Bekijk het origineel

Homofiele naaste heeft duidelijke regels nodig

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Homofiele naaste heeft duidelijke regels nodig

Pleidooi voor herbezinning is volgens hulpverleners achterhaald

8 minuten leestijd

AMSTERDAM/SCHIEDAM/SOEST - De herbezinning op het laatste oordeel over de homofiele relatie, zoals die in de pers gestalte kreeg in de uitspraken van de Wezepse hervormde predikant drs. W. Dekker, is volgens hulpverleners een dolkstoot in de rug van mensen die strijden tegen de homoseksuele praxis en erotiek. Met name de opmerking dat met de aanvaarding van de homofiel ook de aanvaarding van de homoseksualiteit gegeven is, zit hun hoog.

„Ongetwijfeld heeft ds. Dekker de beste bedoelingen, maar hij brengt de mensen die tegen deze zonde strijden in verwarring", zegt dr. J. van der Wal, in het dagelijks leven directeur van de Gereformeerde landelijke instelling voor geestelijke gezondheidszorg (Gliagg) De Poort. Van der Wal ligt de problematiek na aan het hart. In 1990 publiceerde hij samen met anderen "Homofilie en de christelijke gemeente", een studie waarmee de auteurs de rechterflank van de gereformeerde gezindte voor het eerst diepgaand over dit thema leerden nadenken.

Elke nieuwe opening doet een golf van discussies ontstaan, zegt Van der Wal. Hij verwijst hiervoor naar een recente column in het magazine Koers, waarin een prominent schrijfster uit de gereformeerde gezindte ruimte vroeg voor mensen met een homofiele "geaardheid". Met het gevoel in de steek te worden gelaten, wendden sommige patiënten zich toen tot Gliagg De Poort en het Amsterdamse centrum Evangelische Hulp Aan Homofielen (EHAH) van de Vereniging tot Heil des Volks. Centrale vraag was of hun strijd tegen de homoseksuele praxis zo nog wel legitiem was.

Discussie overdoen

Mensen als ds. Dekker wekken de indruk de hele discussie van tien, twintig jaar geleden nog eens te willen overdoen, zegt EHAH-directeur J. J. van de Sluis. Kennis van de standpunten van de anti-homobeweging ontbreekt. Daardoor ontbreekt ook het inzicht dat in deze beweging niet langer over homofiele "geaardheid" maar "gerichtheid" wordt gesproken. „De gerichtheid is veranderbaar, of door bevrijd celibatair of door heteroseksueel te leven", aldus Van de Sluis, zelf het voorbeeld gevend door een trouw huwelijksleven, na ooit jarenlang praktiserend homofiel te zijn geweest.

Wat hij persoonlijk van discussies als die op de zomerconferentie van de CSFR vindt? ,,Men brengt mensen in verlegenheid. Het is vreselijk dat dat allemaal onbecommentarieerd in de pers komt. Die mensen gaan uit van de maatstaf van het gevoel, niet van de openbaring. Ze erváren de homoseksualiteit niet als zonde, en daarom is het voor hen geen zonde. Maar dat mag onze norm niet zijn. Je ziet wat daarvan geworden is in de besluitvorming van de grote protestantse kerken. Daar is de homoseksuele relatie geaccepteerd als alternatieve levensvorm. En dat ten koste van het gebod".

Vriendschapstherapie

Norm op de EHAH is verkeerde gevoelens „in krijgsgevangenschap" te brengen onder de gehoorzaamheid van Christus. Naar de mening van Van de Sluis worden christenen met een homofiele gerichtheid juist aangevochten als hulpverleners, zelfs in vragende zin, ruimte bieden aan een soort tussenstation, waar dergelijke gevoelens legitiem zijn.

Maar er is nog een onderscheid waarop volgens hem moet worden gewezen. „Vriendschappen rusten op verhoudingen van gelijkwaardigheid. Bij homofiele gerichtheid wordt uitgegaan van de ongelijkwaardigheid van de partner". Gliagg-directeur Van der Wal beaamt dat. Er zijn zelfs therapieën waar mensen vriendschap leren beoefenen, los van homo-erotische gevoelens.

Onbarmhartig

Een gelijkluidend commentaar komt van drs. R. van Kooten, hervormd predikant in Soest, en mede-auteur van "Homofilie en de christelijke gemeente". De hele materie is goed voor 60 bladzijden van het binnenkort verschijnende tweede deel van zijn studie over het zevende gebod. Ook ds. Van Kooten vindt het „verbazingwekkend" dat de hele discussie uit de gereformeerde en de hervormde kerk van de jaren zeventig door de gereformeerde gezindte nog eens wordt overgedaan. „Het lijkt barmhartig, maar het is vreselijk onbarmhartig", zegt hij met Van der Wal en Van de Sluis.

.Waardering heeft ds. Van Kooten voor de wijze waarop predikanten als drs. Dekker zich wensen te verplaatsen in de situatie van de homofiele medemens. „Hij wil een stuk van de uitzichtloosheid van hun lijden meedragen". Laakbaar vindt hij dat ds. Dekker nu blijkbaar in een fase van vragen zit en dat deelt met jongeren in ontwikkeling. „Zo'n aarzeling kan voor homofielen het opheffen van een slagboom zijn. Die weg kun je pas openen als je er vanuit de Schrift volledig van overtuigd bent dat dit de enig juiste is".

Sodom totaal

Een tweede bezwaar van ds. Van Kooten tegen dergelijke discussies is dat de homoseksualiteit wordt losgeweekt uit het totaalpakket van door de zonde verworden relaties. ,,Neem de pericoop over Sodom. Die tekent een samenleving waar zelfs de regels voor de gastbescherming niet meer worden geëerbiedigd. Dat is exemplarisch voor het Nederland van vandaag. Kijk naar de brutaliteit van de homobeweging, de overfinanciering van de anti-aidscampagne en naar het hele videotheek- en sexbladengebeuren. Isoleer je de homoseksualiteit, dan doe je te kort aan de totale boodschap van Sodom".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1993

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Homofiele naaste heeft duidelijke regels nodig

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1993

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken