Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Is Toronto-beweging van de Geest… of niet?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Is Toronto-beweging van de Geest… of niet?

12 minuten leestijd

Sinds een jaar staat de Airport Vineyard Church, vlak bij de grote internationale luchthaven Lester Pearson in het Canadese Toronto, in het middelpunt van de belangstelling. John Arnott, de voorganger van deze gemeente, had zijn collega Randy Clark naar Toronto uitgenodigd. Op 20 januari 1994 barstte de ‘zegen’ ten volle uit. Begin mei sloeg het vuur ook in bij de Anglicaanse Holy Brompton Church in Londen, en in de tweede helft van het jaar werden tal van bijeenkomsten op het vasteland van Europa gehouden, ook in Nederland.

De allereerst zichtbare kenmerken van deze beweging zijn van fysieke en emotionele aard: vallen, schudden, ‘dronkenschap’, lachen, huilen, profetische openbaring. Volgens sommigen is het dé grote beweging van de Geest in onze dagen. Anderen hebben sterke aarzeling. In tal van evangelische gemeenten leidt dit tot grote spanningen. Is deze beweging van de Geest, of niet?

Dadelijk, in dit artikel, volgt een poging tot beoordeling. Maar het is goed en noodzakelijk daarbij eerst tot grote voorzichtigheid te manen. De wijsheid van Gamaliel in Handelingen 5:33 vv komt ons in herinnering: als deze raad of dit werk uit mensen is, zal het verbroken worden; als het echter uit God is, zult u het niet kunnen verbreken, het mocht eens blijken dat u tegen God strijdt! Met deze beweging gaat de bewering gepaard dat het een werk van God is, en wie zou zich tegen Hem durven keren?

Bijbelse toets

Dat betekent overigens bepaald niet dat we geen bijbelse toets mogen leggen! Ten eerste had Gamaliel het daar ook helemaal niet over; waar hij zich tegen verzette was een vervolging van de eerste christenen, niet een beoordeling. Ten tweede zegt de Schrift zelf ons dat we de profeten dienen te beoordelen. Zo zegt Johannes: „Gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn” (1 Joh. 4:lv.). En Paulus schrijft: „Blust den Geest niet uit. Veracht de profetieën niet, maar beproeft alle dingen, behoudt het goede. Onthoudt u van alle schijn des kwaads” (1 Thess. 5:19-22). In feite moeten we natuurlijk alle vier doen, en wel in samenhang: de Geest niet uitblussen, de profetieën beoordelen, alles beproeven en het goede behouden, en ten slotte ons vér houden van wat de toets van de Geest niet kan weerstaan.

Zo’n beoordeling is verre van gemakkelijk.

Niet gemakkelijk

Velen maken zich er overigens wél gemakkelijk van af. Sommigen blijven er gewoon ver uit de buurt; anderen slikken zonder enig nadenken. En waar wél een poging gedaan wordt om deze dingen te onderzoeken, gaat het veelal nogal primitief toe: er worden versimpelde vragen gesteld, en eenvoudige antwoorden gegeven. Een aantal van die discussies kun je zó van tevoren helemaal uitschrijven.

Voorbeelden

Ik noem een paar voorbeelden.

Tegenstanders zeggen: Het is van de duivel. De voorstanders antwoorden: Het is niet van de duivel -kom nou, de satan zal heus niet Gods koninkrijk opbouwen- en dus is het van God. De vraag blijft onbeantwoord of het zo eenvoudig wel is: als iets niet van God is, is het dan van de duivel? Er komt heel wat voort uit de roerselen van onze eigen menselijke natuur, zo u wilt, in bijbelse termen, uit ons vlees.

- Tegenstanders zeggen: Het is zo ongewoon, zo onordelijk. De voorstanders antwoorden: We moeten niet zo bang zijn voor het ongewone. Onbewust zetten ze dan met die uitdrukking „we moeten niet zo bang zijn voor…” de anderen in de hoek van de angsthazen, in plaats van te proberen hun bedoeling te begrijpen. De hamvraag blijft onbeantwoord: Als het allemaal uit God is, mag het best ongewoon en een beetje onordelijk zijn, maar is het uit God?

- Tegenstanders zeggen: Het is emotioneel. De voorstanders antwoorden: We moeten niet zo bang zijn voor emoties. Zelfde verhaal, en zelfde antwoord als bij het vorige punt, maar ook hier wordt de kernvraag niet beantwoord. Vleselijk verstand en vleselijke emoties mogen nooit een plaats krijgen in Gods gemeente; geestelijk verstand en geestelijke emoties moeten daar alle plaats krijgen. Het punt waar het om gaat is niet: is het rationeel of emotioneel? maar: is het geestelijk of vleselijk? (of zelfs een mix van geestelijk en vleselijk, dat kan ook!).

- Tegenstanders zeggen: Het brengt verdeeldheid. De voorstanders antwoorden: Zie je wel, dat is het allerduidelijkste bewijs dat het een opwekking van Godswege is, want iedere echte opwekking leidt tot scheiding van de geesten. De kernvraag blijft dan, al weer, recht overeind en onbeantwoord. Het punt is niet: brengt het eenheid of verdeeldheid? maar:, brengt het een geestelijke of een vleselijke eenheid, een geestelijke dan wel een vleselijke verdeeldheid (of een mengsel daarvan)?

Kritiek van buiten…

Inderdaad, dit artikel schrijf ik vanachter mijn bureau. Er staat een computer op en daarin tik ik deze woorden. Sommige voorstanders van de Toronto-beweging zeggen: Dat kan helemaal niet, je kunt deze beweging niet van achter je bureau bekritiseren; wacht maar, je theologie verandert vanzelf wel als je het eens hebt meegemaakt.

Daar zit natuurlijk een kern van waarheid in, want we moeten wel weten waar we het over hebben. Maar er zit ook een kern van onwaarheid in, want waar blijven we als ervaring wordt meegewogen op de weegschaal van de bijbelse leer? Het Sola Scriptura van de Reformatie is misschien wel in geen enkele kerk of groep consequent toegepast, maar het moet toch wel het ideaal zijn! Niet: schrift plus traditie, zoals het rooms-katholicisme wil. En evenmin: schrift plus ervaring. Dan ontstaat een soort ervaringstheologie, waarover een mens niet meer mag meepraten als hij zelf niet is ‘gevallen in de Geest’ en dus omgevallen is. We kennen deze benadering uit de eeuwenlange tradities van de gnostiek: je kunt meepraten als je een inwijding hebt ondergaan.

…en van binnen

Nu zijn er ook mensen die wél deze charismatische beweging van binnen hebben bekeken en ervaren en er niettemin -of juist daaromnogal kritisch tegenover staan. Ik heb van mensen gehoord die in november in Zwolle waren, waar John Arnott sprak en waar zich al die typische ‘Toronto’-verschijnselen op grote schaal voordeden, en die er diep verdrietig vandaan kwamen en tegen me zeiden: Dit is het niet.

Maar de voorstanders bouwen ook die kritiek gemakkelijk in hun verdediging in. Op welke opwekking, zo redeneren ze, komt per definitie kritiek, dus is het geen wonder dat dat ook hier het geval is; het is juist een bewijs dat we hier te maken hebben met een beweging van Gods Geest.

De psychologie spreekt in dat geval van ‘cognitieve dissonantie’: alle signalen dat er iets niet klopt, worden in het brein van de aanhangers omgevormd tot signalen die juist bewijzen dat het wél klopt. Zulke denkpatronen doen zich bijvoorbeeld ook voor bij de extreme sekten waarvan de leiders zichzelf en hun volgelingen desnoods de dood in drijven.

Eerlijkheid

Langzamerhand wordt duidelijk wat wij allereerst nodig hebben als het gaat om de beoordeling van deze beweging (en van alle andere bewegingen): eerlijkheid.

Dat begint bij de erkenning van eigen kleinheid en van de grootheid en de soevereiniteit van God. Waarom zou de Heere God gebonden zijn aan onze menselijke tradities, kerkstructuren, theologieën en gewoonten? Is Hij niet soeverein? Mag God niet werken zoals Hij wil?

Lopen we niet het risico dat wij denken de normen van de Schrift aan te leggen, terwijl we eigenlijk aan het knutselen zijn met onze eigen meetlatjes, met ons beperkte en door onze tradities gebonden inzicht in de Schrift, dat niet gelijk te stellen is met het Woord Zelf? Hebben we de geestelijke moed om hardop te erkennen dat in onze geloofsgemeenschappen (jawel, ook die waartoe ik behoor!) veelal de dood in de pot is en we het werk Gods aan touwen en kabels hebben gelegd? Durven we te erkennen dat de Heere vrijmachtig is om alle gereformeerde en niet-gereformeerde kerken en groepen in Nederland te passeren en op een geheel ongedachte en onverwachte wijze Zijn werk te vernieuwen? Laat God inderdaad God zijn!

Kernvraag

Het andere aspect van deze eerlijkheid is evenwel precies de kernvraag waar het om gaat. De vraag is juist of Hij hier Degene is die werkt, of dat het mensenwerk is. Of misschien een mix van beide. Om die vraag te beantwoorden is óók eerlijkheid, vereist. Jerry Steingard, een ‘Toronto’-prediker, citeert het gebed van John Wesley: „Heere, zend ons een opwekking zonder fouten, maar als dat niet mogelijk is, zend ons dan een opwekking met fouten en al”. Heel mooi.

Maar mensen die werkelijk door de Heilige Geest zijn geraakt, die onder het beslag van Gods Woord staan, zullen nooit en te nimmer tevreden zijn met een opwekking-metfouten-en-al. Dat is trouwens een innerlijke tegenspraak: een opwekking houdt immers juist in dat men zich niet meer tevreden stelt met een leven dat vol van dingen is die de Heere God niet kan goedkeuren? Dat is toch een opwekking -of niet soms?

Kenmerk opwekking

Weten wij eigenlijk wel waar we het over hebben, als we spreken over een opwekking? De critici krijgen vanuit ‘Toronto’ met vele citaten te horen dat zulke fysieke en emotionele verschijnselen in alle klassieke en gerespecteerde opwekkingsbewegingen voorkwamen. Bekende namen worden genoemd: de Wesley’s, Whitefield, Jonathan Edwards, Charies Finney, C. H. Spurgeon, Martin Lloyd-Jones.

Dat zal wel waar wezen, maar tijdens die opwekkingen deden zich veel méér vérschiinselen voor: een intens lezen van het Woord van God, urenlange bidstonden, massabijeenkomsten, krachtige impulsen tot levensheiliging, hernieuwde broederliefde, een diepe vreze des Heeren. Welke van die verschijnselen zijn nu het waarmerk van het werk Gods?

En overigens: moet een opwekking er altijd hetzelfde uitzien? En trouwens, wat is een opwekking? De antwoorden die daarop in ‘Toronto’ gegeven worden, zijn wel heel simpel. John White citeert de woorden van Martin Lloyd-Jones: „We moeten heel voorzichtig zijn in deze dingen. Wat weten we af van het rijk van de Geest? Wat weten we af van de uitstorting van de Geest op mensen? Wat weten we af van deze machtige manifestaties van de Heilige Geest? We moeten voorzichtig zijn, opdat we niet schuldig blijken te zijn aan het uitdoven van Gods Geest”.

Behartenswaardige woorden, naar méér dan een kant. Een heel groot probleem lijkt me nu juist dat men in ‘Toronto’ heel precies meent te weten wat een opwekking is.

Accenten

Het is niet moeilijk te zien waar volgens de ‘Toronto’-beweging de kern van een opwekking ligt: in het onmogelijke, het bovennatuurlijke; het emotionele; het fysieke; de fenomenen. Laten we nu niet gaan zeggen dat het onmogelijke bij God niet mogelijk kan worden, en dat God geen bovennatuurlijke dingen kan werken. Maar is dat precies het kenmerk van het werk Gods?

Laten we ook alsjeblieft niet beweren dat emoties en fysieke verschijnselen niet het gevolg kunnen zijn van de prediking van Gods Woord. Een mens is een eenheid van geest, ziel en lichaam, en als iemand werkelijk diep door Gods boodschap wordt aangeraakt, dan kan het heel goed gebeuren dat hij in huilen uitbarst, of begint te beven of te trillen, of wat dan ook.

Maar het probleem zit ’m in de plaatsing van de accenten. Een paar weken geleden sprak ik met iemand die zijn geloofsgemeenschap had verlaten, omdat hij niet kon leven onder de enorme druk van de plicht tot evangelisatie. Niks mis met evangelisatie, integendeel! Maar als de indruk wordt gewekt dat je een goede christen bent als je maar genoeg getuigt, dan is er wel wat mis.

Een ander voorbeeld. Ik ken een gemeente waar een bijzondere zware nadruk ligt op bijbelkennis. Prima, heel goed zelfs -maar als de indruk wordt gewekt dat je pas een goede christen bent als je genoeg bijbelkennis hebt, is het helemaal niet prima en goed.

Ik hoorde een ‘Toronto’-voorganger zeggen: „We moeten ons niet concentreren op de uiterlijke dingen, maar op de persoon van de Heere Jezus Christus”. Zeker, broeder! Maar waarom hoor ik diezelfde broeder dan juichend uitroepen: „Er is zondag weer iets heel bijzonders gebeurd in de gemeente!” daarmee niet doelend op een indrukwekkende woordbediening die de Heere Jezus grootmaakt, maar op het feit dat een paar leden van de gemeente huilend op de grond lagen te schudden?

De toetssteen

Een definitief oordeel schort ik graag nog even op. Aan de vruchten kent men de boom, en dat heeft wat tijd nodig. Maar de toetssteen noem ik al wél, want die staat in de Schrift, in 1 Johannes 4. De kernvraag waaraan je kunt toetsen wie uit God is en wie niet, is of er een duidelijke, heldere belijdenis te horen is van Christus Jezus als de Vleesgewordene.

Johannes richt zich hier tegen de gnostieke leer dat de Christus slechts een geestelijk Wezen zou zijn, neergedaald op de mens Jezus. Daartegenover stelt hij het wezen van het christendom: dat de Zoon gekomen is in het vlees. Zichtbaar, tastbaar, hoorbaar (vgl. in deze Brief 1:1 vv.!) is het eeuwige leven geopenbaard, in de alledaagse werkelijkheid van onze aardse belevingswereld.

Christendom is niet iets bovennatuurlijks, iets dat hoog boven het aardse zweeft, maar het wprdt juist herkend aan de wijze waarop de eeuwige dingen zichtbaar worden in de tijdelijke, de hemelse dingen in de aardse, de geestelijke dingen in de stoffelijke. Zo was het volmaakt bij Hem Die vlees werd; zo moet het ook wezen bij de Zijnen.

Dat is de test. Het was, geloof ik, Dwight Moody die eens gezegd heeft: „Het kan me niet schelen hoe hoog iemand springt als hij halleluja roept; het enige wat me echt interesseert is hoe hij zich gedraagt als hij weer op de grond terug is”.

Ik herinner me hoe een echtpaar dat in een ernstige huwelijkscrisis verkeerde me op een maandag opgewonden vertelde dat de man in een opwekkingssamenkomst onder tranen naar voren was gekorpen. Maar nog in diezelfde week bleek dat hij volstrekt niet van plan was zijn buitenechtelijke vriendschap eraan te geven. Aan zulk soort opwekking hebben we niets. De vrucht van de Geest zal moeten bewijzen waar de Geest werkt, en de Geest maakt de Heere Jezus groot, in de alledaagse levens van heel gewone mensen. Als we daar eens een opwekking zouden mogen beleven!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Is Toronto-beweging van de Geest… of niet?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken