Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het berouw van pentito Calderone

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het berouw van pentito Calderone

Twintig jaar geschiedenis van de mafia chronologisch in beeld gebracht

6 minuten leestijd

APELDOORN - De vermoorde anti-mafiarechter Giovanni Falcone hamerde er voortdurend op: bescherming van de "pentiti", de spijtoptanten die de zwijgplicht van de mafla doorbreken. Deze "berouwvollen" zijn het belangrijkste wapen in handen van de staat. Hun bekentenissen liegen er, inderdaad, niet om. Soms bekruipt je de vraag of het allemaal wel waar is wat pentiti tussen de tralies door fluisteren, zo onwerkelijk klinken hun onthullingen.

Een van de hoogste bazen van de Siciiiaanse Cosa Nostra, Antonino Calderone, werkt sinds 1987 samen ' met de justitie. Hij mag dan niet zo bekend zijn als Tommaso Buscetta, zijn levensverhaal is er niet minder verbijsterend om.
In de Franse gevangenis raakte Calderone in een geestelijke crisis en besloot hij, in 1984, te gaan praten. Meer dan 860 pagina's bedroeg zijn uiteindelijke verklaring, op basis waarvan in de afgelopen jaren 160 arrestaties werden verricht waaronder vrij recent kopstukken als Toto Riina en Nitto Santapaola. De beroemde Italiaanse mafiadeskundige Pino Arlacchi werd in de gelegenheid gesteld Calderone mede te bevragen. Hij stelde de bevindingen van de mafioso uit Catania chronologisch geordend in narratieve vorm op schrift. Het is een (leesbare) monologe aaneenrijging geworden van surrealistische scenario's en horrorscènes.
Er wordt een beeld geschetst van het dagelijkse leven, de organisatie en het denken van de mafia. Zelf was Calderone een van de veelbelovende jongens die werden ingewijd tot "man van eer". Hun werd te verstaan gegeven dat een mafioso meer is dan een gewone crimineel, hij behoort tot de fine fleur van'de misdaad. Mannen van eer hadden een gedragsreglement: geen prostitutie, geen moorden begaan in het territorium van een ander, je vrouw er buiten houden.

Koepel

Hij schikt zich in een paternalistische structuur, „een geheim genootschap dat in het gewone leven staat". Calderones broer Giuseppe (in de wandeling Pippo genoemd) dacht na de grote mafia-oorlog van de jaren zestig de Cupola uit om het gedrag van de families te reguleren, te voorkomen dat er heibel kwam, wat zou leiden tot nieuwe repressieve maatregelen van de regering. Deze "Koepel" markeerde de overgang van de plattelandsmafia naar een centraal geregeerd mafia-imperium.
Van 1962 tot 1969 immers was de Cosa Nostra danig verzwakt geraakt door interne stammentwisten. Moorden en arrestaties waren aan de orde van de dag. Belangrijke bazen werden gevangengezet, de regering stuurde de antimafiacommissie en de Cosa Nostra leek "knock out" geslagen. Maar de politie wist toen nog niets van de werkelijke structuur van de mafia - er waren nog geen spijtoptanten die de hiërarchie hadden beschreven, en dat is de reden geweest waarom Cosa Nostra zich kon herstellen.

Met smokkel en andere dubieuze zaken kreeg de mafia brood op de plank. Als al het geld was opgegaan aan advocaten, gevangenschap en dat soort dingen, werd gecollecteerd voor de meest hulpbehoevende families. „Ik kan jullie vertellen dat Salvatore ("Toto") Riina huilde toen hij tegen me zei dat zijn moeder hem in 1966, 1967, niet in de gevangenis kon opzoeken omdat ze het treinkaartje niet kon betalen", weet Calderone.

Hij geeft verslag van bloedstollende moorden, de drugshandel, de banden met met name christen-democratische politici en zakenlieden. Degenen die elkaar de vorige dag voor altijd trouw beloofden, slachtten elkaar de volgende dag af. Alles moest wijken voor de eer. Beesten waren het: Luciano Liggio, wiens hobby' het was eigenhandig te wurgen; Nino Santapaola, die stapelgek werd als hij niet doodde, die voor pure lol elke zaterdagavond op mensenjacht ging. „In een mafiafamilie moet iedereen in staat zijn een moord te plegen. De soldaten (de executiegarde van de mafia, MvB) doen het omdat het hun reputatie vergroot, hun carrière bevordert. Hoewel je binnen Cosa Nostra geen bijzondere waardering krijgt voor wreedheid, is er grote achting voor een man die niet bang is voor bloed, maar kalm en onbewogen blijft terwijl hij iemand het leven beneemt".

Steen in de maag

Intens berouw heeft Antonino van de zeven moorden waarvoor hij verantwoordelijk was. Een moord op vier kinderen heeft Calderone eigenlijk ertoe gedreven te gaan 'biechten'. „Met deze wond, deze steen in mijn maag die er nog steeds zit en er altijd zal blijven zitten. Daarom schaam ik me altijd als ik een kerk binnenstap".
„Ik ben gelovig en had het gevoel dat ik niet de sacramenten kon ontvangen zonder mijn schuld met de aardse gerechtigheid te hebben vereffend, vóór de goddelijke gerechtigheid", aldus Calderone, die zich moreel schuldig voelt aan al deze misdaden. „Ik vraag niemand om vergeving, want ik verdien die vergeving niet. Ik hoop alleen dat iedereen, na wat ik ga vertellen, eindelijk begrijpt wie die zogenaamde mannen van eer nu eigenlijk zijn en tot welke wandaden ze in staat zijn". „Luister naar wat ik zeg. Denk er eens even over na. Probeer het vege lijf te redden. Anders is er geen vergiffenis voor jullie. God zal jullie nooit de rouw en de rampspoed vergeven die jullie hebben aangericht. Jullie zijn mannen zonder eer", zo laat Arlacchi de spijtoptant besluiten.

Calderone heeft wroeging, maar dat laat zijn mafiose karakter onverlet - iemand wiens handelingen, motieven en denkwijze Cosa Nostra is. Daarom is zijn relaas een unieke portret over twintig jaar mafiageschiedefiis, waarmee de staat zijn winst kan doen.
De dood van de onderzoeksrechter Falcone betekende een keerpunt in de strijd tegen de mafia. Collaboratie van de staat met de mafia lijkt meer en meer tot het verleden te behoren. Een spijtoptant wordt niet meer, zoals de eerste pentito Leonardo Vitale in 1973 overkwam, voor gek versleten, maar serieus genomen. Niet voor niets' puilen de cellen uit door de aanwezigheid van de bijna vierhonderd pentiti.

De instrumenten tegen de mafia zijn aangescherpt. Nieuwe mensen zijn benoemd op sleutelposten. De bereidheid lijkt toegenomen om het mafiagezwel definitief uit de samenleving weg te snijden. Het is nog wel te vroeg om te constateren dat dank zij spijtoptanten als Nino Calderone de mafia nu echt ten dode is opgeschreven. De mannen van eer hebben bewezen dat ze voor heter vuren hebben gestaan.

N.a.v. "Leven in de mafia - Pino Arlacchi, Amsterdam het verhaal van Antonino 1993, opgesteld door Pino Arlacchi, Amsterdam 1993, Nygh en Van Ditmar, 269 blz. 36,90 gld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juli 1993

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Het berouw van pentito Calderone

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juli 1993

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken