Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Europa

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Europa

4 minuten leestijd

De Noren hebben "nee" gezegd tegen toetreding tot de Europese Unie (EU). Eerder gebeurde dat in 1972 met betrekking tot de Europese Gemeenschap (EG). Toen was nog geen van de Scandinavische landen bij de Gemeenschap aangesloten. Nu blijft Noorwegen als enig Scandinavisch land buiten de Unie. De verwachting dat Noorwegen als laatste,in de rij het Finse en Zweedse voorbeeld zou volgen uit vrees in een isolementspositie te komen, is dus niet uitgekomen.

De vrees voor aantasting van de Noorse soevereiniteit en levensstijl speelde daarbij een belangrijke rol. Met alle respect voor de gevoelens van de Noorse bevolking; wij hadden de uitslag graag anders gezien.

Positieve betekenis

De toetreding van de Scandinavische landen tot de Unie is om verschillende redenen van positieve betekenis. Uitbreiding in noordelijke richting heeft een gunstig effect op het evenwicht tussen de meer en minder welvarende landen. Voorts hebben ze een lange democratische traditie, die kan helpen de openheid en doorzichtigheid van de Europese besluitvorming te bevorderen en hechten ze aan een goed milieubeleid. Ten slotte dragen ze bij aan een welkome versterking van de protestants-christelijke invloed binnen de Unie.

Daarom hadden wij ook Noorwegen graag als lid van de EU welkom geheten. Vooral ook met het oog op de vragen die aan de orde zullen komen'op de Intergouvernementele Conferentie van 1996. Het land is weinig federalistisch gezind en had daardoor de samenwerking op intergouvernementele basis kunnen versterken.

Politieke omwenteling

Het lijdt geen twijfel dat de uitbreiding van de EU per 1 januari 1995 met Oostenrijk, Finland en Zweden, de belangrijkste ontwikkeling van de laatste tien jaar is. Zij is een rechtstreeks gevolg van het failliet van het communisme. Voorde genoemde landen zou zonder de ingrijpende omwenteling in Europa, toetreding ondenkbaar zijn geweest. Lange tijd werd Europa in het spraakgebruik gelijkgesteld met het Europa van de Twaalf. Het verdwijnen van het IJzeren Gordijn bracht het continent in zijn geheel weer in het blikveld.

De huidige uitbreiding met de drie landen is dan ook slechts een eerste stap. Onmiddellijk komt ook het lidmaatschap van de Midden- en Oosteuropese landen in beeld. Ter wille van de welvaart en politieke stabiliteit van Europa. Maar ook als een morele verantwoordelijkheid tegenover die landen die tientallen jaren gebukt gingen onder het communistische juk. Europa mag niet een economische tweedeling tussen Oost en West laten voortbestaan.

Bestuurlijke revisie

Intussen stelt de uitbreiding naar het Oosten de Europese Unie voor moeilijke problemen. Hoe moet de groter wordende Unie bestuurd worden? Met de huidige twaalf lidstaten loopt de besluitvorming al moeizaam. Hoe moet het gaan als er in de toekomst vijftien of meer landen zijn aangesloten? Bovendien, hoever moet de uitbreiding in oostelijke richting gaan? Voorts, welke taken moeten de landen van Europa samen uitvoeren en welke kunnen door enkele landen onderling worden geregeld? Welke structuur past daarbij? En wat is de positie van ons land daarin?

Duidelijk is dat het oude ideaal van een federale Europese staat met een centraal bestuur een illusie is geworden. Er zal gezocht moeten worden naar een heel andere, lichtere organisatie van samenwerking, waarin de verscheidenheid en zelfstandigheid van de lidstaten worden gerespecteerd.

Betrokkenheid burgers

Daarbij zal vooral aandacht besteed moeten worden aan de weerstand die er tegenover de Europese integratie onder de burgers leeft. Hoewel de inwoners van Finland en Zweden in meerderheid voor toetreding waren, sprak een aanzienlijke minderheid van tussen de 43 en 47 procent zich uit tegen toetreding.

Angst voor scherpe concurrentie, centralisatie van bevoegdheden door de bemoeizuchtige Brusselse bureaucratie en vrees voor inbreuken op het karakter van het eigen land zijn daarvan de oorzaken. Dit bleek ook bij de referenda die vorig jaar in Denemarken en Frankrijk zijn gehouden over het Verdrag van Maastricht.

Ook de lage opkomst bij de Nederlandse Euroverkiezingen dit jaar wijst op het feit dat de Unie onder de burgers onvoldoende draagvlak heeft. Alleen door de afstand tussen burgers en vertegenwoordigers zo klein mogelijk te maken, kan de betrokkenheid bij Europa versterkt worden. Besluitvorming zo dicht mogelijk bij de burger dus. Het is niet in te zien dat een federaal geconstrueerd Europa daarvoor mogelijkheden biedt.

De auteur is lid van het Europees Parlement voor SGP, GPV en RPF.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1994

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Europa

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1994

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken