Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MUZIEK OP MAANDAG

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MUZIEK OP MAANDAG

6 minuten leestijd

De ernstige stijl van Franck

Wat heeft de vakpers deze maand te zeggen? Na de lezer luidkeels „een voorspoedig en kerkmuzikaal jaar” te hebben toegeroepen, opent Organist & Eredienst (uitgave van de Gereformeerde Organisten Vereniging) met een bejaard bijdraagje over “César Franck en het Orgel”. Het betreft een enigszins gewijzigde versie van een inleiding die Margreeth C. de Jong op 6 november 1993 hield op een GOV-bijeenkomst van de kring Zeeland. Het artikel is dan wel oud, het is tegelijkertijd tijdloos en bevat wetenswaardige opmerkingen over „de ware Franck-stijl”: „Sinds Francks dood in 1890 hebben vele geleerden en uitvoerenden beweerd de ware Franck-stijl te hebben geleerd van docenten die deze interpretatie weer van de meester zelf zouden hebben geleerd. Ondertussen stonden zij steeds subjectievere interpretaties van Francks orgelwerken voor. Afgaand op de zeer uiteenlopende interpretaties van deze lieden zou men derhalve haast denken dat Franck een zeer onevenwichtige persoonlijkheid was, die elke dag heel anders speelde. Het moge duidelijk zijn dat een dergelijke claim niet erg sterk is. Als ik naar mijn eigen docenten en hun docenten kijk, mag ik mijzelf een (indirecte) studente van Franck noemen (Franck-Tournemire-Langlais-De Jong). Ik zou op grond daarvan echter niet graag pretenderen de ware Franck-stijl te kennen. (...) Francks studenten beschouwden hem als een bevlogen en fijnzinnig organist, die weigerde zich aan de smaak van het grote publiek aan te passen. Franck schijnt tegen degenen die zijn “style severe”, zijn ernstige, sobere stijl, bekritiseerden, te hebben gezegd: Het spijt me niet iedereen te behagen, maar ik bespeel het orgel op mijn manier”.

Verder in Organist & Eredienst onder meer een verslag van het Franck-concours in de kathedraal Sint Bavo te Haarlem, een artikel over Adriaan Engels, met als hoogst merkwaardige kapstok diens 88e verjaardag, en een In Memoriam Gerard Akkerhuis, geschreven door Leo van Doeselaar.

Het vrome van liturgische zang

Het januarinummer van Het Orgel (orgaan van de Koninklijke Nederlandse Organistenvereniging) vervolgt met het tweede deel van “De orgelmuziek van Jan Welmers - een introductie”. Auteur Jan Hage is in dit artikel op zoek naar de achtergronden van Welmers' composities in minimal-stijl. Is er iets in die muziek wat men zou kunnen definiëren als “typisch-Welmers”? Hage wijst op drie niveaus: de vorm, de gebruikte stijlmiddelen en de manier waarop de stijlmiddelen hun plaats krijgen binnen de grote vorm. Of Welmers met beide artikelen ook dichter bij de luisteraar is komen te staan?

Het Orgel vervolgt met de vaste rubriek Kerkmuzikaal ABC. De R zit in de maand: Russisch-orthodoxe kerkmuziek. Een 17e-eeuwse traktaat meldt over de schoonheid van Russisch-orthodoxe kerkmuziek: „Liturgische zang - dat is de lof die opgezonden wordt door de vrome gelovigen, de vereniging met het koor der heiligen... Zij is de hoorbare schoonheid en zuiverheid, de vernietiging van de vijandschap, de eenwording in liefde, de maatstaf voor de stem, licht voor het woord..., de hemelse ladder en daarom kan men zeggen dat deze zang boven de muzikale kunst verheven is”. Mooi hé!

Prosper Sevestre buigt zich, als mosterd na de maaltijd, nog over het verséhijnsel Rampenfondsorgel: “Nieuwe orgels in Zeeland na 1953”. Waarom publiceer je zon verhaal niet iets eerder, vraag ik me af, als heel Nederland aandacht heeft voor de watersnoodramp? Waarom nu, nu het in lucht komt te hangen? Waarom pas als dat verhaal door anderen al geschreven is? Waarom hecht trouwens de vakpers doorgaans zo weinig belang aan actualiteit?

Het Orgel besluit met een terugblik op de KNOV studiedag van 5 november jl. over Hedendaagse Muziek. Citaat van organisator Theo Jellema: „We mogen ons best ongerust maken over het feit dat we de muziek uit eigen tijd maar moeilijk eigen maken. Zelfs de muziek uit de bijna voorbije eeuw zit nog lang niet in onze bloedbanen”. Citaat van Albert de Klerk, de “eminence grise” die tijdens de studiedag openbare les gaf over eigen composities: „Er gaat tegenwoordig veel verloren omdat kleine verassingen niet meer kunnen”. (De Klerk heeft in „verrassingen” een dubbele r uitgesproken, neem ik aan).

De mildheid van Haalboom

Johan Kres zet in de januari-aflevering van De Orgelvriend zijn interview voort met de jubilerende Jaap Hillen, organist van de Grote Kerk te Breda. Een boeiend artikel, waarin tal van oude namen vallen: Hans Brandts Buys („Hij was zeker geen gemakkelijk man, hij kon vreselijk uitvallen en autoritair zijn, maar hij was ook snel bijgedraaid. Wat ik van deze man geleerd n verband met het heb, is ongelooflijk”) en, Utrechts Symphonie Orkest, de beide Utrechtenaren Jan Wagenaar en Mees van Huis („Beide heren vonden dat ik nog wel even kon blijven om verder te studeren met het USKO”).

Belicht worden twee orgelrestauraties door de fa. J. J. Elbertse in rooms-katholieke kerken in Kortenhoef en Vianen. Henk Kwakernaat doet verslag van een waardevol eigen onderzoek naar bijzonderheden over de orgelmakerij van Petrus van Oeckelen, geruggesteund door een werklijst die loopt van 1804 tot 1837. Voorts heeft De Orgelvriend aandacht voor de recent afgesloten restauratie van het Flaes-orgel in de hervormde kerk te Gouderak. Jan W. van Spronsen belicht wat verlaat het Vierde Internationale Hanzesteden Orgelconcours, dat in juni vorig jaar te Elburg werd gehouden.

De rubriek Nieuwe Muziekuitgaven is onder de maat. Chris Haalboom, orgelvriend van het eerste uur, bespreekt „muziekbundeltjes” van André de Jager, Dub de Vries, Martin Mans, Cor van Dijk, Daniel Rouwkema en de bundel “Vijf koraalpartita's”, uitgegeven door de Vereniging van Organisten der Gereformeerde Gemeenten. De recensent volstaat met de bekende loze typeringen als „goed in het gehoor liggend”, „heel bruikbaar”, „aangenaam in de oren klinkend”, „prettige muziek om te spelen en om naar te luisteren” en „het resultaat mag er zijn”. Haalboom wilde in het verleden nog wel eens rollend over de straat gaan met hen waarin hij muzikale tegenstanders meende te bespeuren, die tijd lijkt voorbij. De jaarlijkse VOGG-bundel valt bij Haalboom echter niet onder de noemer van „aangenaamheid” en „prettigheid”. De gereformeerde organist uit Driebergen zegt nu slechts mild en met een weids gebaar: „Welnu, de bundel van 1994 is inmiddels verschenen”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 9 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

MUZIEK OP MAANDAG

Bekijk de hele uitgave van maandag 9 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken