Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het dilemma van de ayatollahs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het dilemma van de ayatollahs

Ideologie Islamitische Republiek blokkeert pragmatische politiek

12 minuten leestijd

"Dood aan Amerika", "Dood aan Israël", klinkt ook vandaag de dag nog in de Islamitische Republiek Iran, zij het ietwat gedempter. De observatie van prof. dr. Udo Steinbach, directeur van het Deutsches Orient-Institut in Hamburg. Verflauwt soms het enthousiasme voor de export van de islamitische revolutie onder de erfgenamen van ayatollah Khomeini? Westerse terrorisme-experts denken daar anders over,

„Officieel ontkent Teheran elke betrokkenheid bij politieke terreuracties", repliceert dr. Steinbach. „Als je daarnaar vraagt bij president Rafsanjani of andere Iraanse autoriteiten, dan hoor je steevast: „Nee, wij ondersteunen de export van de islamitische revolutie niet langer. Wij gaan ervan uit dat onze republiek eens zo volmaakt zal zijn, dat zij zichzelf exporteert". In werkelijkheid onderhoudt Teheran echter nauwe betrekkingen met een hele reeks van islamistische (moslimfundamentalistische, BB.) regimes en bewegingen. Zonder enige twijfel verkeert de Islamitische Republiek Iran bij voorbeeld op heel goede voet met het militaire bewind in Soedan. Vanwaar die tegenspraak tussen Rafsanjani's bewering „Allemaal vijandige propaganda, die enge contacten tussen ons en islamistische groeperingen!" en de politieke realiteit? Deze vraag voert ons naar het kernprobleem van het bewind in Teheran. Enerzijds zou het Iraanse regime zich graag willen distantiëren van de erfenis van ayatollah Khomeini. Die koers leidt namelijk op een doodlopende weg. Anderzijds kunnen Rafsanjani en consorten niet de consequentie trekken uit dit inzicht omdat zij de gevangenen zijn van hun eigen islamitische systeem, hun enige legitimatie immers om de macht uit te oefenen in het land. Stappen zij van hun islamitische principes af, dan zijn ze zonder pardon verloren".

In zelfopgezette val

Gevolg van deze situatie is, aldus dr. Steinbach, dat het Iraanse regime heen en weer geslingerd wordt tussen een pragmatische koers en het permanente hooghouden van de nalatenschap van ayatollah Khomeini in binnen- en buitenland. Ijveraars, bewonderaars van buiten nopen de Iraanse overheid evenzeer tot vasthouden aan de religieus-ideologische uitgangspunten. Steinbach: „Vertegenwoordigers van islamistische organisaties als de Palestijnse Hamas of de Libanese Hezbollah hebben voortdurend de Islamitische Republiek in de mond. Als zij Teheran aandoen, raken ze bijkans in vervoering: „Jullie zijn onze hoop!". Zij dromen ervan dat hun politieke agitatie in eigen land eerstdaags zal resulteren in de stichting van een islamitische staat a la Iran. Dit toekomstbeeld mobiliseert activisten in Egypte, Jordanië, Algerije, Jemen. Uit deze zelfopgezette val weet Teheren zich niet te bevrijden".

Binnenslands onderscheidt de Duitse Midden-Oostenspecialist twee machtspolen. Aan de ene kant staat president Rafsanjani. Hij heeft onder andere de zorg voor het redelijk functioneren van de nationale economie. Tegenover hem opereert de eigenlijke geestelijke leider van Iran, ayatollah Khamenei, de feitelijke opvolger dus van ayatollah Khomeini. Aan hem is het volgen van de "islamitische lijn" toevertrouwd.

Dr. Steinbach geeft de aanhoudende confrontatie tussen beide Iraanse prominenten beeldend weer: „Stel dat Rafsanjani een toenadering tot Amerika voorstaat, dan springt Khamenei onmiddellijk op de ketting: „Verzoening met Amerika? De Grote Satan! Geen sprake van". Dit regime blokkeert zich met andere woorden dubbel. In en door zichzelf. Teheran zit echt in het slop. De Iraanse machthebbers schipperen tussen pragmatisch politiek bedrijven en de export van de islamitische revolutie".

Diep in de schulden

En passant houden de berichten in de westerse media aan dat Iran ondanks alle inteme economische problemen zich driftig aan het bewapenen is. Een angstaanjagend beeld, zo kort na afloop van de tweede Golfoorlog. Maar is onze schrik terecht, gefundeerd? Als een goed wetenschapper opteert Steinbach veeleer voor een „zeer realistische" benadering van dit westerse doemdenken. „De Islamitische Republiek kan jaarlijks over 18 tot 20 miljard dollar beschikken. Waarschijnlijk is het eerder 17 miljard. Per jaar geeft Teheran 3 miljard uit aan defensie. Vergelijk dit bedrag eens met de identieke uitgave van Saoedi-Arabië voor de periode voorjaar 1991 tot 1993: 32 miljard dollar... Wel eventjes een verschil! Van Iraans conventionele bewapening kom ik bepaald niet onder de indruk. Zij is naar mijn inschatting weinig effectief.

Komt bij, dat Iran diep in de internationale schulden steekt. Volgens eigen opgave 10 miljard dollar. Buitenlandse commerciële banken spreken daarentegen van maar liefst 30 miljard. Ondertussen staan de olie-inkomsten sterk onder druk. Die vertonen een dalende tendens. Overal investeert men op dit ogenblik in de oliewinning. In Centraal-Azië, Rusland, de Transkaukasus. Al met al biedt dat weinig speelruimte aan Teheran om grootscheepse wapeninkopen te doen".

Kernmogendheid?

„Cruciale vraag is natuurlijk de kwestie van de ontwikkeling van nucleaire slagkracht door Iran. Ook de Amerikanen tasten daarover in het duister. Persoonlijk ga ik ervan uit dat Teheran de status van kernwapenmogenheid begeert. Iran is in eigen ogen een grootmacht. Ook de mollahs, 's lands geestelijke voormannen, laten zich leiden door een glorieuze geschiedenis van 2500 jaar. Iraniërs nemen graag een sterke pose aan naar de buitenwereld. Als hün schaduw maar over Centraal-Azië valt of de Golf. De nucleaire component zit min of meer in hun hoofd en hart. Hoever zij op deze weg inmiddels zijn gevorderd, is blijkens de volstrekt tegenstrijdige berichten ongewis. Ik hecht zelf geen geloof aan de geruchten volgens welke Teheran op het eind van de 20e eeuw over een kernarsenaal zou beschikken".

Een soort alibi

De traditionele propagandaleuzen contra de VS en Israël relativeert de Hamburgse oriëntalist. „Ach, men móet simpelweg wel "Dood aan Amerika" brullen. Recent sprak ik met een vooraanstaande Iraanse parlementariër, de man was van 1982 tot 1988 ambassadeur voor zijn land bij de VN in New York. Hij keurde die verbale agressie sterk af. In een recente brief aan president Rafsanjani had hij juist gepleit voor een normalisering van de betrekkingen met Amerika. Zijn suggestie spoort ook met de publieke stemming. Tegenwoordig schreeuwen nog slechts een paar honderd man die anti-westerse leuzen. Nee, de Iraanse burgers hebben wel andere, belangrijkerzaken aan hun hoofd.

En als kreten tegen Amerika en Israël geventileerd worden,- heeft dat veel weg van een soort alibi. Ik vertoefde in Iran ten tijde van de herdenking van Khomeini's revolutie. Een gigantische moskee zat propvol met mollahs. Zodra zij me in het vizier kregen, wuifden ze vrolijk en riepen als in een ritueel: "Dood aan Amerika". Louter een plichtpleging, meer niet!"

Hoe staat het met het imago van Israël in de Islamitische Republiek Iran? „Als je mag afgaan op de publieke opinie, is dat lang niet zo slecht. Maar in ideologisch opzicht wordt Israël natuurlijk als een ware steen des aanstoots ervaren. In die optiek figureert Israël als een westerse creatie in het Midden-Oosten. Volkomen onaanvaardbaar. Desalniettemin doet men wel zaken met Israël. Al vanaf 1987.

Een aanzet tot acceptatie van Israels bestaan door de Palestijnen en andere Arabieren brengt het Iraanse regime vanzelfsprekend in problemen. De eigen vijandige propaganda jegens Israël kan steeds meer in de lucht komen te hangen. Teheran zal ook hier vroeg of laat worden gedwongen de bakens te verzetten. Hoewel Israël voor de Iraanse ideologen een elementair propagandamikpunt blijft. Daarom verwacht ik niet een erkenning van Israël door de Islamitische Republiek".

Geste van Amerika

„Eigenlijk is Iran bovenal geïnteresseerd in een toenadering tot Amerika. Het punt is alleen: hoe kleden we dat in? Men beseft heel goed zonder een normalisering van de verhoudingen met de VS niet vooruit te komen. Wanneer de Amerikanen een gebaar van goede wil zouden maken, breekt zo'n geste stellig het ijs. De Iraniërs zouden het voorzichtig accepteren. De tijd is er rijp voor.

Teheran kan overigens zelf ook aanzienlijke druk op Washington uitoefenen om water in de wijn te doen. Door de tegenstanders van het Arabisch-Israëlische vredesproces -Hezbollah, Hamassteun te verlenen, kunnen de Iraniërs de Amerikanen hardhandig met de neus op hun politieke gewicht, betekenis drukken. „Wij zijn er ook nog! Wij kunnen gemakkelijk een spaak in het wiel steken. Wordt het niet hoog tijd om ons de hand te reiken?"

Volgens mij zullen de Iraniërs zich waarschijnlijk zo gaan verkopen. Als de Amerikanen dat begrijpen, zullen ze sneller een gebaar maken. Hoe? Wel, door bij voorbeeld de bevroren Iraanse tegoeden in de VS vrij te geven. Miljarden dollars! Naar raming 10 a 13 miljard. „Dan doen wij de volgende stap", zou Rafsanjani Washington kunnen verzekeren".

„Karl Marx!"

In een eerder reisbericht (februari 1993) prikte dr. Steinbach het totalitaire beeld van de Islamitische Republiek Iran door: „Hoewel de surveillance door de geheime dienst nagenoeg nog alomtegenwoordig is, wordt er openlijk kritiek gespuid aan het adres van de regering en wordt de machtsovername door de geestelijkheid gelaakt. De priveé-sfeer wordt grosso modo gerespecteerd. De pers weerspiegelt een diversiteit aan politieke opinies. (...). Iraanse intellectuelen ontdekken -dikwijls tot groot ongenoegen van de mollahs- oude inheemse tradities, die met de islamitische revolutie zijn weggedrukt. Iraanse films vallen internationaal in de prijzen. Voor bioscopen waar westerse films worden vertoond, staan jong en oud, mannen en vrouwen, urenlang in de rij".

Een momentopname die doorgaans niet strookt met onze berichtgeving van strenge handhaving van de "islamitische moraal" ter plekke. Dr. Steinbach: „Men heeft in het Westen ook doorgaans geen idee hoeveel vertalingen van buitenlandse, Europese literatuur Iraanse boekhandels in voorraad hebben". Soms ook joodse auteurs? „Karl Marx waarschijnlijk! In de wereldliteratuur zijn schrijvers van joodse origine natuurlijk niet te vermijden. Maar Israëlische auteurs heb ik nog niet gezien. In elk geval lijkt van censuur geen sprake. Vertalen en drukken".

Geheime dienst

De opmerkelijke politieke verscheidenheid van de Iraanse pers heeft dr. Steinbach aangenaam verrast. „Je leest linkse, rechtse en gematigde meningen. Deze verschillende dagbladen dragen reeds de kiem in zich van diverse politieke partijen. Ook dit gegeven duidt op een veelkleuriger, pluriformer binnenlandse situatie in de Islamitische Republiek dan vaak naar buiten blijkt.

En vergelijk het Iraanse parlement eens met de toestand elders in de wereld van de islam. Zeker, die majlis voldoet niet aan de democratische maatstaven van het Westen. Toch bezit het relatief veel macht, is het werkelijk gekozen. Leg daar de politieke situatie in Marokko, Algerije, Egypte, Jordanië eens naast. Al met al aanzetten tot een democratisering van het Iraanse systeem".

De politieke repressie bevindt zich in de Islamitische Republiek Iran, aldus dr. Steinbach, op haar retour. „Qua aantal politieke gevangenen oogt de huidige situatie ietwat beter dan drie, vijf jaar geleden. Toegegeven: de geheime dienst gaat nog gewoon zijn gang, luistert burgers naar believen af'.

Tien jaar voor prent

Volgen Iraanse vrouwen de voorschriften van de mollahs op? „Ze moeten wel. Hoewel ook hier nuances niet ontbreken. Herhaaldelijk heeft president Rafsanjani zich zeer gematigd opgesteld. „We moeten het niet al te nauw nemen". Prompt reageren dan de traditionalisten, de voorstanders van de "islamitische moraal". Zij vinden dat vrouwen minstens een hoofddoek dienen te dragen. De president kan zeggen wat hij wil, maar deze lieden leggen koste wat kost hun wil aan de samenleving op. Van tijd tot tijd gaan horden pasdaran, "revolutionaire wachters", spontaan tot actie over tegen Iraanse vrouwen die door lippenstift of 'lichtzinnige' kleding de "islamitische moraal" negeren.

Een Iraanse burger kan zich weliswaar veel permitteren, maar het kan altijd volledig misgaan. Dat is het risico. Onlangs tekende een Iraniër een karikatuur van Khomeini. De man had niets kwaads in de zin. De prent was echt vriendelijk bedoeld. Hij kreeg wel tien jaar gevangenisstraf'.

Conform een traditioneel uitgangspunt van Irans sji'itische schriftgeleerden -"wanorde binnen orde"- doorkruisen religieus bevlogen radicalen rond president Rafsanjani telkens diens pragmatische politieke initiatieven binnen- en buiten de landsgrenzen op een drieste, soms moorddadige (aanslagen in Europa!) wijze.

"As Teheran-Bagdad"?

Naar het inzicht van dr. Steinbach staat en valt de Islamitische Republiek Iran met een aanpak van de acute sociale misère. „Als het niet lukt de economische situatie te stabiliseren, zal het systeem almeer sympathisanten kwijtraken. De mensen maken er geen geheim van de autoriteiten, de mollahs met name, incompetent te vinden. De doorsnee Iraniër heeft de buik vol van de islamitische schriftgeleerden, die inefficiënte bemoeials. De burgers trekken zich terug in hun privé-leven. Er is een ware run op westerse video's. Het ideaal van de Islamitische Republiek is bij velen verbleekt, ja verloren gegaan. Een dramatische ontwikkeling.

Ongeveer 40 procent van de beroepsbevolking is werkloos. In de straten van Teheran hangen hele schares mannen rond".

Een contra-revolutie verwacht dr. Steinbach in Iran niet. Een reële politieke oppositie ontbreekt. De moejahedien is een sekte zonder enige invloed in Iran. Het regime beschikt over ampele repressiemiddelen. Daarenboven is de bevolking moe. „Binnenlands mist het regime in toenemende mate legitimiteit, buitenlands is het geïsoleerd", vat hij Teherans weinig rooskleurige positie bondig samen. Maar een kat in het nauw kan gevaarlijke sprongen maken... „Dat is het precies!", valt dr. Steinbach bij. „De Amerikanen menen niet helemaal ten onrechte dat Iran vandaag de dag machtspolitiek gezien van marginaal belang is. Een gevaarlijke illusie, want Iran zal absoluut niet berusten in dit verlies aan mondiaal prestige. Veelzeggend genoeg plegen Teheran en Bagdad dezer dagen intensief overleg. Wellicht beoogt de Islamitische Republiek Iran samen met Saddam Hoessein een nieuwe 'as' in het leven te roepen, die tegen het ArabischIsraëlische vredesproces is, tegen Amerika, tegen Europa, tegen Saoedi-Arabië, tegen Koeweit".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 november 1993

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Het dilemma van de ayatollahs

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 november 1993

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken