Bekijk het origineel

Vrijmetselaar heeft een fout fundament

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vrijmetselaar heeft een fout fundament

5 minuten leestijd

De Vrijmetselarij timmert niet direct aan de weg. Eerder is er sprake van een gesloten genootschap, waarvan niet zo gauw zaken openlijk naar buiten komen. De Vrijmetselarij is zelfdebet aan deze geslotenheid. Indertijd zwoer iemand die tot de Vrijmetselaarsorde toetrad, plechtig dat hij de geheimen van de Vrijmetselarij niet zou meedelen aan buitenstaanders. Bovendien hadden hun samenkomsten dikwijls plaats in gesloten zaaltjes, bewaakt door een deurwachter die geen onbevoegden binnenliet. Inmiddels is er veel veranderd.

De schrijver van dit boek, sinds meer dan twintig jaar lid van de Vrijmetselaarsloge in Breda, vertelt wat hem bewogen heeft om Vrijmetselaar te worden en wat hem al die jaren gemotiveerd heeft om enthousiast en toegewijd Vrijmetselaar te blijven. Een boek uit de kring van de Vrijmetselarij zelf dus. Het is altijd goed om, als het over stromingen en bewegingen gaat, niet alleen te lezen wat over die stromingen en bewegingen is geschreven, maar vooral wat geschreven werd door vertegenwoordigers van de desbetreffende beweging zelf. Dit boek is daar een voorbeeld van. We lezen van de symbolen en ritualen van de Vrijmetselarij, zonder welke de Vrijmetselarij bijna ondenkbaar is.

De driehoek

Hoofdsymbool is de driehoek: God (de Vrijmetselarij spreekt liever van "Opperbouwmeester van het heelal" dan van God, HV), de mens en zijn medemens. Het gaat er om dat de mens in de juiste verhouding met het Opperwezen en met zijn medemens staat. Een tweede hoofdsymbool is dat van de ruwe steen, die de mens zelf voorstelt, en die bewerkt moet worden om met duizenden andere stenen (medemensen) deel te worden van „het te voltooien bouwwerk". Het bewerken van die ruwe steen is zaak van de mens zelf: ieder wordt door de Opperbouwmeester tot het bewerken van zijn ruwe steen aan het werk gezet, opdat hij een kubieke steen zal worden, geschikt voor de "Tempel der Vervolmaking". Passer en winkelhaak zijn de daarbij passende symbolen. Een derde hoofdsymbool is dat van de drie graden: leerling, gezel en meester. Wie tot de Vrijmetselarij toetreedt, wordt eerst leerling: hij zal aan zichzelf moeteil werken om een goede plaats jn te nemen in de driehoek Opperbouwmeester, Mens en Medemens. . Niet ieder kan zomaar toetreden. Men moet goed gemotiveerd zijn en bereid zijn de inwijdingsrite te ondergaan. Van leerling kan men opklimmen tot gezel, en van gezel vervolgens tot meester. Daarbij gaat het erom kritisch aan zichzelf te werken om op een goede wijze te functioneren ten opzichte van de Opperbouwmeester en de medemens. Kenmerkend is, dat ieder zijn eigen inzichten mag behouden en zo tot de beste zelfontplooiing zal komen.

Wars van dogma's

De Vrijmetselarij is namelijk wars van dogma's en religieuze leerstellingen of vooronderstellingen. Zelfs de vraag "Gelooft u in God?" is voor de meeste Vrijmetselaars ongepast, omdat hooguit gezegd kan worden dat er meer is dan de zintuiglijk waarneembare wereld, maar niet dat er een God is. Zo er een God is, dan is Hij alleen te duiden met het symbool "Opperbouwmeester van het heelal".

Terloops lezen we in het boek over het ontstaan van de Vrijmetselarij (1717 te Londen) en van de schutspatroon, Johannes de Doper. Zijh feestdag (24 juni) is op de dag dat de zon haar hoogste stand bereikt en dat is symbolisch, want Johannes de Doper getuigde van het grote Licht. Dat licht is voor de Vrijmetselarij echter niet Jezus Christus als de gekomen Heiland van zondaren, maar een ondefinieerbaar licht, dat zo stralend schijnt dat niets in ons of van ons verborgen blijft. Een andere feestdag is die van de evangelist Johannes ("winter St. Jan"), wiens dag (27 december) symboliseert „het wegstervende licht in de natuur dat ons tot stille inkeer en overdenking maant".

Interpretatie

Terloops lezen we ook over de organisatie van de Vrijmetselarij. Nederland kent 140 Vrijmetselaarsloges, met circa 6400 leden. Totaal zijn er in de wereld circa 5 miljoen Vrijmetselaren. Het boek is zonder enige pretentie geschreven. De schrijver spreekt uitdrukkelijk van „mijn" visie, „mijn" interpretatie en „mijn" mening. Dat is ook in overeenstemming met de Vrijmetselarij zelf. Ook de ondertitel van het boek ("Wat doe ik ermee?") laat zien dat het gaat om het getuigenis over het Vrijmetselaar-zijn van de schrijver zelf

Ik heb wel een paar vragen. De Vrijmetselarij wil uiterst tolerant zijn. Is daarmee in overeenstemming dat de schrijver zich steeds scherp afzet tegen de orthodoxe kerkleer? Zo spreekt hij van de „inktzwarte orthodoxie en de verstikkende dogmatiek" (blz. 17), waarmee hij doelt op de Rooms-Katholieke Kerk, waaruit hij afkomstig is, „de geestelijke verdrukking, om niet te spreken van terreur" (blz. 33) en „de invloed van met verdoemenis dreigende waakhonden", (blz. 44).

Mensgericht

Het boek mist een strakke opzet en is daarom ook niet gemakkelijk te lezen. Waarom geen duidelijke opgezet schema, waardoor bijvoorbeeld achtereenvolgens aan de orde hadden kunnen komen het ontstaan, de geschiedenis, de leer, de symbolen en de aanhang.

Duidelijk is wel, wat de Vrijmetselarij wil zijn: een genootschap dat uitgaat van de mens. Het is de mens zelf die zich moet verbeteren en aan zichzelf moet werken en waarschijnlijk zo de wereld kan verbeteren. Daarbij is geen plaats voor de paulinische noties dat de mens zondaar is, onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad (Romeinen 3).

Daarom is er ook geen behoefte aan het Middelaarswerk van Christus. De schrijver zegt wel dat een Vrijmetselaar nooit een domme Godloochenaar of ongodsdienstige vrijdenker kan zijn (blz. 43), maar dat wil niet zeggen dat hij God belijdt als de God en Vader van de Heere Jezus Christus. De schrijver zegt zelf, dat de Vrijmetselaar lid is van „de algemene religie waarin alle mensen overeenstemmen". Dat is echter niet de religie van de Bijbel.

Hoe mooi de schrijver de Vrijmetselarij ook voorstelt, de Vrijmetselarij is een genootschap dat bouwt op de mens zelf Het fundament van het Vrijmetselaarsgebouw is de soevereiniteit van de menselijke geest. En dat is naartnijn diepste overtuiging een ondeugdelijk fundament, dat mensen afhoudt van het enige Fundament: Jezus Christus en Dien gekruisigd,

N.a.v."Vrijmetselarij, wat doe ik ermee?" door J. Straeter; uitg. De Ster, Breda; 106 blz.; ƒ 22,50

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1994

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Vrijmetselaar heeft een fout fundament

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1994

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken