Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Augustinus' antwoord aan een eigenwijze student

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Augustinus' antwoord aan een eigenwijze student

„Laten zij geboeid worden door je levenswandel!''

6 minuten leestijd

Een eigenwijze student legt onbeschaamd een door zorgen gekwelde en druk bezette predikant een hele vragenlijst met filosofische kwesties voor en verzoekt hem die te beantwoorden. De wetenschappelijk onderlegde ambtsdrager, die aanvankelijk woedend reageert, blijkt ten slotte toch bereid dat te doen. Dat lijkt een voorval uit het leven gegrepen en helemaal uit deze tijd te zijn!

De student gekleed in jeans en de predikant in een stemmig pak? Nee, in de zomermaand augustus Anno Domini 410 stuurt de 19-jarige Griekse student Dioscorus de kerkvader Augustinus een waslijst met diepzinnige vragen, vergezeld van een wat bombastisch opgestelde brief. Er Is niets nieuws onder de zon!

Afgetobt
Dioscorus heeft gestudeerd én is van goede komaf Dat laat hij merken. In Rome, de hoofdstad van het Romeinse imperium, heeft hij zijn studie in de retorica, de welsprekendheid, a%erond. Nu heeft hij enige tijd in de Afrikaanse havenstad Carthago wat in intellectuele kringen verkeerd. Precies in diezelfde periode, juni 410, is de inmiddels beroemd geworden bisschop uit Hippo, Augustinus, ook in Carthago. Het is niet waarschijnlijk dat Dioscorus Augustinus daar heeft ontmoet De kerkvader had wel wat anders aan zijn hoofd, omdat hij volop in de problemen met de afscheidingsbeweging van die dagen, de fanatieke Donatisten, zat. Wel heeft Dioscorus met de beste vriend van Augustinus contact gehad. Dat was Alyplus, de Carthaagse kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder, en ongetwijfeld heeft die de intellectuele capaciteiten van Augustinus opgehemeld. In zijn brief schermt Dioscorus daarmee en buit hij dat uit door op te merken dat Augustinus in het bijzijn van Alypius meteen bereid zou zijn geweest om de kwesties te beantwoorden. Op de keeper beschouwd, is zo'n opmerking eigenlijk wat beledigend voor de bisschop van Hippo. Als Augustinus eind juli 410 Carthago moe en afgetobd verlaten heeft en wegens overwerktheid zelfe buiten Hippo de eenzaamheid zoekt, stuurt Dioscorus hem de vragenlijst met brief na.

De brief
Door zijn opleiding heeft Dioscorus schitterende vooruitzichten. Hij verhaalt hoe een familierelatie, die als keizeriijk archivaris een belangrijk ambt aan het hof bekleedt, hem aan een goede baan in staatsdienst heeft geholpen. Voordat Dioscorus met zijn nieuwe baan begint, mag hij enige tijd met veriof naar zijn vaderland. „Ik sta op het punt om af te varen", zo schrijft hij Augustinus, en hij maant hem daarmee tegelijk tot spoedig reageren. Het brieve is inderhaast geschreven, op een arrogante toon en dan ook nog vol met stijlfouten, een student in de retorica onwaardig. Bcwendien durft hij brutaalweg wel te speculeren op Augustinus' hulpvaardigheid, die toen algemeen bekend vras. Tot overmaat van ramp omschrijft hij ook nog eens zijn beweegredenen, namelijk dat hij niet voor dom en onontwikkeld wil worden gehouden.

Uit enkele opmerkingen van Dioscorus (zijn naam betekent "zoon van Zeus") is op te maken dat hij geen heiden is, maar een christen-student, want hij zegt „God alleen weet hoe ik tot dit schrijven gekomen ben" en hij eindigt de brief met de wens „dat God Augustinus ongedeerd in een lang leven voor ons wil sparen".

Vaderlijk
De kerkvader had een druk bezet leven. Overdag zat hij bijna de gehele dag in een nis van zijn basiliek in Hippo. Hij was daar dan als vraagbaak beschikbaar voor zijn gemeenteleden, die met alleriei kwesties, zoals huwelijksproblemen en ruzies ever erfenissen, bij hem om raad kwamen. Bijna al zijn boeken en brieven schreef, of eigenlijk dicteerde, hij 's nachts. Augustinus moet wel erg verontv/aardigd geweest zijn over het verzoek van de verwaande student.

Nadat de ergernissen over zo veel onbeschaamdheid wat afgevloeid zijn, gaat hij echter in een uitvoerige brief (in tegenwoordige omvang zo'n twintig A-4tjes) in op de vragen van Dioscorus. Soms heel heftig, dan weer ironisch, maar uiteindelijk op een vaderiijke toon wijst de wijs geworden bisschop op de totaal verkeerde instelling van de student Hij verwijt hem dat zijn wetenschapsideaal wordt gekenmerkt door „zinloze nieuwsgierigheid" en merkt fijntjes op dat zelfs zijn „blakende studielust zowel voor jou onvruchtbaar als voor ons hinderlijk" weinig resultaten heeft opgeleverd, gezien de kromme formuleringen in de brief Om de opgeblazen student het slechte taalgebruik goed te doen gevoelen, gaat de vroegere retor Augustinus hem zelfs expres nabootsen. En, zo schrijft de kerkvader, nu moet een druk bezette bisschop voor één leerling in de retoriek zich met onbelangrijke kwesties uit de dialogen van Cicero bezighouden. En dat omdat die leeriing niet voor dom en onontwikkeld wil doorgaan. „Ja, ja, dat is een zaak slapeloosheid en nachtarbeid van bisschoppen waard!" Zo spot Augustinus tegelijkertijd met de student met de filosofie, alsook met zichzelf Dan echter gaat hij heel snel de jongen op een warme, vaderiijke toon vermanen. Augustinus was toch net zo geweest even verwaand en met diezelfde ambitie en aspiraties als Dioscorus. Even veriangend om via de studie welsprekendheid een beroemdheid te worden. In het jaar 401, nog maar luttele jaren geleden, had Augustinus dat eerlijke zelfportret geschreven, de wereldberoemde "Belijdenissen". Dioscorus kon Augustinus geweest zijn!

Studentenpastor
Augustinus wijst de jongeman erop dat hij niet zo'n hoge dunk van heidense wetenschap moet hebben. De ironische toon van de bisschop is nu verdwenen en met de bezorgdheid van een studentenpastor probeert Augustinus de student een christelijke visie op de wetenschapsbeoefening mee te geven. Augustinus betoogt dat met de komst van het christendom al die heidense wijsheid in het niet gevallen is. Geen enkel weldenkend mens houdt zich daar tegenwoordig nog mee bezig, zegt de bisschop verachtelijk en voegt er met veel zelfspot aan toe dat er in de kerk nog wel . bisschoppen zijn (hijzelf dus) die ,als jongelieden met diezelfde geestdrift of liever geestverbijstering, waardoor jij nu meegesleept wordt zich inspanden om deze dingen als iets geweldigs te bestuderen. En nu blijven die dingen in hun geheugen, ja zelfs in hun grijze bisschopsharen toe, voortieven. Ze wilden dat veel liever in de vergetelheid begraven dan dat ze een pedant antwoord geven als ze op die dingen bevraagd worden". Zo spreekt Augustinus thans. Het is wel duidelijk dat hij een totale verandering van denken, dat is bekering, heeft meegemaakt En nu schrijft hij aan Dioscorus; „Probeer niet door je kennis te imponeren, maar laten zij geboeid worden door je levenswandel!" 

Ware wijsheid
Augustinus vertelt de heel bekende, misschien wel afgezaagde, anekdote van de autoriteit in de retorica Demosthenes. Toen deze vermaardheid eens werd gepolst naar de beginselen van de welsprekendheid met de vraag wat men in de eerste plaats in acht nemen moest antwoordde Demosthenes prompt „De voordracht!" En wat in de tweede plaats? Antwoord: „De voordracht!" En wat in de derde plaats? Antwoord: „De voordracht!" Net een variant op deze anekdote vermaant Augustinus zijn „beste Dioscorus" zich ook in zijn denken vol eerbied aan Christus en Zijn Woord te onderwerpen. Die juist door Zijn nederigheid de weg tot de waarheid heeft gebaand. „Deze weg is echter in de eerste plaats: „nederigheid!", in de tweede plaats: „nederigheid!", en in de derde plaats: „nederigheid!" Grootmoedig laat de studentenpastor de jonge student weten dat hij weer mag reageren. Van Dioscorus is nooit meer wat gehoord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 17 oktober 1994

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Augustinus' antwoord aan een eigenwijze student

Bekijk de hele uitgave van maandag 17 oktober 1994

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken