Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dudok was te goed voor Nijmegen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dudok was te goed voor Nijmegen

De Waalstad bouwde zich weder op na verwoestende bombardemen

5 minuten leestijd

22 februari 1944. Bommenwerpers laten boven Nijmegen hun dodelijke last los. Het hart van de Waalstad verandert in een vuurzee. Binnen enkele uren gaan staaltjes van een paar eeuwen architectuur de vernieling in. Wederopbouw volgde, maar de sporen van het oorlogsgeweld zijn onuitwisbaar.

Veel Nederlandse steden laten een wonderlijke vermenging zien van statige oude panden en moderne blokkendozen. Oud en nieuw worden vaak slecht op elkaar afgestemd en het oude wordt schromelijk tekortgedaan door er nieuwbouw naast te zetten die er in geen verste verte bij past. Nederlanders zouden eens wat meer in het buitenland moeten rondkijken, waar men er wel in slaagt om dissonanten tussen oud- en nieuwbouw te vermijden.

Steden zoals Arnhem, Nijmegen en Vlissingen zijn een ander verhaal. Zij zitten een halve eeuw na de oorlog nog met de gevolgen van verwoestend strijdgewoel. Hun stadsharten, een opeenhoping van architectonisch schoon, werden door bommen en granaten uit elkaar geschud. Monumenten verkruimelden, solide panden verzonken tot onherstelbare ruïnes.

Toch heeft Nijmegen er nog best wat moois van gemaakt. De stad met de on- Nederlandse hoogteverschillen heeft lange jaren nodig gehad om de geslagen wonden te helen. Meer dan andere steden is men erin geslaagd nieuwbouw niet uit de toon te laten vallen bij wat restte van de vooroorlogse bouwerij. Vooral in de Benedenstad spande men zich in om de historie recht te doen, al zwaaide ook daar de slopershamer driftig.

Cultuurhistorisch schoon is er nog genoeg, maar „hoeveel mensen kijken wel, maar zien niet?” verzucht stadsarchitect ir. P. E. Hoeke in zijn Voorwoord op Tijs Tummers' ”Architectuur in Nijmegen”.

Tummers legt zich in dit standaardwerk niet toe op Nijmegens oudste panden, die op de monumentenlijst prijken. Juist het minder bekende Nijmegen van na 1876 heeft hij in woord en beeld willen vastleggen. En om elke kritiek de pas af te snijden: „Er zijn ook waardevolle ((gebouwen die niet in dit boek zijn opgenomen. Aan u de taak ze te ontdekken”. Zo camoufleer je elke onvolledigheid.

Stadswallen hielden de steden lang omkneld. Huisjes werden opeengepropt en de plattegrond verschoof geen centimeter. De Nijmeegse binnenstad bestond uit een bonte verzameling dicht opeengepakte en spontaan gevormde straatjes, die reeds aan het eind van de Middeleeuwen hun definitieve loop hadden gevonden.

Nijmegen slechtte in 1876 haar wallen, die dateerden van het eind van de zestiende eeuw. Twee eerdere 'sets' wallen waren eraan voorafgegaan. Begin vorige eeuw verordineerde koning Willem I nog dat de wallen gehandhaafd moesten blijven, maar enkele decennia later lagen ze er verwaarloosd bij. Tussen 1800 en 1850 groeide het aantal stedelingen van 10.000 tot 15.000. De hellende straatjes fungeerden als open riool. Een cholera-epidemie in 1866 was het gevolg.

Tien jaar later was er dan eindelijk de toestemming voor de ontmanteling. De Waalstad kon gaan groeien. De Hezelpoort verdween als eerste. Slechts de Kruittoren in het Kronenburgerpark, het Belvedère, het rondeel en de muren van de Stratemakerstoren en twee stadspoortjes aan de Waalkade bleven gespaard.

Nijmegen zwol aan, maar liet het stadscentrum onaangetast. Monumenten stonden hun tijd uit te staan; ze kregen verder weinig belangstelling en al helemaal geen opknapbeurt. Slechts enkele gebouwen werden gerenoveerd. Stadsbestuur en bouwheren legden zich toe op de uitbouw van de nieuwe singels.

Te veel capaciteiten

In het begin van deze eeuw had Nijmegen een heel ander gezicht kunnen krijgen. W. M. Dudok solliciteerde in 1910 naar de post van adjunct-directeur van gemeentewerken, maar Nijmegen vond dat hij te veel kon. „Dudok is iemand van zeldzame capaciteit” en daarom zou hij wel weer gauw vertrekken en dat was voor gemeentewerken „minder wenselijk”. Dudok kwam dus niet. Hij ging in 1915 naar Hilversum en werd daar een van de vermaardste architecten van ons land.

H. P. Berlage en P. G. Buskens lieten in de stad achter de Waal wel hun sporen na. Sporen die tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog gedeeltelijk teloor gingen. Berlages De Nederlanden van 1945 aan het Mariënburg werd verwoest, Buskens' café De Karseboom al evenzeer. Groot was ook het verlies van Het Melkhuis (1899) aan het Kelfkensbos, „het meest uitbundige Jugendstil-ontwerp van Oscar Leeuw”.

Wederopbouw

Rotterdam, Den Haag en Nijmegen waren volgens Tijs Tummers na de oorlog de zwaarst getroffen steden van Nederland. Middelburg en Vlissingen zullen zich ook in dat rijtje willen voegen. Nijmegen viel niet alleen op 22 februari 1944 ten prooi aan een geallieerd vergissingsbombardement, maar kreeg ook na Operatie Market Garden als frontstad nog veel te verduren. Na die septemberdagen lag de stad nog maanden onder vuur. Uiteindelijk werden vijfduizend gebouwen verwoest, waaronder zeshonderd winkelpanden. In het stadscentrum was 85 procent van de bebouwing weggevaagd.

De wederopbouw ging niet van een leien dakje. Het ministerie van wederopbouw vond dat de problemen in de Benedenstad niet aan het oorlogsgeweld te wijten waren en voorzag daarom alleen het zuidoostelijke deel van geld. De rest kwijnde verder weg. In een groot aantal waardevolle panden moest daardoor alsnog het mes gezet worden.

Op 1 september 1956 was de wederopbouw dan toch voltooid. De lege plekken waren inderdaad gevuld, maar vraagstukken rond de binnenstad bleven nog tientallen jaren de gemoederen bezighouden. ”1944” bepaalt een halve eeuw later nog steeds de onderwerpen van gesprek.

Tummers laat met gedetailleerde teksten en heldere foto's zien wat tal van bouwmeesters er in Nijmegen van gebakken hebben. Ook voor de grootscheepse uitbreidingen na de wederopbouw heeft de auteur een bescheiden plaats ingeruimd.

N.a.v. ”Architectuur in Nijmegen”, door Tijs Tummers; uitg. gemeente Nijmegen/Uitgeverij Thoth, 1994; 201 blz.; ƒ 39,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Dudok was te goed voor Nijmegen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken