Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Iedereen is bang voor iedereen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Iedereen is bang voor iedereen

Pogingen om in Boeroendi het Roeanda-scenario te helpen voorkomen

10 minuten leestijd

DEN HAAG - Boeroendi? Een koffiemerk misschien? Bij het Nederlands Comité Burundi kunnen ze er nog wel begrip voor opbrengen dat bij het noemen van die naam niet meteen wordt gedacht aan het kleine landje in CentraalAfrika, de zuiderbuur van Roeanda. Maar die onbekendheid moet natuurlijk wel snel veranderen. Als dat tenminste niet spontaan gebeurt, want de spanningen tussen Hoetoes en Toetsi's komen ook hier gevaarlijk dicht aan I de oppervlakte.

Afgelopen najaar was Boeroendi heel even voorpaginanieuws. Een staatsgreep door de Toetsijs, waarbij L de (Hoetoe-)president Ndadaye saI men met een aantal regeringsleden werd vermoord, leidde tot een serie bloedbaden onder zowel Hoetoes als Toetsi's. Er vielen tienduizenden (sommige bronnen spreken zelfs van honderdduizend) doden, maar voor het Westen was het niet veel meer dan de zoveelste kortdurende vervan-ons-bed-show.

Voor menig Boeroendiër zijn de gevolgen van de overigens mislukte putsch echter nog dagelijkse realiteit. Om maar een praktisch punt te noemen: ten gevolge van de onlusten ging er van alles mis met zaaiing en oogst. De overlevenden zijn in groten getale naar het buitenland gevlucht, onder meer naar Roeanda, waarbij de ironie wil dat intussen vele duizenden Roeandezen hun heil hebben gezocht op Boeroendisch grondgebied.

De twee landjes worden vaak in één adem genoemd en dat is niet zo verwonderlijk. Ze kunnen terugkijken op een aan elkaar parallel lopende voorgeschiedenis en ook in het heden zijn er nog de nodige overeenkomsten, die niet ophouden bij het glooiende landschap en de overvloedige regens.

Koninkrijk

Vanaf 1890 maakte Boeroendi samen met Roeanda en Tanganyika deel uit van Duits Oost-Afrika. Boeroendi en Roeanda werden in 1919 ;een Belgisch volkenbondsmandaat, Kinder de naam Roeanda-Oeroendi. P^Iet gebied werd in 1945 een trustgebied van de VN, een status die duurde tot 1962. Beide landen werden toen onafhankelijk: Roeanda als republiek en Boeroendi als koninklijk. De demografische verdeling is 'pagenoeg dezelfde: ca. 85 procent jJioetoes, ca. 14 procent Toetsi's en frninder dan een procent Batwa.

Tot zover lopen Roeanda en Boeroendi gelijk op. In beide landen vormden de -beter opgeleide- Toetsi's lange tijd de elite.

De conflicten mede hierdoor konden evenals in Roeanda ook in Boeroendi blijkbaar niet uitblijven. Het begint in 1961 met de moord op een telg uit de (natuurlijk uit Toetsi's bestaande) koninklijke familie. Deze prins, zelf met een Hoetoe-vrouw getrouwd, is voorstander van verzoeningsgezinde politiek, die blijkbaar geen brede steun geniet. Bij een staatsgreep in 1966 wordt Boeroendi een republiek. De Toetsi's, om precies te zijn de Hima-clan, weten hun positie te verstevigen. Sindsdien volgt het ene bloedbad op het andere, waarbij duizenden de dood vinden. De strijd gaat niet zozeer tussen Hoetoes en Toetsi's in het algemeen, maar tussen de Himaclan versus andere Toetsi's en Hoetoes.

Belangrijk verschilpunt met Roeanda is dat het leger in Boeroendi grotendeels uit Toetsi's bestaat. Hoetoes, hoewel veruit in de meerderheid, trekken in veel opzichten aan het kortste eind. Bij tienduizenden zijn ze in de loop der jaren omgebracht. Na een Hoetoe-opstand in 1972 wordt deze bevolkingsgroep met zo mogelijk nog hardere hand aangepakt. De schattingen over het aantal doden dat daarbij gevallen is, lopen op tot tweehonderdduizend.

Te hard van stapel

Het tij leek te keren toen in 1987 majoor Pierre Buyoya een staatsgreep pleegde. Een Toetsi met gevoel voor verhoudingen, want hij zorgde ervoor dat belangrijke posten naar Hoetoes gaan. Ook bewerkstelligde hij dat vluchtelingen konden terugkeren en herstelde hij de godsdienstvrijheid, die zijn voorganger, Bagaza, had afgeschaft. Buyoya begreep dat hij het meerpartijensysteem niet langer buiten de deur kon houden en organiseerde in juni vorig jaar vrije verkiezingen, die gewonnen werden door de Hoetoes. De grootste bevolkingsgroep voorzag een einde aan de onderdrukking.

Hoetoe-president Ndadaye, op 10 juli vorig jaar gekozen, begon met grote voortvarendheid te werken aan eerherstel van zijn geplaagde mensen. Met het rechtzetten van wat scheefgegroeid was -Toetsi's werden massaal ontslagen, hun akkers werden afgenomen, alles ten gunste van de Hoetoes- liep hij duidelijk te hard van stapel. Een deel van het ledger gaf uiting aan de onder veel Toetis's levende gevoelens door in in oktober vorig jaar een coup te plegen, waarbij Ndadaye het leven liet.

Naweeën

De naweeën beheersen nog steeds het leven van menige Boeroendische familie. Ongeveer een vijfde deel van de zes miljoen inwoners is op de vlucht. Ziekten, invaliditeit, honger, onderlinge angst zijn de dagelijkse gevolgen van de "putsch". De nieuwe president, Ntyriamira, eveneens een Hoetoe, trachtte een voorzichtiger beleid te voeren maar hem was evenmin veel tijd gegund. Op 6 april dit jaar kwam hij om het leven toen het vliegtuig waarin hij samen met zijn Roeandese ambtgenoot zat, uit de lucht werd geschoten. Het zou het startsein worden voor de volkerenmoord onder de Toetsi's in Roeanda, waarbij minstens een half miljoen doden zijn gevallen.

Sinds die tijd wordt gevreesd dat Boeroendi, met immers dezelfde bevolkingssamenstelling en navenante conflicten, dezelfde weg inslaat als het buurland. Tot op heden is de vlam nog niet in de pan geslagen, maar incidenten en getuigenverklaringen geven al maandenlang duidelijk aan dat een grootschalige uitbarsting van etnisch geweld een angstig reële mogelijkheid is.

Hoopje zwart mens

Voor het eind vorig jaar opgerichte Nederlands Comité Burundi reden om hier te lande de aandacht eens te bepalen bij dat van spanningen zinderende landje. Een advertentiecampagne in de Nederlandse dagbladen leverde eerder dit jaar een bemoedigende hoeveelheid reacties op. Uit de 200 respondenten die meer informatie wilden zijn werkgroepen gevormd.

Comitévoorzitter is drs. Jan van der Beek uit Katwijk, werkzaam bij het ministerie van defensie.' Zijn band met Boeroendi werd zo'n 18 jaar geleden gelegd. „Er kwam een Boeroendisch jochie via Terre des Hommes naar Nederland, om hier te worden geopereerd. Mijn vrouw was verpleegster en zag dat hoopje zwart mens. Hij moest worden gerevalideerd, maar daar was geen geld voor. Wij hebben ons toen over hem ontfermd en namen hem tijdens de revalidatieperiode bij ons in huis. De jongen, die 17 was maar er niet ouder uitzag dan onze zoon van 10, gaf te kennen dat hij, als hij weer kon lopen, ontzettend graag zou willen studeren. Hij wilde onderwijzer worden, maar het gezin waaruit hij kwam telde twaalf kinderen dus voor doorleren was geen geld. Bovendien was hij Hoetoe en als zodanig lid van een onderdrukte bevolkingsgroep. Alles wat Hoetoe is en wil studeren loopt het risico vermoord te worden".

In samenwerking met de christelijke gerereformeerde kerk in Arnhem waar de Van der Beeks tóen behoorden, werd maandelijks een bedrag overgemaakt naar de missiepost (in Boeroendi is vrijwel alleen de rooms-katholieke kerk actief) in Muyinga, de enige Nederlandse missiepost in dat land.

De jongen werd onderwijzer, ging verder studeren in de Franse taal en letterkunde, is „dikwijls aan de dood ontsnapt" en heeft nu een baan als leraar.

Twee jaar geleden heeft Van der Beek zijn pleegzoon opgezocht. De laatste tijd heeft hij zelf geen rechtstreeks contact meer met hem, wel weet hij via-via dat hij nog in leven is, met zijn gezin. Zijn stenen huis, met zoveel moeite bijeengespaard, is met de grond gelijkgemaakt en ingewisseld voor een onderduikadres. „Verder leven alleen zijn moeder en twee zussen nog. De rest van het gezin van twaalf kinderen is omgekomen. Toen zijn moeder, die net even weg was op het moment dat de soldaten hun slag sloegen, terugkwam raakte ze bij de aanblik van haar omgebrachte familieleden ter plekke eenzijdig verlamd".

Ook comitélid Spès Visser-Bivugire uit Medemblik, een met een Nederlander getrouwde Boeroendische, heeft diverse familieleden door het geweld verloren. Bij de staatsgreep van vorig jaar is een broer, die een hoge positie bekleedde, omgekomen. „Toen ik het nieuws van de putsch hoorde, dacht ik meteen: o, mijn broer, hij gaat er ook aan. Ik belde naar Boeroendi en kreeg het nieuws te horen". Om te onderstrepen dat ze maar een van de vele getroffenen is, voegt ze eraan toe: „Natuurlijk, het is vreselijk. Maar anderen hebben meer te verwerken gekregen. Mijn schoonzuster verloor in '72 vier broers op één dag".

Spès ontmoette haar man toen deze in Oeganda werkte, en kwam ongeveer tien jaar geleden naar Nederland. Tot voor kort ging ze vrijwel ieder jaar naar haar vaderland op vakantie maar de laatste tijd is dat wat bezwaarlijk geworden.

Ze kijkt terug op een redelijk rustige jeugd. Als meisje uit een gegoede Toetsi-familie had ze weinig problemen. Ze kan zich niet herinneren dat er een voortdurende sfeer van haat en nijd was tussen de twee etnische groepen. Maar kwalijke praktijken waren aan de orde van de dag. „In de zesde klas moest je examen doen voor de middelbare school. De namen van de leerlingen werden gecontroleerd. Als ze niet bekend waren, gingen de resultaten van de desbetreffende kandidaten naar welgestelde leerlingen. Ik had een vriendinnetje, die altijd de beste van de klas was geweest. Toch kreeg ze geen certificaat; ze kon dus niet naar de middelbare school. Later heb ik ontdekt wat er gebeurd was: de kinderen van de burgemeester kregen haar naam. Het was gewoon een systeem om Hoetoes niet te laten studeren.

Uitzoeken

We moesten altijd naar school gebracht worden, want er was -en isgeen vervoer. Een keer moest er ook een ander kind meerijden. Waarop ik de chauffeur hoorde zeggen: „Ik zal eerst uitzoeken of ze een Hoetoe of Toetsi is"."

Vaak speelt iemands etnische afkomst plotseling een rol, terwijl dat voorheen nooit een probleem is geweest. Van der Beek noemt in dit verband een Hoetoe-onderwijzer van wie altijd werd aangenomen dat hij een Toetsi was. „Toen bleek dat hij toch Hoetoe was, werd hij louter op grond daarvan uit de klas gehaald en omgebracht".

Het herinnert Spès Visser aan het huwelijk van een van haar broers. „Hij trouwde met een Hoetoevrouw. Toen begon iedereen zich ineens af te vragen of de vader nu eigenlijk een Hoetoe of een Toetsi was".

Verzoening
Het comité richt zich niet in de eerste plaats op het organiseren van grootscheepse hulpacties, al zou Boeroendi, een van de armste landen van de wereld, wel wat bijstand kunnen gebruiken. Men wil echter in eerste plaats bevorderen dat vanuit Boeroendi zelf het vreedzaam naast elkaar leven van de bevolkingsgroepen gestalte krijgt. Drie comitéleden hopen eind deze maand naar Boeroendi af te reizen om positieve krachten een hart onder de riem te steken. Eerste aandachtspunt betreft de mensenrechten. In plaats van wederzijds respect is er momenteel permanent angst voor elkaar. „Toetsi's zijn bang voor het numeriek overwicht van de Hoetoes. De Hoetoes zijn bang voor de dominante positie van de Toetsi's in het leger, de veiligheidstroepen, de politie en het justitiële apparaat. Mensenrechtenschendingen door politie, leger en veiligheidstroepen worden niet gerechtelijk vervolgd".

Veel aandacht zal worden geschonken aan de media. In Roeanda is zonneklaar gebleken dat media bij het uitbreken van de burgeroorlog een factor van doorslaggevende betekenis hebben gevormd. Voor de staatsradio werd regelrecht opgeroepen tot het uitmoorden van de Toetsi's, en vooral niet te stoppen zolang „de graven nog niet vol" waren. Van der Beek, zelf bestuurslid van de NCRV: „Iedereen weet dat media een essentiële rol spelen bij het aanzetten tot geweld. Maar het omgekeerde geldt ook: ze kunnen de mensen ook aanzetten tot verzoening. Daarom willen wij, in samenwerking met ontwikkelingsorganisaties, proberen hierover van gedachten te wisselen met mensen van bestaande radiostations".

Leger

Ten slotte wil het comité proberen contact te leggen met vertegenwoordigers van overheid en leger. Van der Beek doet dit op persoonlijke titel en niet namens zijn werkgever, het ministerie van defensie. Al acht hij het niet uitgesloten dat Defensie in de toekomst een bijdrage levert, bijvoorbeeld in de vorm van uitwisseling van militairen. „Misschien kunnen we kijken in hoeverre het leger betrokken kan zijn bij het democratiseringsproces. We zullen trachten te spreken met de chef-staf en hem de vraag voorleggen: willen jullie stabiliteit en rust in je land? Dan zul je toch iets aan democratisering moeten doen".

Met alles respect, maar zitten de regering en het leger van Boeroendi te wachten op de welgemeende raad van drie amateur-hulpverleners uit een klein Europees landje? Van der Beek glimlacht hoopvol. „We mogen dan klein zijn, we zijn neutraal. Hebben geen voorkeur voor Hoetoes of Toetsi's. Maar kennen wel de regels van de democratie".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 31 augustus 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Iedereen is bang voor iedereen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 31 augustus 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken