Bekijk het origineel

Opvoeren van vermogen lijkt oorzaak ramp met Cityhopper

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Opvoeren van vermogen lijkt oorzaak ramp met Cityhopper

1 minuut leestijd

SCHIPHOL - Ging de gezagvoerder van de Saab 340 van KLM-Cityhopper in de fout door plotseling de snelheid te willen verhogen van een toestel met één werkende motor? Die vraag werd gisteren door ervaren vliegers opgeworpen en houdt ook vooronderzoeker B. Groenendijk bezig.

Getuigenverklaringen wijzen erop dat het turbopropellervliegtuig vlak voor de eigenlijke landing weer optrok om een zogeheten doorstart te maken. In een gisteren uitgegeven persbericht van de Luchtverkeersbeveiliging van Schiphol wordt die indruk bevestigd. ruk bevestigd. „De KLM-Cityhopper volgde de normale naderingsroute voor baan 06 (de Kaagbaan, red.) en zette de landing in. Echter, in de laatste fase constateerde de torenverkeersleiding dat de KL 433 kennelijk "rond" wilde gaan". 

Risicofactor
Doorstarten en rond gaan, zijn een en dezelfde term voor het afzien van de ingezette landing. De piloot ziet bijvoorbeeld aankomen dat het toestel niet in een rechte lijn op de landingsbaan terechtkomt of hij ondervindt last van onverwachte windstoten. Aan de verkeerstoren vraagt hij dan toestemming rond te gaan om een nieuwe landingspoging te kunnen uitvoeren. Bij een toestel dat nog maar aan één kant wordt voortgestuwd, is het snel opvoeren van het vermogen bij lage snelheden een grote risicofactor. Het "luistert" dan niet meer naar de besturing. De piloot verliest onmiddellijk de controle en binnen enkele seconden stort het neer. Tijdens de training van piloten wordt hierop gewezen.

El Al-Jumbo
Vast staat dat de El Al-Boeing die in oktober '92 in de Amsterdamse Bijlmer crashte mede als gevolg van deze fout neerstortte. Het toestel had nog maar weinig snelheid en zou de aangewezen landingsbaan wellicht net niet meer hebben gehaald. Om die reden voerde de piloot vrij plotseling het vermogen op. Vrijwel meteen daarna stortte de Jumbo neer.
Achteraf is er druk over gespeculeerd wat er gebeurd zou zijn als de piloot het vermogen niet had opgevoerd. Wellicht zou de Boeing dan lak voor de landingsbaan zijn neergestort. In de aanbevelingen van het team dat deze ramp onderzocht, wordt gezegd dat cockpitbemanningen de risico's moeten afwegen van het geven van vermogen om botsing met de grond te vermijden tegenover de mogelijkheid van verlies van de bestuurbaarheid. 

Bij de discussies over de Bijlmercrash is er wel op gewezen dat Ue omstandigheden waaronder de Demanning moest opereren, niet precies bekend zijn door het ontbreken van de cockpit voice recorder. Daarom is een reconstructie altijd giswerk gebleven.  

Vooronderzoeker B. Groenendijk waarschuwde gisteren tijdens zijn eerste persconferentie voor een zelfde soort speculaties. Hij benadrukte dat nog niet bekend is welke technische complicaties zich hebben voorgedaan. Een ongeluk komt zelden alleen, betoogde hij.

Dat de piloot een doorstart wilde maken bij een te geringe snelheid, acht hij zeer wel mogelijk, maar zolang onduidelijk is of er nog andere storingen waren, wil hij geen uitspraken doen over de vraag naar het hoe en waarom. 

Groenendijk hoopt dat op korte termijn foto's en video-opnames van het ongeluk beschikbaar komen. Hij is er verbaasd over dat zich tot nu toe geen vliegtuigspotters met beeldmateriaal hebben gemeld. „Dat zijn over het algemeen zeer bruikbare lui". Spotters volgen uit hobby de vliegbewegingen rond een luchthaven.  

Bocht naar rechts
Groenendijk noemde de mogelijkheid van de mislukte doorstart slechts „een voorbeeld". Tegelijkertijd vond hij de veronderstellingen in deze richting door professionele vliegers „niet onzinnig. Het is bekend dat de fout van een doorstart bij te geringe snelheid nog wel eens wordt gemaakt", lichtte hij toe. Hij sprak in dit verband van een "basic" (elementaire) fout.
Als deze theorie juist wordt bevonden, ontstaat er een tweede opmerkelijke overeenkomst met de ramp met de El Al-Jumbo. Die draaide na het uitvallen van de motoren aan de rechtervleugel een rechterbocht boven Amsterdam. Uit het onderzoeksverslag blijkt dat dit minder gelukkig was. De aanbeveling wordt gedaan om alleen bochten te maken naar de kant van de nog werkende motor(en).
Desondanks leek het ramptoestel van KLM-Cityhopper toch een bocht naar rechts te willen maken, dat wil zeggen eveneens naar de kant van de 'dode' motor. Groenendijk erkende dat dit niet de wenselijke keuze was, maar zolang hij de motieven van de piloot niet kent, verbindt hij hieraan geen conclusies. 

Onafhankelijk
Voor Groenendijk is het zijn eerste onderzoek naar een luchtvaartramp. De marine-officier buiten dienst neemt de staf over van ir. N. Wolleswinkel van de Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst (RLD). Een wetswijziging maakte een einde aan de langdurige carrière van Wolleswinkel als vooronderzoeker. Het bezwaar was dat de RLD niet volledig onafhankelijk is. Groenendijk is dat wel. In tegenstelling tot Wolleswinkel maakt hij zelfs geen gebruik van de voorlichter van het ministerie van verkeer en waterstaat. Hij valt rechtstreeks onder de Raad voor de Luchtvaart. Groenendijk was chef van het Marine Vliegkamp Valkenburg. Daarvoor gaf hij leiding aan de vliegdienst van de Marine Luchtvaart Dienst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 april 1994

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Opvoeren van vermogen lijkt oorzaak ramp met Cityhopper

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 april 1994

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken