Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Als het de eenheid dienen kan, laat ik het Liedboek dicht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Als het de eenheid dienen kan, laat ik het Liedboek dicht"

Voorzitter interkerkelijk forum in gereformeerde gezindte vestigt hoop op jongere generatie

5 minuten leestijd

De 69-jarige ds. Z. G. van Oene laat er geen twijfel over bestaan. Als de eenheid van de kerken hem om een offer vraagt, zal hij niet achterblijven. „Dan ben ik zelfs bereid om het Liedboek voor de Kerken dicht te doen. Hoezeer ik ook van een gezang houd".

De Zwolse predikant, die al jaren het Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte (COGG) voorzit, kijkt met dankbaarheid terug op een deze week afgesloten serie regionale bijeenkomsten. Daarmee wilde het platform de noodzaak van de kerkelijke eenheid onderstrepen. Het gaat om bijeenkomsten in Kampen, Bunschoten en Rotterdam.

De opkomst was weliswaar niet massaal, erkent ds. Van Oene, maar er werd wel geluisterd en er werd ook gereageerd. Een hele bos vragen heeft hij nog in zijn koffer, een nalatenschap uit Bunschoten, waar hij de bijeenkomst zelf voorzat. „Een gebroken lichaam functioneert niet; een verdeelde kerk boet in*aan werfkracht", deelde een van de bezoekers hem mee.

Een tweede merkte op dat het lichaam van Christus geen instituut is, maar een organisme, „van de Oud-Gereformeerde Gemeenten tot de evangelische en de charismatische kerken toe". Een derde attendeerde op kanselruil tussen plaatselijke gemeenten. Een vierde vroeg of de forumleden bereid waren als één man te strijden tegen de theologische vernieu»wing die de kerken in geestelijk opzicht verlamt.

„We kunnen terugzien op een goed initiatief', zegt de Zwolse predikant. „We hebben niet gemikt op grote aantallen. Het was natuurlijk mooi geweest als de kerken 'stampvol hadden gezeten, maar dat was niet zozeer onze bedoeling. We wilden iets losmaken, iets op gang brengen, de mensen onrustig maken. En dat is gelukt. Waar of niet?"

Wel heeft de COGG-voorzitter de indruk dat vooral mensen uit de rechterflank de regionale bijeenkomsten hebben bezocht. „Dat komt misschien een beetje door de sprekers. En misschien ook wel een beetje door de vergaderplaatsen. In Kampen kwam het COGG bijvoorbeeld bijeen in een zaal bij het kerkgebouw van de gereformeerde gemeente; in Bunschoten was dat de plaatselijke christelijke gereformeerde kerk. Zo'n drempel neemt niet iedereen".

Ook de sfeer was gestempeld door de vertegenwoordiging uit de rechterhoek van de gereformeerde gezindte. In Kampen zong ds. Van Oene psalmen op hele noten. In Bunschoten was hetzelfde het geval doordat initiatiefnemer K. Bokma voor de organist zorgde. In Rotterdam leek het soms even of het ging om een samenkomst van de kring van vrienden rondom het blad Bewaar net Pand, hoorde ds. Van Oene een van zijn collegapredikanten zeggen.

Uiterlijkheden
Of hij daarmee moeite heeft? „Welnee, alle sprekers hebben zich gehouden aan hun afspraak. Wij hadden hun gevraagd grote nadruk te leggen op het feit dat de kerkelijke verdeeldheid eigenlijk niet voor God te verantwoorden is. Aan die afspraak hebben ze zich zonder meer gehouden. Het is een zaak van gemeenschappelijke schuld en gerrieenschappelijke verootmoediging. Dat is op de vergaderingen duidelijk geworden".

Wel ervaart de Zwolse predikant sterker dan oojt dat allerlei zijns inziens middelmatige dingen de kerken onderling verdeeld houden. „Ik zeg wel eens: De rooms-katholieken geloven in Bijbel en traditie. Dat doen gereformeerden en reformatorischen niet, maar ze houden ondertussen wel vast aan .allerlei uitedijkheden. Dat geldt voor de haardracht, voor de kleding, voor de gemeentezang en ook voor het kerkelijk taalgebruik".

Offers gevraagd

Naar het oordeel van ds. Van Oene begint de kerkelijke eenheid met verootmoediging, maar vraagt die eenheid ook offers. Hoe hij dat doorvertaalt naar de kerkelijke praktijk? „Wij Nederlands gereformeerden hebben ons eigen Akkoord van Kerkelijk Samenleven. Dat blijkt te functioneren als een drempel in het gesprek met de christelijke gereformeerden en de vrijgemaakten. Nou, zeg ik dan, over zaken als de toeëigening des heils zulléïi we wel blijven verschillen, maar laten we vast met elkaar teruggaan naar de Dordtse Kerkorde. Die is toch prima?"

Zeggen en uitvoeren is evenwel twee, erkent de predikant. In het verleden hield COGG-secretaris ds. J. H. Velema meermalen een pleidooi voor een reformatorische federatie. Daar is tot nog toe niet van gekomen. Zelfs de „ecclesiologische consensus" van dit moment loopt volgens de voorzitter vast op de historische vraag van „scheiden of blijven". „Maar God kan wonderen doen. Dat deed Hij in de vorige eeuw ook".

Volmaaktheid

Of de pogingen van het platform in de strijd voor kerkelijke eenheid wel reëel zijn, nu blijkt dat ook het COGG zelf een verdeeld huis is? Ds. Van Oene: „Kijk, iedere christen is geroepen tot volmaaktheid, maar die is in dit leven niet bereikbaar. We strijden een heel leven lang tegen de zonde. Precies zo is het met de kerk, De volmaakte kerk is boven, maar we behoren met elkaar wel te strijden voor de kerkelijke eenheid".

De COGG-voorzitter verwacht overigens veel van de nu ingezette koers om het grondvlak te mobiliseren. Maar, zegt hij er in één adem bij, wat kun je bereiken als de kerkverbanden zelf afhaken. „Stel dat het gesprek tussen de Nederlands gereformeerden en de christelijke gereformeerden op deputatenniveau mislukt, wat moeten we dan met plaatsen als Lelystad en Almere, waar de federatie een feit is?"

Evaluatie

Als het aan ds. Van Oene ligt, krijgt het initiatief van COGG-bestuurder Bokma een vervolg. „Maar we gaan eerst samen evalueren. Daarna zien we wel weer verder". Kritiek van derden dat de samenkomsten doorgaans „selectief' bevolkt worden, wimpelt hij weg. „Natuurlijk komen daar alleen de mensen die belangstelling hebben voor deze thematiek. Je zult ergens een begin moeten maken".

De predikant, die zelf in zijn jeugd een kerkscheuring meemaakte, vestigt zijn hoop op de jongere generatie. „Dan kijk ik maar naar mijn eigen catechisanten. Voor hen zijn kerkhistorische feiten als Afscheiding en Doleantie lang niet meer zo vanzelfsprekend als voor de mensen van mijn generatie. Ze kijken vooruit. Ze zijn natuurlijk ook minder geschonden door de breuken uit het verieden".

Ds. Van Oene kijkt vol vertrouwen naar de toekomst. „Echte eenheid is ver, maar als we eerst maar eens bereid zijn naar elkaar te luisteren en elkaar willen respecteren als kerken van Jezus Christus. Daarop heeft het COGG zich in het kerkelijk gesprek tot nog toe steeds toegelegd". En de deelnemers? Ds. Van Oene; „Nogmaals, ik hoop op onze jongeren. We moeten ervoor waken dat het COGG een club van oude mannen wordt".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 3 December 1994

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

„Als het de eenheid dienen kan, laat ik het Liedboek dicht

Bekijk de hele uitgave van Saturday 3 December 1994

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken