Bekijk het origineel

„De situatie in Algerije is volledig vastgelopen”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„De situatie in Algerije is volledig vastgelopen”

Opkomst fundamentalisme vooral verklaarbaar vanuit sociaal-economische ontreddering

4 minuten leestijd

DEN HAAG - Koelbloedige moorden op priesters, een vliegtuigkaping tijdens de kerstdagen: de wereld is opnieuw opgeschrikt door het geweld in Algerije, dat veel onbegrip teweegbrengt over drijfveren en doelen van fundamentalistische terroristen. In het Noordafrikaanse land zijn de afgelopen drie jaar 30.000 doden gevallen. Intellectuelen ontvluchten het land, omdat gewapende groepen als de GIA meedogenloos jacht op hen maken.

Fundamentalisten zijn gekant tegen het westerse model van scheiding van staat en godsdienst en willen de religie een belangrijkere rol toebedelen in het dagelijkse leven. De opkomst van het fundamentalisme in Algerije is echter niet uitsluitend religieus te verklaren. De specifieke sociaal-economische situatie in het land speelt ook een rol.

De kiezers maakten in december 1991 van het Islamitisch Reddingsfront (FIS) met ruim 47 procent van de stemmen de grootste partij van het land. Dat gebeurde tijdens de eerste ronde van de eerste vrije verkiezingen, die de machthebbers vervolgens afgelastten. Onvrede over de economische situatie was voor velen aanleiding voor het uitbrengen van een proteststem. Van de 28 miljoen Algerijnen is ongeveer 70 procent jonger dan 25 jaar. De werkloosheid bedraagt officieel 27 procent van de beroepsbevolking. Volgens officieuze schattingen zou dit cijfer kunnen oplopen tot 50 procent.

Hierin ziet Gilles Kepel, islamdeskundige en hoogleraar in Parijs, de ware reden voor de steun aan het religieuze geweld: „De sociale verhoudingen zijn slecht. De jeugd ziet geen alternatief. Bovendien heeft in Algerije een autoritaire elite vanaf de eerste dag van de onafhankelijkheid nagenoeg een machtsmonopolie. De in elke samenleving optredende tegenstellingen kunnen op die manier niet worden opgelost. De moskee is het enige oord waar aan de controle van de machthebbers valt te ontsnappen”.

FLN

De macht was sinds de onafhankelijkheid in handen van het Front van Nationale Bevrijding (FLN). Dat had leiding gegeven aan de jarenlange onafhankelijkheidsoorlog tegen Frankrijk, die in 1962 eindigde met de akkoorden van Evian. Naar schatting een miljoen Algerijnen verloren het leven in deze strijd, die zowel bij Fransen als Algerijnen traumatische herinneringen oproept. De verzetshelden van het FLN namen na de onafhankelijkheid het bestuur van het land over, gelegitimeerd door hun strijd tegen de koloniale overheerser. Zij konden, ongeacht hun bestuurlijke bekwaamheid, hoge functies bezetten. Dat leidde mede tot de economische ontreddering van het land.

Het FIS won in juni 1990 de gemeenteraadsverkiezingen met 55 procent van de stemmen. FIS-burgemeesters verwierven populariteit door in de arme wijken de leefomstandigheden van de bevolking te verbeteren. Iedere Algerijn moet een minimuminkomen en een fatsoenlijk huis hebben, luidde een van de leuzen van het FIS. De moskee vormde voor de gelovigen die de vruchten konden plukken van deze Algerijnse variant op de sociale vernieuwing, het kristallisatiepunt van hun herwonnen waardigheid en identiteit.

Nu, bijna drie jaar na het verbod op het FIS, is er een verschuiving opgetreden in de verhoudingen tussen de diverse fundamentalistische stromingen in Algerije. De historische leiders van het FIS, Abassi Madani en Ali Belhadj, hebben een groot deel van hun invloed verloren. Radicalere groepen binnen deze partij en het Islamitische Reddingsleger (AIS), de gewapende arm van het FIS, zijn de boventoon gaan voeren. De Gewapende Islamitische Groep (GIA), een groepering die radicaler is dan het FIS, wint steeds meer aanhang sinds de FIS-leiders vorig jaar een -mislukte- poging tot onderhandelen met de regering deden.

Kaping

In een verklaring beschreef de GIA haar lijn als volgt: „Geen verzoening, geen dialoog en geen onderhandelingen met de criminele junta”. Na de kaping van het Air-Francetoestel rechtvaardigde GIA-woordvoerder Ahmed Bel Kassim in een vraaggesprek met het Duitse weekblad Der Spiegel de moorden op de drie passagiers met de „onderdrukking door de junta die met Parijs collaboreert”.

Kritiek van FIS-woordvoerders die de kaping als „aanslag op de religie van Allah” hadden veroordeeld, wees hij van de hand: „Van dit soort laster zijn wij niet onder de indruk. Ook in het islamitische buitenland is men niet op de hoogte van de situatie in ons land. Het FIS heeft gefaald, is onderling verdeeld en bereid met de criminelen in uniform te onderhandelen. Het FIS is jaloers op onze groeiende populariteit. Niet voor niets lopen elke week duizenden jongeren over naar de GIA, omdat zij zich verraden voelen, omdat het FIS ze wil beletten te vechten”.

Gilles Kepel toont zich pessimistisch over de toekomst van Algerije: „De situatie is volledig vastgelopen. Het leger kan de fundamentalisten niet verslaan; het FIS is verdeeld en te zwak om het bewind omver te werpen. Het zal vrijwel niet meer mogelijk zijn junta en fundamentalisten aan de onderhandelingstafel te krijgen. Vrije verkiezingen zijn niet meer mogelijk”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

„De situatie in Algerije is volledig vastgelopen”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken