Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Echtscheiding om erger te voorkomen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Echtscheiding om erger te voorkomen

Drs. H. J. Selderhuis wil eerlijk beeld van Bucers visie op huwelijk en echtscheiding

9 minuten leestijd

„Wat het huwelijk betreft is Bucer meer dan losbandig", zo stelde koopman Burcher na een gesprek met Bucer. De reformator zelf schreef over het huwelijk: „God geve, dat wij boven alles Zijn wil begeren, in acht nemen en nakomen. Amen". Dat lijkt elkaar toch tegen te spreken? De werkelijkheid rond Bucers kijk op huwelijk en echtscheiding ligt genuanceerder.

De 32-jarige drs. H. J. Selderhuis, christelijk gereformeerd predikant in Zwolle, hoopt op 21 januari in Apeldoorn te promoveren op een dissertatie die als titel draagt: "Huwelijk en echtscheiding bij Martin Bucer". Bevriend opponent zal dr. M. de Kroon zijn, voorheen directeur van het Duitse Bucer-instituut. Promotor is prof. dr. W. van 't Spijker.

In steden en gebieden waar in de zestiende eeuw de Reformatie wordt ingevoerd, valt het rooms-katholieke canonieke wetboek als norm voor het kerkelijke en publieke leven, dus ook voor het huwelijk, weg. In dat recht gold het huwelijk als een onaantastbaar sacrament.

Er moet door de protestanten een nieuw huwelijksrecht ontwikkeld worden. Bucer levert daaraan een bijdrage. Hij trekt evenwel iets andere lijnen dan collega-reformatoren. Hij had vooral ook oog voor de emotionele kant van het huwelijk.

Door de eeuwen heen heerste de mening dat met name Bucers visie op echtscheiding onbijbels was. Nooit echter nam men de moeite te onderzoeken wat hij werkelijk bedoelde. Selderhuis heeft in zijn proefschrift geprobeerd de visie van Bucer op het huwelijk in kaart brengen.

Huwelijksmakelaar
Bucer fungeerde soms als huwelijksmakelaar: „Jij moest maar eens een goede vrouw zoeken", zo klonk nogal eens uit zijn mond. De Straatsburger reformator Bucer spoorde zelfs zijn achttien jaar jongere collega Johannes Calvijn aan om te trouwen. De Geneefse reformator luisterde. Sterker nog: Béza schreef dat Calvijn zijn vrouw menselijkerwijs aan Bucers bemoeienis te danken had en dus „uit diens hand" had ontvangen.

Elisabeth, de eerste vrouw van Martin Bucer, lag op haar sterfbed. „Wibrandis", zo zei ze tot haar vriendin, de weduwe van Capito: „Trouw jij maar gauw met mijn Martin en zorg voor hem en de kinderen als ik straks ben gestorven". Inderdaad trouwde Wibrandis tien dagen na het sterven van Elisabeth met de weduwnaar Bucer.

Deze Wibrandis (geboren Rosenblatt) overigens trouwde met Capito na bemiddeling van Bucer. Eerder was ze weduwe van Oecolampadus, de reformator van Bazel. Een degelijke dame dus, getrouwd geweest met drie reformatoren. Haar eerste man was ambachtsman. Deze stierf jong.

Voor een reformator als Martin Bucer was het huwelijk een instelling van God. Maar het zondige mensenhart is oorzaak van echtscheiding. Bucer onderscheidde zich, waar het ging om huwelijk en echtscheiding, van Luther en Calvijn.

Aandrager
Drs. Selderhuis denkt dat zijn studie over Bucer mogelijk actuele betekenis  heeft voor ons omgaan met huwelijk en echtscheiding. Om die reden is het proefschrift zo geschreven dat het voor een breed publiek toegankelijk is. Tegelijk zegt hij bescheiden te moeten zijn, omdat hij als historicus slechts gegevens aandraagt. Wel wil hij kwijt het niet in alles automatisch met Bucer eens te zijn.

Als gemeentepredikant wil hij graag de pastorale kant van Bucers visie belichten: Als Bucer zijn visie ontwikkelt, heeft hij zeker de gemeenteleden pastoraal op het oog: het huwelijk bewaart voor de zonde. Een stukgelopen huwelijk kan ook zondige begeerten opwekken, zodat mensen hun heil op het spel zetten. Zoals de kanttekenaren in de Statenvertaling aangaven dat het kwaad van een echtscheiding soms een nog groter kwaad van seksuele zonden kan voorkomen.

Het steekt de promovendus enigszins dat de gedachte nog steeds leeft dat Bucer een losbol geweest zou zijn. Steeds opnieuw ontmoette Selderhuis de omstreden uitspraken van de Engelse koopman John Burcher, die Bucer slechts eenmaal ontmoette. Zelfs Bucerkenners als F. Wendel, G. May en K. Koch trapten in deze valkuil. Die fout overkwam ook J. W. van den Bosch in diens dissertatie (1922) over de ontwikkeling van de praedestinatiegedachten bij Bucer.

Bucer/Calvijn
Veelvuldig worden Bucer en Calvijn tegen elkaar uitgespeeld. Van den Bosch zei: „Bucers visie op echtscheiding wordt door Calvijn terecht bestreden". „Ongenuanceerd", aldus Selderhuis. „Calvijn en Bucer hebben zich nooit van elkaar verwijderd en zeker niet inzake hun visie op het huwelijk, ondanks nuanceverschillen. Wel dachten ze verschillend over echtscheiding, maar Calvijn heeft Bucer nooit met name afgewezen".

Volgens Selderhuis zijn de bijbelse gegevens over het huwelijk bij Bucer maatgevend. Het verbondskarakter van het huwelijk acht hij hoog en het beeld van de gemeente die verbonden is met Christus gebruikte hij graag. Voor Bucer was, zo concludeert drs. Selderhuis, het huwelijk haast heilsmiddel. Hij stelt zelfs dat, als een vrouw verloren gaat, dat de schuld is van haar echtgenoot. Bovendien gaat Bucer er zonder meer van uit dat de Schrift zich niet tegenspreekt. Wat in I Korinthe staat, kan niet in strijd zijn met wat Adam, Mozes (over de scheidsbrief) of anderen zeggen.

Bucer zet, aldus Selderhuis, hoog in met het huwelijk. Maar hij placht wel te zeggen dat een man het hóófd en niet de tirán van de vrouw is. Dat moeten we plaatsen in de context van die tijd. Het kwam toen veel voor dat vrouwen te lijden hadden van de misdragingen van mannen.

Bucer begreep goed dat de mens seksuele begeerten heeft. Als je dat verplicht onderdrukt, dan ontstaat er chaos en valt de mens in zonde, waarmee hij het oordeel over zich roept. Het huwelijk is de bedding voor seksuele begeerten en bewaart, aldus Bucer, voor de zonde.

Verzuchting
Hoewel deze dissertatie uiteraard een wetenschappelijk karakter heeft, gingen de gedachten van drs. Selderhuis ook wel uit naar de pastorale praktijk in de kerkelijke gemeenten. Menig predikant slaakt vandaag de dag de verzuchting dat zijn pastoraat uit weinig anders bestaat dan uit huwelijksproblematiek. Vaak raken mensen daardoor de band met de kerk kwijt.

Bucer maakte dat ook mee en als hij tot de conclusie kwam dat een huwelijk niet meer te redden was, dan stemde hij toe in echtscheiding. Maar met als pastoraal motief dat mensen juist voor grotere zonden en daardoor voor het oordeel gespaard zouden blijven. Daarin zit een zeker onderscheid met Calvijn, die bij voorbeeld een vrouw die een slecht huwelijk heeft, aanspoort dat alles geduldig te dragen. Bucer zag in een dergelijke situatie sterker op het gevaar van overspel. De beide reformatoren hebben elkaar om deze verschillen nooit aangevallen.

Pastoraal
Voor Bucer speelde nog een ander pastoraal aspect, zo legt Selderhuis uit. Bucer zag ook de gevaren voor kinderen die opgroeien binnen een slecht huwelijk. Dat werkt ook een kwaad uit. Bucer zag in onze samenleving een drievoudige cirkel: eerst het gezin, dan de kerk en daarna de samenleving. Of andersom. Als het gezin slecht functioneert, gaat het met kerk en maatschappij ook niet goed. Opnieuw hier het pastorale: bewaar mensen, ook jonge mensen, voor het kwaad.

Bucer pleitte, in de lijn van Zwingli, voor de invoering van huwelijksrechtbanken. Ze waren in de eerste plaats bedoeld om te kijken of een huwelijk acceptabel was. Bezien werd of er sprake was van een te nauwe bloedverwantschap, of dat er sprake was van dwang of bigamie. Later kregen die rechtbanken er de taak bij echtscheidingsaanvragen te beoordelen.

Volgens Selderhuis hield Bucer er de redenering op na dat, zomin als een kerkganger ook vanzelfsprekend gelovige is, een getrouwd iemand automatisch een goede echtgenoot is. Als wederzijdse liefde ontbreekt, is het huwelijk gebroken.

Naast de vanouds geaccepteerde echtscheidingsgronden van overspel en kwaadwillige verlating kende Bucer er nog wel dertien. Daarbij hoorde ook een regelmatig pak slaag van een van de echtelieden. Ook kon de psychische gesteldheid reden zijn voor echtscheiding, of criminele activiteiten (gevolgd door veroordeling) van een der echtelieden. Selderhuis: Als een vrouw een abortus liet uitvoeren, was dat volgens Bucer voor de man reden voor echtscheiding.

Achter zijn visie schuilt de (bijbelse) gedachte dat het beter is te trouwen dan de te branden en dat het niet goed is dat de mens alleen blijft. Van daaruit concludeert hij zelfs dat iemand die overspel pleegt later toch moet kunnen hertrouwen.

Inzetting Gods
Volgens Selderhuis werkt de negatieve beeldvorming over Bucers huwelijksvisie tot vandaag door. Bucer echter wees als geen ander op de betekenis van het huwelijk als inzetting van God. En dat ziet hij niet louter sociaal, maar steeds in het kader van het eeuwig wel en wee. De tegenstelling tussen Luther en Bucer ligt vooral hierin, aldus Selderhuis, dat Luther meer vasthield aan het roomse canonieke recht, omdat zijn werk als eerste reformator anders gekleurd was dan dat van Bucer. Deze namelijk werd door stedelijke overheden gevraagd om nieuwe regels omtrent huwelijk en dergelijke te ontwerpen in een nieuwe, gereformeerde samenleving. Dat gebeurde in onder andere Ulm en Straatsburg.

Selderhuis verklaart de scheiding tussen tafel en bed als een overblijfsel uit het roomse canonieke recht. Bucer noemde deze vorm van scheiding een uitvinding van de duivel: dat vraagt om het begaan van zonden.

Tegelijk moeten we bedenken, aldus Selderhuis, dat Bucer en zijn eerste vrouw beiden uit het klooster kwamen. Daar zagen ze wat er fout kan gaan als seksuele begeerten niet regulier ingebed zijn. Ze leerden er de dubbele moraal, waar ze zich later tegen verzetten: Er stond in het klooster een zwaardere straf op een huwelijk dan op 'gewoon' bordeelbezoek.

Motieven
Er is wel gesuggereerd dat Bucer oneigenlijke motieven gebruikte om echtscheidingsgronden te verruimen. Selderhuis concludeert echter dat Bucers eigen huwelijken uitstekend waren. Iemand als John Milton greep wel terug op Bucer om eigen huwelijkshandel en -wandel te rechtvaardigen.

Bucer zelf was theocraat in hart en nieren en dat bleek ook in zijn visie op het huwelijk. Alleen hield Bucer concreet rekening met het zondige mensenhart. Hij verweerde zich een keer tegen de aantijging dat hij uit het klooster gegaan was om zich seksueel uit te leven met de opmerking dat hij, al hij zich uit zou willen leven, beter in het klooster had kunnen blijven. „Dan stonden mij in het bordeel meer vrouwen ter beschikking".

Drs. Selderhuis wijst op de actuele betekenis van Bucers visie op huwelijk en echtscheiding. „Onze christelijke gereformeerde kerkorde stelt dat de kerk nooit mag adviseren tot echtscheiding. Maar dan zie je huwelijken toch uiteengaan en mensen vaak uit de kerk verdwijnen".

Selderhuis zegt allereerst recht te willen doen aan Bucer maar is tevens overtuigd van de aard van Bucers opvattingen voor kerk en samenleving vandaag. In ieder geval ziet hij veel parallellen tussen Bucers tijd en de onze: In de vroege reformatietijd raakte bij voorbeeld samenwonen in zwang. Daarom valt er winst te halen uit Bucers visie, zo meent drs. Selderhuis.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 januari 1994

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Echtscheiding om erger te voorkomen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 januari 1994

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken