Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Boekbespreking

3 minuten leestijd

"Een schuilplaats in gevaren", door Jonathan Edwards (vertaling M. Krijgsman), uitg. Den Hertog, Houten, 1994; 103 blz.; ƒ 17,90.

Jonathan Edwards is op 5 oktober 1703 in East Windsor geboren. Hij overleed op 22 maart 1758. Hij is in Amerika predikant geweest ten tijde van de opwekkingen. Toch krijgt hij in de nadagen van de Great Awakening (De grote opwekking) problemen met zijn gemeente in Northampton over de vraag wie wel of niet gerechtigd is aan het heilig avondmaal deel te nemen. Dit conflict loopt zo hoog dat hij met 23 tegen 230 stemmen wordt afgezet.

In dit werkje zijn vijf preken van hem opgenomen. De eerste preek, die op 8 juli 1741 in Enfield, op verzoek van de plaatselijke predikant, werd uitgesproken, gaat over Deuteronomium 32:35. De vertaler meldt dat deze preek veel indrukken naliet. In het gebouw klonken uitroepen als: „Wat moet ik doen opdat ik zalig worde? O, ik ga' naar de hel". Jong en oud wordt in deze preek aangezegd wat hun tfe wachten staat als zij zich niet bekeren. De oproep klinkt: „Laat daarom een ieder die buiten Christus is nu wakker worden en de toekomende toom ontvlieden".

Het thema van de tweede preek naar aanleiding van Psalm 25:11 luidt "Vergeving voor de grootste der zondaren". In de preek wordt gezegd „dat de voldoening van Christus net zo genoegzaam is voor het wegnemen van de grootste schuld als van de kleinste". Heel treffend stelt Edwards dat de Bijbel ook voor oude zondaars geen uitzondering maakt. Hij ontzenuwt allerlei bewaren die aanleiding kunnen geven om niet door Christus tot God te gaan.

De derde preek gaat over "Een schuilplaats in gevaren" naar aanleiding van Jesaja 32:2. Edwards roept in deze preek christenen die in twijfel en vrees verkeren over hun staat op steeds weer tot Jezus Christus te vluchten. Hij wijst erop dat deze twijfel ontstaat door een zeker gemis aan de beoefening van het geloof.

De vierde en vijfde preek gaan over 'Job 27:10b: „Zal hij God aanroepen te allen tijde?" Ingegaan wordt op "Het gebrek van huichelaren in de plicht van. het gebed".

Duidelijk wordt in deze preken aangetoond dat huichelaren een tijdlang in het gebed kunnen volharden. Toch kunnen zij nalatig worden. Edwards, die een bewogen hart voor jongeren heeft, roept hen, maar ook ouderen, op ernst te maken met het gebed. Hij waarschuwt hen die denken dat hun werk af is als zij bekeerd zijn, en zegt dat men door niets anders in de hemel komt dan door te volharden in de plicht van het gebed.

Wie antwoord wil hebben op belangrijke levensvragen kan in dit werkje terecht. Het wijst aan de ene kant op Gods toom over de zonden, maar aan de andere kant op de vergeving die er in Christus te vinden is voor de grootste der zondaren.

JAV

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken