Bekijk het origineel

Bovenlaag

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bovenlaag

4 minuten leestijd

De RPF-militairen hebben bij eerdere gelegenheden al eens ronduit opgebiecht dat ze geen lieverdjes zijn. Er is alle reden om aan te nemen dat ze die woorden met alle beschikbare middelen kracht zullen bijzetten als ze een Franse militair tegenover zich zien. En omdat in het heetst van de strijd niet eerst geïnformeerd kan worden of de Franssprekende medemens een blauwhelm, een regeringssoldaat of zelfs een hulpverlener is, kan iedereen die zich in bovengenoemde omschrijving herkent zich maar het beste voortijdig uit de voeten maken.

De strijd in Roeanda lijkt nogal eens het voorwerp van hardnekkige misverstanden. Zo zou het hele conflict kunnen worden teruggebracht tot een al eeuwen durende stammenstrijd tussen twee volken -„de Hoetsi's en de Toetoes, is 't niet?"- die elkaar al eeuwen het leven zuur maken en daar eens in de zoveel tijd wat extra aandacht voor vragen. sinds eeuwen her naar het leven staan, vraagt op z'n minst om enige nuancering.

Het gaat in Roeanda niet alléén om een soort ingebakken vete tussen Hoetoes en Toetsi's. De tragedie heeft ook duidelijk politieke achtergronden, die min of meer los staan van de etniciteit.

De Hoetoes waren traditioneel de slecht opgeleide akkerbouwers, bij voorbaat vrij kansloos op de arbeidsmarkt en van vader op zoon gewend aan de overheersing door Toetsi's. Dezen waren dus van de weeromstuit de beter geschoolden, de kansrijkeren, de bovenlaag.

De scherpe kantjes gingen er wat af in de loop der laatste decennia. De Toetsi's werden bij diverse opstanden meedogenloos afgestraft, de Hoetoes kregen gelegenheid hun achterstand wat in te halen. Veel Toetsi's waren naar het buitenland gevlucht.

In de jaren zeventig en tachtig trad een relatieve rust in. De vele gemengde huwelijken waren er een bewijs van dat Hoetoes en Toetsi's op het individuele vlak goed met elkaar overweg kunnen. Ze hadden trouwens het nodige gemeen: één taal, één cultuur, één godsdienst.

Totdat op 6 april het toestel van president Habyarimana en dat van zijn Boeroendische collega werd neergehaald en de burgeroorlog, die als sinds eind 1990 aan de gang was, er een gruwelijke dimensie bijkreeg. Alsof het afgesproken werk was -later zou blijken dat er inderdaad sprake was van een doelbewuste actie- werd opgeroepen tot dood aan alle Toetsi's. Er werd massaal gehoor aan gegeven. Hoetoe-vrouwen waren bereid hun echtgenoot en kinderen met een zwaai van een machete de dood in te jagen. Goede buren veranderden in aartsvijanden. Hoetoe-soldaten die weigerden aan de slachtingen mee te doen of zelfs hun eigen leven riskeerden bij het redden van een Toetsi, zijn uitzonderingen, hoe roerend op zichzelf ook. terugkeer uit datzelfde Aroesja- hebben neergehaald valt moeilijk te bewijzen. Vast staat wel dat het scenario dat zich sindsdien ontwikkelde geheel naar hun wensen moet zijn verlopen. zij de dood in de ogen keken, was daaraan blijkbaar ondergeschikt.

Een heel wat platvloerser lijkend maar niet minder zwaarwegend aspect in het hele Roeandese conflict is dat van de overbevolking. Wie door Roeanda reist zou zich dat nu nauwelijks realiseren, maar met een bevolkingsdichtheid van 300 tot 400 mensen per vierkante kilometer is het land zeker voor Afrikaanse begrippen ongemeen vol. Voor een agrarische samenleving -zo'n 90 procent van alle Roeandezen is werkzaam in de landbouw- brengt dat gigantische problemen met zich mee. Geen akker is: geen werk, geen eten.

Deze netelige kwestie kwam onder meer aan de orde toen het RPF in '90 vanuit Oeganda de vele Toetsi-vluchtelingen aan een thuis en dus een stuk grond in Roeanda dacht te helpen. President Habyarimana wilde daar, om redenen van plaatsgebrek, niet van weten. Met enig gevoel voor cynisme zou men kunnen aanvoeren dat na de recente moordpartijen, die aan minstens een half miljoen mensen het leven hebben gekost, de spoeling aangaande de beschikbare akkers iets minder dun is... heeft het regime van Habyarimana mede in het zadel gehouden, onder meer door in '90 de opmars van het RPF te helpen stuiten. De wapenleveranties van Parijs aan de uit Hoetoes bestaande interimregering zit het RPF uiteraard eveneens hoog. De belofte van minister Juppé van buitenlandse zaken dat de Franse troepen korte metten zullen maken met moordenaars, lees onder meer de Hoetoe-milities, vermag de rebellen niet gerust te stellen. De verheugde mededeling die vanuit de Hoetoe-radio door de ether klonk: „Nu de Fransen komen vechten aan de kant van de Roeandese regering is er weer hoop", kan tamelijk veelzeggend worden genoemd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 juni 1994

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Bovenlaag

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 juni 1994

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken