Bekijk het origineel

Kroniek van een aangekondigde opstand

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kroniek van een aangekondigde opstand

Alweer die Indianen; slim konijn wint het ten slotte van machtige jaguar

9 minuten leestijd

Sinds enige tijd bezit het Zuidmexicaanse plaatsje San Cristobal de lïfs Casas een heus cultureel café, El Puente genaamd. Je kunt er fantastisch eten, mooie produkten kopen, boeken lenen en lezingen beluisteren. In de weken voor de verkiezingen van 21 augustus was El Puente als het ware in een bolwerk van subversiviteiten omgetoverd. Avond aan avond draaiden er video's over de zapatisten die dit jaar een guerrillastrijd waren begonnen. De verering van "Subcomandante Marcos" nam bij bepaalde groepen van de samenleving, vooral leden van de oppositionele PRD-partij, haast hagiografische dimensies aan.

Ademloos luisterde het publiek in het donkere zaaltje in El Puente naar wat kameraad Rolando had te zeggen. Midden in het kloppende hart van het Lacandón-oerwoud, bij het krieken van de dageraad, vertelde de jonge zapatist (diep nicotine inhalerend) over de motieven van de gewapende strijd die op 1 januari 1994 het ogenschijnlijk zo stabiele Mexico uit zijn balans sloeg.

Aan de wanden van El Puente prijkten kleurenfoto's van de gemaskerde vechters. Bivakmuts en rode bandana. Een close-up van 'sub' Marcos die net als Che Guevara een pijp rookt. Op een plank wat cassettebandjes met revolutionaire muziek. Bij de kassa liggen wat groezelige kranten van de 'clandestiene volksraad' van het zapatistenleger. Ze vliegen als broodjes over de toonbank.

Dit sfeertje in El Puente keert onmiddellijk in mijn geheugen terug als ik het boek "Alweer die Indianen" van Arij Ouweneel in handen heb. Ouweneel deed een onderzoek naar de jongste loot aan de Latijnsamerikaanse guerrillastam. Wat bewoog de zapatisten ertoe de wapens op te nemen?

De zapatistenopstand in Chiapas kwam op 1 januari 1994 niet uit de lucht vallen. Ze ging aan talrijke incidenten vooraf. Om de Columbiaanse schrijver Garcia Marquez te parafraseren: het betreft hier een "kroniek van een aangekondigde opstand".

De Indianen wisten zich gesteund door de 16e-eeuwse monnik Bartolomé de las Casas. Deze 'Martin Luther King' bezorgde de Indianen politieke en juridische autonomie binnen het Spaanse bestel. Hierdoor bleef het voortbestaan van de inheemse cultuur gewaarborgd. Vooral de politieke constellatie in de Indiaanse gemeenschappen draagt deze erfenis nog met zich mee. De verpersoonlijking ervan zijn de zogenaamde caciques, de Indiaanse edelen die de centrale posities in de gemeenten monopoliseren.

Pas nu komen andere Indianen in verzet tegen deze aloude structuren. Ruim 8000 opstandelingen voegden de daad bij het woord. Zij tooiden zich met de naam van de beroemde leider Emiliano Zapata en richtten een leger op dat Ejército Zapatista de Liberación Nacional heet. Ze houden zich schuil in de eigenlijk nooit door de kolonist veroverde Lacandón-jungle.

In eerste instantie repten de zapatisten met geen woord over de Indiaanse achtergrond van de meeste strijders noch over de wens van autonomie van de Indiaanse gemeenschap. De twee doelstellingen zouden pas in een later stadium een rol spelen. Toch waren de meeste zapatisten van Indiaansen bloede en de internationale media spraken derhalve van een Indiaanse opstand, uitgevoerd door Indiaanse boeren. In de Nederlandse pers werd de beweging nauwelijks geanalyseerd. De rebellie gold kortweg als een bevrijding van het Mexicaanse volk na 500 jaar onderdrukking.

Het viel amper op dat de Indiaanse bevolking weinig sympathie voor het EZLN toonde. Was het een Indiaanse opstand? Ouweneel beschrijft dat de rebellie van 1994 diepe wortels heeft. Hij laat zijn verkenning via 1868, 1712, 1532 en 1519-1521 teruglopen. In 1532 was er sprake van de Eerste Chiapas Revolte als reactie op de Spaanse invasie van 1519-1521. De beroemde Bartolomé de las Casas stond er aan de wieg van zowel de paternalistische politiek van de Spaanse Kroon als van de Indiaanse strijd om politieke en juridische autonomie. 1712 is het jaar van de Tweede Chiapas Revolte, vooral door Tzeltal-Maya's uitgevoerd, en een opstand met een sterk religieus karakter. In 1868 was er sprake van de Derde Chiapas Revolte, als onderdeel van de oorlog tussen Liberalen en Conservatieven in heel Mexico die Chiapas vooral tussen 1855 en 1870 beroerde.

De Mexicaanse Revolutie van 1910 werd voornamelijk in Centraal- en West-Mexico uitgevochten. Het belangrijkst voor de boeren was de strijd over de landhervormingen. In Chiapas was het resultaat vanwege de tegenwerking van lokale machthebbers maar schraal. Dit is uiteindelijk de regelrechte voedingsbodem van de Vierde Chiapas Revolte van 1994, geleid door Subcomandante Marcos, aldus Ouweneel.

Met de eisen van Marcos was er wel degelijk iets nieuws onder de zon in Chiapas en Mexico. De banden tussen de Indiaanse leiders en hun onderdanen lijken definitief te zijn doorgesneden. Dat voor het eerst in eeuwen. Dit impliceert op termijn een ommekeer in de nationale politiek. Zeker nu lokale Indianenorganisaties zich massaal aaneenkoppelen, moet de regerende PRI het beleid straks onvermijdelijk bijstellen.

Zwarte Legende

Ouweneel distantieert zich van de Zwarte Legende, die door veel antropologen en historici de wereld in is gelanceerd. Dit verhaal houdt in dat de Indianen na de Spaanse verovering uit de centrale gebieden in Mexico en Guatemala na een periode van uitbuiting en moord in thuislanden en reservaten werden ondergebracht. Kritisch onderzoek bracht echter aan het licht dat de Indianen na de verovering de draad van hun leven weer oppakten. Ze voerden een volstrekt eigen en autonoom politiek en juridisch bestuur en integreerden hun religie in het roomskatholicisme.

De heerschappij van de caciques is een direct gevolg van het overleven van de Indiaanse cultuur. Om een einde te maken aan de gebrekkige contacten tussen de Indianen onderling in Mexico, werd in deze eeuw een bundeling van leiderschap nagestreefd. De regeringspartij PRl had uit voorzorg diverse instellingen in het leven geroepen om tussen nationaal en lokaal bestuur te bemiddelen. Uiteindelijk waren het de caciques in de dorpen die de machtsverhoudingen in het Indiaanse achterland garandeerden. Nagenoeg alle Indiaanse burgemeesters waren prominent lid van de PRI. Voor de PRI waren loyale caciques het vehikel om zich van kiezers te verzekeren, en voor de caciques was de PRI een handige beschermheer naar hun 'onderdanen' toe.

Overbevolking

Deze situatie had lang kunnen voortduren als er niet een kink in de kabel was gekomen. Oorspronkelijk een dunbevolkte regio, gaf de twintigste eeuw, na 1930, in Chiapas een bevolkingsexplosie te zien, en wel in zodanige mate dat de kiem voor een sociaal conflict voorhanden lag. Er bleef nagenoeg geen land voor de boeren over. Juist in deze tijd begon ook het vee, de concurrent van de mens in een agrarische samenleving, in groten getale op het land te grazen.

Indiaanse boeren richtten als tegenreactie organisaties op buiten de PRI om. Ook gingen ze ertoe over land te kraken. Deze activiteiten ondermijnden de dominantie die de PRI in Chiapas nastreefde. Het solidariteitsprogramma van de partij bood evenmin soelaas. In de afgelopen jaren escaleerde het aantal confrontaties tussen de boeren enerzijds en het leger dat was ingezet om de boeren te disciplineren anderzijds. Het machtsmisbruik van de opeenvolgende gouverneurs bracht de Iridianen in Chiapas tot een grotere daadkracht. Ze zochten samenwerking met andere Indianen. Ook presenteerden ze zich nadrukkelijk als "indigenas" (letterlijk inheemsen. Indianen). Het is, zo voert Ouweneel aan, het onbedoelde gevolg van de toegenomen erkenning in Mexico van de Indiaanse identiteit.

Ouweneel betoogt dat de verhouding tussen bevolking en het beschikbare akkerbouwland altijd cruciaal voor de thematiek van armoede en rijkdom in een grotendeels agrarisch samenleving is. De oorzaak van het conflict tussen arme en rijke Indianen, zoals dat zich in Chiapas voordoet, moet daarom in de overbevolking worden gezocht. Het is het klassieke conflict tussen arm en rijk, maar alle retoriek rondom misstanden en uitbuiting krijgt in het hedendaagse Chiapas een nieuwe werkelijkheidswaarde. De traditionele heer- en vazalverhouding wordt definitief opengebroken. Dit luidt het einde van de macht van de caciques in. De Vierde Chiapas Revolutie is vooral tegen de caciques gericht en dat maakt het EZLN tot een fundamenteel andere revolte dan de voorgaande drie.

Nieuwe Indiaan

De afgelopen twintig jaar kende het Lacandón het hoogste geboortencijfer van heel Mexico. Toch biedt het Lacandón geen perspectief. De grond is er van geringe kwaliteit en de Indianen wachtten hier landloosheid en armoede. Het is hier waar volgens Ouweneel een „nieiiw soort Indiaanse boer" opstond. „Buiten de controle van de caciques, niet gebonden aan het systeem van lastdragers en de cultus van de dorpsheiligen, geradicaliseerd in een omgeving waar guerrillatactiek en socialisme het gebruikelijke idioom waren geworden". Zij werden soldaten van het EZLN.

De Amsterdamse historicus aarzelt om de beweging van Subcomandante Marcos een zuiver Indiaanse opstand te noemeri. De zapatisten kregen immers geen daadkrachtige steun van Maya's uit het hoogland. Verder is het jargon van het EZLN te zeer aan de Centraalamerikaanse bevrijdingsbewegingen gelieerd. "Last but not least" werpen de zapatisten zich op als revolutionairen die voor een socialistisch vaderland strijden.

De auteur stelt dat de Vierde Chiapas Revolte pas echt na de ondertekening van de Akkoorden van San Cristobal begon en dat ze oversloeg op heel Mexico. Alom stonden bewegingen in het land op die de manipulatie van de PRI aanklaagden. Toch behaalde de partij bij de verkiezingen van 21 augustus nog een overwinning. Maar de fraude die indirect werd gepleegd, is een teken aan de wand. Niet lang erna kondigde het Zapatista Nationaal Bevrijdingsleger de „oorlog op (deze) valsheid" aan.

Wie niet sterk is, moet slim zijn, zo spreekt de Maya-mythologie. De jaguar die een voor een dieren opat, werd ten slotte door een listig konijn verslagen. Het beest liet de jaguar in de waterput „naar een nog woestere jaguar kijken". Het jaloerse dier dook uit blinde woede omlaag om zijn spiegelbeeld te verslaan. En daarmee had het konijn niet alleen zichzelf, maar ook zijn kameraden gered. Of ook de zapatisten erin zullen slagen zichzelf en het volk te redden, is misschien stof voor een vervolgdeel op deze interessante en uitstekend onderbouwde „kroniek van een aangekondigde opstand".

N.a.v. "Alweer die Indianen. De jaguar en het konijn in Chiapas", door dr. Arij Ouweneel; uitg. Thela Publishers; Amsterdam; 1994; 243 biz.; prys 37,50 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1994

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Kroniek van een aangekondigde opstand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1994

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken