortaffaire. Van dit duo was minister van defensie Van Eekelen de eerste die ging. Strijdend ging hij in de Kamer ten onder. Bitter klonken zijn laatste woorden: „Ik heb kennelijk velen in deze Kamer, onder wie mijn politieke vrienden, niet kunnen overtuigen...". Daarna leverde de minister zijn steek in bij de Majesteit.

Staatssecretaris van buitenlandse zaken René van der Linden was al even bitter. In het afscheidsbriefje dat "us Reneke" aan premier Lubbers schreef, "heette het: „Voornaamste reden om • thans mijn ontslag te vragen, is het feit dat ik de stellige indruk heb gekregen dat de vertrouwensbasis met de geestverwante fractie zodanig verminderd is, dat deze in politieke zin als onvoldoende moet worden beschouwd". En weg was de "wonderboy" van het CDA.

Voor zover valt na te gaan, was de allereerste Nederlandse bewindsman die opstapte als gevolg van een vertrouwensbreuk tussen hem en zijn politieke geestverwanten minister Stikker van buitenlandse zaken. Die kwam in aanvaring met zijn eigen WD over de kwestie-Nieuw-Guinea. Waar Stikker en het kabinet voorzichtig aanstuurden op het mogelijk loslaten van dit eiland, hield de VVD-fractie in de Tweede Kamer onder leiding van prof Oud vast aan Nieuw-Guinea. Daarbij kwam dat er tussen minister Stikker en fractievoorzitter Oud sprake was van zogenaamde "communicatiestoornissen' .

Dit moest dus mis gaan. Het ging dan ook mis. In 1951 diende Oud namens zijn fractie een motie van afkeuring in tegen de Nieuw-Guineapolitiek van het kabinet en daarmee dus ook tegen de eigen minister. Stikker nam de zaak hoog op. Om twee uur 's nachts gaf hij te kennen op te zullen stappen als de WD deze motie zou steunen. Want, zei Stikker, een minister moet zich verzekerd kunnen weten van de partijen die een kabinet steunen, „en natuurlijk in de eerste plaats van 'diegenen die men gemeenlijk zijn politieke vriendjes noemt". Politieke vrienden, wat kunnen ze soms gemeen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1993

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Gemeenlijk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1993

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken