Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

,,Aanpak misdaad partijtje vrij worstelen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

,,Aanpak misdaad partijtje vrij worstelen"

Burgemeester Vaii Thijn zette IRT-zaak in, minister Van Thijn nu rechter in eigen zaak

5 minuten leestijd

DEN HAAG - Terwijl minister Hirsch Ballin de greep verloor op de aanpak van de georganiseeide misdaad, legde de toenmalige burgemeester van Amsterdam en huidige minister van binnenlandse zaken, drs. E. van Thijn, de bijl aan de wortels van het IRT. Omstreeks die tijd pleegde de politie in de Randstad met medewerking van de Centrale Recherche Informatiedienst een soort coup om exclusief de georganiseerde criminaliteit te kunnen bestrijden.

Dat blijkt uit het honderden pagina's tellende, vernietigende rapport van de commissie-Wierenga. Die commissie heeft onderzoek gedaan naar de oprichting en ondergang van het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland/Utrecht (IRT). De onderzoekscommissie kwam vorige week tot de conclusie dat het speciale rechercheteam geheel onnodig is ontbonden. De Tweede Kamer spreekt donderdag over de rol van de bewindslieden.

De strijd tegen de georganiseerde misdaad is de afgelopen jaren belemmerd door onderlinge ruzies en grimmige gevechten om de macht. ,iDe verwarring was compleet", herinnerde prof. dr. C. Fijnaut, hoogleraar criminologie in Rotterdam en Leuven, zich toen hij door de IRTcommissie werd gehoord. Hij had het idee dat het ministerie van justitie geen koers kon ontwikkelen bij de aanpak van misdaadorganisaties. Tegen de Rotterdamse recherchechef H. A. Jansen had de hoogleraar verscheidene malen gezegd: „Ik begrijp niet dat het departement in deze discussie niet ingrijpt. Ik vond het soms net een partijtje vrij worstelen. (...) De bal ging op een volstrekt redeloze manier door het spel. Ik heb ook afgehaakt. Ik heb op een gegeven moment geen enkele poging meer gedaan om het proces te volgen. Ik zou wel zien waar het schip zou stranden. (...) Een kwestie die als hoogste prioriteit was aangemerkt, werd met andere woorden stuurloos benaderd". Uiteindelijk ging eind 1992 volgens prof. Fijnaut vliegensvlug een nota over de georganiseerde criminaliteit naar de Tweede Kamer.

Negeren

Ondertussen besloten de hoofdcommissarissen in de Randstad (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam) samen met de CRI tot een eigen aanpak van de georganiseerde criminaliteit. Met uitsluiting en negering van Utrecht en het IRT. Een bijeenkomst op 6 mei 1992 in het Promenade-hotel in Den Haag werd echter een dramatische mislukking. Onder de aanwezigen -hoofdcommissarissen uit de Randstad, procureurs-generaal, hoofdofficieren van jusititie en de ambtelijke top van het ministerie van justitie- was over en weer grote eigemis.

Tegenover de IRT-commissie verklaarde prof. dr. J. J. M. van Dijk, directeur criminaliteitspreventie van het ministerie van justitie, over de rol van de Randstad-korpsen: „Maar het kan niet zo zijn dat zij het monopolie krijgen voor het aanpakken van de georganiseerde misdaad, hetgeen op die bijeenkomst eigenlijk wel werd geclaimd. Op die vergadering zat het departement er wat beschroomd bij. Het was een geweldig verbaal geweld van de korpschefs en de procureursgeneraal. Mijn gevoel was dat het om een soort coup ging". Volgens prof. Van Dijk schotelden de hoofdcommissarissen van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en de CRI het openbaar ministerie en het departement het zo voor: „Dit gaan wij doen en durf maar eens nee te zeggen". •

Opwinding

De commissie-Wierenga noemt het onbegrijpelijk dat het IRT en de Utrechtse politie niet van stonde aan zijn betrokken bij de beleidsvorming rond de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Aan het in opspraak gebrachte rechercheteam was al in december 1990 door de toenmalige burgemeester Van Thijn van Amsterdam de bijl aan de wortels gelegd. Binnen het IRT leidt een brief van Van Thijn tot grote opwinding.

Na de moeizame oprichting van het team breekt allesbehalve een stabiele periode aan als Van Thijn de „positie van het IRT nog eens meer principieel onder ogen wil zien". De burgemeesters in de beheerscommissie van het IRT zijn op zijn zachtst gezegd „not amused" over de brief van de Amsterdamse burgemeester. Het zit Van Thijn vooral dwars dat door een toegenomen financiële bijdrage Justitie grotere bevoegdheden heeft gekregen over het rechercheteam.

Van de strekking van de brief springen de andere burgemeesters bijna uit hun vel. De oplossing van de begrotingsproblemen van het IRT had veel tijd en moeite gekost. De burgemeesters vonden de reactie van Van Thijn teleurstellend. De Utrechtse recherchechef B. van Baarle, algemeen teamleider van het IRT, zag voor 't eerst de mogelijkheid onder ogen het IRT af te bouwen. Van Baarle op 14 januari 1991: „Een andere, moeilijk haalbare, optie is in dit opzicht het voortzetten van het IRT zonder de gemeentepolitie Amsterdam".

Saillant aan de vooravond van het Kamerdebat over het IRT zijn de uitspraken van burgemeester Van Thijn in maart 1989 ter gelegenheid van de viering van het 175-jarig bestaan van de Koninklijke Marechaussee. Hij vond het niet om aan te zien hoe log en weinig slagvaardig de politie inspeelde op het verschijnsel van de georganiseerde criminaltieit. Van "fliijn: „Naar mijn stellige overtuiging is hier sprake van een ernstige onderschatting van de toegenomen ernst en van een overdosis bureaucratie, competentieconflicten en onnodig geharrewar. Het is met recht de ongeorganiseerde overheid versus de georganiseerde misdaad". Volgens Van Thijn moesten de beide politieministers er echt de beuk in zetten. „De Kamer zou er bovenop moeten zitten en niet moeten wachten op de parlementaire enquête, die, als dit zo doorgaat, in de jaren negentig onvermijdelijk wordt".

Van Thijn is rechter in eigen zaak geworden. In een reactie op het IRT-rapport zei hij vorige week dat wat hem betreft geen koppen behoeven te rollen. Foto ANP

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 maart 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

,,Aanpak misdaad partijtje vrij worstelen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 maart 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken