Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„We staan met twee-nul achter in de strijd tegen de agressie”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„We staan met twee-nul achter in de strijd tegen de agressie”

6 minuten leestijd

Nee, een wereldwonder heeft hij niet geïntroduceerd. Tien jaar geleden al zei hij op het NOS-journaal dat driekwart van de agressiegevallen op de trein voortkwam uit discussies over ontbrekende plaatsbewijzen. „Agressie is een maatschappelijk probleem, waarbij we goed moeten beseffen dat we in de strijd ertegen met twee-nul achterstaan”.

Tjibbe Spoelstra is Projectmanager Anti-agressiemaatregelen bij NS. Een jaarlang heeft hij het land doorkruist om ‘zijn’ boodschap aan de man en vrouw te brengen. De oud-politieofficier hield ondermeer zestig bijeenkomsten met conducteurs in het land, om te praten over het tegengaan van agressie tussen de rails. Ontmoette hij in het begin veel scepsis en kritiek in en buiten het bedrijf, gaandeweg tekende zich een ommezwaai af. „Er kwamen erg veel goede en doordachte reacties los”.

„De kern van de aanpak is het bestrijden van zwartrijden”. De 1200 jaarlijkse agressiemeldingen -„dat zijn er wel elke dag vier”- zijn het topje van de ijsberg. „Een conducteur moet toch zijn werk kunnen doen, die verdient het niet geslagen, geschoffeerd en bespuugd te worden. En geloof me, een conducteur die in z’n gezicht wordt gespuugd, meldt dat vaak niet eens”.

Beheersbaar

Agressie op scholen neemt toe, in de spreekkamer van de dokter idem, zelfs op het kantoor van de woningbouwvereniging. „Wat zullen wij dan? We zijn 24 uur per dag open, voor iedereen. En al zouden we een hek om het hele NS-bedrijf zetten... Als ik-voor niks het circus in wil komen, dan kóm ik voor niks het circus in”.

Spoelstra heeft daarom ook nooit de pretentie gehad het agressieprobleem op te kunnen lossen. „Maar het moet wel beheersbaar worden gemaakt, ook terwille van de 98 procent van onze klanten die goedwillend is”. De inkomstenderving van 60 tot 90 miljoen gulden die NS jaarlijks lijdt, „een reële schatting”, is nog een argument.

De ingangscontrole is de zinnigste maatregel in het hele verhaal, geeft Spoelstra direct toe. „Natuuriijk introduceren we geen wereldwonder. Je kunt beter zeggen dat we die vorm van controle in de jaren zestig niet hadden moeten afschaffen”.

Ingangs-, trein-, en uitgangscontrole, het is een pakket met sterke onderlinge samenhang, zegt hij. „Het net moet zo strak worden getrokken dat de reiziger weet dat er bijna niet aan te ontkomen valt”. In zijn rondgang door het land vergeleek hij het treinkaartje met een kassabon. „Veel mensen vinden het ook ronduit fijn dat ze gecontroleerd worden. Het is een bevestigd worden in het feit dat men aan z’n verplichtingen heeft voldaan”. De extra controles zullen het meest frequent in de Randstad plaatsvinden.

Spoelstra weet zeker dat voor de handhaving van de nieuwe regels genoeg personeel voorhanden is. „De 400 van ‘Harlingen’ zijn er nog steeds en de agressie is in kwantitatieve zin de laatste tijd gelukkig niet gestegen”. Tegenover het aantal van 365 NS-stations staat een zelfde aantal agenten van de Spoorwegpolitie. Op de 22 grootste stations is zeven dagen van de week 24 uur lang de Spoorpolitie paraat. In kleinere plaatsen en bij calamiteiten is de gemeentepolitie in te schakelen, waarbij de norm is dat de aanrijtijd niet langer mag zijn dan een kwartier.

Volgens de oud-politieman is de bijstand van ‘buiten’ er niet beter op geworden sinds de reorganisatie van de politie. De prioriteit die korpsen aan de NS-problemen geven, verschilt nogal per streek. „Er zijn korpsen waar men al opdraaft als de conducteur beledigd is, maar in Zeeland bijvoorbeeld rukt men alleen uit voor messentrekkerij”.

Dé onduidelijkheid die ondanks alle voorlichting toch rijst over de nieuwe regels, is een communicatieprobleem. „Het bericht van de zender bereikt de ontvanger niet. We hebben onze 600.000 vaste klanten een folder gestuurd en geadverteerd in bijna alle landelijke dagbladen, alle regionale kranten, en onder 900.000 lezers van huisaan-huis-bladen. Maar de mensen moeten natuurlijk wél lezen. Omdat ze dat niet doen, zijn de conducteurs nu nog veel tijd kwijt met uitleggen”.

Conducteur zijn is „een ongelooflijk moeilijk vak”, zegt Spoelstra. „Maar men weet nu in elk geval dat discussie met de gastheer op de trein geen zin heeft. Conducteurs verleenden ook wel eens te véél service. Probeerden een probleem op te lossen dat hun probleem niet was”. En verder zijn conducteurs natuurlijk ook gewoon mensen. „De een zegt er wel wat van als een reiziger zijn schoenen naast zijn overbuurvrouw op de bank legt, de ander ziet het niet eens, omdat hij het thuis zelf ook altijd zo doet”.

Zwakke plekken

Zich zonder kaartje op het perron bevinden kan nog steeds, zegt de projectmanager. „Maar dan moet men wel aan kunnen tonen dat wat men er wil kopen, alleen dáár te koop is. Anders kan het personeel mensen verwijzen naar de stationshal. Uitzwaaien of ophalen hoort ook geen probleem te zijn. Als we dat zouden verbieden, krijgen we meer dan 100 procent van de Nederlanders tegen ons”. Waarmee bewezen is dat er zwakke plekken in de nieuwe regels zitten, hetgeen Spoelstra moet beamen.

De vele klachten over gestoorde kaartjesautomaten zegt hij te kennen, „al klagen Nederlanders natuurlijk per definitie graag. In dit land staat men altijd in de verkeerde rij, het regent er altijd, als men fietst, is er altijd tegenwind. Zo zijn ook onze automaten áltijd kapot. Inderdaad, we hebben nu te veel storingen. Het probleem zit in de elektronische betaalunit van een buitenlandse leverancier, die pas later wordt ingebouwd. We hebben de komende paar weken ook nog last van gebrek aan reserve-onderdelen”.

De vele hinder van vandalisme noemt Spoelstra „opmerkelijk”. „Friesland gaat aan kop, met elf defecten door vandalen in vier dagen. Groningen is goede tweede, gevolgd door de Randstad”. Reparatie binnen vier uur moet worden gewaarborgd door een jaarlijks 7,6 miljoen gulden kostend contract, dat is uitbesteed. De automaten, inmiddels 450 stuks, kosten ‘70.000 gulden per stuk.

Een nieuwe regel die Spoelstra graag ingevoerd had gezien, was dat de zwartrijder zich op de trein een dagkaart had moeten aanschaffen ter waarde van 63 gulden, bij betaling achteraf vermeerderd met een tientje administratie. Dat voorstel sneuvelde in het aanlooptraject van directie, vakbonden, ondernemingsraad en personeel. Men voorvoelde dat die maatregel erg veel agressie zou opwekken. Spoelstra zegt niet dat de regel er nooit zal komen. ‘De sprong was nu te groot. Maar als men eenmaal gewend is aan de nieuwe huisregels... Het is ook best mogelijk dat hij er nooit komt”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

„We staan met twee-nul achter in de strijd tegen de agressie”

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken