Bekijk het origineel

Geen aardverschuiving in Costa Rica

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geen aardverschuiving in Costa Rica

Inwoners van het 'Zwitserland' van Midden-Ainerika morgen naar de stembus

6 minuten leestijd

APELDOORN - In het 'Zwitserland' van Midden-Amerika wordt morgen in 8000 lokalen I gestemd over 1 president, 2 vicepresidenten, 57 parlementsleden en 81 gemeenteraden. Een echte aardverschuiving valt niet te verwachten. De overmacht van de twee groten partijen in Costa Rica komt in feite neer op de prolongatie van een 'eenpartijstelsel'. Want in werkelijkheid verschillen de PLN en de PUSC nauwelijks van elkaar.

Het achterliggende anderhalf jaar kwam het doorgaans zo rustige Costa Rica op een ongewone manier in het nieuws. Door drie gijzelingen kwam het land in de internationale schijnwerpers te staan. De vraag drong zich op of Costa Rica een tik had meegekregen van de gebruikelijke turbulentie die in de buurianden Panama en Nicaragua heerst.

Gelukkig stonden de affaires min of meer los van Costa Rica. Toeristen die de 'rijke kust' veelvuldig plegen te visiteren -hetzij om er een paar dagen op adem te komen van een intensieve reis, hetzij voor een ecologische tripschrokken niet terug. Sinds jaar en dag timmert Costa Rica met zijn 3 miljoen inwoners aan de weg als vakantieland. De economie van het land drijft voor een groot deel op de inkomsten van deze industrie. De achterliggende vier jaar is daar door de aftredende president Rafael Angel Calderón geen verandering in gekomen. Costa Rica heeft de centen van de toeristen zelfs harder nodig dan ooit.

Tegenvallers

Rafael Angel Calderón Foumier, voluit, zag zich vrijwel direct na zijn officiële aantreden op 8 mei 1990 geconfronteerd met de inboedel die zijn voorganger Oscar Arias hem had nagelaten. De haast legendarische sociaal-democraat Arias had zijn grote vredesinspanningen in Midden-Amerika (Esquipulas I en II) dan wel bekroond gezien met een Nobelprijs, maar was intussen bijna vergeten dat hij president van Costa Rica was. Vooral het laatste jaar van zijn ambtstermijn stond in het teken van zich gestadig aftekenende recessie, die mede in de hand was gewerkt door een lichtvaardig uitgavenpatroon.

Het presidentschap van de Rafael Angel Calderón begon met tegenvallers. Costa Rica kreeg in 1991 te maken met problemen als oplopende inflatie, werkloosheid en, bijgevolg, sociale onrust en criminaliteit. Calderón lanceerde meteen een pretentieus offensief. Door de prijs van benzine, elektriciteit en water te verhogen, werd het staatstekort teruggedrongen. Critici zeiden echter dat dat een symptomatisch medicijn voor woekerende kwalen was. Slechts een ingrijpende hervorming, waaronder een privatisering van de omvangrijke staatssector, zou Costa Rica op de lange termijn structureel soelaas bieden en kon Costa Rica een eventuele een eventuele deelname aan de Noordamerikaanse Vrijhandelsassociatie (Nafta) overwegen, meenden zij.

Calderón behaalde in 1990 zijn stembuszege dank zij de laagstbetaalden in de samenleving. Zij verwachtten van hem dat hij zijn verkiezingsbelofte zou waarmaken door het welzijn van de Costaricanen op te krikken. Dat dat in de praktijk neerkwam op een permanente smeekbede de buikriem strakker aan te halen, moet zijn kiezers danig hebben begroot. Zij kunnen Calderón echter niet afstraffen door niet op hem te stemmen, want de grondwet verbiedt het een zittende president zich na een ambtstermijn van vier jaar opnieuw kandidaat te stellen.

Geen leger

Sinds de burgeroorlog van 1948 beheersen in Costa Rica twee partijen het electorale toneel: de sociaal-democratische PLN (1948, nu 25 zetels) en de christen-democratische PUSC (1966, nu 29 zetels). Aanleiding tot de revolutie van 1948 was dat de toenmalige president, de vader van de huidige, weigerde terug te treden na een verkiezingsnederiaag. Daarop zette een groep revolutionairen onder leiding van José Figueres, vader van een van de huidige presidentskandidaten, hem af. Figueres vormde met zijn jonge Turken de sociaal-democratische Partij van Nationale Bevrijding (PLN). Er kwam een nieuwe constitutie, het leger werd afgeschaft (sic!) en vervangen door een burgerpolitie.

Costa Rica geldt sedertdien als de zuiverste democratie van Latijns Amerika, waar behalve politieke vrijheden andere zaken zijn verworven zoals een levensverwachting van 75 jaar en een alfabetiseringsgraad van 93 procent.

De kandidaat van de regerende PUSC is Miguel Angel Rodriguez. Hij mag volgens opiniepeilingen rekenen op 42,1 procent van de stemmen. Zijn opponent van de PLN, José Maria Figueres, (zoon van de legendarische José Figueres Ferrer, de leider van de revolutie en drievoudig president), staat voor met 43,9 procent. Met een marge van 3 procent hebben beide kandidaten in feite evenveel kans. De derde kandidaat kan niet voor een doorbraak zorgen. De ex-journalist Miguel Salguero, die namens de partij Democratische Kracht in het strijdperk treedt, heeft 2,4 procent van de kiezers achter zich staan..

In de afgelopen vier jaar van PUSC-president Calderón heeft de PLN zich in de oppositie tamelijk meegaand en constructief gedragen. De PLN bezon zich meer op haar eigen sociaal-democratische identiteit dan op een assertieve oppositierol. Dat gaf de PUSC-president feitelijk een 'carte blanche'. Calderón kleedde zijn buitenlandse beleid aan door de nieuwe ecologische wereldorde uit te dragen. Een tamelijk naïef streven voor wie op de hoogte is met het gegeven dat het milieu in Costa Rica zelf niet hoog op het prioriteitenlijstje prijkt en waar autoriteiten vergeefs proberen de illegale houtkap af te remmen.

Onder de kleine partijen bestaat er wrevel over de manier waarop de grootste twee onderling het geld verdelen dat volgens de grondwet voor president Oscar Arias nadat kreeg omgehangen. hij op de verkiezingen bestemd kan worden. Voor deze verkiezingen is er 2092 miljoen colon beschikbaar (200 miljoen gulden), die naar proportie over de partijen wordt verdeeld die meer dan 5 procent van de stemmen halen. Beide partijen hielden in de 57 leden tellende parlement een wetsvoorstel tegen om &lle partijen hun verkiezingscampagne te laten financieren uit de staatskas.

Programma

De PUSC en de PLN proberen hun kiezers te paaien met een verkiezingsprogramma van neo-liberale snit. Terugdringen van de rol van de staat neemt bij alle twee een belangrijke plaats in. Al tien jaar is in Costa Rica een aanpassingsprogramma van kracht. In het kader daarvan zijn enkele staatsbedrijven geprivatiseerd, maar mei 1990 de presidentiële sjerp alleen de verliesgevende.

Beide partijen stellen begrotingsaanpassingen voor en beloven dat de door de bezuinigingen getroffen bevolkingsgroepen schadeloos zullen worden gesteld. Waarvan dat zal worden gefinancierd, verzwijgen de heren politici.

De regeringspartij PUSC maakt de kiezers warm met de mogelijkheid subsidies te krijgen voor het bouwen van een huis, of studiebeurzen, of extra steun voor voeding en een pensioen voor Costaricanen ouder dan 65 jaar en die in behoeftige omstandigheden verkeren. De oppositionele PLN stelt daar het idee voor een "woningbonus" tegenover. Insiders verklappen dat er geen geld genoeg is om ook nog voedselsubsidies en studiebeurzen uit te delen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 februari 1994

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Geen aardverschuiving in Costa Rica

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 februari 1994

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken