Bekijk het origineel

Uit de kerkelijke pers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de kerkelijke pers

6 minuten leestijd

„Ik snap niet dat je je zoon nog binnenlaat. Hij heeft toch bewust gebroken met alles? Dan moet hij ook de gevolgen maar dragen". Ds. W. van Vlastuin vraagt zich in het reformatorisch familieblad "Terdege" af of dat het juiste
advies is aan ouders die met veel verdriet en pyn in hun hart hun kind de wereld in zien gaan.

„Als ouders en kinderen ver uit elkaar groeien, zullen we ons altijd moeten afvragen waar de oorzaak ligt. Als we Efeze 6 lezen dan zien we daar dat kinderen opgeroepen worden om hun ouders gehoorzaam te zijn in de Heere. Het eren van onze vader en moeder is het eerste gebod met een belofte. Daaruit blijkt wel hoezeer de Heere wil dat wij eerbied en achting voor onze ouders hebben. Zo zal er een goed getuigenis uitgaan naar de wereld, als onze onkerkelijke buren merken dat er liefde en eensgezindheid in het gezin heerst.

Tegelijk zien we in Efeze 6 ook dat ouders hun kinderen niet tot toom moeten verwekken maar hen moeten opvoeden in de lering en vermaning van de Heere. De oorzaak kan ook bij de ouders liggen! Ook zij moeten zichzelf eeriijk onderzoeken voor Gods aangezicht. Ouders kunnen onredelijk zijn, ze kunnen liefdeloos zijn. Al met al een verschrikkelijke situatie".

(...)

„Inderdaad moeten ouders altijd alles doen om hun kinderen vast te houden.
Dan helpt het niet als we koel onze bevelen geven, maar het gaat er vooral om dat de ouders met de kinderen spreken. Dat de kinderen merken dat zij een vader en moeder met liefde hebben. Als dan de kinderen toch aan de christelijke opvoeding ontgroeien, zullen zij zich altijd blijven herinneren dat zij een moeder hadden die voor hen bad, dat zij een vader hadden die tot tranen bewogen kon zijn over hun zaligheid. Dit kan later in hun leven terugkomen, zodat zo'n zoon of dochter alsnog tot bekering komt.

Ik zal niet zeggen dat ouders nooit hun kinderen de toegang tot hun huis kunnen ontzeggen. Als het kwaad van niet thuis komen minder erg is dan het kwaad van wel thuis komen dan kan er een ogenblik aanbreken dat ouders de ingrijpende beslissing nemen, met een bloedend hart, om hun kind buiten te sluiten. Stel je voor dat het altijd ruzie oplevert, dan kan het voor ouders werkelijk te veel worden. Dan nog zal het gebed niet achterblijven".

In het christelijk blad voor het gezin "de Gezinsgids" stelt drs. H. A. van Zetten dat we niet altijd negatief moeten spreken over de jeugd van tegenwoordig.

„Het bijbelse gezag, dat heilzaam is en ook goed is voor de ontwikkeling van een kind, moet worden blijven uitgeoefend. Eli kon geen "nee" zeggen tegen zijn jongens. Maar ze zullen het hem eeuwig blijven verwijten. Ouders en leraren kunnen elkaar steunen in de gezagsuitoefening.

Ouders dienen te waken tegen het klakkeloos leveren van kritiek op ambtsdragers, op gezagsdragers, leraren. Respect voor het gezag moet keer op keer voorgeleefd worden.

De jongelui moeten merken dat ze ons ter harte gaan. En daarom mag het uitoefenen van gezag nooit liefdeloos zijn. Er moet altijd perspectief in zitten, hoop, uitzicht. We mogen de jongelui niet tot wanhoop drijven of tot toom verwekken".

„Mijn ervaring is dat jongelui niet afkerig zijn van regels, sterker nog: ze willen duidelijkheid, zekerheid. Maar ze verlangen wel echtheid en eerlijkheid. Ze moeten zien dat het ons ernst is, en dat we het menen en het zelf in praktijk brengen.

Als iets echt is, worden de jongelui stil. Laat Gods kinderen maar vertellen over Gods daden in hun leven. Onze kinderen blijken dan in doorsnee niet onverschillig te zijn. Die onverschilligheid is vaak alleen maar buitenkant. Veel kinderen worstelen echt met levensvragen, maar ze vertellen het niet altijd. Trouwens, praten we wel genoeg met onze kinderen? Of blijven we liever aan de oppervlakte?"

Om Sions Wil

Ds. G. S. A . de Knegt houdt in het Ned. herv. (geref.) gezinsblad "Om Sions Wil" een pleidooi voor een sobere kerstfeestviering.. Dat heeft zijns inziens alles te maken met de heiliging van het leven.

„Een sobere kerstfeestviering heeft alles te maken met de heiligmaking van het leven. Hoe nauwer men leeft, des te meer zal men bevreesd zijn om voor zichzelf én voor zijn kinderen een sfeer te kweken die bij Kerst niet past".

(...)

„Maar mag een mens dan niks hebben met Kerst? Nu, dat zal men ons niet horen zeggen. Men mag met de kerstdagen alles hebben, als het maar is tot Gods eer. Een ieder van ons verstaat echter wel dat niet alles kan als wij vragen óf iets is tot Gods eer. Dan zullen wij tegen bepaalde wereldse gebmiken "neen" moeten zeggen.

Bij alles wat wij doen of nalatenzal er gedacht moeten worden aan hel "gij geheel anders". Heus, het patroon van de wereld, ook het levenspatroon, ziet er'geheel anders uit dan dat van een christen. Er z:al onderscheid zijn in het besteden van geld, in het zich kleden, in het denken over vele dingen. Ook zal er onderscheid zijn in het herdenken van de geboorte van Christus.

"Gij geheel anders", het mocht meer bedacht worden. Maar niet alleen behoort men eraan te denken, doch het moet ook in de praktijk gebracht worden. Wij hebben een mooie leer. Werkelijk, er is op heel de wereld geen mooiere leer dan de gereformeerde leer; dit is de bijbelse leer. Geen enkele andere leer haalt het bij de gereformeerde leer. Het is de leer die ons door de Heere is geschonken.

Doch let wel: die leer is ons niet gegeven om te bewonderen en te beschouwen. De gereformeerde leer is ons gegeven om emaar te leven. Bij de gereformeerde leer behoort geheel en al de "praxis pietatis", dit is de praktijk van een godzalige levenswandel. Leer en leven behoren bij elkaar. Wie het leven van de leer losmaakt, houdt een lege huls over. Ook het omgekeerde is juist als men zegt: „Wie de leer van het leven losmaakt, houdt evenmin'iets over".

't Gaat om leer en leven! Anders neergeschreven: het gaat én om de rechtvaardigmaking én om de heiligmaking. Van dit laatste staat zelfs in de Schrift dat niemand de Heere zal zien zonder de heiligmaking.

Heiligmaking, óók in wat wij doen en nalaten op vijfentwintig december. Wie meent dat dit moralisme is, heeft er nog niet veel van verstaan wat de heiligmaking ten diepste inhoudt. Heus, wij weten wel dat de heiligmaking van het leven zich veel verder uitstrekt dan wat men met Kerst in huis haalt óf niet. Maar het heeft er wel mee te maken. Laat het dan behoren tot de micro-ethiek, maar wij zouden niet graag zeggen dat het niet met heiligmaking te doen heeft. Dat heeft het wel".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 december 1994

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Uit de kerkelijke pers

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 december 1994

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken