Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Bij ieder dorp hoort een molen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Bij ieder dorp hoort een molen"

Prins Claus neemt De Hoed in Waarde officieel in gebmik

4 minuten leestijd

WAARDE - Bijna zestig jaar I nadat De Nijverlieid aan de PlasI seweg in vlammen opging, Iieeft • Waande weer een nieuwe koren-

^^H Door J. P. Sinke molen. Morgenmiddag hoopt Prins Claus de gerestaureerde standerdmolen De Hoed officieel in gebruik te nemen. Hij zal daarbij worden geassisteerd door de nieuwe molenaar, J. M. Wagenaar uit Waarde.

Hoewel de geschiedenis van De Hoed nogal wat hiaten vertoont, staat het vast dat de molen afkomstig is uit de omgeving van Gent, waar hij als korenmolen in gebruik was. Uit de constructie van de kast is op te maken dat hij in die tijd vras voorzien van drie koppels stenen, die in één lijn op de zolder lagen. Omdat de molen in Gent niet langer nodig was, werd hij in 1857 verkocht aan Johannes van Dijke uit Lamswaarde. In hetzelfde jaar kocht Van Dijke een stuk grond in de Kruiningse Polder van Maria Lavooij, weduwe van Jan Poley.

Het vervoer van Gent naar Kruiningen werd verzorgd door H. J. Vlaeminck, molenmaker en timmerman in Kapellebrug. Ook zorgde deze voor de opbouw van de molen en de bouw van een woonhuis en een stal. Daarnaast leverde hij alle bijbehorende materialen, zoals een paar nieuwe witte molenstenen van vijf en een halve voet groot, twee nieuwe zeilen en acht scherphamers. De kosten van het geheel bedroegen 5800 gulden. In de loop van 1859 werden de werkzaamheden door Vlaeminck afgerond.

In 1891 kvwm De Hoed in bezit van Nicolaas van Dijke en in 1949 ging hij over in handen van Cees van Dijke. Op dat moment was hij echter al enkele jaren niet meer in gebruik, , omdat het maalwerk sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in een aparte maalderij plaatsvond, met twee koppels stenen en een buil. Bij de ramp van 1953 'kwam De Hoed in het water te staan en wist de familie Van Dijke ternauwernood het vege lijf te redden door midden in de nacht, met achterlating van vrijwel alle bezittingen, te vluchten. Alleen wat papieren en kostbaarheden konden worden meegenomen. Daaronder bevond zich ook het contract met Vlaeminck. Pas tien jaar later werd de molen opgeknapt. Vanwege de beperkte financiële middelen was het herstel echter niet nomen. Foto RD optimaal. Mede daardoor zette het verval in de jaren zeventig door.

Demontage

Nadat De Hoed in handen van de gemeente Reimerswaal was gekomen, werden er plannen gemaakt om de molen te demonteren en ergens elders opnieuw op te bouwen. Door forse tegenvallers bij de restauratie van De Oude Molen in Kruiningen en de molens in Krabbendijke en Rilland, kwam hier echter niets van terecht en leek het lot van De Hoed bezegeld. Uiteindelijk werd de molen van de ondergang gered door de vereniging De Zeeuwse Molen.

Omdat de bebouwing rond de molen aan de Zandweg in Kruiningen de laatste jaren nogal was toegenomen en er ook geen andere locatie in Kruiningen beschikbaar was, besloot De Zeeuwse Molen om De Hoed over te brengen naar Waarde. Op 1 april 1989 vond dit transport onder grote publieke belangstelling plaats. Hoewel de molen heelhuids in Waarde arriveerde, bleek al spoedig dat de restauratie veel omvangrijker zou worden dan men aanvankelijk had gedacht. Uiteindelijk moest de molen dan ook vrijwel geheel worden gesloopt en opnieuw worden opgebouwd.

Bijdragen

De restauratie, die een half miljoen gulden heeft gekost, werd mogelijk gemaakt door bijdragen van Monumentenzorg, het Prins Bemhardfonds, de provincie Zeeland, de gejjieente Reimerswaal, de vereniging Dorp, Stad en Land, de stichting Cultuurfonds en het comité Zomerzegels. Daarnaast heeft ook een aantal bedrijven en particulieren aan de restauratie bijgedragen.

Het is de bedoeling dat de molen weer regelmatig gaat draaien. In verband daarmee heeft De Zeeuwse Molen J. M. Wagenaar als vrijwillig molenaar aangesteld. Wagenaar, die vanaf zijn veertiende jaar op verschillende Zeeuwse molens heeft gewerkt en ook een aantal vrijwillige molenaars heeft opgeleid, is blij dat Waarde weer een molen heeft. „Het is gewoon een aanwinst voor het dorp", zo merkt hij op. „Daarnaast ben ik erg blij dat de molen behouden is gebleven, want als je alles eens op een rijtje zet, dan moet je toch constateren dat er in deze eeuw al heel vrat molens op Zuid-Beveland zijn verdwenen. En laten we 'eerlijk zijn: bij ieder dorp. hoort gewoon een molen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 21 september 1993

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

„Bij ieder dorp hoort een molen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 21 september 1993

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken