Bekijk het origineel

*„Drie-drie-twee5 maar welke partij twee zetels krijgt, weet ik echt niet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

*„Drie-drie-twee5 maar welke partij twee zetels krijgt, weet ik echt niet"

l;GPVer Schutte, bijna dertien jaar in de Kamer en nog steeds een gedreven man

10 minuten leestijd

Gert Schutte, lijsttrekker van het GPV, heeft in politiek Den Haag een Idinkende reputatie. Zijn collega's noemen hem in de wandelgangen van de Tweede Kamer: 'ons staatsrechtelijk geweten'. Bijna dertien jaar zit hij al in het vak en aan niets is te merken dat hij daar niet nog eens dertien jaar aan toe zou willen voegen.

De goede naam is de GPV-voorman niet aan komen waaien. Daar heeft hij hard voor gewerkt. In zekere zin is hij zelfs een politieke "workaholic" te noemen, iemand die zich altijd met zijn partij bezig houdt en weinig tijd heeft voor iets anders. Dlustratief is het verhaal dat hij zelfs op reis in Hongarije tijdens zijn zeer schaarse vrije uurtjes nog de opstellenbundel "Politiek Mozaïek", aangeboden aan zijn illustere partijgenoot dr. A. J. Verbrugh, aan het lezen was. Het lezen van andere boeken komt er nauwelijks van.

De partij waar Schutte zich zo voor inspant, heeft voor velen heel sterk de nestgeur van de vrijgemaakten. De lijsttrekker draagt ook duidelijk de eifénis van de vrijmaking mee, maar hij heeft niet dat fanatieke kerkelijke besef dat anderen uit zijn achterban soms wel kenmerkt.

Schutte: „Ik heb de vrijmaking niet zo bewust meegemaakt. Ik was toen pas vijf jaar en bovendien is de Gereformeerde Kerk in Langerak, waar ik ben opgegroeid (Schutte is geboren in Nieuwpoort, WvdK), in haar geheel vrijgemaakt geworden. Er was bij ons dus geen scheuring in de gemeente. Eigenlijk veranderde er voor je gevoel bijna niets". Hoe werd er bij u thuis vroeger over de vrijmaking gesproken?

„Die speelde natuurlijk een belangrijke rol. Mijn ouders lazen na de oorlog zelf De Rotterdammer, maar een tante had het Gereformeerd Gezinsblad. Dat kwam toen nog twee of drie keer per week uit. Die tante stuurde het blad door naar mijn grootouders en daar haalde mijn vader het vervolgens weer op. Voor het ons bereikte, was het Gezinsblad dus wel een week of tien dagen oud".

„Daarin werd veel over de vrijmaking geschreven en dat beïnvloedde de meningsvorming in het gezin. Heel sterk was de beleving van de eenheid van het leven. Daarin lag voor mij de aanloop naar het GPV. Die stap was helemaal niet groot. Het betoorde voor mij eenvoudig tot het zijn van een gereformeerd christen". Was het GPV voor u de enige mogelijkheid?

„Nee, dat niet. In Langerak koos aanvankelijk een minderheid van de vrijgemaakten voor het GPV. De rest stemde ARP. Dat is ook landelijk lange tijd zo geweest, ik denk tot halverwege de jaren zestig. Eigenlijk is het pas sinds 1967 zo dat het grootste deel van de vrijgemaakten GPV stemt. Het merendeel van de niet-GPV-stemmers is toen Nederlands gereformeerd geworden". U bent dus niet opgevoed met de gedachte dat de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt de enige ware kerk vormden?

„Er was wel een sterk kerkelijk besef. Wij geloofden zelf wel dat we lid waren van de ware kerk, maar niet dat daarbuiten alles dwaling was. Als kind heb ik die kerkstrijd ook niet zo aan den lijve ondervonden. Het gevolg daarvan is dat ik het niet verontrustend vind als vrijgemaakten niet automatisch GPV stemmen. Bc herken dat immers. In mijn jeugd was het helemaal niet zo dat je alleen maar voluit ,ja" of „nee" kon zeggen".

„Later is dat wel meer zo geworden, het groeide. Je had in Langerak en omgeving bijvoorbeeld drie kerken: een hervormde kerk, een christelijke gereformeerde kerk en een gereformeerde kerk vrijgemaakt. Vooral wat de christelijke gereformeerden aangaat, bestond er wederzijds weinig behoefte aan contact. En bovendien was er een flink verschil in levensstijl. Op een bepaald moment kwamen echter de. hervormden met het verzoek om hervormingsdag gezamenlijk te gedenken. Dat wilden de vrijgemaakten niet. Als je altijd zo gescheiden leeft, moet je het dan op die ene zondag ineens wel samen doen?" Het lijkt erop dat de vrijgemaakten, en ook het GPV, de laatste jaren toch wat opener naar anderen toe worden.

„Ik ben erg blij dat op landelijk niveau de draad weer is opgepakt, vooral met de christelijke gereformeerden en ook met de Nederlands gereformeerden. Dat is ook noodzakelijk, want het gaat om het lichaam van Christus. Dat moet één zijn. Je hebt mensen die zeggen: Het is toch mooi dat je bij alle kerkelijke verdeeldheid zo veel samen kunt doen? Maar dat stuit mij tegen de borst. Die samenwerking komt pas goed tot stand als je ook aan kerkelijke eenheid werkt". Is dat een kwestie van geven en nemen, of een pleidooi om allemaal maar tot de vrijgemaakten over te komen?

„Je hebt samen één basis. Daar moeten we naar terug. En bij de invulling daarvan zul je bereid moeten zijn om veel te geven en veel te nemen. Ook om veel te verdragen. Historisch is er veel uit elkaar gegroeid, maar we kunnen tot elkaar komen als we de Schrift en de confessie vasthouden". Hoe staat het met de eenheid van uw leven in de politiek? Ondanks de kerkelijke verdeeldheid werkt u veel samen met SGP en GPV.

„Alleen al vanwege die kerkelijke en confessionele verdeeldheid komt er geen fusie tusen de SGP, het GPV en de RPF. Ik doel dan niet op de samenwerking, maar op een organisatorische eenheid. Maar dat neemt niet weg dat SGP en RPF wel het dichtst bij je staan. Dan moet je bekijken wat je samen kunt doen". De kerkelijke verdeeldheid staat een fusie in de weg, zegt u, maar raakt het GPV toch niet heel langzaam zijn zo typerende, kerkelijke cultuur kwijt?

„Dat kun je zeggen, ja. Er is nog wel een deel van onze achterban dat niet wil samenwerken zolang er kerkelijke verdeeldheid is, maar dat deel is niet groot meer. In 1979 wilde het GPV bijvoorbeeld nog niet samenwerken met de SGP bij de Europese verkiezingen. Dat standpunt zullen nu nog maar heel weinig GPV'ers hebben. En vorig jaar nog heeft onze algemene ledenvergadering uitgesproken dat confessioneel gereformeerd niet per definitie samenvalt met vrijgemaakt".

„De samenwerking zal echter altijd gebrekkig blijven als we niet eerst kerkelijk meer eenheid bereiken. Als je begint met eenheid in de politiek, dan ben je aan de verkeerde kant bezig. We mogen niet berusten in de kerkelijke verdeeldheid, want die is zondig. Als de besprekingen tussen de vrijgemaakten en de christelijke gereformeerden goed zouden lopen, dan zou dat ook een stimulans zijn voor de samenwerking tussen GPV en RPF'. Niet voor de samenwerking met de SGP?

„De- kloof tussen GPV en SGP is veel dieper dan die tussen het GPV en de RPF. Het theocratisch standpunt van de SGP doet mij te veel denken aan het Oude Verbond, de tijd dat God rechtstreeks regeerde over Israël. Theocratie is voor mij nu de belijdenis dat Christus regeert door Zijn Woord en Geest. Met dat Woord moeten wij in de politiek aan de slag, wij moeten dat vertalen. Maar als politicus kom ik aan het woord theocratie niet toe".

„Overigens ligt de verhouding tussen het GPV en de RPF niet helemaal eenduidig. Het evangelische smaldeel in de RPF staat zeker niet dichter bij het GPV dan het GPV bij de SGP". Is het niet vreemd dat artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis samenwerking niet meer in de weg staat? De SGP en het GPV hebben daar toch totaal verschillende opvattingen over?

„Nee, ik vind dat niet zo verbazingwekkend. Artkel 36 functioneert toch ook niet zó binnen de SGP als je zou mogen afleiden uit de centrale positie in het programma die dit artikel inneemt. Als er binnen de SGP zelf al zo veel verschillende meningen zijn, dan kan de partij het toch moeilijk als een zwaar punt aanvoeren tegen samenwerking met andere partijen". Waarom is de samenwerking tussen de drie kleine christelijke partijen in de Tweede Kamer w veel minder dan in de Senaat en in het Europees Parlement?

„De samenwerking in de Kamer verloopt meer informeel. Bovendien is de Tweede Kamer bij uitstek het podium waar de politiek vorm krijgt. Formele samenwerking daar zal worden ervaren als een stap op weg naar één partij. Dat wil ik niet. Het steeds inzetten van één woordvoerder in de Tweede Kamer voor de drie partijen is voor mij echt een grens die ik niet over wil". Kunt u zich voorstellen dat een christen CDA stemt?

„Nee, eigenlijk niet. Een christen heeft hier immers andere mogelijkheden. En wat het CDA betreft, binnen die partij is een direct beroep op de Bijbel niet bindend. Dat is vervangen door een aantal kernpunten die de partij aan de Bijbel heeft ontleend. Alleen zo kan een hindoe als Ramlal in de fractie zitten". Het CDA is voor u geen christelijke -partij?

„Deze partij mist inderdaad het wezenskenmerk van een christelijke partij: het beroep op de Schrift. Je kunt CDA-bestuurders niet aanspreken op de Bijbel zelf, maar alleen op hun Program van Uitgangspunten, dat de christen-democraten op de Bijbel hebben gebaseerd. Zij presenteren hun partij echter wel als christelijk en daar houd ik ze dan ook aan". Vindt u het bestaan van christelijke partijen noodzakelijk?

„Het is geen gebod dat een christen altijd politiek moet bedrijven in een gereformeerde organisatie. Je moet je verantwoordelijkheid altijd inhoud geven in de situatie waarin je leeft. Dus niet de norm relativeren, maar wel de vorm. Neem bijvoorbeeld Engeland, waar geen christelijke partijen zijn. Toch zou ik me daar wel aansluiten bij een partij, al zou ik niet direct weten bij welke". Maar u vindt de situatie in Nederland wel beter?

„Ongetwijfeld. Gezamenlijk werken op basis van Schrift en belijdenis is de beste manier om christelijke politiek te bedrijven". Beschouwt u wat u doet inderdaad als christelijke politiek of meer als politiek door christenen?

„De christelijke politicus moet niet de pretentie hebben dat hij doet wat God wil. Wel moet hij werken op basis van Gods Woord. Dat moet het licht zijn op zijn politieke pad en daar moet hij op aangesproken kunnen worden. Ik noem dat in alle vrijmoedigheid christelijke politiek". „Gods Woord is niet onduidelijk. Wij rnoeten niet van onze eigen zwakheid uitgaan en daardoor het Woord krachteloos maken. God heeft Zijn wil volkomen geopenbaard. Daar ligt het dus niet aan. En bovendien doe je het als christelijke politicus niet alleen, maar samen met andere christenen en gevoed door het Woord. Wel blijven het mensen die de conclusies daaruit moeten trekken, maar de normen op zich zijn goed". U oogst waardering in de Kamer voor uw deskundige optreden, maar u wordt ook een zekere belustheid op publiciteit aangewreven.

„Ik geloof niet dat dat terecht ^is. Anders dan de SGP hebben wij geen speciale persvoorlichter in dienst. Het is wat mij zelf betreft eerder andersom. Na een debat zie ik wel eens groepjes collega's naar een bewindsman toe gaan om even na te praten. Dan ben ik al weer weg, maar de volgende dag zie ik wel een mooie foto in de krant van die collega's met de minister".

„Ik heb weinig directe contacten met de media en ik zoek ze nooit op. En toch heb ik vrij veel publiciteit. Dat gaat blijkbaar spontaan. Er zit in elk geval weinig actieve werving van mij in. Soms denk ik wel dat ik er meer aan zou moeten doen. Media zijn zeer belangrijk voor het overbrengen van een boodschap". Toch heeft u iets gedrevens, iets fanatieks in uw optreden.

Voor het eerst komt er enige felheid in zijn stem. „Ik ben een politicus in hart en nieren. Dat zit echt helemaal in mij. De laat me in het debat niet met een kluitje in het riet sturen. Dan blijf ik doorvragen, ja". Klopt het dat de relatie tussen het Nederlands Dagblad, de krant die veel vrijgemaakten lezen, en het GPV losser aan het worden is?

Afgemeten: „We hebben een volwassen partij en een volwassen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 april 1994

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

*„Drie-drie-twee5 maar welke partij twee zetels krijgt, weet ik echt niet

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 april 1994

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken