Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een oude ketter met nieuwe ideeën

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een oude ketter met nieuwe ideeën

Ik doorzie jou, eerstgeborene van de Satan! zei Polycarpus tot Marcion

7 minuten leestijd

KAMPEN - Lang niet iedere dwaalleer of nieuwe gedachte overleeft de tijd. Zo ziet men dat de gnostiek door dê kerk is afgewezen en terecht geen kans heeft gekregen om binnen te dringen in de christelijke leer. Bij Marcion ligt dit anders. Werd hij in de oude kerk te vuur en te zwaard bestreden, in onze tijd wordt hij met open armen binnengehaald.

Wat thans bij velen aanslaat is zijn Schriftkritische denken. De Bijbel is bij Marcion niet meer het onfeilbare woord van God, maar moet aan een kritisch onderzoek worden onderworpen.

Treffend is in dit opzicht de uitspraak die een predikant eens deed bij de ingebruikname van een kerkgebouw: „Men gaat net zo lang door tot men het lege kaft overhoudt". Een leeg kerkgebouw is het gevolg. Marcion is zijn hele leven door een man van conflicten geweest. Hij was nergens te handhaven. Om te beginnen was er een ouderlijk conflict.

Hij werd geboren in Sinope, in Pöntus. Hij werd hier reder van schepen, maar had daarnaast interesse voor de theologie. Door de plaatselijke bisschop, zijn eigen vader, werd hij evenwel uit de gemeente gestoten.

Polycarpus uit Smyrna (die later de martelaarsdood zou sterven) heeft hem eveneens afgewezen. Moeten we Irenaeus geloven, dan kreeg Marcion er van Polycarpus flink van langs: „Ik doorzie jou, jij eerstgeborene van de Satan!" zo moet hij hebben gezegd. Een aangrijpend gegeven: Marcion en Polycarpus kenden elkaar persoonlijk; de een stierf als godslasteraar, de ander verheerlijkte Gods naam.

De derde keer dat het fout liep was in Rome, het Amsterdam van die dagen. Marcion kreeg een nieuwe kans. Men dacht dat het waarschijnlijk wel zo'n vaart niet zou lopen. We praten over het jaar 140 na Christus. Marcion betoonde zich aanvankelijk zeer sympathiek: hij schonk zijn hele vermogen aan de gemeente van Rome. Zo gek lang heeft die sympathie echter niet geduurd; ook in Rome werd Marcion geëxcommuniceerd.

Gnostiek
Hoewel Marcion zich afzette tegen de gnostiek en in zijn dagen met iets nieuws naar voren kwam, werd hij wel degelijk door deze richting beïnvloed. Zijn dualistische benadering van het Godsbeeld is onder meer onder invloed van de gnostiek tot stand gekomen.

De gnostische demiurg (= schepper) kreeg bij hem de trekken van de God van het Oude Testament. Marcion onderging voor die visie de invloed van een Syrische aanhanger van de gnostiek: Cerdo.

Men kan hem daarentegen nauwelijks bestempelen als een echte aanhanger van de gnostiek. Daarvoor is hij te veel zijn eigen weg gegaan, al stroomt het gnostische bloed hem door de aderen.

Marcion
Een groot verschil tussen de gnostiek en Marcion wordt gevormd door de documenten die men hanteert. Marcion beroept zich op de Bijbel als bron, maar dan wel in aangepaste vorm. Het laat zich raden dat een negatieve waardering voor de oudtestamentische Schepper-God, die Marcion zelfs niet eens als God wilde erkennen, gevolgen heeft voor de visie die hij had op de Schrift. Wat dit betreft zijn de tijden weinig veranderd. Ook vandaag de dag wordt de Bijbel vaak uitgelegd vanuit een al van tevoren vaststaande visie, wat die ook maar zijn mag. We vergeten zo gauw dat de Bijbel, het Woord van God, helder is en genoegzaam tot zaligheid. Niet voor niets spreken de kerkvaders over „de heilige Schriften".

Welnu, Marcion dacht hier heel anders over. Volgens hem was het hele oude Testament een onhoudbare kwestie. Hij schroomde er dan ook niet voor om de Schrift te gebruiken voor dit extreme standpunt: „En Hij (dat is Christus) zei ook tot hen een gelijkenis: Niemand zet een lap van een nieuw kleed op een oud kleed; anders zo scheurt ook dat nieuwe het oude, en de lap van het nieuwe komt met het oude niet overeen. En niemand doet nieuwe wijn in oude lederzakken; anders zo zal de nieuwe wijn de lederzakken doen bersten, en de wijn zal uitgestort worden, en de lederzakken zullen verderven".

Het klinkt mooi, maar de uitleg die Marcion aan deze woorden gaf betekende in de praktijk het afschaffen van het hele Oude Testament. Vervolgens vond nog een zuiveringsactie van het Nieuwe Testament plaats. Want hierin zaten volgens hem te veel joodse resten. Marcion noemde dit „joodse vervalsingen". Na aftrek van alle 'valse' bijbelboeken hield hij alleen nog tien brieven van Paulus over, zonder Hebreeën en de pastorale brieven. Als Evangelie werd Lucas door Marcion aangehouden, zonder de geschiedenis van Christus als kind.

Gemeenten
Je zou verwachten dat dit allemaal doorzien werd. Maar helaas sneed lang niet iedereen zo scherp als Polycarpus. Velen vonden „dat er wel wat in zat" of gingen helemaal voor Marcion overstag. Bovendien bleek Marcion een goed organisator. Hij is de enige ketter in de tweede eeuw geweest die een kerk stichtte en daar ook een bepaalde organisatie aan gaf.

De kerk van Marcion maakte aanvankelijk een grote groei door en verbreidde zich snel. In de tijd van Constantijn keert het tij, ook door de veranderende politieke en kerkelijke ontwikkelingen. Het is wel verbazend hoe ver de leer van Marcion zich kon verspreiden. In Armenië vormde het marcionisme zelfs gedurende de hele vierde eeuw en nog tijdens het eerste gedeelte van de vijfde eeuw een bedreiging voor het orthodoxe christendom.

De christelijke schrijver Theodoretus beroemt er zich op dorpen die compleet marcionistisch waren, tot het christendom te hebben bekeerd. Misschien lag de aantrekkingskracht van het marcionisme ook wel in de strenge ascese die de 'gelovigen' als een warme worst werd voorgehouden. Ook aan martelaren had de beweging geen gebrek. Als er een vervolging uitbreekt, is men als eerste van de partij. Zo kan mensenwerk heel wat lijken en op velen een onverklaarbare aantrekkingskracht uitoefenen. Schokkend is echter de gedachte dat marcionisten hun heil bij een mens zochten en niet bij God.

Dit is het derde deel in een serie van zes artikelen over dwalingen in de Vroege Kerk.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1993

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Een oude ketter met nieuwe ideeën

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1993

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken