Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Oranjes traden op als voedsterheren der kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oranjes traden op als voedsterheren der kerk

VCH organiseert congres over "God, Nederland en Oranje?"

5 minuten leestijd

DELFT - De grootheid van de Oranjes ligt daarin dat zij op grote historische momenten hun roeping vervulden als voedsterheren van de kerk. De grote plaats die de Oranjes in de kerk hebben, is geen ambtelijke, maar een historische. Als zij voor vrijheid en ter wille van de religie gestreden hadden, traden zij weer terug in de rijen van de gewone gemeenteleden. Dat zei prof. dr. W. Balke zaterdag in Delft tijdens een congres van de Vereniging van Christen-Historici (VCH) over het thema "God, Nederland en Oranje?".

Aan de hand van een viertal lezingen werd het thema belicht zoals dat in de afgelopen eeuwen gestalte kreeg. Prof. dr. A. Th. van Deursen (Vrije Universiteit, Amsterdam) zette uiteen dat de trits "kerk, vaderland en dynastie" in de zestiende eeuw gemeengoed was. Bij Willem van Oranje werd deze verbinding echter steeds meer een overtuiging, „geen cliché, of iets wat privé beleden werd, maar ook publiekelijk uitgesproken". Willem van Oranje verwoordde daarmee een geloofsvertrouwen, omdat het geheel van de Opstand tegen Spanje niet afhankelijk was van voorspoed. In zijn belijdenis van afhankelijkheid van de Opperste Potentaat sprak hij als gelovige tot medegelovigen.

De zestiende eeuw was een eeuw van godsdienstoorlogen, van trouw aan de kerk in de eerste plaats. Als de richting van Datheen gewonnen had, was er een nauwere verbinding tussen kerk, vaderland en dynastie gekomen, zoals in Spanje gebeurde. Maar anderzijds was dat ook niet waarschijnlijk. Want het is de vraag of een puur calvinistische opstand geslaagd zou zijn. De Republiek is tot statid gekomen door een combinatie van erasmiaanse tolerantie en calvinistische verzetsgeest

„Verwarrend"

Volgens dr. R. Bisschop, tweede voorzitter van de VCH, is de trits God, Nederland, Oranje een versmalling van het theocratisch concept van kerk, overheid en samenleving. Dit laatste theocratisch concept is zijns inziens veel rijker dan de term van "drievoudig snoer", die als zodanig pas een constructie van deze en de vorige eeuw is. Volgens dr. Bisschop komt de term drievoudig snoer in de 17e en 18e eeuw eeuw niet aan de orde in de zin van een relatie die innerlijk op elkaar is betrokken. Gebruik van die term kan zelfs „verwarrend" zijn. En als er sprake was van een drievoudig snoer, dan werd het niet door alle gereformeerden gedragen.

Ten aanzien van de gedachte van het Neêrlands Israël stelde Bisschop dat deze uitdrukking niet gaat over Nederland, maar over Israël. En Israël is in essentie de kerk, die in de Republiek geplant is, zo hield Bisschop opnieuw staande. Het theocratische concept verslechterde echter in de loop des tijds, de kerk werd zwakker en de overheid machtiger. Toch bleef de trits God-Nederland-Oranje levend. Ter verklaring hiervan dacht Bisschop onder meer aan het 19e-eeuwse zoeken van iets gemeenschappelijks in een gewijzigde situatie. „Oranje wordt ingekaderd in een constitutioneel bestel. Zo ontstond er een nieuw nationaal besef, waarin het theocratisch kader in wezen ontbreekt".

„Zwaar verschil"

Ex-Tweede-Kamerlid van het GPV dr. A. J. Verbrugh constateerde overigens een „zwaar accent verschil" als de voorkeur gegeven wordt aan de formule Kerk, Nederland en Oranje. „Het gaat in Nederland en Oranje toch om de Heere. Met de Potentaat der Potentaten ging men in de strijd. Natuurlijk is de kerk heel belangrijk, maar in de politiek gaat het om de Heere, Zijn eer en glorie".

Prof. dr. Balke toonde aan hoe figuren als Bilderdijk, Da Costa en Kohlbrugge geporteerd waren voor de Oranjes. Zij wezen als boetepredikers -in een tijd van verval- op het geloof in de bijzondere roeping van Nederland. Kohlbrugge sprak herhaaldelijk van Kerk-Oranje-Nederland; voor hem was 1795 het meest verderfelijke jaar  omdat toen het drievoudig snoer werd verbroken. Kohlbrugges droom was dat Oranje in glorie hersteld werd.

Prof. Balke wees erop dat de historische roeping van de Oranjes niet in de grondwet verankerd ligt. „Men kan zich afvragen of de uitholling en secularisering daarvan al niet in 1813 begonnen is, toen Oranje een constitutionele monarchie werd. De koning mag ook rooms worden, of humanist zijn of atheïst. Maar dan is het met Oranje in de historische zin afgelopen". 

Geen ideologie

Drs. C. Blenk, hervormd predikant in Amsterdam, bepleitte in zijn "theologische evaluatie van het drievoudig snoer" het belang van de duiding van gebeurtenissen. Als dit in het persoonlijk leven mag, waarom dan niet in het  volksleven, al moet het met de nodige voorzichtigheid geschieden. Hij was wel geschokt van Kohlbrugges toespitsing van de trits op de Duitse situatie. Waar is de „echte Kohlbrugge"?, dacht hij dan. Volgens hem heeft Barth de echte Kohlbrugge weer laten spreken door alles onder de kritiek van het Woord te brengen. Drs. Blenk concludeerde over het drievoudig snoer: Als credo een indrukwekkende zaak, iets van hoge actualiteit, als duiding van het Réveil zeer respectvol, blijk van een profetische gave, maar zodra het een ideologie wordt, dan komt het sein op rood en wordt het levensgevaarlijk.

Op de vraag van dr. G. Puchinger of de trits ook vandaag nog geldt, handhaafde prof. Balke de historische roeping van het Oranjehuis en keerde hij zich tegen de huidige „grove ontluistering" van het Oranjehuis, onder meer door de film over Willem van Oranje.

Drs. A. A. van der Schans benadrukte tijdens de discussie dat de gedachte van het drievoudig snoer bij Groen van Prinsterer geen slogan of leus was, maar dat Gods handelen zich ook duidelijk openbaarde in het Oranjehuis. Prof. Van Deursen merkte op dat, als Willem van Oranje exemplarisch was, dan aan de dragers van de naam Oranje indringende vragen zijn te stellen. Maar de toepassing van de trits in de huidige constellatie is zijns inziens nauwelijks mogelijk, gezien de nieuwe situatie en het te weinig politieke gewicht van het koningshuis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 april 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Oranjes traden op als voedsterheren der kerk

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 april 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken