Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Spanje, land van tegenstellingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Spanje, land van tegenstellingen

Oude culturen, arme boeren en bakkende toeristen in één land

5 minuten leestijd

In alle rust toeren we door het prachtige berglandschap van de Sierra Nevada in Zuid-Spanje. Betoverend witte bergdorpjes liggen op de steile hellingen. Bewoners vertellen ons dat je, als het helder is, Algerije kunt zien liggen. De landbouw wordt hier bedreven op terrassen, die als een reuzentrap op de berghellingen zijn aangelegd.

Wij dalen af over de smalle kronkelige weggetjes naar de hoofdweg die het stadje Motril aan de Costa del Sol met de stad Granada verbindt. Hier worden de oude moorse culturen verbonden met de bakkende strandtoerist.

In de tussenliggende tijd is er veel gebeurd. Spanje was een land met tegenstellingen. Er waren gouden eeuwen, maar ook perioden van schreeuwende armoede. De laatste jaren lijkt het of Spanje bezig is zich te herstellen van een eeuwenlang durende strijd tegen de armoede en misschien wel tegen zichzelf.

Eigenlijk werd Spanje pas in 1959 herontdekt. Daarvoor stond het land al eeuwen met z’n rug naar Europa toe. De Fransman Dumas zei het in de vorige eeuw zo: „Afrika begint achter de Pyreneeën”. De kerken de grootgrondbezitters maakten er de dienst uit. Er waren veel binnenlandse conflicten. De periode van 1600 tot 1900 was dan ook een desastreuze periode voor de bevolking. De Pyreneeën waren een duidelijke natuurlijke grens met de rest van Europa.

Culturele rijkdommen

Juist datzelfde Spanje heeft een roemrucht verleden, waarvan de culturele rijkdommen zijn terug te vinden. In de achtste eeuw na Christus al kwamen de Moren (nee, geen negers, maar Noordafrikaanse volkeren). Ze bouwden prachtige paleizen (Alhambra in Granada) en moskeeën (onder andere te Córdoba).

De Moren spoorden de volkeren van dit Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal) aan zich toe te gaan leggen op het verbouwen van fruit (onder andere citrusteelt) en groenten. Daarbij zorgden de Moren ervoor dat ze op grote schaal gingen irrigeren, omdat het land voor deze vorm van landbouw eigenlijk te droog was.

Dat de overheersers uit Afrika hun tijd ver vooruit waren, werd duidelijk toen ze waterschappen gingen stichten voor het regelen van de watervoorziening. Dit is nu nog in het Spaanse landschap te herkennen, inclusief de -helaas- enorme waterproblemen.

Een tweede voor Spanje belangrijke periode was de Spaanse koloniale periode. Juist deze periode zorgde er indirect voor dat de bevolking arm werd en arm bleef tot diep in de twintigste eeuw toe.

In 1492 ontdekte ene Cristobal Colon (beter bekend als Columbus) West-Indië. De eeuw daarna was de Spaanse macht zo groot, dat men zei: „Como se mueve España, la tierra tiembla” (Als Spanje zich beweegt, siddert de aarde). De macht en de rijkdom waren enorm, maar alles werd in de loop van de tijd opgeslokt door dure oorlogen als de Tachtigjarige Oorlog tegen Nederland. Hierdoor ontstonden enorme schulden en conflicten en het gevolg was dat velen emigreerden naar de overzeese gebiedsdelen.

Spanje was arm, tot in het jaar 1959 de ster van het massatoerisme ging rijzen. De economie van Spanje was zo slecht, dat de dictator Franco, die toen aan de macht was, een aantal maatregelen tot modernisering en economische ontwikkeling moest nemen. Vanaf dat jaar werd Spanje voor het buitenland opengesteld, met name voor West-Europa.

Stormachtige ontwikkeling

Daarna ging het een stuk beter met Spanje. Er kwam politieke rust, de Verenigde Staten gingen financiële steun geven (in ruil voor militaire bases), de wereldeconomie groeide - en dat kwam natuurlijk ere gelegen. Omdat de grenzen open waren, konden grote massa’s toeristen naar Spanje komen, de gastarbeiders die in de wat rijkere Westeuropese landen werkten, brachten veel geld mee naar Spanje, de democratie herstelde zich na 1975 en belangrijk was ook dat Spanje in 1986 lid werd van de Europese Unie. Kortom, een stormachtige ontwikkeling in zo’n dertig jaar.

Het massatoerisme ontwikkelde zich zo mogelijk nog sneller. In 1959 kwamen er zo’n 4 miljoen buitenlanders in Spanje op vakantie. In 1993 waren er dat ruim 58 miljoen. Voor deze laatste ontwikkeling had Spanje meer nodig dan alleen een veranderende politiek van het Franco-regime. Het warme en droge Middellandse-Zeeklimaat en de aantrekkelijke kusten met hun mooie stranden zijn twee fysische redenen die de grote hoeveelheden toeristen trokken.

Vliegreizen

In grote delen van West-Europa steeg in de laatste tientallen jaren de welvaart zo, dat de mensen daar aan buitenlandse reizen konden gaan denken. Voorheen was dat altijd voor een kleine groep rijken weggelegd. De grote massa kreeg daarbij ook nog eens te maken met veel meer vrije tijd, dus meer vakantiedagen.

Een derde reden waardoor het massatoerisme in Spanje op gang kwam, is dat de infrastructuur binnen West-Europa sterk verbeterde, zodat men veel sneller naar Spanje met de auto kon reizen. In de jaren tachtig werden vooral de vliegreizen populair, omdat vliegen steeds goedkoper werd. Daarbij bleven de lonen in Spanje laag in vergelijking met onder andere Nederland. Hotels en restaurants waren lange tijd erg goedkoop.

In Spanje is het toerisme een belangrijke inkomstenbron geworden. Op dit moment wordt zo’n 10 procent van het bruto binnenlands produkt in het toerisme verdiend.

Samenvattend: De komst van het toerisme heeft er mede voor gezorgd dat Spanje na een eeuwen durende slechte economische toestand weer beter is gaan functioneren. Zowel binnenlandse als buitenlandse ontwikkelingen hebben geleid tot massatoerisme op net Iberisch Schiereiland.

De artikelen op deze pagina sluiten aan bij de onderwerpen voor de eindexamens geschiedenis, aardrijkskunde, maatschappijleer, economie en biologie voor het voortgezet onderwijs. Ze worden enerzijds geschreven op het niveau van de leerlingen, terwijl de auteur anderzijds het gehele lezersplubliek als doelgroep voor ogen heeft gehad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Spanje, land van tegenstellingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken