Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In diezelfde landstreek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In diezelfde landstreek

Efratha, waar ook David eens de kudde weidde

11 minuten leestijd

Een toch wat stoppelig en rommelig gebiedje, die velden van Efratha. Tegenwoordig heet het "Shepherd's Field", vlak bij Beit Sahur, een buitenwijkje van Bethlehem. Tien kilometer noordelijker beginnen de eerste straten van Salems stad en tempelhof. Efratha, helemaal niks om knus of romantisch over te doen. Toch is het hier, op dit "Shepherd's Field", waar de geschiedenis uit Lukas 2 gaat leven.

„En er waren herders in diezelfde landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde". Herders hielden actief de wacht. Ze zaten dus niet al keuvelend hun handen te warmen boven een gerieflijk en romantisch vuur en „lagen" evenmin „bij nacht in het veld". Dat staat wel in veel kinderbijbels en in de meeste kerstliedjes en afgebeeld op tal van kerstansichtkaarten, maar zo staat het niet in de Bijbel zelf De herders hielden om beurten ae nachtwacht en stonden waarschijnlijk op verschillende plaatsen in dit veld op post. Heel nuchtere feiten.

Met z'n hoevelen ze waren, is niet bekend. Wat het voor herders waren evenmin. Maar Dachsel ziet in deze mannen wel dit: „Ze mogen naar de richting van hun hart onder de vromen worden gerekend, die op de vertroosting van Israël wachtten. Ze bevonden zich op dezelfde plaats waar David eens de Kudden van zijn vader weidde, en zij hadden van hem niet alleen de herdersstaf, niet alleen dezelfde weide, maar ook het hart overgenomen". Kostbaar getuigenis over ruige mannen in een stoppelig herdersveld!

Toch, het zijn niet direct diep-geestelijke zaken die hen van de slaap beroven. Ze houden de nachtwacht, heel gewoon. Ze zijn aan de arbeid, heel actief precies zoals dat van herders verwacht mag worden, heel getrouw, „als de engelen in de hemel".

Afgezet

Van Jeruzalem naar de velden van Efratha is maar een sabbatsreis, een kilometer of acht, lopend een dik uur. Als het niet al te warm zou zijn, zou het te voet te doen zijn. Maar vandaag is het snikheet. Een inhalige Arabische taxichauffeur wil zijn stokoude Mercedes-Benz die kant wel even uit sturen. De tocht wordt wat bedorven door een heftige discussie over de ritprijs. Vanzelf de meter is weer eens stuk. Uiteindelijk meen ik mijn gelijk te hebben gehaald, maar voel me vreemd genoeg zwaar in de maling genomen.

Even voor Bethlehem splitst de weg zich. Rechtdoor ga je naar Hebron, de politieke brandhaarcT Daar moet je nu vooral niet zijn. De plaats waar Herodes zijn lustoord, Herodion, had (ook al in de buurt), vergeten we maar. Linksaf ligt Bethlehem, met even oostelijk ervan, te midden van olijfgaarden, het dorpje Beit Sahur. Iedereen gaat vandaag de dag naar de souvenir-soesa van Bethlehem. Wie gaat echter mee naar Efratha? Vanaf de Manger Street ("straat van de kribbe") in Bethlehem kun je de schaapherdersvelden al zien liggen. We lezen in Genesis 35:19 dat "Bethlehem" in oude tijden "Efratha" heette. Efratha. Dat betekent "de vruchtbare".

Beit Sahur is een klein nederzettinkje voor het Bethlehemietische herdersvolk (voornamelijk Arabieren), dat in Efratha's velden nog steeds de nachtwacht houden over allerhande kudden. Hier hebben zich dus ook de herders bevonden toen zij in de kerstnacht door de hemel werden ontboden naar de kribbe, genodigd tot de Vredevorst, Die geboren was in een bees renstal.

Kerk en klooster

Wat vind ik van dat alles nog terug? Weinig. De exacte plaats van de verschijning van de engel cles Heeren aan de herders is vanzelfsprekend ook niet bekend. Het zou hier geweest kunnen zijn, maar ook ddar. Toch, in elk geval in deze buurt. Waar ik ook maar kijk, het zou net de plaats geweest kunnen zijn waar de herders de nachtwacht hielden over hun kudden , en waar ze door de heerlijkheid des Heeren werden omschenen.

De onzekerheid over de juiste plek heeft de mens er niet van weerhouden hier in opperste protserigheid zijn loze monumenten te doen verrijzen. Grieks-orthodoxen en fransiscanen hebben voor alle zekerheid elk een eigen herdersveld op vijfhonderd meter afstand van elkaar gecreëerd. Ze hebben daar ook elk een eigen kapel gebouwd. Het wordt er met dat alles in Efratha niet mooier op. De tentvormige Kapel van de Engel van de fransiscanen werd in 1953 door de Italiaanse architect Barluzzi gebouwd. Het stervormige kerkje staat op een kleine verhoging. Het sterke licht dat binnenvalt, moet het omstralende licht van de engel symboliseren. Boven de ingang zweeft een bronzen engel. Vijftien fresco's boven drie in nissen opgestelde altaren tonen de kerstboodschap van de engel, de verering van de herders bij de kribben en hun terugkeer naar de schapen. Was het nog maar zo ongerept als toen.

Griekse Kerk

Achter de Kapel van de Engel bevindt zich de Herdersgrot, waarvan gezegd wordt dat deze 2000 jaar geleden reeds onderdak bood aan dakloze herders. In die grot zouden de herders uit Lukas 2 met hun kudden onderdak gezocht kunnen hebben. Je weet immers maar nooit! De zwartgeblakerde zoldering van de spelonk toont aan dat hier vroeger mensen hebben geschuild. Een bord met een bladderig Italiaans opschrift "Campo dei Pastori PP Francescani" verwijst naar het herdersveld.

Zeventig jaar na Christus bouwden Grieks-orthodoxen ook een kerk op de plaats waar de herders de wacht zouden hebben gehouden, vijfhonderd meter van het fransiscaner klooster verwijderd. In de omtrek (dit is het randje van de woestijn van Judea) liggen velden en akkers, met hier en daar een slordig huis in aanbouw, een boom, een olijfgaardje of een struik op een kleine heuvel. Zaaien of oogsten moet hier wel noeste arbeid zijn. Nergens is een herder te bekennen, nergens een veld bedekt met kudden, nergens halmen die van zwaarte schudden, nergens een grazige weide.

Ik scharrel in dit steenachtige buurtje even rond, zoekend naar wat herinneringen, naar wat inspiratie en innerlijk houvast, al zijn het maar flarden van gedachten, maar het wil allemaal niet lukken. Dat kun je soms zo hebben, dat het oude maar niet terug wil komen. Dat hoeft trouwens ook niet. Want "Bethlehem is de stede, daar is 't geschied voorwaar". Hier niet.

Onbarmhartig brandt de zon. In de verte liggen de grauwwitte huizen van Bethlehem op twee zacht glooiende heuvelhellingen. De vele klolcketorens en minaretten van het Broodhuis wijzen hoog omhoog en markeren het haarscherpe silhouet. Daar in dat onbeduidende Bethlehem Efratha is toch maar het grote wonder gebeurd! „En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en leide Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg".

Volle kerken

Ook in Bethlehem wordt straks Kerst gevierd. Vooral in Bethlehem wordt Kerst gevierd. Op het Kribbeplein, in de Geboortekerk, de beeldbepalende plaats waar volgens oude tradities de Heere Jezus moet zijn geboren, in de nauwe straatjes, in heel de stad. Speciale bussen rijden afgeladen vol van Jeruzalem naar Bethlehem in de heuvels van Judea. Alle kerken zitten daar de komende dagen mudjevol, met Grieks-orthodoxen, met Armeniërs, met fransiscanen, met christenen.

Ook de zeven hotels van het stadje en de vijftien restaurants zitten afgeladen vol. Winkeliers en werkloze Bethlehemieten verdienen een hele beste boterham aan Kerst. Ze verkopen dezer dagen kisten vol parelmoeren snuisterijen, kaarsen en kameeltjes, kruisjes en Mariabeelden, kerststalletjes, vredesduiven en stukjes olijfhout waarvan wordt gezegd dat het afkomstig zou zijn van het kruis van Jezus. „Er zijn al zo veel van zulke stukken hout verkocht", zegt een Arabische gids, „dat er inmiddels al een heel bos voor is omgekapt". Toch, Bethlehem. De hotels zitten vol. Toen, in Lukas 2, ook al.

Jakob en Rachel

Vanaf de velden van Efratha heb ik een weids uitzicht op het vollopende Bethlehem. „Uit u zal Mij voortkomen. Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid". Het gezicht roept nog andere gezichten op. Daar in de buurt heeft Jakob aan de kant van de weg zijn liefste vrouw Rachel begraven, vlak nadat ze haar zoon Ben Oni (zoon van mijn onheil) noemde. Je kunt er zo heen lopen: ze hebben er een rechthoekig gebouw met erop een witte koepel neergezet, net even buiten het dorp. Eeuwenlang begroeven de bedoeïenen hun kinderen rondom Rachels graf Rachel, de moeder bij uitstek.

Hier ergens, „in al deszelfs landpa-: len", vond ook de kindermoord plaats, die brute klopjacht op weerloze jongetjes „van twee jaren oud en daaronder". Stromen van kinderbloed kropen over deze aarde. Bloemen, op het veld verheven, in de knop van hun prille leven gebroken. Hoeveel waren het er? Tientallen? Bethlehem Efratha was immers klein onder de duizenden van Juda.

Daar in Bethlehem woonde „in de dagen als de richters richtten" Elimélech en zijn huisvrouw Naomi, samen met hun opgeschoten jongens Machlon en Chiljon, In deze contreien heeft zich even later nog een ander deel van het boek Ruth afgespeeld. De akker van Boaz, waar de jonge Moabietische weduwe aren mocht komen rapen, wordt ook in de velden van Efratha gelokaliseerd. Er zijn zelfs geleerden die menen dat de akker van Boaz dezelfde akker was waar de herders uit Lukas 2 de nachtwacht hielden. Hier trad Ruth binnen in de geslachtsregisters van de Heere Jezus. Uit dat geslacht is vervolgens David geboren, de schapenhoeder die door Samuel tot koning zou worden gezalfd. Het Kind van Bethlehem stamde uit het huis van David. „Jezus, gij Zone Davids, ontferm U mijner".

Engelen

Zo sjouw je peinzend en prakkezerend wat rond over akkers en velden. De zon is inmiddels tot middaghoogte gerezen en de ijle lucht wordt zwaar van een vroom verleden.

„In diezelfde landstreek". Dat was dus hier. In het nachtelijk uur hielden herders zich bezig met de bewaking van hun kleinvee. In dat zelfde nachtelijk uur zond de grote Opperherder een engel des Heerep (waarschijnlijk de engel Gabriel), niet tot machtigen en edelen, maar tot ruige herders, tot eenvoudige landlieden in de achterste gelederen. Hun werd grote blijdschap verkondigd, blijdschap die niet alleen hun, maar al den volke wezen zou. „Namelijk dat u heden geboren is, de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids". Heden, dat was die ene nacht. Toen. In de stad Davids. Dat was daar, , in Bethlehem, dat zich daar nu, bijna tweeduizend jaar later, ligt te koesteren in de stralen van de hete middagzon.

„En dit zal u het teken zijn: gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe". Het staat er zo kort, zo zakelijk. Dachsel zegt hier: „Het is alsof de engel reeds de menigte van hemelse legerscharen ziet naderen, hij spreekt zich daarom kort uit. Evenals het hart van de herders huppelend gaat, zo gaat ook sympathiserend de boodschap van de engel in sprongen. Hij behoeft zijn kerstnachtprediking niet met een vermanend slotwoord te eindigen; de harten der hoorders zijn ontbrand door de heerlijkheid des Heeren; zij branden van begeerte, om de Heiland, de Christus, de Heere te zien".

Ere zij God

Je mag wel de pen van een vaardige schrijver bezitten, om enigermate te beschrijven hoe vervolgens de lucht boven Efratha's velden gevuld raakt met een hemelse legerschaar. De aarde zwijgt, er is niemand die een psalm zingt, geen mens die eraan denkt om God te loven voor Zijn onuitsprekelijke daden. Dan zullen zij, dan zullen deze engelen het doen. Als een machtig koor verschijnen al die gedienstige geesten, met hemelglans omgeven, om samen Gods lof te bezingen, het is alsof alle morgensterren opnieuw vrolijk zingen. Dat engelenlied werd niet gezongen in de concertzaal van keizer Augustus, niet in het Herodion van koning Herodes, niet in het voorhof van de tempel, maar hier, boven het stoppelige veld van Efratha, met als gehoor die bonkige herders, het verachte en onedele der wereld. De engelen zongen het blijde uit, dat heerlijke lied: „Ere zij God". Ere zij God daarboven. Daar heeft de mensheid nooit zoveel van begrepen. Vrede op aarde hier beneden. Daar is te midden van kernwapens en kerncentrales, oorlogen en geruchten van oorlogen altijd wat de spot mee gedreven. „In de mensen een welbehagen'. Dat is al lang bruut wegvertaald naar mensen die ook na Genesis 3 nog „van goede wil" zouden zijn.

Feest

Maar in Lukas 2 was het feest in Efratha. Feest op het veld. Feest voor de herders. Feest in de nacht. Maar in déze wereld komt aan alles eens een eind. Ook dit heilige feest raakt voorbij. De engelenzang verstomt. Het grote kerstakkoord vervliegt. „En het geschiedde als de engelen van hen weggevaren waren".

Bertus Aafjes kon destijds bij zijn bezoek aan Efratha's velden wel schrijven: „Het is of de lichte, blauwe hemel boven Bethlehem vol onzichtbare engelen is", dat neemt niet weg dat het weer volstrekt stil geworden is boven de velden van Efratha. . De hemelzang ruist niet meer langs 's hemels trans, het licht is gedoofd en de grote engelenschaar is teruggekeerd naar de hemel. In „diezelfde landstreek" is het weer even stoppelig en steenachtig als voorheen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 23 December 1994

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

In diezelfde landstreek

Bekijk de hele uitgave van Friday 23 December 1994

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken