Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nat. Nederlanden moet Rotterdam toch betalen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nat. Nederlanden moet Rotterdam toch betalen

Aanslag vestiging in Delftse Poort was terecht

2 minuten leestijd

DEN HAAG (ANP) - De gemeente Rotterdam heeft Nationale Nederlanden terecht over het jaar 1989 een aanslag in de onroerend-goedbelasting opgelegd voor haar vestiging in Delftse Poort, het hoogste kantoorgebouw in Rotterdam. De belastingkamer van de Hoge Raad heeft dat bepaald in een gisteren gepubliceerd arrest, dat mogelijk verstrekkende gevolgen heeft.

De aanslag wordt geheven over een bedrag van 12,5 miljoen gulden, de taxatiewaarde van het bouwterrein in 1989. Het 150 meter hoge gebouw werd pas in 1990 opgeleverd.

Het verzekeringsconcern bestudeert nu de uitspraak. Totdat de finesses ervan duidelijk in kaart zijn gebracht, levert Nationale Nederlanden geen commentaar. Nationale Nederlanden Vastgoed bv heeft de grond bij notariële akte van 23 december 1988 van de gemeente Rotterdam in erfpacht genomen. Het concern is het enige in de omgeving dat hiervoor heeft gekozen. De buren, PTT en een Unileverdochter, hebben de grond in eigendom, zo bevestigt het kadaster in Rotterdam.

Het gerechtshof in Den Haag kwam eerder tot dezelfde conclusie als de Hoge Raad. Nationale Nederlanden Vastgoed betoogde dat over 1989 geen aanslag als „feitelijk gebruiker” van het bouwterrein mocht worden opgelegd. Er werd immers niet gebouwd voor eigen gebruik, maar voor verhuur aan een andere dochtermaatschappij van Nationale Nederlanden, RVS Levensverzekering nv.

In cassatie bij de Hoge Raad werd verwezen naar de twee enige uitspraken die de hoogste nationale belastingrechter in vergelijkbare zaken heeft gedaan. In 1979 bepaalde de Hoge Raad dat wel onroerend-goedbelasting mocht worden geheven van degene die een bouwterrein benut voor de bouw van een woningenvoor eigen gebruik. In 1985 daarentegen verordonneerde het hoogste rechtscollege dat het beschikkingsrecht over het bouwkavel (eigendom of erfpacht) geen gemeentelijke belastingaanslag mag opleveren als het terrein wordt aangehouden voor handels- of beleggingsdoeleinden.

Belegger

De vastgoeddochter van Nationale Nederlanden meent dat zij als belegger is opgetreden. Dat de beoogde huurder een andere dochtermaatschappij van het verzekeringsconcern was, doet niet ter zake. De onroerend-goed-belasting kent immers geen onderscheid in behandeling tussen concerndochters en niet verbonden ondernemingen.

De uitspraak van de Hoge Raad kan fikse consequenties hebben voor bijvoorbeeld project ontwikkelaars die opgeleverde panden willen verhuren. In hoeverre gemeenten tot dusver aanslagen in de onroerende-zaakbelasting opleggen in deze situatie, is niet in kaart gebracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Nat. Nederlanden moet Rotterdam toch betalen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken