Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Honderden ambtenaren en rapporten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Honderden ambtenaren en rapporten

Ondanks planningen, evaluaties en controles vallen resultaten meestal tegen

8 minuten leestijd

De werkzaamheden in het kader van de begroting van een bepaald jaar zijn onder te verdelen in een aantal stadia. Deze beginnen met de start van de voorbereiding en eindigen met het opmaken van de zogenoemde rijksrekening. Het verloop van de fasen wordt aangeduid met de term begrotingscyclus. Deze heeft betrekking op de begroting van een jaar en duurt op het ogenblik ruim drie jaar. Dit betekent dus dat er op elk moment steeds cycli van minstens drie begrotingen tegelijk lopen. De begrotingscyclus die wettelijk geregeld is in de grondwet en in de Comptabiliteitswet bestaat uit vijf fasen: voorbereiding, vaststelling, uitvoering, opstelling Rekening en verantwoording.

Laten we eens aannemen dat het om de begroting van 1995 gaat. De vijf fasen kunnen dan door middel van onderstaande tijdsbalk (fig. 1) worden weergegeven.

Maar daarmee zijn we er nog niet. Van elke fase is namelijk veel meer te vertellen. Het bijgevoegde schema (fig. 2) fiingeert daarbij als leidraad.

Voorbereiding 1993-94

De start van de begrotingsvoorbereiding bestaat uit het verzenden van de technische begrotingsaanschrijving voor de minister van financiën aan de verschillende ministeries. Hierin staan voorschriften voor de in te dienen begrotingsvoorstellen en een tijdschema waaraan de ministeries zich dienen te houden.

De volgende actie van de minister van financiën is het versturen van de Kaderbriefaan de ministerraad. In deze brief staan voorstellen over de wijze waarop volgens hem „omgebogen" (bezuinigd) moet worden.

Elke minister zal nu echter proberen zo min mogelijk om te buigen. Alle registers worden opengetrokken om aan te tonen dat bezuinigen eigenlijk helemaal niet mogelijk is, dat in de voorgaande jaren al veel is omgebogen, dat andere ministeries nu ook wel eens aan de beurt zijn, dat „nieuw beleid" in het gedrang komt, en, en... Kortom, een gekrakeel van jewelste tussen ministers onderling.

Na veel wikken en wegen en het sluiten van compromissen komen de ministeries onderling tot een vergelijk en gaan ze hun eigen begrotingsvoorstellen maken. De zogenaamde „primitieve begrotingen" die dan geproduceerd worden, moeten uiterlijk 15 april bij Financiën worden ingediend. Deze voorstellen worden vervolgens besproken op ambtelijk niveau en afgesloten met een overleg tussen de vakministers en de minister van financiën.

De minister stuurt na afloop van de overlegrondes een Hangpuntenbrief naar de ministerraad. In deze orief staan de nog niet opgeloste kwesties uit het overleg met de ministeries. De minister kan op basis van nieuwe ramingen van het Centraal Plan Bureau aan de ministerraad voorstellen doen om „ontvangstverhogende maatregelen" (lastenverzwaringen in de volksmond) te nemen, in plaats van zijn bezuinigingswensen er door te drukken.

Vaststelling 1994

Half juli rondt de ministerraad de besluitvorming af en wordt de Totalenbrief opgesteld. De ministeries weten nu waar ze aan toe zijn en stellen hun (minder primitieve) ontwerp-begrotingen op. Eventuele problemen die daarna nog rijzen, bij voorbeeld als gevolg van ondertussen gewijzigde omstandigheden, brengt de minister van financiën in de Augustusbrief aan de orde. De besluitvorming die naar aanleiding van deze briefin de ministerraad tot stand komt, leidt tot de Miljoenennota, die iöor drs. C P. Poltófemian Begrotingscyclus bij het Rijk Begrotingsfase Activiteiten Kapportagetijdstip Jaar figuur / 1. Voort)ereiding 2. Vaststelling De fasen van een budgetcyclus: de begroting voor het jaar 1995 Voorbereiding Technlsche-begrotingsaanschrijving van de _ministór van finan_c|ë_n_ Kaderbrief Indienen primitieve begroting bij Financiën Bilateraal begrotingsoverleg Hangpuntenbrief Totalenbrief Augustusbrief november februari/maart uiterlijk IS april mei/juni eind juni medio juli tweede helft van augus1993 3. Uitvoering 4. Opstelling Rekening 5. Verantwoording op Prinsjesdag aan het parlement wordt aangeboden.

Was in de eerste fase dus vooral sprake van overleg tussen departementen onderling, in de tweede fase van de begrotingscyclus speelt het parlement een Belangrijke rol. De Tweede Kamer heeft namelijk het recht om alle uitgaven van de overheid vooraf vast te stellen en de financieringsmiddelen aan te wijzen (budgetrecht). De gedachte hierachter is dat het parlement de belastingbetaler moet beschermen tegen een eventueel verkwistend beleid van de regering. Het budgetrecht houdt ook in dat de Tweede Kamer wijzigingen in de begroting kan aanbrengen.

In geval van een meerderheidsregering hoeft het kabinet niet bang te zijn dat de begroting veel zal veranderen. De ministers weten immers dat hun politieke vrienden in het parlement hen dat niet zullen aandoen.

Het probleem is vaak dat de volksvertegenwoordiging meer wil dan mogelijk is, en dus de regering tot extra uitgaven aanzet. De begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer begint met de algemene politieke en financiële beschouwingen. De woordvoerders van de verschillende politieke groeperingen spreken in hun „algemene beschouwingen" hun waardering en/of hun afkeuring uit over (delen van) de regeringsvoorstellen. Via het indienen van moties kunnen wijzigingen worden aangebracht.

Nadat de begrotingen (ieder begrotingshoofdstuk is een wetsvoorsteO afzonderlijk zijn behandeld en aangenomen, worden ze naar de Eerste Kamer gezonden, die ze na een soortgelijke procedure (weliswaar zonder budgetrecht) ook aanneemt. Het kabinet heeft nu groen licht om de begroting te gaan uitvoeren.

Uitvoering (1995)

Tijdens de uitvoering blijft centraal staan, dat niet meer mag worden uitgegeven dan door het parlement werd toegestaan („gevoteerd", heet dat in ambtelijke taal). De ministervan financiën moet ervoor zorgen dat de zaak „niet uit de hand loopt". Vaak zijn er namelijk „tegenvallers" (meer uitgaven en minder inkomsten dan geraamte zodat (grotere) tekorten dreigen te ontstaan en ... -je raadt het al- er bezuinigd moet worden.

Om niet voor voldongen feiten geplaatst te worden, eist de minister van financiën van de ministeries elke maand een "voortgangsverslag", de zogenaamde maandstaten, zodat tegenvallers in een vroeg stadium gesignaleerd kunnen worden.

Uit gezaghebbende bron is bekend dat de administratieve organisaties van de ministeries nogal wat lacunes vertonen, en dat ook om politieke redenen vakministers niet zo scheutig zijn met overzichten van de meest recente mee- en tegenvallers. Maar dit terzijde.

Voortgangsverslag

Hoe het gaat met de uitvoering van de begroting, kan de geïnteresseerde Nederlander te weten komen via de rapportages van het ministerie van financiën. Deze publiceert op basis van steeds drie maandstaten een voortgangsverslag dat we kennen onder de namen: a. Voorjaarsnota (jan-mrt) b. Vermoedelijke uitkomsten (aprjuni)

(deze worden gepubliceerd in de Miljoenennota voor 1996) c. Najaarsnota (juli-sept) d. Voorlopige Rekening (okt-dec)

Deze vier nota's worden stuk voor stuk besproken in de ministerraad en in de Tweede Kamer. Indien nodig, worden wetswijzigingen ingediend om „de begroting aan te passen'. Dit zijn meestal bezuinigingen...

Opstelling rekening (1996)

Nadat de begrotingsuitvoering is afgerond, volgen nog twee fasen van „toezicht achteraf'. Na afloop van het jaar waarop de begroting betrekking had, stellen de verschillende vakministers de Rekening op. Deze wordt, voorzien van rapporten van de departementale accountantsdiensten, opgestuurd naar de minister van financiën.

Deze interne controle (de zogenaamde rechtmatigheidscontrole) richt zich op drie vragen, te weten: 1. was de betaling gerechtigd? 2. is het geld niet uitgegeven aan andere dingen dan waarvoor het parlement het heeft gevoteerd? 3. zijn de begrotingsposten niet overschreden?

Na ontvangst van deze rapporten stuurt de minister van financiën „de hele handel", voorzien van zijn opmerkingen, door naar de Algemene Rekenkamer. Deze instantie draagt namelijk zorg voor de externe controle. Niet alleen wordt gekeken of de uitgaven gerechtvaardigd waren, maar ook kan op verzoek van het parlement gevraagd worden of er ook doelmatig met de algemene middelen werd omgesprongen. In het laat' Vaststelling Miljoenennota en ontwerpbegroting naar parlement Algemene politieke en financiële beschouwingen Vaststelling begrotings3e dinsdag in september eerste helft van oktober vanaf medio oktober Uitvoering Voorjaarsnota Voorlopige uitkomsten Najaarsnota Voorlopige rekening uiterlijk I juni 3e dinsdag in september uiterlijk I december uiterlijk I maart I99S Opstellingrekening Indienen departementale rekeningen bij Financiën Rekeningen naar Algemene Rekenkamer Rapport Algemene Rekenkamer Ontwerp slotwetten en rekeningen naar Tweede Kamer - uiterlijk I mei - uiterlijk I juni - uiterlijk I september - 3e dinsdag in september 1996 Verantwoording Opstelling rijksrekening eerste - 2e rapport Algemene halfjaar Rekenkamer van - Definitieve vaststelling 1997 1997 door Staten-Generaal ste geval wordt dan nagerekend of de bereikte resultaten misschien niet efficiënter (met geringere financiële offers) behaald konden worden en/of de beoogde resultaten ook werden bereikt. Hf financiële fiasco van de stormvloedkering in de Oosterschelde is daar een goed voorbeeld van. De begrote kosten waren ongeveer 4 miljard gulden en de uiteindelijke kosten ongeveer 8 miljard! De Algemene Rekenkamer (een onafhankelijk rekencentrum, dus los van de regering) brengt over haar rekenarij voor 1 september verslag uit aan de rege© REFORMATORISCH DAGBWD ring. De afrekeningen worden vervolgens voor Prinsesdag, vergezeld van de bevindingen van de Algemene Rekenkamer, als „slotwetten' ingediend bij de Tweede Kamer. Voor uitgaven die ten onrechte zijn gedaan, moet het parlement achteraf toestemming verlenen.

Verantwoording

Als dit allemaal afgehandeld is, stelt de minister van financiën de Rijksrekening vast. Deze wordt opnieuw aan de Algemene Rekenkamer voorgelegd ter goedkeuring.

Ten slotte stelt de Staten-Generaal de Rijksrekening definitief vast. De gehele begrotingscyclus loopt eigenlijk met een sisser ar, omdat de definitieve vaststelling vaak als hamerstuk het parlement passeert.

Met het aannemen van dit wetsontwerp is de begroting van een bepaald jaar definitief en Èifgehandeld en is verantwoording afgelegd.

De begrotingscyclus overziende, kan geconcludeerd worden: • dat de minister van financiën een sleutelpositie inneemt; • dat (duizenden) ambtenaren vele rapporten produceren; • dat er veel en vaak gecontroleerd wordt; • dat ondanks alle planningen, evaluaties en controles er meer tegenvallers dan meevallers zijn; • dat daarom steeds bezuinigd moet worden.

De artikelen op deze pagina sluiten aan bij de onderwerpen voor de eindexamens geschiedenis aardrijkskunde, maatschappijleer, economie en biologie voor het voortgezet onderwijs. Ze worden enerzijds geschreven op het niveau van de leerlingen, terv^ijl de auteur anderzijds het gehele / lezersplubliek / als doelgroep voor/ ogen heeft gehad. [ Duizenden ambtenaren zijn bezig met het produceren van honderden rapporten. Op de foto het kantoorgebouw van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Foto RD

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1993

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Honderden ambtenaren en rapporten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1993

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken