Bekijk het origineel

Vraag en aanbod

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vraag en aanbod

3 minuten leestijd

Net als in de slang is er ook hier sprake van een netwerk van spilkoersen tussen elk tweetal landen met bijbehorende bandbreedtes. Afgesproken wordt dat wanneer de werkelijke koers in de buurt van grenzen komt, de centrale banken via een wijziging in de rente (zie tekstblok 2) proberen de wisselkoers weer richting spilkoers te bewegen.

Daarnaast beloven de centrale banken elkaar te helpen bij interventies. Als laatste is ook mogelijk de spilkoersen te veranderen. We spreken dan van een herschikking. Hoewel alle landen deelnemen aan het EMS, doen op dit moment Griekenland, Italië en het Verenigd Koninkrijk niet mee met het wisselkoersmechanisme.

Onder vuur

In het begin geldt de bandbreedte 2,25 procent voor alle Europese munten, behalve voor de Spaanse peseta en het Britse pond. Zij hebben een breedte van 6 procent. In 1992 komt het stelsel onder vuur van speculanten te liggen. Zij In deze box is weergegeven de wisselkoers van de Duitse mark in Nederland. Op de horizontale as staat de hoeveelheid en op de verticale de koers van 100 DM. De dalende lijn is de vraaglijn. Immers, als de koers daalt, worden Duitse produkten goedkoper. Ze worden dus meer gekocht in Nederland, zodat er meer Duitse marken gevraagd gaan worden.

De stijgende lijn is de aanbodlijn. Als de koers stijgt, wordt het voor de Duitsers goedkoper om te importeren. Het aanbod van marken neemt dan toe.

De spilkoers is 112,673: 100 DM kost 112,673 gulden. Tevens is de marge van 2,25 procent naar boven en naar beneden aangegeven. Als er sprake zou zijn van zwevende wisselkoersen, zal er een koers P ontstaan die boven de marge uitkomt. In het EMS mag dit niet. Een koers van 115,235 is het maximum. Bij deze koers is de markt niet in evenwicht. Het aanbod is OA en de vraag OB. De Nederlandsche Bank zal nu op de wisselmarkt DM gaan verkopen tegen 115,235. Deze koers heet dan ook de "selling rate". Tegelijkertijd verkoopt de Duitse Centrale Bank (Bundesbank) ook Duitse marken in ruil voor guldens. De hoeveelheid DM die beide banken aanbieden, moet minstens gelijk zijn aan AB. verkopen massaal Britse ponden en Italiaanse lires. De centrale banken beschikken over onvoldoende reserves om beide valuta's te steunen. Het pond en de lire worden uit het wisselkoersmechanisme gehaald, terwijl Spanje de spilkoers van de peseta naat beneden brengt, devalueert.

In augustus 1993 komt et een aanval op de Franse franc. Besloten wordt de bandbreedte op te rekken tot 15 procent. Alleen tussen gulden en D-mark blijft de oude marge. In de praktijk heeft dit nauwelijks tot grote schommelingen geleid. In december 1993 bevinden vrijwel alle deelnemende munten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1994

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Vraag en aanbod

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1994

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken