Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Na twee jaar toch weer asbakjes

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Na twee jaar toch weer asbakjes

"Pabo-studenten moeten het lesgeven in de praktijk leren, maar de praktijk niet overnemen"

8 minuten leestijd

De pabo is nog steeds op zoek naar haar identiteit. Vrij vertaald: Er kan nog heel wat verbeterd worden aan de opleiding voor leraren basisonderwijs. Die opmerking van een directeur van een reformatorische basisschool wordt op De Driestar als een compliment opgevat. „Al dat gearriveerde in het onderwijs is ook geen best teken". Na de felle kritiek op de kwaliteit van het basisonderwijs, borrelt de vraag op: Hoe is het met de pabo gesteld? Een kijkje in de Goudse keuken.

Het basisonderwijs kreeg de hardste klappen, maar ook de pabo's liepen een gevoelige tik op. Volgens het rapport "Zicht op kwaliteit", dat de Commissie Evaluatie Basisonderwijs begin dit jaar liet verschijnen, zou het droevig gesteld zijn met het leren rekenen, lezen en schrijven op de basisschool. Maar ook de kwaliteit van startende leraren zou te wensen overlaten.

Het reformatorisch onderwijs herkende zich nauwelijks in de vernietigende kritiek. Dat bleek uit een mini-enquête van het RD onder een aantal directeuren van basisscholen. Wel waren zij het eens met de kritiek op de pabo. In gedachten wees het beschuldigende vingertje naar Gouda. Terecht, of niet?

Ir. M. Houtman, directeur van pabo De Driestar, wil om te beginnen een kanttekening plaatsen bij de manier waarop het rapport "Zicht op kwaliteit" door velen wordt uitgelegd. „De kritiek van de commissie is niet dat het basisonderwijs slecht is, maar dat het niet is berekend op de toekomst. Het gaat om de vraag of basisscholen een stuk vernieuwing hebben opgepakt, zoals de Wet op het basisonderwijs dat bedoelt. Het antwoord is dan: Nee".

M. A. van Welie, docent Nederlands en lid van de evaluatiecommissie die de kwaliteit van de Goudse pabo onderzoekt, vult aan. „Het rapport "Zicht op kwaliteit" toont aan dat allochtonen structureel achter blijven op de basisschool. De situatie in het reformatorisch onderwijs is daarmee niet te vergelijken, omdat daar vrijwel geen allochtone kinderen voorkomen".

Dat reformatorische basisscholen zichzelf nauwelijks herkennen in de kritiek, verbaast directielid W. A. Brouwer niet. „De uitslag van de RD-enquête is rolbevestigend. Scholen hebben zichzelf beoordeeld tegen hun eigen referentiekader. Maar het gaat om de vraag of het gegeven onderwijs nog past bij het jaar  2000 en of je methode geschikt is voor een nieuwe doelstelling zoals het opvoeden tot standpuntbepaling".

Houtman vindt dat de hele discussie over de onderwijskwaliteit een positieve kant heeft. „We worden gedwongen om eigen keuzes, eigen eindtermen en eigen beroepsprofielen te formuleren. Daar worden we straks op beoordeeld. Het onderwijs is uit zichzelf niet zo vernieuwend, maar meer maatschappijvolgend. Leerkrachten werden in het verleden nauwelijks opgeleid om vernieuwingen door te voeren. Ze moesten zich proberen te handhaven voor de klas. Nu proberen wij onze studenten bij te brengen dat het ook anders kan dan op de geijkte manier".

Dat de resultaten van die werkwijze soms teleurstellen, weet de Goudse pabodirecteur maar al te goed. Hij geeft een herkenbaar voorbeeld. „Op de pabo wordt studenten ingeprent dat handvaardigheid meer is dan alleen het leren vasthouden van een hamer en een figuurzaag. Het stimuleren van creativiteit bij kinderen is zeker zo belangrijk. Na twee jaar voor de klas te hebben gestaan, laten de meeste oud-studenten met vaderdag gewoon weer asbakjes maken".

Volgens Van Welie is er sprake van een voortdurend spanningsveld. „Hoe krijg ik mijn vak goed in beeld en hoe kom ik verder dan alleen maar het leren van technieken?" Om scholen daarbij te helpen, is De Driestar een aantal projecten gestart, onder meer met handvaardigheid in Rhenen en met muziek in Nieuw-Lekkerland. „We doen dat samen met schoolbegeleidingsdiensten en studenten. Pabo-docenten geven demonstratielessen. De bedoeling is dat basisscholen nieuwe ideeën opdoen en daar zelf verder mee gaan", vertelt Brouwer.

Slaafs

Beginnende leerkrachten krijgen een soort schok als ze na hun pabo-studie voor de klas komen. „Het lukt wel, maar we moeten het eerste jaar te veel in de praktijk leren", is een veelgehoorde klacht. Brouwer: „Voorheen besteedden  we te weinig aandacht aan het besturen van een klas. Dat doen we nu veel meer". Van Welie waarschuwt. „Pabo-studenten moeten het vak in de praktijk leren, maar ze moeten de praktijk niet overnemen. Anders krijg je weer dat slaafse volgen van de methode en kunnen we een stuk onderwijsvernieuwing wel vergeten".

Brouwer vindt die aandacht voor vernieuwingen op de pabo heel belangrijk. „Het past een beetje bij onze samenleving om uitsluitend dingen te leren waar je morgen wat aan hebt. Maar van diepteinvesteringen heb je plezier op de langere termijn". Volgens Van Welie zit het met de startbekwaamheid van pabo'ers wel goed. „Twee derde van de oud-studenten vindt dat ze voldoende toegerust zijn om in alle groepen van de basisschool les te geven".

Klachten van basisschool-directeuren dat nieuwe leerkrachten niet meer in de onderbouw willen lesgeven, veegt Van Welie van tafel. „Een kwart van de oudstudenten komt terecht in groep 1 en 2. Een prachtig cijfer: de onderbouw is een kwart van de basisschool". Wel is er angst bij beginnende leerkrachten voor groep 3 en 8. Van Welie: „In groep 3 moet je strikt methodisch werken en dat kunnen ze nog onvoldoende. In groep 8 verwachten ze ordeproblemen".

Schatten

Brouwer is enthousiast over de brede inzetbaarheid van de nieuwkomers, een item waar de pabo zich vanaf de start in 1984 voor heeft ingezet, „Pabo'ers hebben een enorme flexibiliteit. Ze kunnen snel de draad oppakken in een bepaalde groep. En ze kunnen ook probleemloos van groep 7 naar groep 2". „Studenten durven eerlijk kritiek te geven, maar het gebeurt niet in een sfeer van partijen tegenover elkaar". 

Grote moeite heeft het Driestar-drietal met de klaagzang van sommige directeuren over het gebrek aan echte kleuterleidsters. Houtman: „Het verhaal over die schatten van mavo-meisjes, die nu niet meer op de pabo terechtkunnen, zal best waar zijn. Maar de politiek heeft besloten dat de vooropleiding op z'n minst havo moet zijn. Van de tachtig directeuren die wij hebben ondervraagd, vindt het grootste deel dat pabo'ers niet slechter lesgeven in de kleutergroepen dan de meisjes met de oude kleuteropleiding". Brouwer: „Om de verworvenheden van die opleiding niet verloren te laten gaan, zijn twee Driestar-docenten bezig een boek over kleuterdidactiek te schrijven".

Vakleerkrachten

Studenten krijgen op de pabo de gelegenheid zich extra te verdiepen in een zaak- en een expressievak naar keuze. Zelf waarderen ze dat positief, maar hun  collega's op de basisschool profiteren nauwelijks van die extra kennis. Houtman: „Dat blijkt inderdaad uit de enquêtes. Ik moet er wel bij zeggen dat die vragen zijn gesteld tijdens het eerste jaar na de pabo. Beginnende leerkrachten hebben dan hun handen vol aan allerlei basisvaardigheden. Ik verwacht echter toch wel resultaten van die verdieping op de langere termijn".

Brouwer pleit in het verlengde hiervan voor meer vakleerkrachten op de basisschool. „Ik denk dan aan muziek, Engels en bewegingsonderwijs. Je kunt beter één ding goed doen dan vier maar half'. Houtman ziet ook andere voordelen. „In het voortgezet onderwijs krijgen leerlingen opeens allemaal verschillende docenten. Die overgang is te abrupt. De zaak moet naar elkaar toe gebracht worden: in de bovenbouw van de basisschool meer leerkrachten, in de basisvorming minder. Die suggestie leeft ook bij de nieuwe opleiding voor leraar basisvorming".

Mythevorming

Jongens laten wel eens vallen dat ze de pabo te soft vinden. Zijn deze klachten terecht? Van Welie: „Dat is moeilijk te zeggen. De propedeuse is een oriënterend jaar. Studenten die na één jaar afhaken, willen natuurlijk de eer aan zichzelf houden. Ze zeggen dus dat de opleiding te soft is. Maar soms is het gewoon een praktisch probleem. Niemand kan hier slagen met een minimale inspanning. Zelfs vwo'ers gaan soms de mist in. Aan de andere kant: Als studenten hier wat lui binnenkomen, krijgen ze niet gelijk een schop onder hun achterwerk".

Negatieve verhalen over de organisatie op De Driestar zijn volgens Brouwer „mythevorming". „Er is in het verleden best wel eens wat misgegaan op het gebied van roosterzaken en leerschoolbezoek. Maar dat soort verhalen blijft soms eindeloos doorgaan".

Mooie indruk

Evenals alle andere pabo's in Nederland kreeg De Driestar recent de visitatiecommissie op bezoek. De pabo werd van top tot teen doorgelicht. Een compliment scoorde de Goudse hogeschool voor de opvang van de studenten. „We leven hier in een open sfeer", reageert Van Welie. „Studenten durven eerlijk kritiek te geven, maar het gebeurt niet in een sfeer van partijen tegenover elkaar". 

Veel pabo's waren volgens Van Welie „doodzenuwachtig" toen de visitatiecommissie op bezoek kwam. „Ze hadden er kapitalen voor uitgegeven om een mooie indruk te maken. Wij hebben dat niet gedaan. We hebben de commissie gewoon laten komen, met de gedachte: We kunnen er alleen maar beter van worden. De commissie heeft dan ook heel open gesprekken gehad met alle geledingen binnen de school". 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 5 March 1994

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Na twee jaar toch weer asbakjes

Bekijk de hele uitgave van Saturday 5 March 1994

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken