Bekijk het origineel

Tekort aan bijbelvertalers groeit

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tekort aan bijbelvertalers groeit

In 3000 wereldtalen is bijbelse boodschap nog niet op papier beschikbaar

10 minuten leestijd

Er zijn „enorm veel vacatures" voor bijbelvertaler. Vooral het alfabetiseringswerk loopt achter. Dat concludeert Alice van Bergen van Wycliffe Bijbelvertalers Nederland. De Bijbel in zijn geheel is in slechts 300 talen vertaald. Op de duizenden talen die de vfereld kent, is dat weinig. Het Nieuwe Testament is in meer dan 600 talen vertaald, terwijl in ruim 1000 talen één of meer losse bijbelgedeelten aanwezig zijn. Officieel zijn er nog steeds 3000 talen waarin de bijbelse boodschap niet op papier beschikbaar is. De markt is dus nog verre van verzadigd.

Wycliffe Bijbelvertalers Nederland organiseert volgende week zaterdag (29 oktober) in Driebergen een informatiedag over alfabetiseringswerk. De Nederlandse afdeling is onderdeel van de internationale organisatie Wycliffe Bijbelvertalers, een van de grootste organisaties op het gebied van bijbelvertaalwerk. Samen met haar zusterorganisatie Summer Institute of Linguistics (SIL) zijn er ongeveer 5500 medewerkers over de hele wereld actief

Wycliffe Nederland zendt zelf geen vertalers uit, maar bemiddelt voor de plaatselijke kerken en gemeenten. Die laatsten hebben de uiteindelijke verantwoordelijkheid. Wycliffe Nederland vertegenwoordigt zowel evangelische stromingen als protestantse kerken, zoals de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde, de Christelijke Gereformeerde en de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten.

Velen analfabeet

Niet alleen is het moeilijk gekwalificeerde vertalers te vinden, nog groter probleem is dat je wel kunt vertalen, maar dat de bevolking dan ook moet kunnen lezen. Veel mensen in de Derde Wereld zijn nog geheel of gedeeltelijk analfabeet. Bijbelvertaalwerk en alfabetiseringswerk zijn van grote betekenis voor het werk van de zending. Alfabetiseringswerk draagt niet in directe zin bij tot bijbelvertaling, maar maakt wel dat de Bijbel effectiever gebruikt wordt.

De organisatie houdt volgende week zaterdag een informatiedag over alfabetiseringswerk, een niet te verwaarlozen aspect van de problematiek. Volgens Alice van Bergen, de alfabetiseringscoördinator van Wycliffe Nederland, zijn er zeker de eerste vier jaar voor dit werk 100 nieuwe medewerkers per jaar nodig, terwijl er zich jaarlijks slechts 30 aanmelden. De knelpunten in het bijbelvertaalwerk variëren per regio, stelt zij vast. „In Zuid- Amerika is er niet meer zoveel te doen, in Afrika en Azië zijn er daarentegen veel vacatures".

Onder de 3000 talen waarin de Bijbel niet verschenen is, zijn veel minderheidstalen met soms maar enkele duizenden of zelfs enkele honderden sprekers. Toch zijn er ook talen met miljoenen sprekers waarin de Bijbel nog niet verschenen is. Alice van Bergen wijst bijvoorbeeld op moslimlanden waar het bijbelvertaalwerk door de religieuze ministeries wordt verboden. Zo is er in Soedan een bevolkingsgroep van zes miljoen mensen, de Dinka's, met.ook verschillende dialecten. Men is al jaren bezig om bijbelvertaalwerk te verrichten maar gezien de onrust in het land vordert het amper.

Dat is overigens een algemeen probleem: het werk vergt vele jaren en is ook afhankelijk van de inzet van de bevolkingsgroep zelf, of zij al dan niet geschoold is. Verder is een bijbelvertaalproject afhankelijk van de financiële steun van de kerken. Er is weliswaar veel tot stand gekomen, erkent Alice van Bergen, maar „in verhouding tot wat nog te dóen staat, is er nog veel te weinig gebeurd".

Het echtpaar Frans en Karin Zandstra verricht al drie jaar alfabetiseringswerk in dienst van Wycliffe op Papoea Nieuw- Guinea. Zij proberen onder het Amanabvolk (indirect) de Bijbel toegankelijk te maken, door hen te leren lezen en schrijven. Met het bijbelvertaalwerk voor de Amanab als zodanig houdt een Amerikaans team (ook in dienst van Wycliffe) zich bezig.

Op Papoea Nieuw-Guinea worden ongeveer 850 talen gesproken, waarvan elke taal ook eigen dialecten heeft. Zo'n 60 procent van Papoea Nieuw-Guinea, zelfstandig lid van het Gemenebest, is analfabeet. Er wordt hard gewerkt door diverse instanties om de Bijbel of delen daarvan in ongeveer 200 talen beschikbaar te krijgen op Papoea Nieuw-Guinea. De algemene voertaal in het land is Pidgin- Engels, een verbasterde vorm van het Engels waarin ook de Bijbel is verschenen. De kwaliteit van de vertaling is op zich wel goed, maar de taal kent een grote taalarmoede.

Training docenten

Het dagelijkse werk van de Zandstra's is zo'n dertig leraren te trainen, die op hun beurt de bevolking in de dorpen leren lezen en schrijven. Die docenten worden door de dorpen zelf aangewezen. Wycliffe heeft vanzelfsprekend voorkeur voor mensen met een christelijke levensovertuiging.

Het echtpaar Zandstra gebruikt daarom ook bijbels materiaal voor hun lessen. Ze maken zelf boekjes, voorzien van illustraties die op de cultuur zijn afgestemd, en trainen de toekomstige docenten om kinderen bijbelverzen in hun eigen taal te laten memoriseren. Elke week worden in het dorp waar het echtpaar Zandstra woonachtig is bijeenkomsten gehouden waarin bijbelboeken worden doorgelezen aan de hand van een rooster. „Zelfstandig lezen van de Bijbel is nodig; dat kan de kerk sterker maken".

„Ongeveer 80 procent van de bevolking van Papoea Nieuw-Guinea is christen. Maar dan wel overwegend naamchristen. Ze geloven wel, maar houden ondertussen aan hun oude heidense gewoonten vast. De meeste chi;istenen kunnen de Bijbel niet lezen, en Ms ze hem lezen, in de Engelse Pidgin-Bijbel, dan lezen ze hem nog slecht ook. Daarom is het zo belangrijk om hen een Bijbel in de moedertaal te geven. Wanneer ze de Bijbel niet zelf kunnen lezen, zal er van geestelijke groei nauwelijks sprake kunnen zijn".

De bijbelboeken Mattheüs, Handelingen en Openbaring zijn inmiddels in de Amanab-tal beschikbaar. „Als de bevolking het bijbelboek Mattheüs leest in haar eigen taal, raakt ze geëmotioneerd. Het heeft tot gevolg dat ze de gehele Bijbel in hun eigen taal wil hebben".

Toenemende bezinning

B. van Bokhoven, secretaris financiën en plaatsvervangend algemeen secretaris van de Gereformeerde Zendingsbond (GZB), zegt dat er binnen de GZB de laatste vijfjaar „opnieuw" een bezinning op gang is gekomen op de waarde van het bijbelvertaalwerk in het zendingswerk. „Er is vaak gedacht: daar heb je de specialisten voor, de bijbelgenootschappen. Maar misschien heeft het zendingswerk daardoor in de praktijk te veel aan de bijbelgenootschappen overgelaten".

Een dergelijk beleid is zijns inziens trouwens ook in strijd met de hervormde kerkorde, die in ordinantie IV-8 tot het zendingswerk óók de verzorging van vertaling en verspreiding van de Bijbel rekent. „Het wordt uitdrukkelijk gerekend tot het werk van de zending. Al hebben de bijbelgenootschappen de vakkennis en wij niet", zo vindt Van Bokhoven.

De GZB is actief in Kenia wat betreft het bijbelvertaalwerk. De GZB heeft de heer G. J. van Steenbergen volledig vrijgesteld voor een drietal bijbelvertaalprojecten (in de talen "Rirkana, Pokot en Lubukusu). Zijn taak is het controleren van de tot stand gekomen proeven van vertalingen. Ook geeft de GZB financiële steun aan een bijbelvertaalproject in de Toradja-kerk (Sulawesi, Indonesië).

Als nieuwe ontwikkeling meldt Van Bokhoven dat de GZB een aantal mensen steun verleent die namens Wycliffe uitgezonden worden. Ze hebben de status van „buitengewoon GZB-zendingsarbeider". Ze vallen onder de verantwoordelijkheid van Wycliffe, maar ontvangen financiële steun van de GZB. Het gaat om de familie De Wit in Zaïre en een viertal mensen met wie de GZB momenteel in gesprek is. Het viertal zal uitgezonden worden naar Soedan, Zaïre en Azië.

Deze nieuwe ontwikkelingen worden ingegeven door het toenemende belang dat de GZB ziet in het bij bel vertaalwerk, zo benadrukt Van Bokhoven. De GZB heeft immers in zijn statuten opgenomen dat zending en het brengen van het Woord van God nauw aan elkaar zijn verbonden. Volgens Van Bokhoven is in de regio's waarin de GZB actief is, geen tekort aan bijbelvertalers. Wel is men bezig met een inventarisatie, zoals in Zaïre (door familie De Wit) en in Malawi. Verder bestudeert men -via de persoon van dr. K. F. de Blois, vertaalcoördinator van de United Bible Societies (UBS)- mogelijke vertaalprojecten in Oost-Europa.

Van Bokhoven constateert dat waar jonge kerken zijn, er een spanningsveld ontstaat om de bijbelse boodschap te integreren in de eigen cultuur en taal. Dat is vaak een extra barrière. ,,Als er geen eigen vertaling is, dan blijft men van de ander afhankelijk", hetgeen een ongewenste situatie is. „De recente studies over het ontstaan van de Toradja-kerk laten zien hoe uiterst belangrijk de samenwerking tussen de zending en het bijbelvertaalwerk is geweest".

Niet verzadigd

De markt van bijbelvertalingen is nog lang niet verzadigd, vindt drs. R. de Blois (inderdaad, een broer...). Hij is binnen de Zending van de Gereformeerde Gemeenten (ZGG) belast met het begeleiden van een aantal bijbelvertaalprojecten. De Blois was van 1983 tot 1990 werkzaam als bijbelvertaler in Izi (Nigeria). In een drietal dialecten is het Nieuwe Testament daar inmiddels beschikbaar en men verkeert nu in de laatste vertaalfase van het Oude Testament.

De Blois is sinds kort tevens 'uitgeleend' aan de United Bible Societies en begeleidt in die hoedanigheid -als een soort 'tussenpersoon'- een vijftal vertaalprojecten in Guinee. Een aantal keren per jaar reist hij naar dat land om de voortgang van die projecten, ook in Nigeria, te controleren.

De totstandkoming van een bijbelvertaling verloopt ingewikkeld, zo blijkt uit de woorden van De Blois. Een vertaalproject van het Oude Testament duurt minstens tien jaar. Eerst wordt een voorlopige versie gemaakt, georiënteerd op een bestaande vertaling (voor Guinee is dat het Frans). Dan wordt deze eerste versie onder handen genomen door een revisiecomité, waarin vertegenwoordigers van verschillende kerken zitten.

Dan komt de tijd dat De Blois zélf de vertaling onder ogen krijgt, waarbij hij zich richt op de knelpunten. Het gaat dan om zaken uit de cultuur van de Bijbel die de inlandse (Afrikaanse) bevolking niet kent, zoals het bestaan van de zee, de sneeuw, van opperkamers, maar ook theologische begrippen. Een typisch voorbeeld is het woord "vergeven" in het Izi, dat zoiets betekent als: "één keer tellen". In het Izi wordt daarmee aangeduid: als je het weer doet, kom je er niet zo gemakkelijk van af.

Eigen database

Uniek is dat De Blois eigenhandig een computerbestand opgezet heeft in de vorm van een Hebreeuwse woordenlijst met concordantie. Veel van de bestaande commentaren zijn volgens hem praktisch niet relevant voor het bijbelvertaalwerk als zodanig. Wycliffe heeft in samenwerking met UBS vorige maand besloten om deze database uit te geven voor een breder publiek. Een bekroning op het werk van De Blois.

De betekenis van bepaalde woorden kan soms jaren onduidelijk zijn. Totdat er opeens licht over valt. Woorden kunnen veel op elkaar lijken maar een geheel uiteenlopende betekenis hebben. Sommige talen hebben een brede, andere weer een smalle woordenschat. De ervaring leert dat als men aan de vertaling van het boek Openbaring toe is, met Genesis opnieuw begonnen kan worden. Maar óók leert de ervaring dat als een stuk vertaling gereeed is, dat stimuleert om door te gaan.

Volgens drs. De Blois is voortdurende inventarisatie van nieuwe projecten nodig. De UBS heeft prioriteiten en werkt met de zogeheten "major languages", dat wil zeggen: talen die door meer dan een miljoen mensen worden gesproken of talen die de status van de nationale taal hebben. Wycliffe richt zich ook op talen die door minder mensen worden gesproken. Men vult elkaar dus aan. Gezien het feit dat in slechts 300 talen de hele Bijbel is vertaald, betekent dat er „honderden en duizenden talen zijn waarin nog weinig of niets is gedaan", aldus De Blois.

De ZGG heeft het bijbel vertaalwerk altijd als essentieel gezien voor het zendingswerk. „Er zijn zoveel landen waar je niet kunt werken. Dan is het belangrijk dat daar toch het, Woord van God aanwezig is".

Bureausecretaris van de ZGG, C. Janse, zegt zich zorgen te maken over de invulling van recente vacatures van "lectuurwerker" voor Guinee en Irian Jaya. De respons blijft nagenoeg achterwege. „Dat is triest. Het vertaalwerk rekenen wij tot de kern van het zendingswerk. Dat verdient prioriteit. Maar je krijgt er de mensen niet voor".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 oktober 1994

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Tekort aan bijbelvertalers groeit

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 oktober 1994

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken