Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zelfs een Minoïsche veerboot draagt zijn naam...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zelfs een Minoïsche veerboot draagt zijn naam...

Bij het graf van schrijver Kazantzakis: verlepte rozen en anjers en een naamloze tombe op het bastion

13 minuten leestijd

Wie kent niet de op Kreta geboren schrijver Niko(s) Kazantzakis, of althans een paar van zijn werken? Wie hem bewondert zal vooral z'n "Christus wordt weer gekruisigd" roemen, of zijn "Zorba de Griek" ("Alexis Zorbas"). Maar anderen verguizen hem, met name om zijn omstreden "De laatste verzoeking". Die afkeer wordt wellicht vooral ingegeven door de geruchtmakende film die de Amerikaanse Italiaan Martin Scorcese maakte en die het boek geen recht doet. De Grieks-Orthodoxe Kerk had aanvankelijk ook moeite met haar dolende zoon, maar bij zijn begrafenis op het hoogste punt van de huidige Kretenzer hoofdstad Iraklion (Herakleion) was de kerk erbij, en de staat ook.

Wie nu Kreta aandoet, kan niet om de schrijver heen. Recent heb ik dit op dat eiland tussen Griekenland en Libië gemerkt. We vonden er een naar Kazantzakis genoemde straat en zijn sobere, indrukwekkende graf op een Venetiaans bastion. Ik bezocht de aan hem gewijde tentoonstelling in het Historisch Museum in Iraklion, met reconstructies van twee werkkamers. Ik zag de grote veerschepen van de ANEK en de Minoan Lines uitvaren richting Rhodos en Athene en een ervan -met de "Prins in het lelieveld" uit het paleis van Knossos als symbool van rederij Minoan Lines op de schoorstenen heette de "N. Kazantzakis". Dat had de schrijver wellicht niet voorzien.

Geen (foto)boek

Zoiets is, voor zover ik weet, Nederlandse auteurs nog niet overkomen. Ik ken geen veerboot van Olau of P&O, of cruiseschepen van de HAL, die de "Simon Vestdijk" of, beter nog, de "Jan Slauerhoff" heten. Alleen rondvaartboten in de Amsterdamse grachten willen nog wel eens (vaderlandse) grootheden uit de wereld van cultuur en historie vernoemen... De expositie in het Historisch Museum, dicht bij de Venetiaanse haven met de Koulés-burcht, is een bezoek zeker waard. Al is het met de wijze van uitstallen en de voorziening aan tekst- en fotomateriaal van dat museum vrij belabberd gesteld.
Welk museum met zó'n hoeveelheid indrukwekkende verzamelingen op allerlei terreinen heeft geen enkele catalogus, algemeen of per collectie, beschikbaar en nauwelijks een paar (matige) ansichtkaarten van wat iconen? Van de beroemde auteur was daar niets te koop; geen foto(boek), geen biografie (zelfs niet in het Grieks), geen facsimile van z'n handschrift of iets dergelijks. In een Nederlandse gids vond ik ergens een verwijzing naar een boekhandel die wel een en ander van en over Kazantzakis had. Maar die was -wegens siësta?- gesloten. Het enige dat ik elders in de stad over hem vond was een ansicht van zijn graf bij zomeravondval, maar zonder vermelding dat dit zijn graf was...
Het doet wat denken aan het grafmonument van de grote Kretenzer en Griekse staatsman Elefthérios Venizélos op het schiereilandje Akrotiri op West-Kreta, niet ver van het fraaie havenstadje Chania. Maar op die tombe staat wel een standbeeld van de politicus en zijn naam is gebeiteld in het monument.

Museum in Mirtia

Een en ander wil niet zeggen, dat men de grootste schrijver van het eiland totaal verwaarloost. Ten zuidoosten van Iraklion, in het dorp Mirtia, is een Kazantzakis-museumpje te vinden, ondergebracht in zijn (groot)ouderlijkhuis, dat echter niet zijn geboortehuis kan zijn. Want volgens alle informaties is hij in Iraklion geboren. Ik kon niet naar Mirtia, maar vernam dat er persoonlijke bezittingen en diverse manuscripten te vinden zijn, en zijn boeken in vele vertalingen. Verder z'n agenda's, veel foto's, zijn kostuums en een (uitsluitend Griekstalige) videopresentatie. Wellicht geen catalogus of fotoboek, anders was dat ook wel in het Historisch Museum van Iraklion te koop geweest. Daar zijn soortgelijke museumstukken te vinden als in Mirtid.
Kazantzikis is overigens niet de enige schrijver of kunstenaar die het eiland heeft opgeleverd. Op diverse plaatsen kom je de naam van Vizéntsos Kornaros tegen, afkomstig uit Sitia. Hij leefde van 1553 tot 1613 -mooie gave jaartallen voor een herdenking: 440 jaar na zijn geboorte, 380 jaar na zijn dood- en werd beroemd om zijn nogal romantische "Erotókritos". Daarna is her onder de Turkse overheersing van Kreta (1669-1898) een paar eeuwen gedaan met de Griekse letteren, tot er na de bevrijding der Turken en de aansluiting bij Griekenland in 1913 nieuwe Griekse schrijvers opstaan. loannis Kondilakis (1862-1920) is een van hen. Deze in Viannos geboren journalist en auteur van novellen die op Kreta spelen, werkte echter een groot deel van zijn leven in Athene.

Schilder El Greco

Ook 'Kretenzer romans' schreef Pandélis Prevelakis (1909), die "De kroniek van een stad" uit 1938 wijdde aan ziin geboorteplaats Rethymnon. Hij had in Athene en Parijs naast letteren kunstgeschiedenis gestudeerd en schreef ook over een andere beroemde Kretenzer: de kunstschilder die voor het Spaanse hof werkje en die wij kennen als "El Greco" (de Griek), maar die voluit Doménikos Theotokópoulos heette. Hij kwam in 1541 ten westen van Iraklion ter wereld, in Fódele, en kreeg les aan de Berg Sinaïschool, de Grieks-Orthodoxe opleiding in Iraklion. Zijn leermeester daar moet de iconenschilder Michalis Damaskinós van de Kretenzer School zijn geweest.
Kreta was in die dagen bezit van de Dogen-republiek Venetië en de jonge Doménikos trok naar dat cultuurcentrum, waar hij les nam bij de beroemde Titiaan. Tijdens de bouw van het grote Escorialpaleis ging de Griek naar Madrid om daar opdrachten te verwerven. Dat lukte, maar hij botste nogal eens met z'n roomskatholieke kerkelijke bazen, die werken van hem afkeurden. Toch werd hij befaamd door schilderijen als De droom van Philips II, De begrafenis van graaf Orgaz, Gezicht op Toledo en De Heilige Familie.

Den Doolaard

De Kretenzer overleed in 1614 in Toledo. Ook hèm vinden we op Kreta terug: zijn geboortehuis in Fódele is een klein pelgrimsoord en in de hoofdstad zoek ik naast het drukke Venizelosplein de schaduw op in het rustige El Grecoparkje, waar zijn borstbeeld een typisch Spaanse, on-Griekse, kop weergeeft. Het Historisch Museum heeft ook één El Greco uitgestald. Erg veel moeite om zijn grote zonen in het zonnetje te plaatsen doet het bestuur van de hoofdstad en het eiland echter niet. Dat is volgens mij geen valse bescheidenheid of gebrek aan chauvinisme, maar gewoon onbegrijpelijke slordigheid. Zó zouden wij niet met Rembrandt of Vondel, Vincent van Gogh of ook Vestdijk durven omspringen.
(De keerzijde is wel die hele handel rondom onze grote kunstenaars tijdens groots opgezette manifestaties: met Vincent-stropdassen, idem plastic tasjes en wat niet al. Maar een middenweg tussen die commerciële kunstkermis en de uiterst magere presentatie van de Kretenzers moet daar toch mogelijk zijn).
Terug nu naar een bekende Kretenzer van onze eeuw: Kazantzakis, naar wie wèl een veerboot van de Minoan Lines is gnoemd. Wie en wat was deze     Niko(s)? Waarom stierf de auteur -bewonderd en in ons land binnengehaald door zijn collega en geestverwant A. den Doolaard- niet op zijn geliefd eiland, maar (op 26 oktober 1957) in het Duitse Freiburg im Breisgau?
Waarom ligt zijn graf wel op een van de mooiste plekken van Iraklion, boven op het Venetiaanse Martinengo-bastion aan de zuidkant van de stad? Ironisch daarbij is, dat deze auteur van het vrije Kreta rust op het bouwwerk van een bezettende macht. Maar op zijn zerk staat: „Ik ben vrij". Het graf is te voet vanuit het centrum niet zo simpel te vinden; men verdwaalt tussen de kleine witte huisjes en klimmende steegjes die de stad hier een oosters aanzien geven, vóór het bolwerk opdoemt. Waarom heeft het Historisch Museum twee werkkamers van hem nagebouwd: die in het Zuidfranse Antibes en die op het eiland Aegina?

Christus of de kerk?

Nikos werd op 18 februari 1883 in het toen door de Turken beheerste Iraklion geboren. Hij studeerde rechten in Athene en wijsbegeerte in Parijs en trok veel door Europa. Hij regelde na de Russische Revolutie de terugkeer van de Griekse kolonie uit de Kaukasus. Van 1935 tot 1945 woonde hij op Aegina. Toen was hij een poosje Grieks (onder)minister en daarna werkte hij voor de Unesco. In 1948 vestigde hij zich in Antibes, maar op een reis naar China en Japan werd hij ziek. In een kliniek in het Zuidduitse Freiburg overleed Kazantzakis in 1957.
Als denker en schrijver werd hij beïnvloed door Nietzsche en het nihilisme, nadat het socialistisch 'experiment' in Rusland hem had teleurgesteld. Zijn boek "Askitiki" (Ascese, onthechting) is daarvan een uiting. Hij wijdde zich aan de letteren in ruime zin; romans, novellen, gedichten, drama's, wijsgerige boeken, reisboeken en veel vertalingen. (Waaronder van Nietzsche's Zarathustra, Goethe's Faust, Dante's Goddelijke Comedie en de Ilias en Odyssee Van Homerus. Hij schreef zelf ook een beroemd epos, "Odyssee", van 33.333 regels).
Kazantzakis zei van zichzelf, dat Christus èn Boeddha, Lenin èn Odysseus zijn leven beheersten. Door zijn aanvankelijke sympathie voor de Sowjet-Unie en zijn romans, waarin hij de kwade praktijken van de (hogere) geestelijkheid der Grieks-Orthodoxe Kerk aan de kaak stelde en het opnam voor de verdrukte onderlaag en de „dwazen om Christus' wil", stuitte hij op veel tegenstand bij de politieke en kerkelijke leiders. Sommige boeken van hem verschenen dan ook eerder in vertaling dan in het Grieks. De schrijver voelde zich trouwens meer Kretenzer dan Griek en achtte Kreta een synthese tussen Griekenland en het (Nabije) Oosten. Dat de Griekse nationale kerk hem aanvankelijk niet 'lustte', pleit wellicht eerder tegen die kerk dan tegen zijn romans.

Verfilmde roman

Drie romans stellen het christendom centraal en dan kiest hij voor de vroege, evangelische, leer der kerk tegenover haar latere ontwikkeling. "Christus wordt weer gekruisigd" is daarvan het bekendste en in mijn ogen meest aangrijpende boek. Zijn geromantiseerd leven van Franciscus van Assissi, "De arme Gods" uit 1956, toont die keuze voor een kerk der armen. Al eerder, in 1954, verscheen zijn "O teleftéos pirasmós" (De laatste verzoeking, in 1961 in het Nederlands vertaald). Dat boek, een roman en niet bedoeld als rechtzinnige reconstructie der laatste dagen van Christus' omwandeling op aarde en Zijn kruisdood, deed toen noch in Griekenland noch in ons land veel stof opwaaien. Ik herinner me van toen ook geen kerkelijke acties tegen uitgever of vertaler. Jaren later, in 1989, toen de Amerikaanse filmmaker Martin Scorcese met zijn verfilming van het boek kwam, barstte de storm los. Ik ken de film niet, maar ben uit de publicaties eromheen geneigd te zeggen dat de filmer, zoals zo vaak gebeurt wanneer romans verfilmd worden, geen recht doet aan de bedoeling van de al jaren overleden auteur en bepaalde passages zwaar overbelicht. Daarin zou sprake zijn van een relatie tussen Jezus en Maria Magdalena, die in haar 'eertijds' een zondares, een publieke vrouw, was geweest. Nogmaals, Kazantzakis was zeker geen heilige, maar dat hij als romanschrijver de bedoeling had de kerk te treffen met een godslasterlijk boek wil er bij mij niet in. De Orthodoxe Kerk had dan vast niet toegestemd in zijn begrafenis in de hoofdstad, waar slechts een ruw houten kruis de tombe siert, met in zijn handschrift gebeiteld zijn tekst „Ik vrees niets, ik hoop niets, ik ben vrij".

Spaanse Burgerkrijg

In het Historisch Museum van Iraklion komen we de schrijver èn zijn werk in vele vormen tegen. In 'zijn' eerste zaaltje, nagebouwd naar zijn werkkamer op Aegina, staan twee borstbeeld-koppen van hem. En er is een tekening van de auteur in de stijl van El Greco (aan wie hij ook een boek wijdde, dat als "Verslag aan El Greco" postuum verscheen, in 1961). Ik zie er manuscripten liggen, drukproeven van "Christus wordt weer gekruisigd" (1948, Nederlandse vertaling in 1952, A. den Doolaard maakte ons land vertrouwd met deze Kretenzer), een luxe editie van "Ascese" met de originele aquarellen van Christos Santamouris, de Franse vertaling van "Aziz Izzet", boekenkasten vol met de meest uiteenlopende vertalingen en foto's van Nikos' begrafenis in '1957. Zijn Antibes-werkkamer in het museum bevat een sober bureau, een divan, een leunstoel met tafeltje en veel boeken en portretten. Onder die boeken tal van Franse gele ingenaaide banden, die je vroeger zelf moest opensnijden en die de (niet-)lezer verraden. Beide kamers geven een tamelijk compleet beeld van de schrijver: kranteverslagen van zijn hand toen hij in 1936 de Spaanse Burgeroorlog 'versloeg' en partij koos tegen Franco, veel foto's, brieven, zijn pen en schooltas, zijn priegel-egale handschrift in het Grieks en Frans.

Beste van de klas

We zien zijn schoolrapport van de Handelsschool van het Heilige Kruis op het eiland Naxos, waar de leerling „Cazandzakis" in 1897/'98 prima resultaten boekte.
Achter Gedrag staat: zeer goed, achter Werk, Houding en Beleefdheid hetzelfde. Voor de Franse taal heeft hij een 9 en voor geschiedenis en aardrijkskunde een 9 1/2. Er ligt hier ook de prijs die de Alliance Francaise uitreikte aan hem als de beste leerling voor het vak Frans: hij kreeg het boek "Les Gloires du Drapeau" (De heldendaden van de vlag).
Dwalend langs zijn vertaalde werken kom ik soms opmerkelijke dingen tegen. Waarom wordt zijn Nederlandse vertaling "Mijn heilige Franciscus" ("De arme Gods") uitgebracht door een Deense (?) uitgeverij LJUS, die ook "Frihet eller död" (Vrijheid of dood) uitgeeft. En waarom heet dit boek, gewijd aan de Kretenzer opstand tegen de TurKen, soms elders


"Vrijheid èn dood"? (Op de oude Griekse vlag uit die vrijheidsstrijd, die in een andere zaal van het museum hangt, staat: „Eleftheria i Thanatos"). Naast elkaar liggen twee Engelse vertalingen van de roman: "Freedom and death" en "Freedom or death". "Christus wordt weer gekruisigd" is in vele talen aanwezig, onder meer als filmeditie en ongelukkig vertaald als "Griechische Passion". Het is ook bewerkt tot hoorspel en toneelstuk. Ook zijn "Alexis Zorbas", beroemd geworden door de verfilming "Zorba de Griek" en door grijsgedraaide platen uit de jaren '60 met "De dans van Zorba", ligt hier. "Alexis Sorbas- Avontuur op Kreta", "Spil for mig', Zorbas", "Alexis el Griego" heten enkele overzettingen. Ook "Kapitein Michalis" gaat over de vrijheidsstrijd der Kretenzers tegen de Turkse heersers.

Reizen en denken

Dat schrijvers buiten de dagelijkse realiteit staan, kon men in elk geval Kazantzakis niet aanwrijven. Zijn "Spanje: een journaal van twee reizen vóór en gedurende de Burgeroorlog" en zijn "Japan en China: een journaal van twee reizen naar het Verre Oosten, in 1935 en 1957" geven aan dat de filosofisch ingestelde auteur ook politiek van wanten wist. Maar ook wijsgerige boeken schreef hij, waaronder "Henri Bergson". Het exemplaar in de vitrine bevat een eigenhandig door Kazantzakis geschreven motto van René Descartes: „Ik hoop, dat mijn critici niet zó partijdig zijn dat ze mijn uiteenzettingen weigeren te horen omdat ik ze in de volkstaal heb neergeschreven". Wel, dat laatste is meegevallen: over de hele wereld heeft men zich door de boodschap van deze Kretenzer laten gezeggen. En niet alleen met in het achterhoofd de gedachte aan het citaat van Paulus over deze eilanders: „De Kretenzers zijn altijd leugenaars, kwade beesten, vadsige buiken".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 1993

Reformatorisch Dagblad | 27 Pagina's

Zelfs een Minoïsche veerboot draagt zijn naam...

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 1993

Reformatorisch Dagblad | 27 Pagina's

PDF Bekijken